IJmert Muilwijk noemt zichzelf "een rasidealist die allergisch is voor onrecht". Na de MAVO, HAVO en HBO rondde hij een research master milieukunde af aan de Universiteit Utrecht. Hij is landelijk voorzitter van PerspectieF, de jongerenorganisatie van de ChristenUnie. Daarnaast is hij actief in een aantal andere besturen, waaronder het Iran Comité, en werkt hij voor een handelsbedrijf dat zich bezighoudt met o.a. notenplantages in Afrika.

Door: Greco Idema

Wat betekent je geloof voor je?
"Ik ben christen. Dat betekent dat ik navolger probeer te zijn van Christus. Daar slaag ik zeker niet altijd in, geef ik toe. Mijn geloof is het belangrijkste in mijn leven. Het is mijn enige houvast in deze gebroken wereld. Door mijn werk in Afrika ben ik nog meer stil gezet bij het leed op deze aarde. Onze God kan verzachting brengen in deze verschrikkingen."

Hoe ga je als voorzitter van PerspectieF om met de diversiteit binnen PerspectieF?
"Binnen PerspectieF (2100 leden) zijn vrijwel alleen christenen actief. Toch is er ook binnen die groep een grote diversiteit. Zo zijn er de meer tradionele mensen die wat minder uitgesproken zijn. Ook zijn er evangelische christenen die meer focussen op het uitdragen van hun geloof. Dat botst soms, aangezien een politieke partij iets anders is dan een kerk. Als voorzitter ga ik altijd terug naar de fundamenten van onze partij. Die geven zo’n sterk gemeenschappelijk doel dat de verschillen daarbij vrijwel altijd wegvallen."

Wat zijn voor jou de belangrijkste verschillen tussen ‘jouw’ jongeren en de jongeren van het CDA en de SGP? Met welke van deze twee organisaties heb je meer ‘binding’?
"Bij het CDA is gelovig zijn geen randvoorwaarde. Dat is een belangrijk verschil met PerspectieF. Bij de SGP zijn de kaders echter weer dermate strak, dat veel christenen daar niet binnen passen. PerspectieF staat veel meer open voor andere ideeën. Met beide organisaties zijn dus fundamentele verschillen. Echter, we doen wel veel samen. Met het CDJA doen we meer op sociaal-economisch vlak, bijvoorbeeld de hypotheekrenteaftrek, en met de SGP meer op geloofsvlak, bijvoorbeeld subsidie voor christelijke organisaties als Youth for Christ. Persoonlijk heb ik meer met de SGP."

De directeur van het Wetenschappelijk Instituut van de Christen Unie, Gert-Jan Segers, is de laatste maanden veelvuldig in het nieuws geweest als het gaat om de rol van de islam in Nederland. Hij schreef meerdere publicaties over deze thematiek en deed vaak mee aan debatten. Hoe kan het dat we van vertegenwoordigers van andere politieke partijen – relatief gezien – zo weinig horen over de islam in Nederland?
"Gert-Jan Segers schetst een vernieuwend perspectief. Dat trekt de aandacht. Andere partijen proberen dat ook, maar komen vaak met een dermate vaag verhaal dat niemand het meer snapt. Christenen snappen heel goed hoe moslims hun geloof beleven. Dat is niet een bijzaak, maar hoofdzaak. Daarom kunnen wij ons meer inleven in hun situatie. Vanuit die gemeenschappelijke deler kunnen we uiterst kritisch zijn op bepaalde facetten van de islam."

Binnen het CDA zijn ook moslims actief. Wat vind je hiervan?
"Dat is de keuze van het CDA en die respecteer ik. Echter, het zou niet mijn keuze zijn. Als politieke partij moet je iets hebben wat je als leden met elkaar deelt. Binnen het CDA zijn dat slechts vier algemene kernwaarden waar negentig procent van de Nederlanders zich wel ik kunnen vinden. Als het puntje bij het paaltje komt is dat te weinig om de boel bij elkaar te houden."

