Hoe herstel je historisch onrecht? Kan Nederland kritisch omgaan met haar koloniale verleden om uiteindelijk tot een divers en inclusieve samenleving te komen? Hoogleraar Nicole Immler onderzocht de afgelopen vijf jaar hoe de samenleving recht kan doen aan slachtoffers van koloniaal geweld, slavernijverleden en andere misstanden uit het verleden. Samen met onder meer de befaamde keynote speaker mensenrechtenadvocate Liesbeth Zegveld, komen onderzoeksresultaten uitgebreid aan bod tijdens de tweedaagse conferentie Dialogics of Justice van 15 -17 april aan de Universiteit voor Humanistiek te Utrecht. Ook onderzoeker Joandi Hartendorp spreekt tijdens de conferentie over de herstelroute van het slavernijverleden in Amsterdam.

De focus ligt op vragen over herstelbetalingen in verband met het historische onrecht. Niet alleen in Nederland, maar ook in bijvoorbeeld Indonesië, het Caribisch gebied, Nigeria en Bosnië. Immler: “Het afgelopen decennium is er een toename geweest van civiele procedures voor Nederlandse districtsrechtbanken door mensen die nadelig getroffen zijn door koloniaal geweld, militaire missies, seksueel misbruik en milieuschade.”

Nicole Immler is professor Historical Memory and Transformative Justice aan de Universiteit voor Humanistiek. Immler richt zich in haar onderzoek vooral op hoe historisch onrecht, waaronder kolonialisme, wordt herinnerd in de huidige samenleving. Ze onderzoekt hierbij de relatie tussen herinneringen, identiteit, en rechtvaardigheid. Haar focus ligt op vragen over herstelbetalingen in verband met het historisch onrecht. Tijdens haar onderzoek Narrated (In)Justice, over hoe (on)rechtvaardigheid wordt naverteld over verschillende generaties, was ze Marie Curie Fellow aan het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies. In 2018 publiceerde Immler een prijswinnend artikel in BMGN Low Countries Historical Review over de vervolging van de Nederlandse oorlogsmisdaden tijdens de massa-executie in Rawagede, Indonesië.

Nederland gaf eind maart geen steun aan een VN-resolutie over erkenning van het slavernijverleden. Dit leidde tot bittere reacties vanuit de Afro-Caribische gemeenschap. Niettemin voltrok zich tijdens de bewuste Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op woensdag 25 maart jl. een unicum: de VN noemde de trans-Atlantische slavenhandel ‘de ergste misdaad tegen de menselijkheid ooit’. In de Algemene Vergadering werd een resolutie daarover, die door Ghana was ingediend, aangenomen.

De resolutie is volgens Ghana nodig, omdat de gevolgen van de trans-Atlantische slavenhandel ook vandaag de dag nog doorwerken. De Ghanese president John Mahama noemde de slavenhandel op deze manier veroordelen belangrijk ‘ter nagedachtenis aan de miljoenen mensen die de vernedering van slavernij hebben ondergaan’. De resolutie werd aangenomen nadat 123 landen voor hadden gestemd. Drie landen stemden tegen: de Verenigde Staten, Israël en Argentinië. En 52 landen onthielden zich van stem waaronder Europese landen en Groot-Brittannië. Ook Nederland onthield zich en dat veroorzaakte onrust in de Afro-Caribische gemeenschap.

Immler: “Wat zijn de eerder gemaakte excuses van zowel premier als koning waard als deze mondiale erkenning door Nederland niet wordt gesteund?” “Dit is een treffend voorbeeld van hoe historisch onrecht voor het voetlicht brengen niet alleen betekent het verleden te memoreren. Juist nu een andere houding in het heden tonen is gewenst.”

VN-baas Antonio Guterres zei dat ‘veel krachtiger optreden nodig is’ om historisch onrecht aan te pakken. Nederland is overigens het enige land dat zich officieel heeft verontschuldigd voor de rol in de slavernij. Immler: “Terwijl excuses terecht ‘een komma’ werden genoemd en geen punt. Nederland geeft met onthouding van stemming tijdens de VN-resolutie weinig blijk van wat herstel betekent. Namelijk het ondertekenen van het verdrag. Anders denken mensen dat het over slavernij gaat. Daarom vind ik het huidige debat over het Nederlandse slavernijverleden cruciaal. Want het zou ertoe kunnen leiden, dat we anders gaan denken over erkenning en herstel.”

