Alles wat ze zegt, lijkt te leiden tot een rel in media of politiek. Vorige maand nog stelden CDA, ChristenUnie en SGP Kamervragen over haar uitspraken op Islamonline.net. De machtige joodse lobby is geïntegreerd in de Nederlandse regering, zei Gretta Duisenberg. “Ze mogen op mij woedend zijn, als ze maar gaan nadenken. Want het is de realiteit.” De voorvechtster van de Palestijnse zaak over haar keuzes in daden en woorden.

Door: Pauline Weseman

Als ze een ding moet noemen wat in al die jaren het beste heeft gewerkt in haar strijd voor de Palestijnse zaak, dan is het: “Gewoon de waarheid durven zeggen.”
Dat er over die waarheid nogal wat verschil van mening blijkt te bestaan, heeft Gretta Duisenberg (67) geweten. Media, politici en buurtbewoners vallen voortdurend over haar uitlatingen. Ze schopte het tot hoofdpersoon in de tv-programma’s ‘Het Zwarte Schaap’ en ‘Advocaat van de Duivel’ waarin ze door een jury schuldig werd bevonden aan steun aan de islamitische verzetsbeweging Hamas, terreur tegen Israël en antisemitisme. Zelf kan ze er – inmiddels – goed mee omgaan. “Ik vind antisemiet bijna een eretitel worden. Je ziet dat mensen graag een vooroordeel en oordeel hebben, zonder mij te kennen, maar op grond van wat er in de krant staat. Het is voor mij zo essentieel te zeggen wat je wilt, want niemand durft dat.” In een gesprek over de achtergrond van haar keuzes klinkt een voortdurende drang door naar onafhankelijkheid, vrijheid en rechtvaardigheid.

Kreeg u in uw jeugd veel ruimte voor eigen keuzes?
“Wat geloof en zelfontwikkeling betreft niet. Ik kom uit een beschermd, gereformeerd vrijgemaakt milieu. Mijn vader was niet religieus, mijn moeder was nogal dogmatisch. Ze voelde zich verantwoordelijk om ons vanuit haar geloofsleer op te voeden. Dat betekende bijbellezen en bidden, naar de kerk gaan, niet naar kermis of bioscoop. Ik voelde me schuldig als ik ‘s avonds ín mijn bed bad in plaats van ervóór. Ik deed nog wel geloofsbelijdenis op mijn zeventiende. Dat meende ik, maar wilde vooral mijn moeder behagen. We hadden veel ruzie. Kort daarna ging ik op kamers, in Heemstede.”

Waarom?
“Ik mocht niet studeren. Ik wilde naar het CIOS (sportacademie), want ik vond sporten heerlijk, maar de wedstrijden waren op zondag. Dat mocht niet. Mijn moeder was hoofd verpleegkundige en zei: ‘Doe jij dat ook maar’. Ik accepteerde dat. Je wist niet anders. Later kreeg ik daar ontzettende wroeging over.


“Het zijn niet de joden die niet deugen,
maar het is de zionistische ideologie die niet deugt”

Daarom ging ik weg. Ik wilde zelfstandig zijn, de wereld ontdekken, niet in een stramien. Dat lukte erg goed. Belangrijk is dat je je niet steeds schuldig voelt. Vanwege dat schuldgevoel ben ik tegen het geloof, hoewel het voor mensen ook een steun kan zijn. Nu ben ik agnost. Ik heb zoveel meegemaakt dat ik nergens meer in geloof, behalve in de mens.”

Vanwaar uw gedrevenheid voor de Palestijnen?
“Ik hield me bezig met allerlei conflicten: Bangladesh, Nicaragua, Zuid-Afrika, Argentinië.
Maar toen de tweede intifada (opstand) tegen Israel van de Palestijnen begon in 2000, zei ik tegen mijn man Wim Duisenberg: Nu is het afgelopen, nu ga ik me inzetten voor de Palestijnen. Dat premier Sharon met 800 militairen naar de Tempelberg ging, vond ik een verschrikkelijke provocatie waar ik van over mijn nek ging. Ik bestelde een Palestijnse vlag, demonstreerde ermee, hing hem aan mijn balkon in Amsterdam. Toen brak de hel los.”

