Paul Schenderling (econoom en adviseur sociale kwesties bij Berenschot) en Matthias Olthaar (lector circulaire economie aan NHL Stenden Hogeschool) laten in Hoe handel ik eerlijk? zien hoe het mogelijk is om goede keuzes te maken voor de economie.

“Vorig jaar hebben wij een stukje nieuwe bestrating in onze tuin laten leggen door een stratenmaker”, zegt Paul, “Deze stratenmaker moet kunnen leven van het geld wat hij daarvoor krijgt. Dat contact van mens tot mens is heel gewoon, omdat je elkaar in de ogen kunt kijken. Maar door de internationale handel kunnen we de persoon die voor ons een koffieboon plukt of een smartphone in elkaar schroeft niet in de ogen kijken. Met als uitkomst dat die persoon veel meer uren in de week moet werken voor gemiddeld tien keer zo weinig salaris en geen enkel sociaal vangnet.”

Hoe kunnen we de economie zo vormgeven dat het wel ten goede komt van alles wat leeft?

Paul: “Wij denken dat structurele verandering mogelijk is door het delen van spullen, het kopen van spullen met een lange levensduur en rechtvaardige productie en het niet kopen van onnodige spullen. Dat is de enige manier waarop wij minder tijd zouden vragen van mensen ver weg die er nu bijna niet aan toe komen om voor zichzelf een huis te bouwen en hun eigen land op te bouwen. Ik vind dat wij als kopers die in principe iedereen in de ogen zouden moeten kunnen kijken, de verantwoordelijkheid hebben om de tijd die we geven, in balans te brengen met de tijd die we nemen.

Als je mensen aan het eind van hun leven vraagt waar ze het meeste spijt van hebben, dan staat met stip op één dat ze teveel gewerkt hebben en te weinig aandacht en liefde hadden voor de mensen in hun directe omgeving. Als we gaan leven van genoeg, dan kunnen we een aantal posten uit ons huishoudboekje schrappen, omdat we een product gedeeld hebben met een ander of omdat het langer meegaat of omdat je het helemaal niet meer nodig hebt. Dan blijkt na een jaar dat je niet zoveel meer hoeft te werken en die tijd kun je inzetten voor iets wat werkelijk vervulling, zin en betekenis geeft.”

hoe-handel-ik-eerlijk_boekcover

Je hoort vaak zeggen dat het probleem van het klimaat en het milieu de overbevolking is, hoe zien jullie dat?

Matthias: “Nee, dat is niet het probleem, maar de luxegoederen zijn dat. Als je wilt dat de economie groeit dan moet je consumptie stimuleren. Dat doe je weer door ontevredenheid te stimuleren, door mensen te laten denken dat ze bepaalde producten nodig hebben. Het hele economische denken is gericht op groei, op een steeds hogere materiële levensstandaard. Onze berekeningen geven ook aan dat die 14 miljoen mensen die voor ons werken 1,8 fte per huishouden is. Dat is één keer zoveel dan Nederlandse huishoudens zelf werken. In de zeventiende eeuw was een kwart van de economie van Middelburg gebaseerd op de slavenhandel. Daar kijken we op terug met schaamte en afschuw, maar eigenlijk is het nu veel erger. We denken dat de slavernij is afgeschaft.”

Kun je dit moderne slavernij noemen?

Matthias: “Vanuit de Verenigde Naties zijn er definities van gedwongen vormen van arbeid, dat is feitelijk slavernij. Dat vindt dus nog steeds wereldwijd op de grootste schaal ooit gemeten plaats. Men wordt op een bepaalde manier afhankelijk gemaakt. Je hebt als mens nu eenmaal land en de opbrengsten van het land nodig om ten volle te kunnen leven. Als er land van je wordt weggenomen is het gevolg dat je in dienst moet van een grootgrondbezitter om ook maar een klein beetje van de opbrengsten van het land te kunnen krijgen. Dan is het niet meer je eigen land, want daar kun je niet meer van leven. In de visie van Jesaja heeft God de wereld geschapen voor alles wat leeft. Er is voor de huidige wereldbevolking 1,35 hectare per persoon vruchtbaar land beschikbaar. Hiervan hebben we maar 0,02 hectare nodig om onszelf een jaar lang te voorzien van voedsel. De overige 1,33 hectare kunnen we gebruiken voor onze woning, medicijnen en kleding. Op dit moment leven we in Nederland van 5 hectare per persoon. Dit betekent dat er voor de mensen ergens anders op de wereld minder grond beschikbaar is.”