foto Nici on KetiKoti kopie
Nicole Immler (rechts, met camera) tijdens Keti Koti

“Te veel onderzoek over erkenning is alleen op het verleden gericht. Terwijl voor slachtoffers juist de idee van ‘hoe de toekomst eruit komt te zien’ cruciaal is. Gehoord, gezien en erkend worden als slachtoffer is niet genoeg. De structuren moeten veranderen die hun slachtofferschap mogelijk hebben gemaakt. De Nederlandse samenleving dient zich af te vragen waarom veel mensen zich tweederangsburgers voelen. Andere civiele rechtszaken in Den Haag laten ontegenzeglijk zien waarom koloniale geweldspleging samen besproken moet worden met voortgaand institutioneel geweld. Vooral om te begrijpen dat het in al die gevallen niet gaat om individuele erkenning en herstel, maar om maatschappelijk herstel in bredere zin.”

“Civiele slachtoffers bij militaire missies, nieuwe geweldsincidenten in de jeugdzorg. Het roept de herinnering op aan eerder leed en laat zien dat de politiek en de maatschappij er te weinig aan doen om geweld te voorkomen: te weinig verandering in de institutionele structuren, te weinig verandering in de mindset. Dat je wordt gezien als een burger van wie de rechten zijn geschonden, dat je onderdeel bent van een groep die gemarginaliseerd wordt. Juist bij institutioneel onrecht – zoals institutioneel racisme, denk aan het Toeslagenschandaal -, is dat van elementair belang. Het is niet goed genoeg maatwerk te leveren; het behelst juist verandering van de structuren die het individuele geweld en onrecht mogelijk gemaakt hebben. Dat is nodig voor transformatie,” aldus Immler.

Gaza en de vrijheid van meningsuiting

Immler stelt als wetenschapper historisch onrecht aan de kaak. Juist omdat de maatschappelijke doorwerkingen van het verleden zo voelbaar, maar vaak onzichtbaar zijn. De vrijheid om dit soort onderwerpen te kunnen bespreken, ligt onder vuur, zo concludeert zij. Ze weegt haar woorden steeds zorgvuldiger en denkt langer na over wat ze wel en niet kan zeggen, omdat ze wil voorkomen dat ze meteen – ook op de universiteit – in het ene of andere kamp geplaatst wordt: “Bijzonder zichtbaar wordt deze doorwerking in hoe wij vandaag over Gaza spreken. Velen hebben de Tweede Wereldoorlog herinneringscultuur zo geïnternaliseerd dat het een identiteit is geworden.”

Volgens haar heeft Nederland met Duitsland gemeen dat de Tweede Wereldoorlog nog steeds het meest relevante kader is als het om herdenkingscultuur gaat. “In Duitsland is dit bijvoorbeeld zichtbaar in het feit dat iedereen het monumentale Holocaust Memorial in Berlijn kent. Terwijl slechts weinig burgers op de hoogte zijn van de historisch minstens zo beladen locatie driehonderd meter verderop, de Wilhelmstrasse 92. Daar hangt alleen een kleine plaquette die herinnert aan de Berlijn Conferentie 1884/1885 waar Afrika werd verdeeld onder de Europese machten.”

foto.Nicole Immler kopie
Nicole Immler

Hoe kwam je als Duitse wetenschapper met het Nederlandse koloniale verleden in aanraking?

“In het programma Nieuwsuur zag ik dat oude vrouwen in Java een rechtszaak tegen de Nederlandse staat hadden gewonnen. Ik was onder de indruk, ‘dat dit kon’ en begon de casus uit te zoeken. Het is niet toevallig dat ik me vandaag de dag nog steeds in rechtszaken verdiep die gaan over ‘historisch onrecht’ terwijl getroffenen het ervaren als ‘tegenwoordig onrecht’. Vraag blijft steeds hoe je erkenning kan geven terwijl juristen denken dat verjaard is of de maatschappij ‘liever bouwt aan een betere toekomst’. Getroffenen ervaren geen rechtvaardige samenleving zolang het leed uit het verleden niet onder ogen wordt gezien en erkend wordt. Hoe? Door respons te formuleren waaruit blijkt  dat er oude patronen doorbroken worden.”

