Waida vertelt: “Ik zet me in om het gedeelde verhaal van Nederland met West Papua weer bekend te krijgen bij zowel het Nederlandse publiek als de politiek. Zo ben ik onder meer redactielid bij Kenniscentrum Het Papoeahuis.”
Waar sta jij pal voor en waarom?
Ik sta pal voor het recht op leven in vrijheid voor de Papua’s van West Papua, omdat elk volk recht heeft op zelfbeschikking.
Dat recht wordt sinds de in jaren zestig tot op de dag van vandaag met grof geweld geschonden. Sinds Indonesië het land bezet, onderdrukt het de Papua bevolking en brengt grootschalige ecologische schade aan. Het land is zwaar gemilitariseerd. In West Papua liggen onder meer de grootste kopervoorraad van de wereld en de op één na grootste goudvoorraad. Grootschalige landbouwprojecten voor onder meer palmolie- en suikerriet bedreigen leefgemeenschappen en het regenwoud. Het leger verdedigt de belangen van de Industrie met harde hand.
De gevolgen zijn een doorgaande genocide en grootschalige ecocide. De schattingen aan mensenlevens die het heeft gekost lopen op tot een half miljoen en het gaat maar door. Meer dan honderdduizend mensen zijn binnenlands ontheemd, verstoken van hulp omdat Indonesië hun vluchtelingenstatus niet erkent. Af en toe halen de gruwelijke beelden van lukraak schieten op dorpen door het Indonesische leger of politie het nieuws in Nederland. De VN Hoge Commissaris voor de Rechten van de mens wordt al jaren de toegang ontzegd. Indonesië kan dat doen zonder enige gevolgen, niet eens diplomatiek. De grenzen zijn al decennia gesloten voor buitenlandse pers. Binnenlandse pers wordt geschaduwd en bedreigd.
Nederland laat het gebeuren volgens de cirkelredenatie: Geen handel is geen vriendschap. Vrienden kunnen elkaar aanspreken op moeilijke thema’s dus de handel moet doorgaan. Echter als puntje bij paaltje komt is aanspreken en echte diplomatieke druk niet wenselijk; het zou onze handelsbelangen schaden. Er wordt weggekeken of als er zorgen over mensenrechten in West Papua geuit worden, wordt het antwoord kritiekloos geslikt en overgenomen.
Daarom sta ik ook sta pal voor de overtuiging dat Nederland bloed aan de handen heeft en houdt als het blijft wegkijken van het eigen handelen ten opzichte van West Papua in 1962 en 1969 tot op de dag van vandaag. Ik spreek me zo stevig uit omdat dit het verhaal is:
Toen Nederland in 1962 vertrok uit West Papua sprak de minister-president de belofte uit de Papua bevolking niet te vergeten en te blijven steunen in hun recht op zelfbeschikking omdat het een rechtvaardige zaak betreft.
In 1961 was de Nieuw-Guinea Raad, het Papua parlement opgericht en in 1962 nam deze de eigen vlag en het volkslied in gebruik.
Indonesië wilde West Papua binnen de eigen grenzen hebben. De Papua bevolking wilde dat niet en wilde de ingeslagen weg naar onafhankelijkheid verder doorlopen. In 1962 escaleerde dit in een oorlog waar Nederlandse militairen – nu bekend als Nieuw-Guinea veteranen – en Papua’s zij aan zij vochten.
In de overeenkomst voor vrede met Indonesië – het NY Agreement van 15 augustus 1962 – werden de economische belangen van Nederland in West Papua veiliggesteld. De Nieuw-Guinea Raad werd niet betrokken bij deze onderhandelingen.
Op papier werd ook het recht op zelfbeschikking van de Papua bevolking vastgelegd. Er werd een vrije verkiezing over de eigen toekomst voor de Papua bevolking afgesproken. Deze afspraak bleek een dode letter.
Toen in 1969 het referendum – The Act of Free Choice – geen vrije keuze, maar een met bloedvergieten en dreigementen afgedwongen farce bleek, keek Nederland actief weg en bleef in alle toonaarden zwijgen, decennialang.
31 jaar na het referendum van 1969 werd in 2000 eindelijk in opdracht van het Nederlandse kabinet – afgedwongen door de Kamer – onderzoek gedaan naar de toedracht.
In 2005 was het rapport klaar. Het onderzoek was uitgevoerd door dr. Drooglever, een vooraanstaand historicus. Uit het rapport bleek dat de aansluiting bij Indonesië met geweld was afgedwongen van de Papua’s en dat het Nederlandse kabinet op de hoogte was. Dit rapport genaamd ‘Een Daad van Vrije Keuze’ werd niet officieel in ontvangst genomen. Het Kabinet wenste geen inhoudelijke reactie te geven.
Twintig jaar duurde het voor Don Ceder (ChristenUnie) in september 2025 een Kamermeerderheid vond om alsnog een inhoudelijke kabinetsreactie op dit rapport af te dwingen. Het Kabinet Schoof herhaalde de schande van 2005 toen het zich in januari 2026 bij monde van minister David van Weel schaarde achter de Kabinetsreactie uit 2005.
Nederland blijft dus actief zwijgen en wegkijken.
Inspireert iemand of iets je daartoe? Welke waarden spelen hierin een rol?
Mijn eerste inspiratie is mijn vader, zijn levensverhaal hoe hij opgroeide en later vocht voor de vrijheid van zijn land. Zijn verdriet om zijn volk, het gemis van zijn familie en zijn woede over het verraad door Nederland en de internationale gemeenschap.
