Met ‘Een koffer vol citroenen’ brengt schrijfster en programmamaakster Hassnae Bouazza, een eerbetoon aan haar moeder, die net als veel van haar generatiegenoten, zwaar onderschat werd in de ogen van de buitenwereld, maar die haar entourage onmiskenbaar en liefdevol beïnvloed heeft. Ze laat een rijke erfenis achter aan wijsheden, herinneringen, geuren en smaken, waarmee de schrijfster zich getroost voelt tijdens een turbulent rouwproces. Met dit boek trekt ze op haar beurt haar moeder uit de luwte en maakt haar zichtbaar voor wie zij werkelijk was.

Ik weet uit ervaring hoe heftig en verlammend het is om je ouders plotseling te verliezen. Een van de eerste dingen die ik dan ook wilde achterhalen is hoeveel tijd het jou gekost heeft om een boek over je moeder te kunnen schrijven. Het heeft uiteindelijk 6 jaar geduurd. Heeft de verwerking van het verlies vertragend gewerkt op het schrijfproces?

boekcover hassnae bouazza

“Daar heeft het absoluut mee te maken. Toen mijn moeder overleed, heb ik meteen gezegd dat ik een boek over haar wilde schrijven. Ik was met een ander boek bezig. Maar daar kon ik niet verder mee. Ik moest eerst over haar schrijven. Ik wilde de herinnering aan haar enerzijds vasthouden en levend houden, en aan de andere kant vond ik dat iedereen moest weten wat een fantastische vrouw zij was. Maar willen en kunnen zijn twee totaal verschillende dingen. Ik heb heel lang huilend en snikkend achter de laptop gezeten. Ik heb mezelf geregeld vervloekt en me afgevraagd wat me bezielde. Er was zoveel verdriet en pijn waar ik doorheen moest. Ik ben meteen na haar overlijden heel sec mijn momenten met haar, en alle herinneringen van de laatste weken en dagen gaan noteren, omdat ik bang was dat ik zou vergeten hoe het precies zat. Die aantekeningen waren belangrijk, later in het schrijfproces.”

Wat me opgevallen is, is dat je je broers en zussen niet bij naam noemt. Je refereert naar Hafid als ‘mijn schrijvende broer’. Pas tegen het eind van het boek vermeld je specifiek zijn naam. Je overige broers en zussen noem je bij naam in het dankwoord. Ik heb idee dat je door hun namen later pas te benoemen, de focus wilde richten op jouw persoonlijke relatie met je moeder. Klopt dat?

“Daar moest het inderdaad over blijven gaan. Aanvankelijk wilde ik alle namen benoemen, maar gaandeweg besloot ik geconcentreerd te blijven rondom mijn moeder. Wij, haar kinderen, zijn namelijk al zichtbaar genoeg. Zij leefde liever in de luwte. Haar hele leven stond in het teken van ons. Ik wilde dat dit boek in haar teken stond. Hoe méér dit boek haar universum werd, en de rol die ik daarin speelde, hoe beter het werd en voelde voor mij, om het verhaal op een juiste manier te kunnen schrijven.”

1 De geloofsbelijdenis (shahada)

In je boek komt twee keer het woord barmhartig voor. Je gebruikt het de eerste keer om een eigenschap van je moeder te duiden. Ze was een gelovige vrouw, maar nooit veroordelend of voorschrijvend als je een andere mening was toegedaan. Een tweede keer beschrijf je het als een kenmerk van sneeuw. Wat is de link tussen die twee?

“Mijn moeder liet een meningsverschil nooit tussen ons in komen. De liefde was altijd groter. Dat is wat mij betreft de essentie van het geloof. Dat je niet hoort te oordelen over anderen. Dat willen de meeste mensen wel eens vergeten (lacht). Dat deed zij niet. Het was niet zo dat ze geen eigen mening had of dat ze dat niet liet blijken, maar ze accepteerde de verschillen. Die overstijgende liefde maakte haar barmhartig.

