Liefhebbers van hiphop kennen waarschijnlijk de band .nuClarity. Het was begin jaren negentig de eerste Nederlandse liveband met een uitgesproken hiphop-sound. ‘Een groep die verder gaat waar anderen stoppen, achter de punt’, volgens de muziekencyclopedie.

Medeoprichter van die band: Lucien Kembel, nu directeur van de theaters Diligentia en PePijn. “Muziek was en is nog altijd bepalend in mijn leven, mijn grote passie, althans op het gebied van de kunsten. Ik speel al vanaf mijn vijftiende gitaar. De muziek die ik met .nuClarity maakte en waarmee we bekend werden, was een mix tussen jazz en hiphop. We toerden door Nederland en daarbuiten, een band met een drummer, bassist, gitarist en een rapper/zanger. De combinatie livemuziek, rap en hiphop was behoorlijk nieuw. We trokken er aandacht mee, ook in Den Haag. Daar hebben we als ik me niet vergis op de eerste editie van het Crossing Border festival gespeeld. Ook weleens in Paard van Troje en op het North Sea Jazz Festival.”

Intermezzo: wie is Lucien Kembel?

Lucien Sigfried Kembel (1965) is directeur van de theaters Diligentia en PePijn. Geboren in Amsterdam en opgegroeid in Amsterdam West, in een gezin van zes kinderen, drie jongens en drie meisjes. Studeerde rechten (aan de Vrije Universiteit Amsterdam) en werkte tijdens zijn studie en na zijn afstuderen kort bij een belastingadvieskantoor. Om daarna zijn passie voor muziek te volgen. Hij werkt vanaf 1993 als leidinggevende in de kunst-en-cultuur-sector, waarvan de laatste vijf jaar als (interim)directeur van theaters Diligentia & PePijn. Lucien woont met zijn vrouw en hun drie kinderen(24, 21 en 16 jaar) in Amsterdam.

“Dat was een geweldige tijd. Een tijd die, naast mijn eerste stappen in de wereld van het theater, heel bepalend is geweest voor wie ik uiteindelijk ben geworden. En waarom ik doe wat ik nu doe.

Ik geloof namelijk niet in een harde scheiding tussen kunstdisciplines en genres, dat is door mensen bedacht. Juist het mixen van stijlen, genres, is een van de redenen dat de hiphop zo populair is geworden. Het samplen van verschillende nummers om daar een nieuw muziekstuk van te maken, is zo verrijkend. Tot op de dag van vandaag blijven hiphopartiesten een belangrijke inspiratiebron voor mij. Ik vraag mijn kids regelmatig naar de nieuwste stromingen of ik luister naar FunX, waar mijn nicht eindredacteur is. Ik stel me open voor alles wat er te koop is in de wereld. Niet alleen voor de wereld van kunst en cultuur, maar voor alle mensen en de hele maatschappij.”

Muziek en theater

Van muziek naar theater, hoe zit dat? Dat die twee niet zo heel ver van elkaar vandaan liggen, bleek toen Lucien in 1998 muziek maakte bij de afstudeervoorstelling van zijn schoonzus op de Theaterschool. “Met de band waren we volop bezig met hiphopmuziek. Een van de belangrijkste elementen in de hiphop is Cypher, een samenkomst van rappers die improviseren met muziek en tekst, zodat er uiteindelijk een nummer ontstaat. Elkaar al improviserend uitdagen. Mooi om te doen! Door dit optreden samen met mijn schoonzus begon ik meer interesse te krijgen in wat zich afspeelde in de culturele sector.”

Sinds 1993 was Lucien professioneel actief als leidinggevende in de kunstsector. Een jaar eerder had hij met zijn schoonzus en een derde compagnon een club opgericht: Made in da Shade. Daarin stond de samenwerking met kunstenaars uit allerlei disciplines – acteurs, dj’s, kunstenaars, muzikanten, schrijvers, rappers, schilders en computerprogrammeurs – voorop. Inspiratiebron was alles van hiphop tot Hollywood en van de straat tot het klassieke podium. “Artiesten moesten een representatie zijn van de samenleving. En in de zaal moesten wij diezelfde representatie terugzien. Ons motto was ‘Theater voor nieuwe tijden in oude steden’. Daarmee gaven we aan op zoek te zijn naar nieuwe verhalen en dat we daaraan podium wilden bieden. Op zoek naar nieuwe manieren om die verhalen te vertellen, nieuwe manieren van theater maken. Manieren die recht doen aan de plek waar je zit, woont en werkt.”

DEN HAAG-LUCIEN KEMBEL-PORTRET

Door hiermee bezig te zijn, kreeg Lucien een rijker beeld van kunst en hoe kunst gemaakt zou kunnen worden, vertelt hij. “Ik merkte dat de manier waarop ik ernaar keek, veranderde; en vooral de werkwijze en wat dat opleverde. En dat je, als je ervoor openstaat, talenten ontdekt bij mensen, die je kunt aanwakkeren om iets nieuws te creëren. Daardoor sta ik overal voor open en zie van veel de meerwaarde in, de meerwaarde van diversiteit.”