Oorlogsmisdaad in Rawagade

Nederlandse militairen doodden in 1947 honderden mannen van Javaans dorp Rawagede. Hun weduwen klaagden de staat aan. De executie van hun echtgenoten, civiele burgers door Nederlandse militairen was onrechtmatig. Maar de oorlogsmisdrijven zijn verjaard en daarom moet de claim van weduwen van slachtoffers worden afgewezen. Dat stelde de landsadvocaat namens de Nederlandse Staat in een uitgebreid verweer bij de rechtbank in Den Haag.

Rawagede is een van de best gedocumenteerde massaexecutie uit de koloniale oorlog in Nederlands-Indië. Volgens advocaat Liesbeth Zegveld, die de Staat namens de weduwen heeft aangeklaagd, is het voor de nabestaanden teleurstellend en onbegrijpelijk dat een beroep wordt gedaan op verjaring, zoals ook in andere gevallen.

Terwijl de Nederlandse staat voor verjaring pleitte, ging de rechter hier niet in mee. Door Nederland toch aansprakelijk te stellen, leidde dat tot excuses en herstelbetalingen. Dat was de eerste keer dat Nederland voor misdaden ten tijde van de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog aansprakelijk is gesteld. Dat was mogelijk vanwege de goede documentatie van de massa executies en getuigen ervan. ‘Ragawade’ is namelijk niet zo lang geleden als sommige mensen graag beweren. Terwijl daders van de Tweede Wereldoorlog nog steeds worden berecht, zijn daden in toenmalig Nederlands Indië daarentegen verjaard.

Immler: “De verjaring is in dit geval opgeheven, Rawagade was daarmee een milestone in erkenning van historisch onrecht. Alleen had dit helaas geen precedentwerking. In andere gevallen van historisch onrecht wachten getroffenen nog op een zo’n vergelijkbare stap van inzicht en erkenning.”

Sinds de Rawagede-zaak worden ook andere vormen van historisch onrecht voor de civiele rechter gebracht, in de hoop doorbreking van de verjaring te kunnen afdwingen. Een voorbeeld is de recente adoptiezaak over misstanden bij binnenlandse adopties in de periode 1956-1984. Meer dan 13 duizend ongehuwde moeders stonden in die jaren onder zware sociale, maatschappelijke en religieuze druk hun pasgeboren kind af. In de procedure staat de vraag centraal of de Staat onrechtmatig heeft gehandeld door de betreffende vrouwen eenzijdig, onvolledig of onjuist te informeren over hun rechten en/of de praktische mogelijkheden om hun kind op te voeden. Ook in deze zaak beriep de Staat zich op verjaring. En ook in andere gevallen. Zie: Tijd heelt niet alle wonden: mag verjaring wijken voor historisch onrecht?.

Immler vertelt dat in de wetenschappelijke wereld lang gedacht is dat het slavernijverleden exclusief terrein van de zwarte gemeenschappen is. “Dat dit verleden een gedeeld verleden van ons allemaal is, is een bewustwording die zich langzaam in de samenleving en de universiteiten voltrekt. De gedachte dat het niet alleen gaat om diversiteit te bevorderen maar juist ook om stil te staan bij de verantwoordelijkheid die je geniet wanneer je diep gewortelde privileges hebt. Van eminent belang is in dat opzicht de komst van een slavernijmuseum en de viering van 1 juli Keti Koti: afschaffing van de slavernij in Nederland, Suriname en op de Antillen- als nationaal herdenkingsmoment.”

“Want hoe bestaat het dat mensen zich er niet van bewust zijn dat Palestina onze eigen Holocaust backyard is? Waarom verwijzen naar andere conflictgebieden waar het toch ook erg is? Dit ‘whataboutism’ leidt ons af van in de spiegel te kijken en ons af te vragen wat onze eigen verantwoordelijkheid is. Dat stelt ons in staat de samenhang te kunnen zien. Dat kan ons op weg helpen de exclusieve herdenkingscultuur op 4 en 5 mei achter ons te laten. En ons af te vragen waarom inclusief herdenken zo belangrijk is voor een inclusieve samenleving.”

Hierbij refereert Immler aan collega-wetenschappers die haar in deze artikelenserie Slavernijverleden en Herstel zijn voorgegaan. “Ook zij onderstrepen het belang van de betekenis van herdenken ook in het heden. Want het herdenken van het slavernijverleden kan een krachtig middel zijn om bewustzijn te creëren, de dialoog over dit gedeelde verleden te bevorderen en verandering teweeg te brengen om rassendiscriminatie uit te bannen.”