Op haar vijfde sterfdag, in februari vorig jaar, trok ik na het wakker worden in de ochtend mijn rolgordijn op, en ontdekte ik een prachtig wit landschap. Ik kwam tot het besef hoezeer ik sneeuw had gemist. Het voelde alsof mijn moeder mij liet weten dat ze er is. De sneeuw bracht me ook terug naar mijn jeugd, toen zij er nog was, en toen we nog strenge winters hadden. Ik ben die hele week gaan wandelen in de ijskoude buitenlucht en dat haalde fijne herinneringen naar boven. Dat warme gevoel van thuiskomen, en bij de verwarming gaan zitten. Ik ben zelfs voor het eerst in jaren met mijn nichtje gaan schaatsen op de ijsbaan waar ik vroeger als kind altijd naar toeging.

Door die herbeleving realiseerde ik me ineens dat schuldgevoelens me nog altijd parten speelden. Ik was namelijk vergeten haar de laatste avond vóór haar dood tijdig te bellen. Ik was eerder op de dag nog bij haar en ik had die avond een voorgevoel, dat ik negeerde. Ik dacht: er is vast niets aan de hand. Ik bel morgen wel. Dat heb ik mezelf al die tijd niet vergeven. Ik werd daardoor constant achtervolgd in mijn dromen. Dat gevoel van enorme spijt en gemis. Dat blokkeerde ook het schrijfproces. Maar ik realiseerde me ook ineens dat ze het me nooit kwalijk zou hebben genomen. Zo zat ze niet elkaar. Ik zat mezelf te straffen omdat ik vond, dat ik haar in de steek had gelaten. En het was de zachtheid van de sneeuw, die me hieraan herinnerde. Het voelde als een troostende en geruststellende omhelzing van mijn moeder. Ik kon weer verder.”

2 Het gebed (salat)

Van je moeder heb je ooit een ketting gekregen met aan de ene kant de afbeelding van een moskee, en aan de andere kant de koranische Ayat-ul-kursi (2: 255), ook wel bekend als het Troonvers. Wat betekent die ketting voor jou?

“Ik was ergens in de twintig toen ik deze kreeg. Het symboliseert voor mij de onvoorwaardelijke liefde van mijn moeder. Deze ketting doe ik nooit af. Zo is mijn moeder altijd bij me. Het sieraad is geelgoud. Toen zij nog leefde, droeg ik ook regelmatig zilver en witgoud. Dus ik vroeg haar om eenzelfde Troonvers in witgoud. Ik vroeg normaal nooit om een cadeau. Maar het was voor mij belangrijk dat het van haar zou komen, dat het echt van haar was. Die ketting heb ik gekregen. Maar ik heb hem nog nooit gedragen omdat ik altijd deze geelgouden om heb. Maar mocht het zover komen dat ik weer witgoud ga dragen, dan heb ik in elk geval een bijpassende hanger (lacht).”

3 De armenbelasting (Zakat)

Van je moeder heb je ook niet materiële giften gekregen. Zo noem je haar liefde en zorgzaamheid die als een helende pleister voor je werkte in tijden van pijn en verdriet. Maar je noemt ook bepaalde treffende uitspraken die ze heeft gedaan toen je nog een kind was, die graag bij de buitenwereld wilde horen. Zoals de memorabele zin: “Wij zijn anders”. Toen niet beseffend dat ze daarmee een zaadje heeft geplant, waar je nu de vruchten van plukt omdat je de waarde en de wijsheid er inmiddels wel van inziet.

“Ik ben opgegroeid in een wit dorp. Dat vond ik heel moeilijk en eenzaam als kind. Ik wilde niet anders zijn dan de rest, omdat ik er op werd afgerekend. Ik had moeite met vrienden maken en werd uitgescholden. Mijn moeder leerde mij in woord en daad dat je geen groepen nodig hebt om je staande te houden. En dat je zelf bepaalt wie je bent. Zij was daar het levende voorbeeld van. Ze was namelijk ook geen groepsmens. Door haar kwam ik tot het besef dat je kracht juist ligt in dat anders zijn. En dat er niets zo erg is als groepsgedrag en groepsmentaliteit voor je persoonlijke ontwikkeling. Zij wist dat. Ze wist wie ze was, en waar ze vandaan kwam. Ze had de bevestiging van anderen niet nodig. Maar ik was klein. Voor mij was het allemaal heel verwarrend. Naarmate ik ouder werd, werd ik veel assertiever, kon ik beter voor mezelf opkomen en mijn anders zijn steeds meer waarderen.”

