In het televisieprogramma De Nieuwe Wereld zong je ‘Ik kan het niet alleen’. Hoe ben je tot dat lied gekomen?

“We zitten bij elkaar en schrijven de muziek samen. Ik blader door tekstideeën, iemand begint iets te spelen en dan ontstaat het gewoon. Het is een soort huwelijk. De muziek krijgt invloed op de tekst en vice versa. Ik had dat lied nog nooit live gezongen, maar bij jullie in het programma gebeurde er iets met dat stuk. Omdat Kathleen Ferrier vlak ervoor zo’n pleidooi voor verbinding en maatschappelijke verantwoordelijkheid hield. Het verraste mij zelf ook een beetje. Nu eindigen we de voorstelling ermee en het heeft een gigantische impact.

We voelen elke avond dat het past in deze tijd. Dit nummer heeft een veel grotere reikwijdte dan ik aanvankelijk dacht. We leven in een tijd waarin het samen de schouders eronder zetten juist problematisch lijkt. Omdat iedereen een beetje verdacht naar elkaar kijkt, er is enigszins apathie. Het is gevaarlijk dat we in een situatie zitten waarin mensen, die slechte bedoelingen hebben, de hele tijd aan het woord zijn. Mensen die genuanceerder denken zouden eigenlijk meer moeten opstaan!”

Wat betekent verbinding voor jou?

“Het doet mij denken aan de levensboom. Tijdens mijn laatste optreden zei ik: ‘Ik ben niet de boom, ik ben maar gewoon een blaadje.’ Vroeger dacht ik dat ik de boom was. Ik val er op een gegeven moment af, maar de boom blijft. Ik ben een deel van een groter geheel. Vooral toen mijn eerste kind geboren werd was dat besef heel sterk. In het moment van het geboorte geven vond ik dat ongelooflijk om te zien. Je staat er een beetje als een Hans Worst bij als kerel en je ziet wel dat de vrouw op dat moment in connectie is met een oerkracht, anders krijg je dat ook niet gedaan.

Het is een soort overgave die er moet zijn, waar ik bijna positief jaloers op was. Je ziet dat zich daar een kracht ontwikkelt en toen zag ik mijn zoontje voor de eerste keer… Op dat moment wist ik: ik ben een schakel in een keten. Daar ligt voor mij de essentie van verbinding. Ik ben niet alleen de zoon van een vader, maar ook de vader van een zoon. Dat heeft er niets mee te maken dat je kinderen moet hebben, maar daar is het wel heel gemakkelijk mee aan te geven. Je wordt eigenlijk uit het centrum van je eigen leven gehaald. Op het moment dat dat mannetje bij ons het universum in werd geknald, word je uit je eigen centrum gehaald en draait je leven niet meer om jou. Dan begint er een veel interessantere reis.

Een Zuid-Afrikaanse schrijver observeerde eens een mierenhoop en zag dat er mieren zijn die verdedigen en mieren die bouwen om de koningin te beschermen. Net als de rode en witte bloedcellen in het lichaam. De mens heeft beide nodig. Hij kwam tot de conclusie dat het niet om de afzonderlijke mieren gaat, maar om de hoop in zijn geheel. Als je jezelf zo leert zien, dan kun je dat ego wat meer aan de kant schuiven. Dan ga je niet iemand om godsdienstige redenen het hoofd afhakken. Dat is allemaal narcisme. Mensen die radicaliseren gebruiken eigenlijk een godsdienst, omdat ze zichzelf verschrikkelijk interessant vinden. Dat is eigenlijk de bottomline. Misbruik van het boek. Dat heeft te maken met mensen die die verbinding in elk geval niet meer maken.”

Hoe kijk je naar religie en levensbeschouwing nu je zelf vader bent? Wat geef je door aan je kinderen?

“Onze kinderen zitten in Kaapstad op een school met een christelijke signatuur, maar ik ben zelf overtuigd agnost. Als je muziek maakt heeft dat automatisch te maken met spiritualiteit vind ik. Jezelf overgeven aan een idee. De kick is dat je op een gegeven moment verdwijnt in iets. In een grotere mededeling. Ook als je met elkaar speelt. Dat probeer ik aan mijn kinderen mee te geven. Ik geef mijn kinderen ook de verhalen mee, bijvoorbeeld met kerst, maar niet met het idee dat ze moeten geloven dat Jezus de zoon van een opperwezen is, dat is voor mij allemaal heel discutabel. Ik vind de kracht van de mythologie en van de bijbelverhalen wel fascinerend. Het is toch mooi om aan een jongetje van zes het verhaal van David en Goliath te vertellen? Dat hij zo’n steentje tegen z’n kop aan slingert. Dat deed hij laatst dus bij zijn zusje. Je moet er wel mee oppassen want voor dat je het weet is zijn zusje ‘Goliath’ en ligt ze strak voor de Filistijnen. Voor mij zijn de verhalen uit de bijbel onze mythologie, dus ik wil wel dat ze met die verhalen groot worden.”

