De ander. Dat is bijvoorbeeld dé indringer; dé vluchteling; dé moslima; dé buitenstaander; dé racist; dé verbinder etc. Met stoïcijns geduld doet Bilgiç haar best overal bij te horen en hobbels op de weg rationeel weg te strijken totdat het niet meer gaat. De enige weg uit het dal is die van de kwetsbaarheid. Maar ook die weg is niet geheel zonder risico.

Wat een intelligent, volwassen en moedig boek heb je geschreven. Je stelt je daarin kwetsbaar op. Zou je je zelf definiëren als een gevoelig mens?

“Ja en nee. Ik ben best wel gevoelig, maar heb dat denk ik in de loop van de jaren af leren schermen door zo veel mogelijk te rationaliseren. Overcompensatie, dus. Dat schoot op een gegeven moment zo erg door, dat ik moeite kreeg om bij mijn gevoel te komen, en zelfs aan mensen in mijn omgeving niet kon tonen wat er door me heen ging. Ik heb met vallen en opstaan moeten leren om weer in contact te komen met het intuïtieve. Want vaak dring je juist met emotie tot mensen door. Méér dan met rationele argumenten. Mijn boek is dan ook impliciet een zoektocht naar méér hart, en minder hoofd.”

In je boek haal je allerlei benamingen van hokjes door, waarin je je zelf geplaatst ziet, of waar je zelf anderen in neigt te plaatsen. Het doet namelijk geen recht aan wie jij bent noch aan wie anderen zijn. Op een gegeven moment beschrijf je een eetprobleem die je ontwikkelt. Je benoemt het echter niet bij (hokjes)naam. Zit daar een reden achter?

“Ik wilde laten zien dat je ook zonder labels het een en ander kan beschrijven. Ik heb bewust niet alle labels benoemd of doorgestreept, om de lezer te prikkelen en na te laten denken over het arbitraire gebruik ervan. De ene keer noemen we het wel een label, en een andere keer niet. De ene keer is het oké, en de andere keer is het stigmatiserend. Maar hoe dan ook het zijn allemaal labels. Onderzoeken laten telkens zien hoezeer stereotyperingen, labels en impliciete associaties behoren tot onze blinde vlek. Ik wilde het psychologische spel daarachter blootleggen, om aan te tonen dat wat wij doorgaans als onontkoombaar zien, wel degelijk te veranderen is met een stukje bewustwording.”

1. De geloofsbelijdenis (shahada)

Je voert graag filosofische gesprekken. Ook met je familie. Zo ontdekte je tijdens een discussie die je met je moeder als jonge tiener had, dat dé waarheid een subjectief begrip is. Je vond dat ze een loopje nam met de waarheid. Jij zou op jouw beurt dingen té letterlijk nemen, was haar kritiek.  Je moeder leert je dat er ook nog iets bestaat als een context. Dat je de dingen ook in dat licht kunt bezien. Zo ontdekte je dat de waarheid geen vast concept is. Dat het verschil niet alleen maar zit in het verschil in kijkwijze tussen jou en je moeder op dat moment. Maar ook in de verandering die je zelf doormaakt: door voortschrijdend inzicht, door tijd, ervaring en toename van kennis. Nu was het onderwerp van discussie min of meer ‘banaal’. Is die les ook toepasbaar op de manier waarop je naar religie kijkt? 

525×840

“Jazeker. Ik ben nu meer geneigd om levensbeschouwingen antropologisch te benaderen. Als we het hebben over religie dan is het vaak òf je bent moslim, òf christen, òf atheist. De eigen religie wordt vaak met zo’n stelligheid verdedigd, omdat er veel op het spel lijkt te staan voor mensen. Die rigiditeit zie je veel minder als het gaat om culturen. Bij culturen vinden we het vaak wel mooi om te zien dat er vermengingen optreden. Om een simpel voorbeeld te noemen, niemand zal zeggen dat als je als autochtone Nederlander geen Turkse pizza mag eten. Maar als het om religieuze gebruiken gaat, dan is de wereld ineens te klein.

Ik heb gemerkt dat de antropologische benadering van levensbeschouwingen mij veel meer heeft opgeleverd, omdat het voorbij gaat aan het debat wie de absolute waarheid in pacht heeft. Dat debat is hoe dan ook gedoemd om te mislukken. Het gaat mij nu veel meer over wat ik kan overnemen en leren van de mensen om mij heen. En over hoe zij tot een bepaald wereldbeeld komen. Zo zie je ook hoe veel gelijkenissen er zijn tussen de verschillende levensbeschouwingen.”

