Kun je iets vertellen over Christian Climate Action en Fossielvrij? Wat voor bewegingen zijn het, wat is hun doel en hoe voeren zij actie?

Over CCA zeg ik altijd: wij zijn het kleine christelijke zusje van Extinction Rebellion. We zijn een netwerk van christenen van allerlei achtergronden die elkaar steunen in het actievoeren en spreken over de klimaat- en ecologische crisis. Sommigen van ons organiseren of doen mee aan acties die burgerlijk ongehoorzaam zijn, bijvoorbeeld de A12-blokkades om druk te zetten op het afschaffen van fossiele subsidies.

Fossielvrij is een burgerbeweging van mensen die zich inzetten om de pijlers die de fossiele industrie overeind houden (bijvoorbeeld geld, imago, reclame, macht) onderuit te halen. Met een klein team van betaalde medewerkers zijn we de aanjagers van heel gerichte campagnes. Mensen kennen ons misschien van onze campagne om pensioenfondsen te laten stoppen met investeren in olie, kolen en gas. In 2021 kwamen we groot in het nieuws toen dat lukte met pensioenfonds ABP.

Hoe ben je bij kerk en  klimaatbeweging betrokken geraakt?

Bij de kerk: van jongs af aan, alhoewel vaak een beetje vanaf de zijlijn. Hoe het is om van dag tot dag deel uit te maken van een kerkgemeenschap heb ik pas écht ervaren toen ik acht jaar geleden predikant werd.

Liefde voor natuur – vogels, landschappen – heb ik van jongs af aan meegekregen, en daarmee ook de zorgen om hoe wij mensen de niet-menselijke wereld aantasten. In 2021 ging mijn beste vriendin en collega-theoloog meedoen met Extinction Rebellion. Onze gesprekken daarover leidden ertoe dat ik me meer ging verdiepen in de klimaatcrisis – lezen, documentaires kijken, podcasts luisteren. Meer nog dan de angstaanjagende cijfers raakten en raken me de persoonlijke verhalen van mensen uit het mondiale zuiden: een meisje dat niet meer naar school kan en jong moet trouwen omdat door de aanhoudende droogte de oogst van haar vader jaar op jaar is mislukt en er geen geld meer is. Of een dorpshoofd wiens zoon is vermoord omdat hij zich uitsprak tegen de macht van een mijnbouwbedrijf dat het regenwoud vernietigt – de vader vroeg zich vertwijfeld af of hij zijn zoon wel met zo’n eerlijk bewustzijn van goed en kwaad had moeten opvoeden, had hij misschien nog geleefd als hij dat niet had gedaan?

Dit soort verhalen maken me verdrietig en boos en maken dat ik in actie wil komen. Via mijn vriendin heb ik me aangesloten bij Christian Climate Action en wat later vond ik Fossielvrij via internet, waar ik als vrijwilliger begon. Bewustwording en activisme zijn voor mij dan ook een wisselwerking: het verdrietige verhaal van het dorpshoofd hoorde ik van hemzelf toen ik hem interviewde voor Fossielvrij.

Persoonlijk ervaar ik het meedoen aan acties, zeker burgerlijk ongehoorzame acties, ook als een soort ontmaskering. Net zoals ik door een kerkdienst mijn leven in een ander licht kan zien, zie ik door deel te nemen aan een disruptieve actie duidelijker wat er in de wereld om me heen niet klopt. Door iets te doen wat zó ‘niet normaal’ is – bijvoorbeeld: lopen, zitten, dansen, zingen op een autoweg – ging ik scherper zien wat we heel normaal vinden maar eigenlijk helemaal niet normaal is. Bijvoorbeeld dat fossiele bedrijven zoveel macht hebben en zoveel geld en voordelen van de overheid ontvangen. Dit bewustzijn moedigt me aan om me nog meer in te zetten voor een duurzamere wereld. Kortom: handelen leidt tot bewustzijn, wat vervolgens weer leidt tot handelen.

Hoe verhouden zich jouw predikantschap en jouw betrokkenheid in de klimaatbeweging zich tot elkaar? Hoe belangrijk zijn beide voor jou?