Dus je geeft ze bijbelverhalen mee zonder de religieuze lading?

“Ja, ik vind een boek als de bijbel of de taoïstische geschriften veel belangrijker vanwege hun inhoud dan om welke waarde je eraan moet hechten. Het maakt mij niet uit of dat woord door God geschreven is. Ik geloof helemaal niet in een opperwezen dat dat van mij verlangt. Dat is zo narcistisch ook, dat iemand boven ergens in het universum zweeft en zegt ‘je moet mij heel fijn vinden en als je dat niet doet dan ga je naar de hel.’ Nou dat vind ik zo’n menselijke gedachte, dat schrijf ik niet toe aan de metafysica. Als er al zoiets bestaat dan is dat van een veel groter denken dan wij ons ooit kunnen voorstellen. Dat vind ik ook altijd mooi aan dat moment dat Mozes op die berg komt en aan de uitspraak ‘Ik ben die ik ben’, daar zit de hele paradox al in. Dan valt toch het hele idee weg dat je per se in iets moet geloven? Alsof je van Ajax lid moet zijn om van voetbal te houden. Het is net een soort clubvoetbal die godsdiensten, terwijl ik denk ‘voetbal is een te gekke sport’.

Waar lig je ’s nachts wakker van? Waar maak je je zorgen over?

“Ik maak me wel zorgen over de toekomst die mijn kinderen wacht. Gisteravond stond mijn vrouw met twee kinderen op de achterbank met autopech langs de westkust van Zuid-Afrika terwijl het donker werd. Dan maak ik me wel zorgen, omdat Zuid-Afrika nou niet het veiligste land is. Maar over het algemeen merk ik dat met het ouder worden ik de angst een beetje heb laten varen. Vroeger had ik veel meer zorgen over wat er allemaal zou kunnen gebeuren voordat ik ging slapen. Ik besef dat het helpt om dan terug te gaan in de rol van toen je 6 jaar was. Dan weet je ‘ik heb helemaal geen verkeerde bedoelingen, waarom moet ik me zorgen maken?’ Ik vind het vooral lastig wanneer mensen elkaar niet begrijpen.”

Wat voor invloed heeft het hebben van kinderen op jouw blik op de wereld?

“Het maakt je veel kwetsbaarder en dat is heel goed. Je moet opengaan. Je ademt het leven meer in en uit. Alles krijgt een andere hiërarchie en dat is zo sterk dat ik wel eens denk wanneer ik nummers zit te maken met de band: ik moet wel all the way gaan, want over 10-20 jaar dan gaan ze ernaar luisteren en mij misschien wel beter leren kennen door wat ik gemaakt heb, dan in het directe contact. Dus het is een beetje een echo naar de toekomst toe.”

Betekent dit dat je al bezig bent met jouw erfenis betreffende jouw unieke boodschap?

“Ik ben wel bezig met wat ik nalaat in deze wereld. We denken soms allemaal een beetje van ‘na ons komt de zondvloed.’ Er zijn nog generaties die na ons komen. Mijn vrouw is daar heel erg mee bezig. Die kan helemaal wild worden van hoe wij met de natuurlijke grondstoffen omgaan, de vervuiling en het voedsel dat we tot ons nemen. En waar we de volgende generatie mee opzadelen. Ik ben natuurlijk een geluksvogel dat ik met muziek kan bezig zijn, dat mensen naar mij kijken en die mensen geven mij heel veel energie en vrijheid om een naam te geven, want dat is alles wat ik doe. Mijn functie in de mierenhoop is om de dingen woorden te geven waarvan andere mensen het gevoel hebben: ‘ja zo voel ik dat ook’. Dat is de verbinding. Verbinding is altijd troostrijk en dan kom je weer terug op dat nummer dat je eigenlijk niet alleen bent.”

Wat is jouw grootste droom?