Paul: “Jesaja zegt dat je aan één huis en één veld genoeg moet hebben. Als je dat naar de 21e eeuw vertaalt moet je aan één aardbol genoeg hebben en niet meer tijd vragen van een ander dan je zelf zou geven. Dit tijdloze inzicht tref je ook aan bij Tomas Moore in de zestiende eeuw, bij Tolstoj in de negentiende eeuw en bij Martin Luther King in de twintigste eeuw. Het is helaas door onze geglobaliseerde economie niet meer vanzelfsprekend om volgens dat principe te leven, want in feite hebben we allemaal twee huizen én 3,5 veld.”

Vind je dit principe ook in andere tradities?

Paul: “In alle wereldgodsdiensten tref je aan dat je voor elke boom die je kapt er één terug plant. Dat je nooit meer neemt dan je geeft, is iets wat wereldreligies met elkaar verbindt en wat we samen kunnen uitdragen vanuit onze eigen bron. Ik geloof in de wederzijdse versterking van levensbeschouwingen op dit vlak. Rabbi Abraham Herschel heeft letterlijk arm in arm met Martin Luther King de mars naar Selma gelopen. In de jaren zestig was de burgerrechtenbeweging dé grote opgave; dé grote opgave van de 21e eeuw is de klimaatcrisis. De jood, moslim en christen en alle godsdienstige stromingen moeten arm in arm met elkaar lopen omwille van onze aarde en omwille van het recht van onze naaste ver weg.”

We zitten in een coronapandemie, maar is dit niet een veel grotere pandemie?

Paul: “Ja, absoluut. Ons gemeenschappelijke huis staat in brand; vooral rond de evenaar waar toevallig ook de meeste arme mensen wonen, zullen grote delen onbewoonbaar worden. Dat zou een wake-up call moeten zijn, waarbij de rest in het niet valt.”

Gaat economisch herstel na corona samen met duurzaamheid?

Matthias: “Bij het herstel van de economie wordt stapsgewijs ingezet op duurzaamheid, met nieuwe wet- en regelgeving ook op het gebied van internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen. Maar als ontevredenheid de basis blijft van de economie, blijven we consumeren. Wij staan niet ten dienste van de economie, het draait om de samenleving en om kwaliteit van leven. De economie moet zich daarnaar voegen en niet andersom.”

Zien jullie het gebeuren dat die draai komt?

Matthias: “We hoeven niet alleen naar Den Haag of Brussel te kijken om namens ons en voor ons de economie te veranderen. We kunnen zelf ook de economie van binnenuit en van onder af veranderen. Als men ziet dat we bepaald beleid kunnen uitleggen of dat er zelfs een electoraat voor een kleinere economie ontstaat, dan zullen de politieke partijen ook wel volgen. De institutionele context is heel groot, maar het begint bij de gebruiken van het individu en kleine gemeenschappen.”

Is dat niet een te idealistische gedachte?

Matthias: “We zijn niet zo naïef dat we denken dat iedereen zich ineens een andere levensstijl op het gebied van economisch denken gaat aanmeten. Ik denk wel dat we op zoek moeten naar een andere manier van samenleven, want de wereld gaat onontkoombaar veranderen. Als de klimaatverandering doorzet en wereldwijd de gemiddelde temperatuur met vier graden stijgt, dan is er op aarde nog maar plaats voor een miljard mensen. Tegelijkertijd mogen we ook hoop houden. Je kunt kijken naar het grote verhaal van de wereld dat alles met elkaar verband houdt en dat sommige dingen alleen werken als we het allemaal doen. Maar al doe je het in je eentje of alleen met je buren, ook dan gaat er al veel vreugde uit van het delen van het leven.”

