Henk Swart groeide op in het Groningse dorp Wildervank. Hij bracht veel tijd door bij zijn grootouders, waar, terwijl oma een middagdutje deed, opa vanaf zijn praatstoel vertelde over de bezettingstijd. “Als een razzia dreigde, verschuilden onderduikers zich in een gat tussen het plafond van de kamer en de vloer van de zolder of in een kuil achter in de tuin overdekt met loof. De verhalen waren dan ook doordrenkt van angst en dreiging,” zegt hij. “Mijn belangstelling voor geschiedenis komt daarvandaan.”

In zijn lessen op de lerarenopleiding, die hij graag begon met een spannend en actueel moreel dilemma, besteedde hij veel aandacht aan het zondebokmechanisme, het pesten, in de klas, in het gezin – zoals huiselijk geweld -, in organisaties, in de geschiedenis en in de huidige samenleving. “Dat deed ik vanuit de ervaringen van studenten en eigen achtergrondkennis, met als doel: het vergroten van het handelingsrepertoire voor leerkrachten in spé.”

Swart woont in Zalk, een dorpje langs de IJssel tussen Zwolle en Kampen, waar gemeenschapszin vanzelfsprekend is. Hij is bijna vijftig jaar getrouwd en heeft twee kinderen en vijf kleinkinderen. “En alle clichés over grootouderschap zijn waar,” zegt hij lachend.

Wat bewoog je om de historische roman ‘Hels en hemels. Niets menselijks is ons vreemd’ en de historische verhalen voor oudere kinderen in ‘Vandaag hooi, morgen haver’ te schrijven?

“Oorlogsverhalen van mijn familie zijn de inspiratiebronnen voor mijn werk als docent en voor mijn schrijverschap. Eens moest mijn vader zich verstoppen onder in een sloot. Terwijl hij zich vastklampte aan de graszoden, hoorde hij boven zijn hoofd de laarzen van Duitsers in de modder klotsen. Bij tijd en wijle hadden mijn grootouders vijf tot zeven onderduikers in huis. Tussen het plafond van de huiskamer en de vloer van de zolder was een kleine donkere ruimte van vijftig centimeter diep. De schuilplaats in de tuin was  ‘comfortabeler’: een grote kuil overdekt met takken en plantenresten. Mijn vader was zeventien toen de oorlog uitbrak. ‘De Nazi’s hebben mijn jeugd gestolen,’ hoorde ik hem zeggen.”

“Op een bepaald moment was mijn vader het zat zich steeds te moeten verstoppen. Als er een razzia dreigde, waarschuwde het verzet alle onderduikfamilies. Maar mijn vader, een tiener nog, weigerde zich te verschuilen. Hij bleef demonstratief op de divan in de huiskamer liggen. De Duitse soldaten stonden in de keuken. Mijn oma heeft ze overladen met praatjes en lekkere koffie. Ze nokten af zonder de woonkamer in te gaan. De koelbloedigheid van mijn oma heeft mijn vader gered. Mijn oma heeft hem zijn roekeloosheid nooit vergeven.”

Jaren later at ik tussen de middag vaak warm bij mijn opa en oma. Mijn opa vertelde ook over de oorlog. Het waren verhalen van angst en dreiging. Hij was geen held. Ik heb als kind dat gevoel van dreiging en bedreiging verinnerlijkt. Ergens boven in hun huis openden mijn oma en opa met een ring, geketend aan de vloer, een luik. Ze keken in een zwart gat, verzonken in hun donkere herinneringen. Ik werd ingewijd in een groot geheim! Ik voelde mij groots én ongemakkelijk. Als 12-jarig kleinkind sta je er een beetje bedremmeld bij te kijken. Zwijgend gingen we naar beneden. Er werd niet meer over gesproken, alleen dat ik hier nooit over mocht vertellen. Je wist maar nooit.”

“Ik ben van na de oorlog. En dat wil ik zo houden. Al zeg ik dit de laatste tijd niet meer zo vaak. Mijn generatie is opgegroeid in de schaduw van de Tweede Wereldoorlog. Bijna niemand die ik ken uit mijn leeftijdsgroep en ouder, heeft op de PVV of Forum voor Democratie gestemd. Wij hebben de les van de oorlog in ons hoofd en in ons hart verankerd. Blaas een medemens niet op tot de totaal-andere, de vijand, degradeer hem niet tot een onmens. Je draagt dan zelf bij tot onmenselijkheid. Maak hem niet tot een zondebok voor je eigen problemen. Of zoals een Gronings gezegde luidt: ‘Aander luu binn’en ook luu’.”