Je noemt ook een opvallende opmerking die je vader ooit maakte en die bij mij is blijven hangen. Jullie waren gewend aan traditionele Marokkaanse gerechten thuis, waarbij er gezamenlijk uit één bord werd gegeten. Op een gegeven moment komt de wereldkeuken bij jullie binnen, met ieder een eigen bord. Je vader is er aan de ene kant wel blij mee, maar ziet duidelijk ook het neveneffect ervan. Namelijk dat je als familie er versnippert door bent geraakt.

“Het was een uitspraak die hij terloops zei. Die versnippering was onvermijdelijk. Je waaiert uit elkaar. Uiteindelijk vliegt iedereen het ouderlijk nest uit. Maar het staat er inderdaad wel symbool voor. Verandering in de keuken, op het bord, en hoe we als gezin ‘uit elkaar vallen’.”

Wat ik frappant vond aan je vaders uitspraak is dat winst en verlies samengaan. Dat doet mij denken aan de koranische vers inna ma’a ‘ousri yousra (94:5-6). Met moeilijke tijden, komen makkelijke tijden. Gelijktijdig dus. Maar als je aan het rouwen bent dan overheerst het gevoel van verlies. Hoe wrang het ook klinkt ben je inmiddels in staat er de upside van in te zien?

“Dat vind ik een hele moeilijke. Ik zou het niet als winst omschrijven. Maar een “upside” is dat ik tot het besef ben gekomen dat wie ik ben, onlosmakelijk verbonden is met mijn moeder. Dat alles waar ik uit besta, mijn gevoel voor taal en de ontwikkeling van mijn smaken en geuren aan haar gelinkt zijn.

Dat ze daarmee eigenlijk niet weg is. Ze is altijd bij me. In alles wat ik doe. Dat maakte het verlies dragelijker voor me. Het eigenaardige is dat je zelfs in de meest pijnlijke periode in staat blijkt om te lachen. Maar ik kon lange tijd niet luisteren naar muziek. Ik wilde niet afgeleid worden van het verdriet en de pijn. Want afgeleid worden zou betekenen dat ze de moeite om die pijn te doorstaan niet waard zou zijn. Dus ik liet me er niet door afleiden. Ik wilde niet vergeten. Allesbehalve vergeten. Ik denk dat ik me daardoor met het leven en de dood heb kunnen verzoenen. En dat ik mezelf er beter door heb leren kennen en begrijpen. Dat is de gift die zij mij gaf. Dat ik voor haar de bereidheid had om de confrontatie met mezelf aan te gaan. Dat ik voor haar door dat hele rouwproces ben gegaan en mezelf méér ben gaan begrijpen en mijn wortels méér ben gaan waarderen. Dat laatste deed ik feitelijk al door te schrijven over de Arabische wereld. Daar vocht ik voor en dat verdedigde ik. Maar ik ben ook weer dingen gaan waarderen die ik vroeger minder vond, zoals het eten van la`das (linzen) en bissara (erwtensoep), wat ik als ‘armeluis voedsel’ wegzette toen we er financieel op vooruit gingen. Ik ben dat meer gaan zien, als een onderdeel van wie ik ben.”

Kun je wat meer vertellen over je vader? 

“Mijn vader is een beetje onderbelicht gebleven in het boek, omdat het voornamelijk gaat over de bijzondere band die ik met mijn moeder had. Maar hij speelde wel degelijk een belangrijke rol in de sfeer waarin we zijn opgegroeid. We hebben ook veel aan hem te danken. Net als veel van zijn generatiegenoten, was hij wat meer op de achtergrond wat onze opvoeding betreft. Als jongste van zeven kinderen was er een groot leeftijdsverschil tussen hem en mij. Ik begreep hem heel vaak niet. Maar door het schrijven van dit boek heb ik ook hem beter leren kennen en beter leren begrijpen. Dat beschouw ik echt als een bonus. Ik vind het jammer dat ik hem dat niet kan vertellen. “

4 Het vasten in de maand Ramadan (sawm)

Je moeder liet ook een culinaire erfenis achter, waarin je je geworteld, gekoesterd en getroost voelt. Zo noem je het maken van haar favoriete soep harira tijdens de Ramadan een belangrijk ritueel en een gezelschap. Hoe bedoel je dat?