De informatie die ik nu direct of indirect uit West Papua krijg motiveren me om te blijven vertellen en pleiten voor aandacht voor de situatie in West Papua. Ik geloof in de God van de volken die de tien geboden gaf waaronder: Gij zult niet doden en Gij zult niet stelen.
Ik ben ervan overtuigd dat opstaan voor vrede en recht de basis is voor goed samenleven, zoals dat ook in de Bijbel staat. Jezus’ leven op aarde laat zien wie God is en wat Hij van ons vraagt: Liefde die groter is dan eigenbelang. Jezus vatte de wet en de profeten samen tot: Heb God lief boven al en je naaste als jezelf Deze waarde inspireert mij. Ik merk ook dat God kracht geeft vol te houden en mensen en mogelijkheden op mijn pad brengt.
Hoe laat jij dit zien?
Ik zoek verbinding en solidariteit door onze gedeelde geschiedenis te vertellen en duidelijk te maken waar onze pijn zit en wat Nederland anders kan en moet doen ten opzichte van West Papua. Ik hoop bij te dragen aan het besef van de Nederlandse bevolking en de politiek dat het verhaal tussen beide landen niet af is en Nederland niet machteloos staat. Als lid van ChristenUnie kan ik input geven aan onze Tweede Kamer fractie. Ook ben ik betrokken geraakt bij een gebedsinitiatief voor verzoening tussen Nederland en de oude koloniën. Als Nederlander maak ik me ook zorgen om wat in onze naam is gebeurd en nog gebeurt.
Ik was afgelopen 21 april één van de woordvoerders bij een hoorzitting voor de commissie Buitenlandse Zaken in de Tweede Kamer. Ik wees als Nederlandse Papua op de historische band en de gang van zaken rond’ The Act of Free Choice’ en hoe het rapport ‘Een Daad van Vrije Keuze ‘dit jaar opnieuw werd genegeerd door het Nederlandse kabinet.
Deze hoorzitting was aangevraagd door the United Liberation Movement for West Papua (ULMWP). Don Ceder (ChristenUnie) zat deze voor. Namens ULMWP voerden Benny Wenda en Raki Ap het woord. Brits parlementslid Alex Sobel voerde het woord namens the International Parliamantarians for West Papua (IPWP).
De andere sprekers gingen inhoudelijk in op de gevolgen van de Indonesische overheersing, de doorgaande crisis tot op de dag van vandaag en de zorg om wapenonderdelen die Nederland verhandelt aan Indonesië.
We waren blij dat naast CU ook VVD, PVV en PRO aanwezig waren. Een magere vertegenwoordiging als je kijkt hoeveel partijen de Tweede Kamer telt, maar in onze ervaring van weinig politieke aandacht is dit al een stap in de goede richting.
Aansluitend werd in het Kamergebouw de film The Promise uit 2025 (van Daan Veldhuizen) ‘over de band van Nederland en West Papua vertoond.
Wil je wat veranderen en zo ja: wat?
Ik zie uit naar een vrij West Papua: hulp voor de ontheemden, terugkeer en herstel van gemeenschappen en oerwouden. Goede gezondheidszorg voor Papua’s. Onderwijs met respect voor de inheemse culturen en talen.
Ik zou op korte termijn graag zien dat er alsnog een inhoudelijke reactie van het Kabinet afgedwongen wordt op het rapport van dr. Drooglever ‘Een Daad van Vrije Keuze’ en dat de Tweede Kamer het kabinet hierop bevraagt.
Ik zou in ons parlement en in de pers hetzelfde vuur willen zien, dezelfde verontwaardiging en erkenning van verantwoordelijkheid die het rapport ‘Ongekend Onrecht’ (terecht) teweegbracht. Dezelfde schaamte, pijn en roep om verandering van onze houding ten opzichte van het ongekende onrecht in West Papua.
Wat betreft Europa zou Nederland in Brussel moeten gaan staan voor West Papua. De partijen in de Tweede Kamer zou ik willen oproepen opnieuw te kijken naar de motie van Don Ceder (september 2025) om mensenrechtenverbeteringen rand voorwaardelijk te maken bij het ratificeren van het Europese vrijhandelsakkoord met Indonesië. Ik hoop dat er snel een nieuw breed gedeelde motie kan worden ingediend.
Mijn droom is dat de NOS of RTL West Papua vast op de agenda zet. Elke maand minstens een terugblik en analyse over wat daar gebeurt.
Wat zorgt ervoor dat je het volhoudt?
Dat is een goede vraag. Ik voel het vuur in mij branden van opkomen tegen onrecht maar ik val ook weleens stil; wat nog te zeggen als er toch niet wordt geluisterd? Het is een zware last en vergt lange adem. Maar de beelden en verhalen van achterstelling, moord en vernietiging in West Papua kan ik niet negeren, ze motiveren me om door te zetten.
Ik merk wel waardering uit m’n omgeving, toch het blijft tot nu toe ons probleem. Een breed gedragen verontwaardiging merk ik niet. Het zijn slechts enkelingen die echt meestrijden.
De kerken in West Papua roepen op tot solidariteit en gebed. Dat vindt voorzichtig weerklank bij christenen in Nederland. Ik hoop dat die solidariteit verder groeit en bijvoorbeeld de Raad van Kerken dit gaat omarmen.
Afgelopen jaar is in verhouding tot voorgaande jaren de aandacht voor West Papua gegroeid. Dat is bemoedigend. Er worden stapjes gezet in ons parlement. De ontmoeting met anderen die zich voor West Papua inzetten geeft kracht. We bemoedigen elkaar, maar ervaren allemaal ook nog steeds de frustrerende stilte.