Ik kan me mijn leven niet meer voorstellen zonder een van beide. In de klimaatbeweging vind ik mede-voorlopers, moed om op te staan, en de mogelijkheid om een klein schakeltje te vormen in het aanjagen van sociale verandering. Als predikant mag ik heel dicht bij mensen komen, gaat het om het concrete menselijke verhaal en de waarde van dít leven, van de mens die nu voor me zit – in het licht van die grotere bewegingen in de wereld en natuurlijk in het licht van het evangelie. Het is een evenwicht dat ik nodig heb. Het evangelie is voor mij de broodnodige tegenmacht tegen de machten van geld, hebzucht en onverschilligheid. Kerken zijn onmisbaar als gemeenschappen waar we steeds weer blijven horen dat de machten van deze wereld uiteindelijk het laatste woord niet hebben en waar we ons kunnen blijven oefenen in liefde en gerechtigheid.

Wat zijn de overeenkomsten en de verschillen tussen de kerk en CCA als gemeenschap?

CCA is een los-vast netwerk van mensen die verspreid over heel Nederland wonen, dus de relaties zijn ook losser dan in een kerkgemeenschap waar je elkaar iedere zondag ontmoet. Het mooie van CCA vind ik ook dat we uit heel verschillende kerkgenootschappen afkomstig zijn. Dat is soms bevreemdend, omdat je elkaars theologische taal niet spreekt, maar tegelijkertijd ervaar ik meestal veel onderling vertrouwen. Dat ontstaat vanzelf als je samen een actie doet, maar ook doordat we weten dat we bij elkaar terecht kunnen met al onze emoties rondom de klimaat- en ecologische crisis. Waar ik in de kerk soms het gevoel heb dat ik op mijn woorden moet passen omdat mensen anders zeggen: pfoeh, dat klinkt wel érg somber, kan ik bij CCA vrij mijn verdriet en angst delen. Natuurlijk is mijn rol ook anders: in de kerk ben ik voorganger, bij CCA een deelnemer als alle andere.

Christan Climate Action houdt protestviering
Christian Climate Action tijdens een protestviering

Klinkt, en zo ja hoe, jouw engagement door in jouw werk als predikant? Prediking, pastoraat, gespreksgroepen, catechese?

Door mijn betrokkenheid in de klimaatbeweging heb ik veel meer oog gekregen voor tegendraadse teksten in de Bijbel. Dat als we zeggen dat Jezus de liefde zelf is, dat óók betekent dat hij de handelaars de tempel uit jaagt in een vlaag van woede, omdat woede voort kan komen uit hartstochtelijke liefde. Hoe de profeten tekeergaan tegen sociaal onrecht (‘Wee hem die akker bij akker trekt, die huis na huis opkoopt tot er geen grond meer over is, wee hem die goed noemt wat kwaad is,’ Jesaja 5), dat kan ik niet meer vakkundig negeren zoals ik denk ik vroeger stiekem wel deed. Dus dat heeft sowieso invloed op mijn preken en ook op de rest van mijn werk! In het verlengde van mijn activisme krijg ik ook een breder maatschappelijk-politiek bewustzijn rondom thema’s als patriarchaat en kolonialisme. Ook dat klinkt nu in mijn prediking meer mee.

Wat zijn de ‘grondstoffen’ van jouw theologie? Welke theologen zijn voor jou belangrijk?

De laatste jaren merk ik dat ik me vooral aangetrokken voel tot theologen/christelijke denkers voor wie geloof en activisme op een hele natuurlijke manier samengaan. Hun (auto)biografieën vind ik heel inspirerend. Martin Luther King, Dietrich Bonhoeffer en Desmond Tutu zijn natuurlijk een beetje cliché-voorbeelden. Over en van Dorothy Day heb ik veel gelezen toen ik net met mijn activisme begon. Net als haar Duitse naamgenoot Dorothee Sölle combineerde zij op een prachtige manier mystiek en contemplatie met verzet tegen onrechtvaardigheid. Van tijd tot tijd keer ik ook terug naar Christian Führer, predikant in Leipzig in de nadagen van de DDR. ‘Die Revolution, die aus der Kirche kam’, is de ondertitel van zijn autobiografie. Doordat hij jarenlang van de Nicolaikirche een plek van gastvrijheid en vrijheid heeft gemaakt (‘Offen für alle’) konden hier de beroemde avondgebeden ontstaan van waaruit de maandagdemonstraties opkwamen. Ik vind het mooi hoe hij zelf in zijn taalgebruik en theologie steeds heel christocentrisch blijft, waardoor je geen seconde het gevoel krijgt dat hij politiek bedrijft vanaf de kansel. En toch ging zijn boodschap naadloos over in de vreedzame revolutie.

