Wienese is gezondheidszorgpsycholoog, orthopedagoog en initiatiefnemer van Troost voor Tranen. Dit project begon eerder als Rouw en verlies in verschillende culturen en werd opgezet vanuit GGZ Haaglanden. Daarvoor kreeg ze in 2009 de Nationale Jeugdzorgprijs. Eerder ontving zij voor haar werk met allochtone vrouwen en meisjes de Henny Verhagenprijs.

Verlies is de rode draad in haar leven. Als psycholoog begon ze te schrijven om zelf te kunnen overleven. Ze publiceerde meerdere boeken. Door haar werk kwam ze in contact met jongeren en ouderen uit verschillende culturen met verlieservaringen. Na haar pensioen zette ze haar werk voort in de Stichting Troost voor Tranen dat ook een eigen Facebookpagina heeft.

Door haar ervaringen met de dood en haar verhoogde bewustzijn, is ze ervan overtuigd dat er meer is tussen hemel en aarde. Ze voelt dat als materiële zaken en afleiding van onze kern wegvallen, dat we weer heel kunnen zijn en verbinding kunnen voelen. Inheemsen hielpen haar om deze overtuiging te verdiepen. “Ik wilde aanvankelijk geen boek schrijven, maar wel weten wat er in Suriname op scholen gebeurde op het gebied van rouw. Door de verhalen van inheemsen werd ik me nog meer bewust van hun verliezen, maar ook van hun veerkracht en ik besloot dat dit thema te belangrijk was om er niet over te schrijven.”

Inheemsen zijn de oorspronkelijke bewoners van Suriname, ook wel indianen genoemd. In Suriname leven naar schatting minder dan twintigduizend inheemsen op een bevolking van bijna 600 duizend. In Nederland zijn inheemsen niet geregistreerd. Veel van hen zijn rondom de onafhankelijkheid van Suriname (1975), de militaire coup van 1980 en de Decembermoorden (1982) naar Nederland gekomen.

Wienese: “Inheemsen geloven dat alle levende wezens bezield zijn en zien hen daarom als verwanten. Grote natuurlijke krachten, zoals de kracht van Moeder Aarde, de Zon, de Maan en de vier windrichtingen houden volgens hen het universum in balans. Dat ervoer ik zelf ook toen ik werd uitgenodigd voor het ritueel om de rouw op te heffen: de Epekodono, bij de Kari’na. Dit ritueel licht ik ook toe in mijn boek.”

Volgens Wienese houden inheemsen de westerse maatschappij een spiegel voor. “Zij tonen ons hoe je respect voor de natuur uit, hoe je zorgt voor balans in die natuur en hoe je dankbaarheid toont. Dienstbaarheid is voor hen belangrijk, net als delen en samenwerken. Liefde en eenheid staan centraal. Het draait niet om rivaliteit, denken in ‘wij’ en ‘zij’, maar om aandacht voor het goede in de mens en positiviteit.”

Waarom heb je dit boek geschreven?

“Ik heb veel gereisd en heb altijd belangstelling gehad voor andere culturen. Toen mijn boek Kun je Internetten in de hemel? verscheen, ging ik voor de eerste keer naar Suriname. Ik was benieuwd wat er op scholen gebeurde op het gebied van rouw en verlies en stapte op een dag de directiekamer binnen van de Sint Elisabethschool in Paramaribo, waar ik de schoolleider mijn boek liet zien en vroeg wat zij deden op het gebied van verlies en rouw. Het gesprek met haar resulteerde in lessen over leven en dood die door leerkrachten werden gegeven waarbij aandacht was voor het verhaal van leerlingen, waar zij hun ervaringen konden delen en elkaar konden steunen. Ook in het binnenland werden op scholen lessen gegeven over leven en dood waarbij kapiteins, dat zijn dorpshoofden, of leerkrachten informatie gaven over rouwrituelen. Op mijn reizen door het land kwam ik inheemsen tegen die hun levensverhaal vertelden, verhalen over verlies maar ook over veerkracht.”

b 18
Dans bij de boekpresentatie, zomer 2021. Tweede van rechts: Ineke Wienese.