De komende jaren zal de ontkerkelijking doorzetten volgens veel deskundigen. Hoe zie jij de toekomst van de christelijke politiek in Nederland?
"Ontkerkelijking is een zeer zorgelijke ontwikkeling. Tegelijkertijd zie ik wel een hernieuwd bewustzijn bij christenen. Ook als kleine groep kunnen we zeer krachtig zijn. Zo is het christendom ontstaan. Christen politici moeten sterker, overtuigender en oprechter zijn dan andere politici. Op die manier kunnen we toch het goede na blijven streven voor de samenleving. Ik hoop dat het met zetelgroei is, maar als dat niet zo is, kunnen we nog steeds veel invloed uitoefenen."

Welk thema in het debat over religie in de Nederlandse samenleving wordt volgens jou zwaar ondergewaardeerd?
"Er wordt tegenover religie vaak ‘neutraliteit’ gezet. Dat zag je bijvoorbeeld in de discussie over het wel of niet subsidiëren van Youth for Christ. Echter, neutraliteit bestaat niet. Ook iemand die niet geloofd in een schepper heeft weldegelijk een bepaalde waardeovertuiging over wat goed, kwaad, mooi of lelijk is. In het debat over religie wordt te vaak beweerd dat religieuzen de enige mensen zijn die dingen op willen leggen aan anderen, terwijl in feite heel veel mensen dat doen met de beste bedoelingen. Bijvoorbeeld socialisten."

Heb jij voor jezelf een beeld van het ideale Nederland?
"Ik vind niet dat we geloof op moeten leggen en ben dan ook terughoudend in het uitspreken van allerlei wensen. Als politicus strijd ik voor godsdienstvrijheid, zodat iedereen in vrijheid zijn of haar geloof kan belijden. Toch geloof ik als privé persoon wel dat het goed zou zijn als iedereen in Nederland persoonlijk contact met God zou zoeken. Ik weet uit eigen ervaring dat hij niemand onbeantwoord laat."

Christenen die moslims het liefst zouden willen bekeren en andersom. Wat vind je hiervan?
"Dat is wat mij betreft niet erg zolang er niet naar radicale middelen gegrepen wordt en het niet hinderlijk is. Zelf ga ik graag in gesprek met moslims over het geloof. Sterker nog, ik zie het als mijn plicht om mijn geloof niet voor mijzelf te houden, maar om dat te delen met eenieder. Mensen kunnen uiteindelijk geen andere mensen bekeren, dat doet God."

De joden in Nederland staan erom bekend een redelijk gesloten leven te leiden. Is dat erg? 
"Dat is hun keuze en die respecteer ik. Zelf ga ik veel om met joden door mijn werkzaamheden voor het Iran Comité. Ik voel een speciale binding met dit volk en hun uitzonderlijke intelligentie. Geslotenheid is een relatief begrip. Als je joden goed benadert, zijn ze heel open. Dat geldt eigenlijk voor iedereen in de samenleving. Je oogst wat je zaait."

Jonathan Sacks, operrabbijn van het Britse gemenebest, zei in een uitzending van LUX: ‘God wants diversity’. Ben je het met Sacks eens?
"Het doorgronden van Gods wil is niet gemakkelijk. Toch kan ik mij bij deze interpretatie wel iets voorstellen. Als wij allemaal robotachtige mensen zouden zijn met dezelfde karakters, zou de wereld heel eenzijdig worden. Het opbrengen van liefde voor diegene waar je eigenlijk niets van begrijpt, past binnen Gods wil. In die zin brengt diversiteit een kans met zich mee om als mens te kiezen tussen uitsluiting of liefde. Ik probeer voor de liefde te gaan."

Greco Idema is eindredacteur van Nieuwwij.nl

Nog geen reactie — begin het gesprek.