Heling en Herstel gaat niet alleen om geld. Welke oplossingen zijn er voor het verminderen van de sociale ongelijkheid, en het gebrek aan representatie van de zwarte gemeenschap in de media, politiek en het onderwijs?

Immler: “Het fonds van 200 miljoen euro was beloofd voor ‘bewustmaking, kennisvergroting en herdenking’. Volgens critici betekent dit, dat het geld terechtkomt bij de educatie van diegenen die weinig weten over het onderwerp in plaats van bij diegenen die de gevolgen – de zichtbare en onzichtbare achterstanden – aan den lijve ondervinden.”

foto Demo voor herstel.Ketikoti2023 kopie

“Dit is een goed voorbeeld van hoe het debat normaliter gaat: er wordt veel gesproken over de hoogte van de bedragen maar te weinig over het doel. Want wat willen wij er eigenlijk mee bereiken? Waar is het voor? Dit zie je steeds als het om de term ‘herstelbetaling’ gaat; ook het bredere debat richt zich steeds op de term ‘betaling’ in plaats van wat het ‘herstel’ nu exact inhoudt.”

Het gaat volgens haar bij herstel niet om het verschuiven van een pot geld van de witte groep naar de zwarte groep. “Zo zwart-wit zit de plurale Nederlandse samenleving niet meer in elkaar – ook al wil conservatief-rechts dat graag geloven. Het betreft een herstructurering van de sociale relatie tussen groepen en hun verhouding met de overheid. Zoals professor Manon Sanchez eerder in deze serie zei: ‘Herstel gaat niet over het verleden, maar over het heden’.”

Rechtsherstel

“En het gaat over rechten,” vult Immler aan. “Hier zijn inderdaad veel misverstanden over de betekenis van ‘herstel’, zoals Kenneth Donau (Stichting Afro-Caribische Levensbeschouwing en Spiritualiteit) eerder in een interview tegen mij zei: ‘Reparations’ – in het Nederlands ‘herstelbetalingen’ – suggereert  het idee van ‘geld betalen’. Maar dit verengt het idee van herstel vanaf het begin, en leidt tot weerstand bij degenen die niet willen betalen! Terwijl als je zou spreken over ‘rechtsherstel’ dan zou het gesprek veel makkelijker zijn.

“Of neem de woorden van Barryl A. Biekman, voorzitter van het Platform Dutch Slavery Past, tijdens de openingsceremonie van het VN-decennium voor mensen van Afrikaanse afkomst in 2014. Hij stelde dat ‘reparation’ niet beperkt blijft tot materieel herstel, maar dat het gaat om het fundament, het is verbonden met het herstel van alle rechten van mensen van Afrikaanse afkomst. Voor mij is dat een heel belangrijk aspect dat vaak over het hoofd gezien wordt. De vraag om erkenning is een vraag om de mensenrechten te respecteren en te erkennen dat deze geschonden werden.”

“Mark my words: erkenning gaat om het herstel van een relatie. En herstel gaat om de transformatie van die relatie. Want er is sprake van een verstoorde relatie door het geweld en precies die relatie zou hersteld moeten worden. Deze relatie uit zich bijvoorbeeld in de toegang tot educatie, de gezondheidszorg, de arbeidsmarkt en de archieven. Vertaal het in het optimaal bieden van kansen en toegankelijkheid in brede zin,” aldus Immler.

Hoe herstel je historisch onrecht?

Brengen juridische stappen tegen instellingen zoals de Nederlandse staat, het leger, de kerk en multinationals de erkenning en rechtvaardigheid waar mensen naar verlangen? Wat zijn de kansen en beperkingen van het civiele recht om recht te doen? Hoe resoneren deze zaken met grootschalige maatschappelijke schandalen over de massale mensenrechtenschendingen in de kinderbijslagaffaire (‘Toeslagen’) en de gaswinning in Groningen; En de enorme tekorten van die herstelprogramma’s? Welke omstandigheden zijn bevorderlijk, en welke minder gunstig voor mensen om zich erkend te voelen? En welke rol spelen staats- en niet-statelijke instellingen bij het transformeren van erkenningsprocedures?

Deze serie over heling & herstelrecht slavernijverledenis een coproductie van Stichting Heilzame Verwerking Slavernijverleden & Nieuwwij.nl.

Miriam van Coblijn

Miriam van Coblijn

Miriam van Coblijn is journalist en schrijft over diversiteit, medische items, cultuur, lifestyle en literatuur. Ze is gastdocent …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.