Harira-soep
Afbeelding ter illustratie

“Ik associeer harira vooral met de Ramadan, omdat mijn moeder deze soep dan het vaakst maakte. Die traditie ben ik in ere gaan houden. Als ik bezig ben met de ingrediënten, dan zie ik weer voor me hoe mijn moeder stapsgewijs en via een bepaalde volgorde alles bij elkaar voegt. Voor mij werkt dat therapeutisch. Dan is net alsof ze we weer bij me is. Dat geldt op zich voor alles wat me aan haar doet denken. Ook andere gerechten. De geuren en smaken die vrijkomen, die maken haar weer tastbaar. Alsof ze er nog is.”

Het mooie vind ik is dat je daarmee ook het verlangen naar fysiek contact met je moeder, de huidhonger, weet te stillen. 

“Toch zou ik haar nog liever wat vaker in mijn dromen willen zien. Want wanneer ik wakker word, voelt het echt alsof we elkaar hebben aangeraakt, geknuffeld en ik haar warmte weer op mijn lippen heb gevoeld. Het is levendiger. Ik droom nog vaak over haar. Maar er zijn ook perioden, waarin ik haar minder zie. Het maken van haar gerechten is dan een uitkomst.”

Een wel heel bijzondere nalatenschap is een chocoladecake met abrikozenjam, die jullie in de oven vonden op de dag van haar overlijden  

“Ik begon meteen te huilen toen ik die cake zag. Het was alsof ze het aanvoelde en ons vooral wilde inpeperen dat we door moesten gaan met leven. Iedereen die langskwam heeft ervan kunnen eten. Het was echt een gezegende cake.”

5 De bedevaart naar Mekka (Hadj)

In het rouwproces maak je een culinaire en spirituele reis door, die parellel loopt met het schrijven van je boek. Welke les heb je daaruit getrokken?
“De les die ik daaruit heb getrokken is hoe belangrijk het is om je eigen verhaal te vertellen. Ik ben niet wat andere mensen van me zeggen. Mijn moeder was niet wat andere mensen van haar dachten. Mijn moeder was wie zij voor ons was, in onze ogen. Haar verhaal is ons verhaal. Niet dat van de buitenwereld, die op papier van alles invult, omdat het hen goed uitkomt. De buitenwereld zag een onderdrukte vrouw omdat ze een hoofddoek droeg en een djellaba. Zoals bij veel moeders van die generatie.

Het contrast tussen hoe wij onze moeders zien, en hoe de buitenwereld hen ziet is onmetelijk. Het is bizar dat mensen niet eens geïnteresseerd zijn in wie ze werkelijk zijn of waren. Er werd niet onbevangen met hen gesproken. Maar op basis van datzelfde gebrek aan kennis, onkunde en desinteresse wordt er wel beleid gemaakt, en zijn er politieke besluiten genomen. Dit boek voelt voor mij dan ook als het opeisen van mijn eigen verhaal en dat van mijn moeder.”

Je sluit je boek af met een prachtige intieme scene waarbij je je ouders en je vorig jaar overleden broer Hafid neerzet op een manier die ieder van hen typeert. Ze verschillen van elkaar op een co-existerende manier.

“Het punt is dat veel mensen vooroordelen en aannames hebben ten aanzien van wie mijn ouders waren en wie Hafid was. Maar ze hebben geen flauw idee. De binnenwereld is anders. De geborgenheid van die binnenwereld, de kleine dingen, het huiselijke, het eten, de gesprekken die terloops plaatsvinden en de plagende toontjes, is wat dierbaren dierbaar maakt. Dat is ook een les waar ik me dankzij mijn moeder aan vasthoudt.”

Maria Bouanani

Maria Bouanani

Maria Bouanani studeerde Franse Taal en Cultuur aan de Faculteit Letteren van de Universiteit Utrecht. Voor Nieuw Wij schrijft ze …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.