In Apoera heb ik gesprekken over Christiano, het jongetje dat in de Corantijne is verdronken. Het hele dorp steunde de familie, er werd geld opgehaald, een kist gemaakt en gebeden met elkaar. In Nederland ontmoet ik John Wattamaleo. John vertelt: ‘Ik ben indiaan, wereldburger en rooms-katholiek. Een indiaan is iemand die met de natuur leeft. Indiaan zijn heeft te maken met de erfenis die je hebt meegekregen van je voorouders. Het is genetisch bepaald. Ik heb nog steeds respect voor de natuur en deel met anderen, net als mijn opa.’

“Verlies heeft niet alleen te maken met de dood van een geliefde maar ook met verlies van taal, land, cultuur en tradities en de druk zich aan te passen aan de samenleving waar men deel van uitmaakt. Verlies kan leiden tot groei en verandering maar ook tot een gevoel van ontworteling en heimwee. Verlies kan met kracht worden gedragen als de verbinding blijft bestaan met wie je in wezen bent, met familie en het geloof in eigen spirituele opvattingen. Ook het geloof in God en lid zijn van een kerk geven steun en kracht.

Onderweg ontmoet ik twee inheemse vrouwen die me uitnodigen de rouwrituelen mee te maken van de Kari’na, een inheems volk dat de taal en tradities grotendeels behouden heeft. Ik neem mijn hangmat mee en heb drie dagen Epekodono bijgewoond, het opheffen van de rouw na een jaar.”

De vader van Mark Langaman is een jaar geleden overleden. Ik ben als gast uitgenodigd voor Epekodono. Aan het begin van de ceremonie, zitten Mark en twee andere rouwenden op een bankje en kijken naar foto’s van de overledenen die op een tafeltje tegenover hen staan. Oudere vrouwen beschilderen het lichaam van de rouwenden en zingen karawasi-liederen. Een oudere vrouw praat al zingend met een van de overledenen terwijl ze naar de foto kijkt. Na de beschildering dansen en zingen degenen die uit de rouw gaan en worden begeleid door de oudere vrouwen die de karawasi bespelen. Men is in beweging en houdt elkaar vast, danst stilstaand en in cirkels. De gasten dansen op de sambura. Vroeg in de ochtend wordt de kleding van de overledene verbrand. Nu wordt definitief afscheid genomen. Mark wil nog een mouw uit het vuur halen en ik hoor iemand roepen ‘loslaten Mark’. Na het verbranden van de kleding wordt de sfeer lichter en vrolijker en vinden de eindceremonies plaats.

“In Nederland ontmoet ik Reinier Artist en Hercus van der Bosch, taal- en cultuurkenners van de Kari’na. Ze vertellen over rouwrituelen en spiritualiteit. Tradities en rituelen verdwijnen of veranderen, maar volgens hen is er sprake van een heropleving waarbij oude tradities weer in ere worden hersteld.

Ik besef dat de informatie die is doorgegeven en mijn eigen ervaringen en ontmoetingen met inheemsen een plek verdienen zodat de informatie is vastgelegd en kan worden overgedragen. Daarop besluit ik een boek te schrijven. Dit wordt Zing, Bid en Verwonder. Aan Petra Nelstein, mestizosjamaan vraag ik of ze een hoofdstuk wil schrijven over De troost van het rouwen. In het laatste hoofdstuk van het boek De cirkel is rond beschrijf ik mijn eigen ervaringen rondom verlies, de reis die ik zelf heb gemaakt.”

Wat zijn verschillen in het omgaan met verlies en rouwrituelen met Nederlanders?

“De wereld van inheemsen is bezield. De Grote Geest is in alle levende wezens aanwezig. Ze worden als verwanten gezien. Natuurvolken geloven dat geesten in bossen, rivieren en bergen wonen. Leven en dood vormen een cirkel. De cirkel symboliseert de eenheid en heelheid van het universum. Ook de ziel zet zijn reis voort en kan terugkomen als mens of als spirit. De wereld van de mensen en de wereld van de goden en de geesten beïnvloeden elkaar en hangen met elkaar samen.