Paul: “Er is veel verbeelding nodig. Enerzijds bij de mensen zelf om zich voor te stellen hoeveel tijd ze extra zouden hebben voor liefde, rust en aandacht als ze niet zouden kopen wat ze niet nodig hebben. Anderzijds geldt het ook voor politieke verbeelding. Een voorbeeld is de reparatieplicht die binnenkort voor bedrijven wordt ingevoerd. Die verbeelding is ontstaan in het hoofd van een beleidsmaker, want als spullen moeten worden gerepareerd dan betekent dat dat je spullen anders moet gaan ontwerpen. De kracht van verbeelding is dat het een vloed van ideeën losmaakt. Maar dan moeten we wel af van het idee dat het nog steeds samen kan gaan met groei. Oneindige groei op een eindige planeet is onmogelijk. Ik ben er dus voorzichtig mee om te zeggen dat de politieke veranderingen de goede kant opgaan, want waar ik heel kritisch en bezorgd over ben is dat dezelfde politici die nu in Europees verband de reparatieplicht in het leven roepen, blijven zeggen dat er groene groei moet gaan komen.”

Is groene groei een illusie?

Paul: “Ja, we moeten accepteren dat er grenzen aan de groei zijn. Wat groene groei veroorzaakt, is bijna nog erger dan de onverschilligheid ten opzichte van wat er nu gaande is. Het overgrote deel van de ecologische schade gebeurt inderdaad niet meer in Nederland, maar een veelvoud daarvan gebeurt elders op de wereld. We zijn veel meer gaan consumeren uit andere landen, waardoor de CO2-uitstoot daar gigantisch is toegenomen.”

Matthias: “De groene groei-advocaten zeggen dat er een ontkoppeling gaat plaatsvinden tussen milieuschade en welvaart omdat vliegtuigen en auto’s zuiniger zijn geworden. Maar doordat mensen meer gaan vliegen en meer auto’s gaan kopen gebruiken we alsnog meer brandstof. Dan hebben we het over de paradox van Jevons. De datum van de Earth Overshoot Day gaat nog steeds verder naar voren in het jaar, dus dat betekent dat we nog steeds eerder in het jaar door onze voorraad grondstoffen heen zijn.”

Paul: “Ondanks dat de economische groei nog wel doorzet houdt het ook geen gelijke trend meer met ons geluksgevoel. Die ontkoppeling is begonnen in 1960 en de historische ironie is dat 1960 precies het jaar is dat we meer dan één aardbol gingen gebruiken. We hebben nu hetzelfde geluksniveau voor 3,5 keer zoveel aardbollen dan we per persoon nodig hebben. Dat is totale waanzin, maar we blijven vasthouden aan de illusie dat we moeten groeien en daar gelukkiger van worden.”

Hoe kan de ontgroeibeweging haar pleidooi verbreden?

Paul: “Door van mens tot mens naar elkaar te kijken. Dat sociale aspect en de tijd die vrijkomt als je gaat delen zouden een fantastische toevoeging zijn aan het ontgroeien, want dat benadrukt wat er meer kan in plaats van minder.”

Matthias: “En als je recht doet aan je omgeving, de ander en jezelf, doe je recht aan je verlangen naar het goede. Daar kan je veel rust aan ontlenen. We hebben heel veel naasten, de naaste is niet alleen de buurman, maar de computers die we op dit moment gebruiken zijn door mensen gemaakt die we ook moeten beschouwen als onze naaste. We moeten onze naaste gaan zien.”

U kunt gratis verder lezen

Klik deze melding weg via het kruisje. Maar goede artikelen schrijven kost geld. Steun daarom onze schrijvers en word al vanaf € 5 per maand Vriend/in van Nieuw Wij.

Ik lees eerst het artikel verder.
Ina Veldman

Ina Veldman

Ritueeldeskundige

Ina Veldman studeerde aan het Opleidingsinstituut voor theologie, levensbeschouwing en geestelijke begeleiding in Vrijzinnig Perspectief …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.