In 2008 schreef Guity Mohebbi het boek Allochtonia/Autochtonia Twee Werelden Apart!. Zij adviseert al bijna veertig jaar organisaties in Nederland en in het buitenland hoe zij van binnenuit duurzaam, gezond en inclusief kunnen worden en daarmee van meer betekenis voor de samenleving. Ze beschouwt zichzelf als ‘een stem tegen onverschilligheid’ die door kritische reflectie de menselijke waardigheid verdedigt. “Het tegenovergestelde van liefde is niet haat, het is onverschilligheid. Het tegenovergestelde van leven is niet de dood, het is onverschilligheid.”

“Ik ben een gevoelsmens; onrecht ervaar ik fysiek, als een klem in mijn buik die mij dwingt tot stilstand. Vroeger negeerde ik dit kompas, maar nu eis ik de ruimte op om dit gevoel te doorgronden, ook als het me letterlijk ziek maakt.”

Volgens Mohebbi vergeten we vaak onze rol in de dagelijkse praktijk. “De momenten dat men in sollicitatieprocedures kiest voor het eigen ego in plaats van inclusiviteit, of de ijzige stilte waarin racisme wordt gebagatelliseerd met ‘Zo bedoelde hij het vast niet’. Of dat men dagelijks met eigen ogen de verwoestende barbarij tegen Palestijnen ziet en toch letterlijk zegt: ‘O, daar heb ik geen last van, ik slaap rustig door.’ Die eenzaamheid aan diverse tafels drijft mij om te vragen: ‘Hoe bedoelde hij het dan wel?’ en: ‘Hoe kun je dan doorslapen zonder dat het je raakt? Wat zegt dit over je eigen menselijkheid?’ Rumi zegt: ‘Luister naar de rietfluit, hoe zij haar verhaal vertelt; zij klaagt over de pijn van het gescheiden zijn’. Zoals de fluit verlangt naar het rietveld, verlangt mijn ziel naar menselijke waardigheid en de oorspronkelijke heelheid van rechtvaardigheid.”

Waar sta jij pal voor en waarom?

Ik sta voor de universaliteit van menselijkheid en de menselijke maat. Het is een morele dwaling om rechtvaardigheid als exclusief privilege te beschouwen. Laatst stond ik in een Perzische winkel, zoekend naar de geur van herinneringen aan mijn geboorteland dat nu getekend wordt door barbarij. Terwijl ik in het Perzisch met de eigenaar onze onzichtbare pijn deelde, vroeg een andere klant: “Welke taal spreken jullie?” Bij mijn antwoord zei hij: “Goh, dat gedoe daar,” en eindigde lachend: “De zon schijnt, geniet van je dag!” Ik voelde het direct in mijn buik. Ben ik mijn menselijkheid kwijtgeraakt? Of maakt het genieten van de zon mij menselijk? Ik genoot ook van de zon, maar het is dezelfde zon die ik elke Iraniër en elke Palestijn gun en voor hen opeis. Zoals Saadi Shirazi zo treffend zegt: “De mensheid is als één lichaam, geschapen uit één essentie. Wanneer één lid lijdt aan pijn, blijven de andere leden niet onberoerd.”

Guity Mohebbi katja mali fotografie 3
Guity Mohebbi Beeld door: Katja Mali Fotografie

Inspireert iemand of iets je daartoe? Welke waarden spelen hierin een rol?

Mijn drijfveer is de ethiek van de nabijheid. Het vereist integriteit om de hypocrisie van de macht te benoemen wanneer zij ‘beschaving’ predikt, maar barbarij faciliteert. Rumi zei: “Verhef je woorden, niet je stem”, maar eerlijk gezegd: ik verhef regelmatig mijn stem. Je kunt niet pleiten voor de vrouwenrechten in Iran, maar zwijgen over dezelfde vrouwen in onze eigen AZC’s. Je kunt niet pleiten voor diversiteit en inclusiviteit en als het puntje bij paaltje komt toch collectief kiezen voor uitsluiting. Je kunt niet pleiten voor universele mensenrechten zonder op te komen voor basale rechten voor iedereen, zoals een dak boven je hoofd. Ethiek van nabijheid betekent het besef dat ieder mens recht heeft op menselijke waardigheid. “Zelfs als de hele wereld vol doornen is, blijft een minnaar van de waarheid een tuin van rozen in zich dragen.”