Er is geen scheiding tussen een materiele wereld en een geestelijke wereld die in het Westen zo sterk aanwezig is. De pijai, sjamaan, kan in contact komen met de niet-zichtbare wereld en is een bemiddelaar tussen de wereld van de mensen en de niet- zichtbare wereld. Als men bij rouwrituelen de tradities in acht neemt, toont men respect voor de overledene, is de geest tevreden gesteld en de familie beschermd omdat ze zich aan de tradities en rituelen heeft gehouden.

Het leven van de overledene op aarde wordt afgesloten met het dorp, familie en vrienden. Verdriet en vreugde worden lichamelijk geuit. Het feest, Epekodono, heeft buiten plaats. Vuur, water, aarde, bomen, sterren, dieren en kinderen die rondlopen maken deel uit van de ceremonies. Het is een heelheid die je ervaart. Er worden plengoffers aan moeder Aarde geschonken en het haar van degenen die uit de rouw gaan wordt geknipt en teruggeven aan de aarde, net als de placenta die na de geboorte ook aan moeder Aarde wordt teruggegeven.

In het Westen zijn we vaak op zoek naar heelwording, eenheid en verbondenheid en is er geen plaats meer voor goden, geesten en engelen. Rouwen is vaak een individuele aangelegenheid, waarbij al snel weer wordt overgegaan tot de orde van de dag. De verbinding met de bovennatuurlijke wereld ontbreekt over het algemeen en ook de gedachte dat we een-zijn en onderdeel uitmalen van de cyclus van leven en dood.”

Wat heb je geleerd van uw ontmoetingen met inheemsen en van hun rituelen?

“Wat ik heb ervaren is een heelheid, dankbaarheid voor wat er is, respect voor de natuur, het denken in cirkels, het geloof in voorouders, een verbinding met de ziel en met de onzichtbare wereld en een gevoeligheid voor dromen en tekens. Wat ik ook heb ervaren is dat het delen van verhalen over verlies en veerkracht juist kan binden en dat inheemsen in staat zijn, niet achterom te kijken, maar in het nu te leven. Ook in het ‘nu’ houden ze de verbinding met de voorouders die in dromen boodschappen doorgeven en hen beschermen.”

Hoe draagt je boek bij aan meer begrip, aan het verbinden van verschillen in de samenleving?

“Niet de verschillen maar de overeenkomsten scheppen bij verlies een band. Want wat je weet, waar je ook vandaan komt, is hoe het gemis voelt en het verdriet. Door dat te delen ontstaat een band. Niet alleen praten, maar ook rouwrituelen spelen een belangrijke rol in het proces van ‘loslaten’ en ‘weer opnieuw beginnen’. Door verlies kom je weer dichter bij je ziel, bij wie je in wezen bent. We zijn allemaal Wij-mensen, met elkaar verbonden en met de bron.”

Zing, Bid en Verwonder. Verlies en veerkracht van inheemsen in Suriname en Nederland. Ineke Wienese. Obelisk Boeken, augustus 2021. Paperback. € 25,99. ISBN: 9789493071841. Wilt u het boek kopen? Stuur dan een e-mail naar inekewienese@hotmail.com. De helft van de opbrengst gaat dan naar projecten gericht op behoud van inheemse culturen.

Ineke Wienese (1946) heeft gepubliceerd over thema’s als scheiding (Nazmiye en Sultan), interculturele vaardigheden, partnerkeuze, seksualiteit, opvoeding en rouw en verlies in verschillende culturen. Ook heeft ze diverse projecten geïnitieerd zoals De Turkse Vrouwentelefoon, Opvoeden Zó en Spelen aan Huis. In 2000 ontving zij voor haar werk met allochtone vrouwen en meisjes de Henny Verhagenprijs. Het project Rouw en Verlies in Verschillende Culturen ontving in 2009 de Nationale Jeugdzorgprijs. Zij publiceerde het boek ‘Troost voor Tranen, Verhalen over Verlies en rouw van jongeren uit verschillende culturen’ en later ‘Kun je Internetten in de hemel? Hoe kinderen en jongeren uit verschillende culturen denken over leven en dood’. In 2021 verscheen ‘Zing, Bid en Verwonder’.

Logo_Personen

Redactie Nieuw Wij

Heeft u ook een nieuwstip? Of wilt u zelf publiceren? Laat het ons weten via de contactpagina.
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.