2. Het gebed (salat)

Je hebt een sterke behoefte aan verbinding. Je hebt zelfs een eigen YouTube kanaal met een serie die de De Verbinding heet en waarbij je het gesprek met andersdenkenden niet schuwt. Waarom zou je de connectie blijven zoeken met mensen die niet openstaan voor andere waarheden?

“Het gaat er mij niet om de ander te overtuigen. Die rigide pogingen die ik aanvankelijk deed, om het onbegrip te overbruggen, om erbij te horen, dat heb ik losgelaten. Maar je kunt respecteren dat de ander er anders in staat dan jij en toch een openhartig gesprek met elkaar aangaan. Dan merk je vaak toch dat je iets teweeg kan brengen bij mensen waarvan je het aanvankelijk niet mogelijk had geacht en andersom. Als je dan toch die verbinding hebt kunnen maken met elkaar, dan gaat daar zo’n fijn gevoel van uit waar je energie van krijgt. Daar doe ik het voor.”

Kun je in een gesprek compassievol blijven als de ander dat niet is?

“Dat is zeker mogelijk. Daar zijn methodes voor die je terugziet bij psychologische trainingen op het gebied van bijvoorbeeld geweldloze communicatie. Ik ben bekend met de theorie, maar ik ben nog aan het leren om een vertaalslag te maken naar de praktijk. Ik merk overigens wel dat het wat uitmaakt of je het gesprek via social media voert of dat je iemand in persoon ontmoet. Als je iemand werkelijk voor je ziet zitten, dan kun je beter aanvoelen en inschatten wat er in hem of haar omgaat en daarop anticiperen. Zo heb ik voor mijn YouTube kanaal een face-to-facegesprek gehad met een vrouw die PVV stemt. Door dat directe contact kon ik makkelijker volgen wat haar zorgen waren en waar ze behoefte aan had. Daar was ik tijdens het interview vooral op gefocust. Achter de schermen hadden we meer een gesprek over wat er dan bij mij leeft. Dat vond ik het meest waardevolle stuk van het gesprek, vanwege de wisselwerking die ontstond. Als je de theorie van geweldloze communicatie weet toe te passen in de praktijk kan het iets waardevols kan opleveren. Juist ook bij gesprekken waarbij je het niet zo snel zou verwachten.”

3. De armenbelasting

In je boek spreek je over ik-cultuur en de wij-cultuur waar je gelijktijdig in opgroeit. Het valt niet mee om daar altijd een balans in te vinden. Zo noem je een mooi voorbeeld van doorgeschoten collectivisme in de vorm van aangeleerde dienstbaarheid. Je vergelijkt je moeder en jezelf als een kaars die niet het eigen lichaam verlicht, maar wel de omgeving. En dat je daardoor geluksmomenten alleen via de ander beleeft. Mooi die dienstbaarheid, maar wat heb je eraan als je eigen geluk ondergesneeuwd raakt?

“Het is voor een deel cultuur en opvoeding, om een ander vóór jezelf te plaatsen. Maar ik denk dat het ook een ontwikkeling is, waar ieder mens in zijn of haar leven mee te maken krijgt. We houden allemaal in meer of mindere mate rekening met de behoeften van een ander, omdat het in eerste instantie iets lijkt op te leveren. Maar op een gegeven moment gaat het wringen. Je kunt het vergelijken met de fase die aan een burn-out voorafgaat. De periode ernaar toe levert je wat op, maar op een gegeven moment loop je tegen grenzen aan. De vraag is dan of je anderen ook blij kan maken terwijl je ruimte laat voor jezelf en je eigen behoeften. Het klinkt paradoxaal, maar naarmate ik meer ruimte liet voor eigen behoeften, werd het contact met de buitenwereld ook beter en authentieker. Als je het anderen alleen maar naar de zin wil maken, dan laat je vaak toch wel een artificieel perfectionistische indruk achter. Wanneer je het menselijke in jezelf meer de ruimte biedt, kom je veel oprechter over en herkennen anderen zich sneller in je.”

4. Vasten in de maand Ramadan (sawm)

In je boek benoem je een anekdote over de dertiende-eeuwse moslimgeestelijke Nasruddin Hodja. Het is een parabel over respect hebben voor de ander. Hij wordt uitgenodigd voor een feestmaaltijd en komt daar alledaags gekleed aan. Hij wordt niet herkend en door iedereen genegeerd tot de bedienden aan toe. Hij gaat naar huis, doet zijn mantel aan, keert terug en wordt vervolgens op handen gedragen. Als het eten geserveerd wordt, doopt hij een stukje van zijn mantel in de soep. Op de vraag waarom hij dat doet, reageert hij dat men geen respect heeft voor hem, maar voor zijn mantel. Is dat iets wat je zelf ook hebt ervaren sinds je de hoofddoek niet meer draagt?

ebru aydin VERTICAAAL
Beeld door: Ebru Aydin

“Ik denk dat we allemaal in zekere zin een soortgelijke ervaring meemaken. Als de vraag of jij het waard bent om gerespecteerd te worden is gekoppeld aan je uiterlijk, dan verandert die behandeling dus bij wijziging van je uiterlijk. Vooral vrouwen worden vaak op hun uiterlijk afgerekend. In mijn geval waren er een heleboel mensen die mij puur om mijn uiterlijk en niet om mijn inhoud haatten, dan wel liefhadden. Op het moment dat ik qua uiterlijk veranderde, keerde dat om.”