Het nieuws dat Wim Duisenberg, de eerste president van de Europese Centrale Bank, een Palestijnse vlag aan zijn huis had hangen, veroorzaakte internationaal enorme commotie en maakte Gretta Duisenberg een bekende voorvechtster voor de Palestijnse zaak. In 2002 richtte ze stichting ‘Stop de bezetting’ op.

Van welke keuzes heeft u achteraf spijt?
“Nergens van. Ik vind het wel spijtig dat het me tot op vandaag wordt nagedragen dat ik met mijn hoop op ‘zes miljoen’ handtekeningen tegen de Palestijnse bezetting de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog zou hebben bedoeld. Ik dacht daar geen moment aan. Ik bedoelde een veelvoud van de 600 handtekeningen die we al hadden.”

Waarom zei u het dan?
“In de euforie. We waren net begonnen met ‘Stop de Bezetting’. Ik had een lezing gehouden, we kregen gehoor. De opmerking was te flapuit, te spontaan. Ik reageerde in het begin uitsluitend vanuit emoties en betrokkenheid. Nu zou ik dergelijke uitspraken niet meer doen en val ik meer terug op het internationaal recht. Ik moet ontzettend oppassen. Als ik zeg dat Joodse mensen in Amsterdam zuid restaurants annexeren, krijg ik weer een golf kritiek over me heen, maar het is wel waar. Als ik binnenkom, gaan zij weg. Ik zie er niets verkeerds in om dat te zeggen.”

Waarom noemen ze u volgens u een antisemiet?
“Dat is de tactiek van de joodse lobby. Door mij zo af te schilderen, kan ik geen kritiek leveren op het zionistische bewind. Het zijn niet de joden die niet deugen, maar de zionistische ideologie die niet deugt.
De joodse lobby is ongelooflijk sterk in Amerika en hier. De totale afsluiting van Gaza is tegen het internationaal recht, de mensenrechten en de conventies van Genève. Maar Israel lapt alles aan haar laars. Er zijn 39 onuitgevoerde VN-resoluties. Israël kan overal mee wegkomen. Het wordt tijd dat wij Nederlanders afkomen van het eeuwige schuldgevoel vanwege de Holocaust dat ons wordt aangepraat door de joodse lobby. Wij zijn zeker schuldig in Europa, de nazi’s vooral, maar de Palestijnen niet. De Holocaust mag nooit meer gebeuren, maar in wezen gebeurt het daar nu ook. Er is afscheiding, kolonisatie en een apartheidssysteem. We zijn zo stom geweest om een bewoond stuk land te geven aan de joodse mensen.”

Voor Israëlieten is het het beloofde land.
“Daar gaat het hen niet om. Zij zijn zogenaamd het uitverkoren volk. Dat zeiden de nazi’s ook over de Ariërs. De niet-Ariërs moesten maar weg.”

U bent vaak in Gaza geweest, Hoe is het om daar jong te zijn?
“Heel vreselijk. Je kunt je niet voorstellen hoe platgegooid het daar is. Veel jongeren zijn getraumatiseerd, mogen Gaza niet in of uit, willen studeren in het buitenland maar mogen niet. Er zijn geen boeken, medicijnen, niets. Van de jongeren tussen de 16 en 24 jaar is 67 procent officieel werkloos. Dan raak je gefrustreerd. Ook als je vader voor je ogen is vernederd, geslagen of gedood. Dan denk je: ik ben de zoon des huizes, ik moet het overnemen, maar krijg de kans niet.”

Wat is het gevolg?
“Ratten in een kooi met weinig water, eten en ruimte gaan elkaar bijten en doden. Sommige jongeren gaan collaboreren, anderen pleegden zelfmoordaanslagen. Nu schieten ze zelfgemaakte raketjes af, kachelpijpen. Dat is niet goed. Maar de vier Israëlische doden die tijdens de Gaza-oorlog vorig jaar zijn gevallen zijn niet te vergelijken met de 1400 Palestijnse doden.”

U noemde een bezoek aan Gaza ‘thuiskomen’.
“Ja, ik voel en denk als een Palestijnse. Ik bewonder hun kracht, gastvrijheid en solidariteit. Als het huis van de buren is gebombardeerd en ze zelf nauwelijks te eten hebben, komt toch iedereen eten. Ik herken hun trots. We kunnen ombuigen als helmgras, maar komen altijd weer op.”

