Hoe kan het dat zo’n mooi initiatief dreigt dood te bloeden?

Véronique: “Juist omdat we zo geloven in wat we doen, hebben we altijd gedacht dat mensen zich vanzelf bij ons aan zouden sluiten. Maar daar hebben we ons in vergist. Tijden veranderen en het lijkt erop dat mensen nu meer moeite hebben om zich ergens aan te committeren. Daarom zeggen we ook uitdrukkelijk in de oproep dat je hier voor langere èn kortere tijd kunt verblijven. Je hoeft niet meteen, zoals wij, ruim dertig jaar te blijven. Tegelijkertijd, dat signaleert ook Nieuwwij.nl, hebben mensen meer en meer behoefte aan gemeenschapsvorming. Wat dat betreft is de tijd rijp voor een dergelijke oproep.”

In de oproep staat dat jullie zoeken naar een ‘eigentijdse gemeenschap’. Wat bedoelen jullie daarmee?

Bets: “Het is tijd voor ons om plaats te maken voor een andere leefgemeenschap. Een gemeenschap die, wellicht meer dan wij, op deze tijd is aangepast. Gezien onze leeftijd (75 tot 95 jaar) kunnen we hier niet lang meer mee doorgaan. We hebben dan ook besloten om actief op zoek te gaan naar mensen die onze traditie willen voortzetten, waarbij we hen de vrijheid willen geven om dit op geheel eigen wijze in te vullen.”

Jullie hebben in de loop van de jaren een eigen karakter en stijl neergezet. Wat willen jullie daarvan bewaard zien bij de nieuwe gemeenschap?

Bets: “Wij hebben samen vier kernwaarden geformuleerd waarvan we hopen dat de nieuwe groep die zal overnemen: 1. Gastvrijheid – hopelijk ook met een sterke affiniteit met vluchtelingen; 2. sociale gerechtigheid; 3. Verbinding met de maatschappij, waaronder de organisaties hier in huis, en 4. Zorg voor de aarde.”
Gerard: “Hoe de toekomstige bewoners dat verder vorm willen geven – dat is helemaal aan hen. Dat zou zomaar eens heel anders kunnen zijn dan hoe we dat nu doen. We verwachten niet een soortgelijke gemeenschap. Misschien dat er alleen gehuwden bij zijn, of zelfs gezinnen. Van ons uit liggen er wat dat betreft geen beperkingen. Niet voor niets hebben we een wervingscommissie in het leven geroepen. Deze bestaat uit vijf personen, waaronder één uit onze gemeenschap. Zij beoordelen de aanmeldingen en begeleiden het hele proces. Daarin willen we ook laten zien dat wij het los willen laten en het ècht over willen dragen aan anderen.”

Hoe is de Hoogstraatgemeenschap ooit begonnen?

Véronique: “In 1983 zijn we hier met vier zusters komen wonen. Alleen Emmaüs zat er toen. Het is een groot gebouw en het eerste wat we wilden was het een nieuwe bestemming geven. Dus naast gastvrij te zijn voor alle mensen die kwamen, waaronder vluchtelingen, gingen we op zoek naar organisaties en mensen met een nieuw maatschappelijk initiatief. Tegen een lage prijs konden zij een ruimte huren. Zo heeft jeugdzorg in ons schoolgebouw een crisisopvang gestart. Ook Vluchtelingen in de Knel heeft zich daar kunnen ontwikkelen. En de orthodoxe kerkgemeenschap heeft hier onze vroegere kapel, waarin wekelijks vieringen worden gehouden. Zo zijn er meer organisaties, waardoor het huis nu vol is met enthousiaste mensen, die elkaar over en weer inspireren.”
Gerard: “Toen wij hier in 2003 kwamen wonen had dat veel te maken met jullie plek in het geheel. Tussen al die organisaties en mensen die met zoveel vuur ergens voor werkten, fungeerden jullie als een soort verbindende schakel, een rustpunt ook. Juist vanwege de bezinning vanuit de spiritualiteit die zo’n rode draad vormt in jullie leven. En dat is nog steeds zo. Daarom is het zo belangrijk dat er een leefgemeenschap blijft in dit gebouw.”

Zijn er inspiratiebronnen waar jullie uit putten, die jullie de nieuwe groep mee zouden willen geven?

Véronique: “Die vier kernwaarden zijn voor ons het belangrijkst. Iedereen heeft daarvoor zijn of haar eigen inspiratiebronnen, dat is altijd al zo geweest. Wij denken ook dat dit naast elkaar kan bestaan, meer nog: dat die elkaar aanvullen. Je neemt je eigen achtergrond, karakter en ziel mee – dat is juist het mooie eraan, dat dat er allemaal mag zijn. Zo gaan we bijvoorbeeld, naast onze gezamenlijke vieringen door de week, zondags allemaal naar andere samenkomsten.”
Gerard: “Deze openheid kenmerkt de gemeenschap. Vanaf begin af aan zijn de zusters heel open geweest. Julie hadden al vanaf ’83 vluchtelingen in huis, waardoor jullie alle mogelijke godsdiensten en culturen hier hebben gehad. Jullie hebben hierdoor ervaren dat alle mensen iets te zeggen hebben, en dat je veel van elkaar kunt leren. Ik moet er niet aan denken dat wij met z’n zessen in een apart huisje zouden wonen. We krijgen zoveel van de organisaties en mensen hier in huis; je wordt voortdurend in beweging gezet. Dat is ook wat ik gun aan anderen, dat ze hier in een oase komen, een oase waar ontzettend veel waardevols gebeurt.”

Wat dan precies?