Nu wordt de hoofddoek in de media de laatste jaren behoorlijk gepolitiseerd. Veel moslimvrouwen die hem dragen voelen zich gediscrimineerd. Is dat een reden voor jou geweest om deze niet meer te dragen?

“Nee dat heeft het minst een rol gespeeld. Ik kreeg ook heel veel respect voor het dragen van de hoofddoek en daarmee in de media verschijnen. Het gaat altijd twee kanten op. Dus er is extern wezenlijk niets veranderd, qua kritiek. Maar intern maakte ik wel een ontwikkeling door waarbij ik me steeds meer ging afvragen of het me persoonlijk, spiritueel nog wat opleverde. Het voelde steeds meer alsof ik het voor de vorm deed, en niet voor de inhoud. Het voelde onoprecht naar mezelf toe en naar de buitenwereld. Als ik iets doe, dan wil ik het goed doen, en wil ik ook voelen waarom ik het doe. Uiteindelijk doe je het voor jezelf en niet voor een ander. Het is geen makkelijke keuze geweest, maar wel een waar ik op dit moment volledig voor kan uitkomen. Ik sluit overigens niet uit, dat ik er over een paar jaar weer anders over denk. Maar dit is hoe ik er nu naar kijk.”

Hoe werd daar in je omgeving op gereageerd?

“Er waren mensen die me mailden of belden om me te feliciteren met mijn keuze. En anderen die het gevoel hadden dat ze een ziel kwijt zijn geraakt. Gelukkig waren er ook veel waardevolle mensen om me heen die wel oprecht geïnteresseerd naar mijn verhaal luisterden, mijn keuze respecteerden en me als dezelfde Dilara zijn blijven zien.”

Wat maakte dat de eerste groep mensen je bejubelde dan wel bezorgd over je keuze deed maken?

“Ik denk dat deze mensen me zijn gaan zien als een publiek figuur. Als ik niet in de media was verschenen, zou mijn keuze waarschijnlijk meer als een individuele keuze worden beschouwd. Maar op het moment dat je de Nasruddin met de mantel bent, dan komt daar een zekere verwachting van anderen, maar ook een verantwoordelijkheid bij kijken. Dat maakt dat ik het bijdragen aan een moreel verantwoord handelen in de media serieus neem en vooral niet wil polariseren. Dat is ook de reden dat ik bijvoorbeeld ongemak ervaar bij gesprekken over de hoofddoek in de media. Niet omdat ik er zelf niet over uit ben, maar omdat ik weet dat ik ingebed ben in een samenleving waarin dit een heel heftig discussieonderwerp is. Vanuit verschillende hoeken proberen mensen je te kapen voor hun eigen agenda. Daar waak ik voor. Gaandeweg leer je in het leven door de keuzes die je maakt welke mensen er vooral zijn omdat je een punt op de agenda bent en welke mensen jou wel waarderen om wie je werkelijk bent, ongeacht hoe je eruit ziet.”

5. De bedevaart naar Mekka (hadj)

Zoals blijkt uit je boek, heb je de afgelopen jaren, zo jong als je bent, een hoop mogen leren. Wat is tot slot de belangrijkste les die je de afgelopen vijf jaar hebt geleerd?

“Dat hoever ik het ook mag schoppen in het leven, ik nooit mag vergeten wie ik werkelijk ben. Of het nu in een interview is, of in interacties met mensen, of wanneer ik spreek met iemand die ik heel erg bewonder. Ik denk dat echte verbinding pas kan ontstaan als je authentiek bent. Daar probeer ik mezelf dagelijks aan te herinneren. Gelukkig heb ik ook vrienden om me heen die me een spiegel voorhouden.”

 

BeleidsadvJuridisch_mbo_830x90
Maria Bouanani

Maria Bouanani

Maria Bouanani studeerde Franse Taal en Cultuur aan de Faculteit Letteren van de Universiteit Utrecht. Voor Nieuw Wij schrijft ze …
Profiel-pagina
Al één reactie — praat mee.