Hoe is het om daarna terug te komen in Nederland?
“Dan geneer ik me, over hoe verwend we zijn. Er zijn hier veel jonge lapzwansen die alles vanzelfsprekend vinden. Het wordt ze gemakkelijk gemaakt. De kinderen in Gaza zijn zo serieus en leergierig.
Wij hebben een ik-maatschappij. Van een streng calvinistische maatschappij gaan we naar het andere uiterste. Er is geen respect. We zijn intolerant en agressief. Vroeger waren we tegen de joden. Nu gebeurt in wezen hetzelfde tegen moslims. We accepteren niet dat een ander zijn geloof, gewoonten en ideologie heeft. Mensen zijn bang hun positie te verliezen, terwijl de cultuur alleen maar rijker, genuanceerder, gevarieerder wordt van samenwerking.”

Hoe zal Nederland zich ontwikkelen met al die culturen?
“Ik zie het heel somber in. Ik denk dat er een oorlog uitbreekt, in de hele wereld, waar de Tweede Wereldoorlog niets bij is en dat onze kinderen dat meemaken. Het zal gaan om olie, materialisme en macht. Dat gaat escaleren.”

Welke mensen hebben u beïnvloed in uw strijd?
“Che Guevara. Zo’n krachtig mens. Consequent. Ook Mandela. Het zijn mensen die zich niets aantrekken van wat mensen van je zeggen. Guevara is erom vermoord.”

Bent u weleens bang dat dat u ook overkomt?
“Ik krijg wel doodsbedreigingen, maar ben nooit bang. De AIVD heeft mij jaren geleden beveiligd. Ik kreeg niet te horen waarom. Twee jongens postten voor mijn deur. Ik moest hen mijn dagprogramma doorgeven. Ging ik naar de Albert Heijn of demonstreren, gingen zij mee. Na vier weken ging die beperking van mijn vrijheid mij zo vervelen dat ik het heb stopgezet. Mijn kinderen zijn wel bang voor mij.”

Is het u dat waard?
“Ik stel hen gerust. Ik heb hen beloofd niet mee te gaan met de vloot van hulpgoederen die in mei afreist naar Gaza. Want ik ben hun laatste ouder.”

U trouwde in 1987 met Wim Duisenberg. Wat voor invloed had hij op uw keuzes?
“Hij heeft mij beïnvloed door mij niet te beïnvloeden. Wim was zo ontzettend zichzelf, zo vol respect voor alles wat ik deed, tolerant en bescheiden.”

Wim Duisenberg overlijdt in 2005. Gretta vindt hem drijvend in hun zwembad in Frankrijk.

Hoe is met u?
“Ik kan er beter mee omgaan, ik huil minder. Ik praat nog steeds met hem, ga vaak naar zijn graf, gedichten lezen. Soms droom ik. Dan zie ik zijn gezicht op het kussen. Als ik hem dan kus en voel dat het een kussen is, heb ik zo’n verdriet. Hij was de liefde van mijn leven, totaal. Van hem heb ik geleerd jezelf te zijn onder alle omstandigheden.”

Wel een verschil met uw moeder.
“Ja, maar er zat nog een fase tussen. Ik was eerst getrouwd met Frits (Bedier de Prairie, internist, red.) en kreeg de ziekte van Hodgkin. Dat ik beter werd, voelde als een herkansing. Als ik de kinderen naar school bracht, zag ik mensen bij de bushalte staan. Daar was ik jaloers op. Ik dacht: Zij gaan naar hun werk, zijn onafhankelijk en verdienen hun eigen geld. Ik besloot een baan te zoeken en te scheiden. Daarna had ik het voor elkaar. Toen Wim mij een aanzoek deed, was ik bang mijn vrijheid te verliezen. Hij zei: ‘De enige manier waarop ik je kan behouden, is door je vrij te laten.’ Dat heeft hij gedaan. Dus behield hij me ook. Het duurde een jaar voor ik ja zei. Elkaar de vrijheid geven doen we niet meer in onze maatschappij. Maar pas dan kun je je ontwikkelen en ontplooien.’’

Al 61 reacties — praat mee.