Hoe laat jij dit zien?

Door de comfortabele stilte te doorbreken. Ik accepteer geen giftige werkculturen meer die uitsluiting faciliteren, en geen ‘vriendschappen’ die zwijgen wanneer mijn bestaansrecht gereduceerd wordt tot een stereotype of grap. Wegkijken is medeplichtigheid. Dit brengt risico’s met zich mee: eenzaamheid aan tafel en soms verlies van inkomen door te weigeren onderdeel te zijn van een cultuur van ontmenselijking. Het is een consequentie die ik aanvaard om mijn integriteit te bewaren. Een rechte rug is soms een eenzame rug. ‘De waarheid is een bittere vrucht, maar zij sterkt de ziel’. Dit zijn momenten waarop ik juist goed kan doorslapen!

Wil je wat veranderen en zo ja: wat?

Ik ben niet verantwoordelijk voor het geweten van een ander, maar ik weiger mijn eigen stem te smoren in hun stilte. Voor mijn eigen zielenrust trek ik mijn mond open, juist om de normalisering van onrecht te doorbreken. Door mijn individuele waarheid uit te spreken, hoop ik bij te dragen aan het herstel van onze menselijke waardigheid en de collectieve verontwaardiging. Soms word ik aangesproken op mijn publicaties met: ‘Je bent boos’. Rumi zei: ‘Je bent niet een druppel in de oceaan. Je bent de gehele oceaan, in een druppel’. Dan zeg ik ja, en ik vraag: ‘Waarom ben jij niet boos? Wat maakt dat onrecht jou niet raakt?’ Ik streef naar een wereld waarin we stoppen met het dehumaniseren van de ander. Door trouw te blijven aan mijn eigen geweten, draag ik de kiem van verandering voor de hele collectiviteit in mij mee.

Wat zorgt ervoor dat je het volhoudt?

Ik weet niet of dit ‘volhouden’ is. Ik ben een mens. Ik stort af en toe in en neem letterlijk afstand van de wereld. Ik draag die pijn in alle cellen van mijn lijf. Ik hoor het mijn hele leven: ‘Je bent zo sterk.’ Dan denk ik: er is een verschil tussen doorzettingsvermogen en schijnbaar sterk zijn. Ik had laatst een etentje met collega’s. Mijn geboorteland werd van binnenuit geterroriseerd. Ik zat aan tafel voor een moment van afleiding, om me weer even mens te voelen, te genieten van het eten en een slokje wijn. Toen werd me gevraagd hoe ik me voelde bij wat er in Iran gebeurt. Ik moest letterlijk mijn tranen inslikken. Was ik sterk? Hield ik het vol? Wilde ik de anderen sparen voor mijn pijn? Ik weet het eerlijk gezegd niet. Je kunt je hart, dat de kleur van rouw draagt, niet laten zwijgen, hoe gezellig het ook is aan tafel. Ik zei direct dat ik er niet over wilde praten en leidde het gesprek snel af.

Het besef dat neutraliteit de agressor dient, houdt me gaande. Zolang er mensen zijn die in de diepste duisternis blijven doorademen, is het mijn plicht hun strijd niet te vergeten. Bovendien: ik ben moeder. Ik heb een voorbeeldfunctie. Ik wil mijn kind recht in de ogen kunnen kijken. Medemenselijkheid is voor mij geen optie, maar een bestaansvoorwaarde om mijn eigen menselijkheid te kunnen blijven voelen — onder diezelfde zon die voor ons allemaal zou moeten schijnen. Zoals Saadi Shirazi het treffend zegt: ‘Wie geen medelijden heeft met het lijden van anderen, verdient het niet om ‘mens’ genoemd te worden’.

Dus als de zon vandaag voor jou schijnt: voor wie eis jij het licht op?

Lees ook het interview met Guity Mohebbi uit 2022 door Zoë Papaikonomou.

Logo_Personen

Redactie Nieuw Wij

Heeft u ook een nieuwstip? Of wilt u zelf publiceren? Laat het ons weten via de contactpagina.
Profiel-pagina
Al 2 reacties — praat mee.