“In de meest praktische zin zou ik het fijn vinden wanneer de werelden waarin ik me begeef – Nederland, Vlaanderen en Zuid-Afrika – samenkomen. In mijn wereld is dat al zo. Sommige mooie woorden zou je van elkaar kunnen overnemen. In Zuid-Afrika noemen ze touchscreen ‘streelpaneel’. Of manieren van kijken. We kunnen elkaar verstaan, omdat we een soortgelijke taal hebben, maar mensen raken juist steeds meer op zichzelf gefocussed, dat navelstaren. Dan denk ik we komen allemaal uit dezelfde bron. Het is in een wereld die zo digitaal verbonden is, bijna alsof wij bang zijn onszelf te verliezen in een groter geheel. Naarmate dat moment dichterbij komt, net als eind 19de eeuw toen er zo’n euforie was over de industriële ontwikkeling en alles wat de mens kon, breekt er in 1914 ineens de pleuris uit op een manier die je je niet kunt voorstellen. Hetzelfde met de Tweede Wereldoorlog, die er eigenlijk aan vasthangt, Het is zo raar, dat als wanneer we heel dicht bij het geluk zijn we er precies niet voor willen gaan, alsof het ons zou kunnen vernietigen.”

Het gaat veel over het leven en wat je bijdraagt, hoe kijk jij naar de dood?

“Vroeger dacht ik altijd: wat zou het erg zijn als ik doodga. Wat een verspilling van talent, maar dat is natuurlijk zo als je jong bent. Dan dacht ik wel eens in het vliegtuig wanneer ik een tekst had geschreven dat het heel erg zou zijn als ik die tekst niet kon opnemen. Nu denk ik: wat maakt het uit? Als je iets kunt toevoegen is het te gek, maar als ik er over een tijd niet meer ben, dan komt het toch neer op het feit dat die boom blijft bestaan. Dan wordt het einde ook relatief. Waar komt die vreemde angst voor de dood bij ons vandaan? Omdat we eigenlijk dikwijls bang zijn om te leven!

Ik heb in andere culturen mooie voorbeelden gezien van hoe ze de dood eigenlijk integreren in het leven, zoals in Mexico met een feest. Dat heeft mijn ogen geopend. Er is wel verdriet, maar daar wordt niet gerouwd omdat mensen er niet meer zijn, daar wordt feest gevierd omdat ze hebben bestaan. Ik ben nu een boek aan het lezen over Germaanse mythologie, die afgelopen eeuw door die vervelende Duitser met die snor in een kwaad daglicht is komen te staan. Maar als je er gewoon wetenschappelijk ingaat, is het fascinerend om te zien hoe wij voor het christendom hier in Europa verbonden waren met de natuur. En voor mij is dat het grootste probleem met godsdiensten, zeker de monotheïstische.die halen ons weg  uit de natuur. Die brengen ons opeens in relatie met een opperwezen alsof we ons dan niets meer aan moeten trekken van die boompjes die om ons heen staan.”

Weet je hoe dat bij ons gaat? In het jodendom vier je wel iemands dood in zekere zin, want je noemt iemands naam ieder jaar op zijn/haar sterfdag om te herdenken en vieren dat diegene heeft bestaan en voortleeft op deze manier. Je bent in zekere zin niet dood, zolang mensen jouw naam nog noemen en het over je hebben. Jouw nagedachtenis leeft dan voort.

“Dat is heel mooi inderdaad. Alle culturen waar ik ben geweest die die wortels met de traditie hebben, daar klopt voor mij iets in. De Zoeloe’s in Zuid-Afrika hechten veel waarde aan de voorouders. Het is niet zo dat bij mij de wereldgeschiedenis is begonnen en dat is wel een beetje een weg die we de laatste 30/40 jaar zijn ingeslagen. Dat is denk ik een van de redenen dat onze samenleving ook vastloopt op het moment. Omdat die verbinding ons bestaan ook relativeert.

Op het moment dat je jouw voorouders in jezelf integreert kun je ook voorbij jouw eigen dood denken. Dan is het allemaal niet zo’n drama. Het is misschien niet leuk om er niet meer te zijn, maar hoe weet je dat eigenlijk? Ik weet het niet. Misschien is het wel heel erg leuk.”

Ik geloof in de onsterfelijkheid van de ziel van de mens in enige vorm, hoe zie jij dat?

“Nu wij met elkaar zitten te praten, praten eigenlijk voor 80% onze voorouders met elkaar. Dat hele ik van ons stelt helemaal niet zoveel voor. Wij zijn genetisch alleen al degenen die ons gemaakt hebben en die weer gemaakt zijn door anderen fysiek en ook geestelijk, dus wij voegen eigenlijk alleen maar iets toe op het moment dat we hier op de wereld worden geboren aan die keten. Ik vind dat een fascinerende gedachte. Dat maakt me helemaal niet minder, maar er valt wel heel veel van je schouders af.”