Wat hebben de verhalen die zich in het verleden afspelen ons vandaag te zeggen?

“De verhalen van angst en dreiging uit de bezettingstijd heb ik in mijn geest opgeslagen. Ik heb die omgesmeed tot een missie: door verhalen met een boodschap te vertellen, zoals ik deed als geschiedenisleraar, en door te schrijven. Een mens wil zich laten kennen door verhalen over zichzelf te vertellen. Droge zakelijke feiten beroeren niet het innerlijk, ze raken niet het hart. Alleen door verhalen laten we ons beïnvloeden. Juist door de afstand in tijd, bieden historische verhalen een scherper beeld van wie wij als mens zijn, kunnen en willen zijn. Schijn en zijn, dat is niet hetzelfde. Door je te spiegelen aan het leven van de historische vreemdeling, kan je eigen moreel bewustzijn worden fijn geslepen. De vragen over goed en kwaad en de vragen over waar morele grenzen liggen, worden scherper afgesteld. Het klinkt hoogdravend en abstract, maar zo probeer ik via verhalen een boodschap voor mensen van nu te ventileren zonder die al te nadrukkelijk op te dringen. Zo’n boodschap mag er niet duimendik bovenop liggen. Dat riekt dan naar indoctrinatie. Dat roept weerstand op.”

Swart schreef ‘Vandaag hooi, morgen haver’ speciaal voor kinderen, naar aanleiding van schilderijen van Jeroen Bosch. Het boek poogt voor kinderen invoelbaar te maken hoe rond 1000 en rond 1400 minderheidsgroepen als Joden, ketters en heksen ten onrechte de schuld krijgen van de ellende in die tijd. In de hoop dat kinderen weerbaar worden tegenover soortgelijke verschijnselen in onze tijd. “Je kunt kiezen, voor het goede. Dan kunnen jij en anderen in een paradijselijke toestand raken. Maar je kunt ook voor het slechte kiezen. Dan kun je in het hier en nu een hel scheppen voor jezelf en anderen. Aan ons de keuze, zo maakt Jeroen Bosch als schilder duidelijk. Of je nu jong bent of oud, je kunt altijd voor het goede kiezen, er voor zorgen dat iedereen meedoet, niet wordt buitengesloten, dat je opkomt voor je medemens als die in nood verkeert of gepest wordt. We kunnen altijd kiezen. Maar als je jong bent mag je ook door schade en schande wijs worden.”

“Mensen doen soms goede dingen, soms slechte. Het goede overwint vaak, maar het kan daarna toch weer verkeerd gaan. Maar wat krom is, kan ook weer recht getrokken worden. De geschiedenis kent vele wisselvalligheden. Je hebt geluk als je geboren wordt op een mooie plek en in een goede tijd – met vrede en welvaart. Er zijn echter altijd en overal lieve mensen die elkaar in nood helpen en bijstaan. Daar kun je je altijd aan vastklampen.”

Onlangs verscheen Swarts roman ‘Hels en Hemels’ waarin de schrijver de lezer onderdompelt in een turbulente, gewelddadige tijd, de zestiende en zeventiende eeuw. “De lezer volgt drie hoofdpersonen die op de drempel van de volwassenheid wandelen en wankelen tussen Eros en Psyché. Eros als verpersoonlijking van de hartstocht, de overgave, het zinnelijke genot, de roes? Of Psyché als belichaming van de ziel, het beschouwelijke, het rationeel-schone? Zijn de drie hoofdpersonen helden of antihelden?”

Henk Swart boek

Waarom mogen we dit nieuwe boek van je niet missen?

“Het boek ‘Hels en Hemels’ barst van de spannende avonturen, boordevol hemelse erotiek en hete seks, vol van geloofswaanzin en ideologische verblinding, van machtswellust en zelfzucht, van verdraagzaamheid, liefde, verbondenheid, rechtvaardigheid, sympathie en moed. Kortom: het boek zit vol van onze deugden en ondeugden. Het verhaal handelt over andere tijden, over kunst en de verbeelding. De oud-Nederlandse spreekwoorden, verbeeld door Pieter Bruegel, passeren in beeld en woord de revue. Ze houden ons een spiegel voor. Ja, we kunnen kiezen op ons levenspad.”

Henk Swart. Hels en hemels. Niets menselijks is ons vreemd. Paperback, 480 pagina’s. Uitgeverij van Warven, oktober 2025.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Theo Brand

Eindredacteur

Theo Brand is journalist en politicoloog en werkt bij Nieuw Wij als eindredacteur. Religie, levensbeschouwing en politiek zijn …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.