Je hebt je kritisch uitgelaten over ‘hoop’. Waaruit bestaat die kritiek?

Ik schreef over hoop naar aanleiding van een uitspraak van klimaatwetenschapper Kate Marvel: ‘We need courage, not hope, to find climate change’. In ons alledaagse taalgebruik staat hoop gelijk aan een positieve toekomstverwachting, als je bijvoorbeeld zegt: ‘Ik hoop dat…’ Dat is te passief, zegt zij. En hoop wordt te snel verward met optimisme: het zal allemaal wel goedkomen.

Kate Marvel gebruikt liever het woord ‘moed’: hoe de uitkomst ook zal zijn, we hebben moed nodig om te vechten voor wat ons dierbaar is. Uiteindelijk gaat het mij niet zozeer om het woord dat we gebruiken. Een beroemde tekst die aan Vaclav Havél wordt toegeschreven, definieert hoop juist zo: ‘Hoop is niet hetzelfde als optimisme; evenmin de overtuiging dat iets goed zal aflopen. Het is de zekerheid dat iets zinvol is onafhankelijk van de afloop.’ Ecofilosoof Joanna Macey gebruikt de term ‘actieve hoop’ voor een levenshouding waarin je meewerkt aan de heling van de wereld in het volle besef van onzekerheid over de toekomst.

Hoe ga je om met de hopeloosheid ten aanzien van het klimaat, zowel die in het algemeen als die – misschien – in jezelf?

Momenteel ben ik een boek aan het lezen van filosoof Mara van der Lugt met de titel Hoopvol pessimisme. Zij maakt een onderscheid tussen wanhoop en fatalisme dat ik heel behulpzaam vind. Ik voel me soms wanhopig over hoe de wereld om ons heen uit elkaar aan het vallen is – dat is zwaar en verdrietig, maar volgens mij een hele menselijke reactie en daar probeer ik dan ook van tijd tot tijd ruimte voor te maken. Juist vanuit die wanhoop kan ik ook weer in beweging komen. Fatalisme, de overtuiging dat niets wat je doet nog een verschil kan maken, werkt juist verlammend. Bovendien klopt het niet: er zijn altijd kansen om een verschil te kunnen maken, hoe klein dat verschil soms ook is.

Is ‘het klimaat’ een terugkerend onderwerp in jouw pastoraat? Ik kan bedenken dat als mensen weten van jouw betrokkenheid bij de klimaatbeweging, zij eerder hun zorgen en hun vragen op dat punt met jou delen. Misschien ook hun kritiek op de klimaatbeweging of op ‘politiek in de kerk?’

Veel mensen die ik spreek, maken zich zorgen over ‘de staat van de wereld’ – klimaat is daar onderdeel van, maar ook oorlogen, politieke instabiliteit en de opkomst van radicaal rechts. Soms denk ik dat die zorgen voor mensen die zijn opgegroeid in een tijd dat alles alleen maar beter zou worden, nog lastiger zijn dan voor mensen van mijn generatie en de generaties onder mij. Ik probeer ruimte te bieden aan de emoties, juist omdat ik zelf ervaar hoe belangrijk het is om dat te delen en er niet alleen mee rond te lopen.

Kritiek is er natuurlijk soms ook en dat mag. Maar het heeft me eerlijk gezegd verbaasd dat je als predikant veel ‘activistischer’ kunt zijn dan ik had gedacht. In het begin vond ik het heel spannend hoe gemeenteleden op mijn activisme zouden reageren, maar dat is me alles meegevallen.

Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd in Ophef, het ’tijdschrift voor hartstochtelijke theologie’ van de Vereniging voor Theologie en Maatschappij.

Bart Vijfvinkel

Bart Vijfvinkel

Predikant

Bart Vijfvinkel (1965) werd geboren uit een Indische moeder en een Hollandse vader. Hij studeerde theologie in Utrecht en Amsterdam (UvA). …
Profiel-pagina
Al één reactie — praat mee.