Maakt dat je bescheiden?

“Het zet je in elk geval in een juist perspectief en in het Afrikaans noemen ze dat een verwijzingsraamwerk. Een goede plek waardoor je ook eigenlijk veel sterker kunt zijn. Je hoeft niet meer te dragen dan wat je aankunt.”

Voelen mensen van nu druk door het altijd maar bijzonder, creatief, succesvol en origineel moeten zijn?

“Ik denk van wel en dat heeft veel te maken met het al dan niet nog in de traditie staan van de cultuur waar je uitkomt. Dan heb je dat denk ik niet. Het is een groot probleem van onze tijd en ik zie het in Nederland nog sterker dan in Vlaanderen. Nederland probeert volgens mij op heel veel vlakken Amerika na te doen, terwijl je authenticiteit in je eigen tradities en geschiedenis ligt. Als je dat loslaat, dan ben je vliedend en je gaat nooit een interessanter iemand kunnen nadoen dan dat je zelf bent. Het is heel goed om door anderen geïnspireerd te worden, maar je moet het daarna wel naar jezelf toe vertalen. Dat doen ze in Vlaanderen beter de laatste 20, 30 jaar, waardoor ze ook authentiekere dingen maken als het gaat over film en muziek. Dat weten ze eigenlijk in Nederland, maar ze zien niet waar de sleutel ligt. Wij kunnen het ook niet zo goed al de Amerikanen, dus laat het hen lekker zelf doen.”

Waar zie jij wel de kracht van Nederland? Hoe kunnen wij weer onszelf worden?

“In een heleboel dingen, want we zijn ook een mateloos interessant land. Kijk naar dat nummer van Thé Lau, Iedereen is van de Wereld. Dat was voor mij een hele authentieke Nederlandse zanger die de Nederlandse taal kon verheffen. Dan zeggen mensen: je kunt niet in het Nederlands zingen. Nou, dan moet je zijn repertoire eens nagaan en dat van Ramses Shaffy en Bram Vermeulen.”

Heb je nog een persoonlijke held, al dan niet op muzikaal gebied? Tegen wie kijk jij op?

“Ik heb heel veel aan Ramses gehad. Omdat ik zelf nogal in mijn kop kon leven en Ramses was iemand die volstrekt organisch een soort stroom volgde. Toen ik hem ontmoette had ik wel iets van dat is de weg, probeer jezelf maar los te maken.”

Welk nummer vond je het moeilijkst om te schrijven en waarom?

“Dat was het nummer Witzand. Ik zat ergens aan zee in Zuid-Afrika in mijn uppie op een plek waar verder niemand was en ik was in een fase dat ik naar iets zocht waar ik eigenlijk niet mee bezig was. Ik zat op een verkeerd spoor, hoewel je ook wel een keer verward mag zijn. Het niet weten is voor mij geen optie, dus dan verzon ik iets wat ik dan wel wist, maar dat is niet waar je dan moet zijn. Soms moet je het gewoon niet weten. Punt. En dat bleef maar doorgaan totdat ik een beetje begon te crashen. Opeens zat ik daar aan zee en had ik zoiets van: ‘ik weet het niet’. Toen kwam er een of andere tekst uit die ik zelf niet had zien aankomen en die nog altijd een van mijn spilteksten vormt. Je schrijft maar één groot lied in je leven, al die liedjes zijn maar zinnetjes in een heel groot levenslied voor mij. En Witzand? Witzand is wel het refrein voor mij van mijn ene lied.”

Met wie zou je wel eens een dag willen ruilen in dit leven?

“Met mijn moeder. Ze is dood en ik denk dat ze nog graag een paar dagen zou willen leven. Dan steek ik graag over en dan mag zij er nog eens goed van genieten!”

Als er een ding is dat we met zijn allen van jou moeten weten en ons tot in lengte van dagen moeten herinneren wat is dat dan?

“Dat het niet om mij gaat! Het gaat over de boom en niet over het blaadje. Ze mogen mij eigenlijk gewoon vergeten, maar ze moeten zichzelf vooral herinneren en hun voorvaderen.”

Chantal Suissa-Runne2

Chantal Suissa-Runne

Senior Adviseur

Chantal Suissa-Runne heeft diverse succesvolle programma’s opgezet omtrent het verbinden van verschillende groepen in de samenleving …
Profiel-pagina
Al één reactie — praat mee.