Bets: “Toen we nog wat jonger waren namen we deel aan allerlei vredes-, missie-, en landengroepen in Eindhoven en Nederland. Nu nog nemen we, waar we kunnen, deel aan dergelijke groepen. Daarnaast zijn wij beschikbaar voor de organisaties en de gasten. We organiseren regelmatig bijeenkomsten hier in de huiskamer, waar gemakkelijk veertig mensen terecht kunnen. We gaan in gesprek met kerken over de situatie van vluchtelingen en soms met politieke partijen.”
Gerard: “Zo zijn we tien jaar geleden begonnen de vluchtelingenproblematiek op de kaart te zetten van de kerken hier in Eindhoven. Nu zie je dat de Raad van kerken een stedelijk platform aan het ontwikkelen is, zodat het straks niet meer alleen van ons zal afhangen. Maar we houden ook bijvoorbeeld wakes op de markt. Laatst nog hebben we een stille wake gehouden voor de vluchtelingen die zijn verdronken in de middellandse zee. Dat kwam echt over bij mensen. En dat doen we niet alleen, maar met een hele club. We zetten dan een oproep op de website en in de krant, en benaderen ons netwerk van zowel particulieren als organisaties. Dat is wel een voordeel: je hoeft de dingen niet helemaal van onderaf aan op te bouwen. Er is een netwerk van vrijwilligers waar je een beroep op kunt doen.”

Maar zit dat netwerk wel te wachten op een gemeenschap die het helemaal anders gaat doen?

Bets: “Dat is moeilijk in te schatten, dat zal van persoon tot persoon verschillen. Maar juist omdat wij vanaf het begin af aan zo open hebben gestaan voor anderen, verwacht ik geen problemen.”

Als ik hier zo om mij heen kijk ziet het er allemaal wel behoorlijk gedateerd uit… Zouden de nieuwe mensen hier, bijvoorbeeld, alles geel mogen verven?

Bets: “Uiteindelijk zal dit huis niet meer van ons zijn, dus dat moeten de mensen zelf weten. Wij zullen gefaseerd deze gemeenschap verlaten. We willen de gemeenschap helemaal overdragen aan een nieuwe groep. En wat en hoe zij het willen doen – dat willen we aan hen overlaten.”
Gerard: “Het zou ook zomaar kunnen dat er verbouwd moet worden. Er is namelijk maar één woonunit met een eigen woonkamer, slaapkamer, keuken en badkamer. Er ligt een plan om meer van dat soort ruimtes te maken.”

Hoe zit het financieel, moeten de nieuwe bewoners huur betalen?

Gerard: “Er wordt inderdaad een huurprijs gevraagd voor het kloostergedeelte. Wij betalen de huurprijs samen, met z’n zessen. Je moet dus wel inkomsten hebben. Iedereen is verantwoordelijk voor zijn of haar eigen financiën. Omdat we dagelijks samen eten, delen we wel de kosten voor de boodschappen. Maar ook daarin zijn nieuwe mensen natuurlijk vrij.”
Bets: “De activiteiten die we organiseren kosten ook geld. Dat allemaal zelf betalen gaat niet, en daarom schrijven we ook fondsen aan voor subsidie.”

Is het mogelijk om een woongemeenschap te hebben met mensen die allemaal fulltime ergens anders werken?

Gerard: “Ik denk het niet. Dan zal je de doelstellingen niet kunnen uitvoeren, laat staan dat je tijd hebt om daadwerkelijk een gemeenschap te zijn. Bovendien is het niet nodig, om dit financieel te kunnen bolwerken. Met meerderen samenleven geeft ruimte voor keuzes.”

Wat moet je in huis hebben wil je hier kunnen aarden?

Véronique: “Ik denk dat je op de eerste plaats open dient te staan voor andere mensen. Daarnaast moet je bereid zijn om te communiceren met je medebewoners. Om met elkaar verbonden te blijven hebben we veel met elkaar moeten praten, verschillende keren hebben we daar ook externe hulp bij ingeschakeld. En nieuwsgierigheid, naar wat er leeft in de ander. De dingen gaan niet vanzelf, dus je moet ook wel van aanpakken weten, in beweging willen komen – vanuit die vier kernwaarden. Het mooie van een leefgemeenschap is dat je dit niet allemaal zelf hoeft te doen, maar juist samen, ook met vrijwilligers van buiten. Samen sta je sterk. En dat geeft heel veel vreugde en voldoening.”
Gerard: “Een vreugde die we anderen van harte gunnen. Vandaar dat we het er niet bij laten zitten, maar juist actief op zoek gaan naar opvolgers.”

Voor mij is het duidelijk. Het gaat hier niet om een zielig groepje oude mensen, die van weinig nut meer zijn voor de samenleving. Integendeel: met pijn in het hart zien ze, vanwege hun leeftijd, de noodzaak om het werk wat ze doen aan anderen over te dragen. Er is nog zoveel te doen! Het getuigt van dapperheid en kracht dat ze zoveel willen loslaten, dat ze zien dat juist dat loslaten nodig is. Want alleen dan kunnen anderen het vastpakken, en het zich eigen maken. ‘Deze tijd heeft nieuwe utopieën nodig’, schrijven ze in hun oproep. Ik zie allerlei mooie kansen liggen…

Geïnteresseerd? Kijk dan op www.hoogstraatgemeenschap.nl of vraag via info@hoogstraatgemeenschap.nl meer informatie aan.

elzer

Elze Riemer

Godsdienstwetenschapper en Journalist

Elze Riemer is freelance journalist voor verschillende media op het vlak van zingeving en religie. Haar specialiteit is het verdiepende …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.