“Diversiteit was voor ons een vanzelfsprekendheid en niet een opdracht, niet een beleidsmatig thema. Wij, oprichters, waren van Surinaams-Nederlandse afkomst. Wij hadden het buitenstaandersperspectief; waren al wel binnen, maar nog steeds buitenstaanders. In het algemeen zul je je moeten verhouden met je omgeving. Je zult je moeten kunnen verdiepen in anderen, in de samenleving, zodat je daarin verbindingen kunt leggen en functioneren. Dat ‘buitenstaandersperspectief’ zou het ‘normale’ perspectief moeten zijn. Het maakt dat je op een heel andere manier naar de samenleving en mensen kijkt dan wanneer je dat van binnenuit doet. Maar dat normale perspectief blijkt niet voor iedereen zo vanzelfsprekend te zijn, als je kijkt naar alle tegenstellingen en de polarisatie in de maatschappij.”

Kijken zonder oordeel

Dat alles heeft veel dieper liggende redenen, zegt Lucien, zoals het mensbeeld dat je van jongs af aan wordt meegegeven, met intermenselijke verhoudingen. “Het heeft ook te maken met wie op welke plek in de maatschappij staat. De vraag is hoe die plek wordt bepaald. Welke kenmerken moet je hebben voor die positie? Dit zijn processen die misschien al vanaf de oertijd zijn ingesleten. Het is blijkbaar ingebakken dat wij onderscheiden. En dat onderscheiden gebruiken we dan vaak als wapen om elkaar te bestrijden. Terwijl je het even goed kunt inzetten als een instrument om verder te komen met elkaar.”

Onderscheid maken is overigens voor Lucien niet noodzakelijk negatief. Hij geeft het voorbeeld van een technicus – tegen de zestig, met veel ervaring – die solliciteerde bij Diligentia. Hij was een van vele sollicitanten, ook veel jongere mensen. “We hebben alle sollicitaties naast elkaar gelegd en hij kwam er als beste uit. Hij onderscheidde zich door kennis en kunde. Ik beoordeel niemand op uiterlijk, leeftijd, of op waar hij vandaan komt. Ik kijk naar capaciteiten en motivatie. En datzelfde geldt op alle andere plekken, niet alleen op mijn werk, maar ook in mijn privéleven. Ik heb een enorm diverse vrienden- en kennissengroep. Als ik kijk waar ze vandaan komen, zou ik ze in hokjes kunnen plaatsen, maar er is iets anders wat ons bindt. En dat gaat verder dan etniciteit, geslacht en afkomst. Tegelijkertijd ben ik, waarschijnlijk door wie ik ben en waar ik vandaan kom, er wel extra alert op diversiteit in mijn werkomgeving te stimuleren en te zorgen dat die ook werkelijk divers ís.”

Zichtbaar zijn

En van interim-directeur werd hij directeur. “Het zal niet voor iedereen vanzelfsprekend zijn geweest dat iemand zoals ik directeur was van Diligentia. Maar openlijk heb ik dat nooit ervaren. Wat ik belangrijk vind, is dat men mij leert kennen als mens en directeur en mijn uiterlijk als vanzelfsprekend gaat beschouwen. Ik laat mij vaak zien. Soms spreek ik het publiek ook toe en ik heb met een aantal vaste bezoekers inmiddels ook leuk contact. Zichtbaar zijn vind ik heel belangrijk, vooral als het gaat om het normaliseren van diversiteit en inclusie.”

lucien-kembel-3
Beeld door: Henriëtte Guest

Lucien Kembel is, samen met Sewan Mumcuyan van Prins27, een van de zeer weinige leidinggevenden in de culturele sector met een niet-westerse achtergrond. “Dat etiket ‘niet-westers met een migratieachtergrond’ is nogal misleidend, omdat ik in Nederland geboren en getogen ben. En mijn enige ‘migratie’ was die van mijn moeders buik naar de bewoonde wereld! Het is op zich opmerkelijk en eigenlijk ongelofelijk dat dit in een stad als Den Haag met een zeer diverse bevolkingssamenstelling nog steeds een uitzondering is en opvalt. Niet alleen in Den Haag trouwens. In de rest van Nederland is het helaas nog steeds hetzelfde. Sterker nog, ik durf te stellen dat in heel Nederland directeuren zoals wij op twee handen te tellen zijn. Waarom? Ik denk dat wij te zeer afwijken van het beeld dat mensen hebben van hoe een directeur van een dergelijke instelling eruit zou moeten zien. Maar het heeft er mogelijk ook mee te maken dat een functie, een carrière in de kunsten bij veel jongeren met een achtergrond zoals ik, niet top of mind is. Die gaan, nadat ze bedrijfskunde hebben gestudeerd, waarschijnlijk liever werken bij ING dan bij Diligentia. Het is ook aan ons als sector om werken in de kunst en cultuur aantrekkelijker te maken!”

Hoe kwam hij op die plek? “Ik heb in mijn carrière zelf een aantal stappen kunnen zetten, maar heb ook op de juiste momenten hulp gekregen van anderen. Sommige mensen, zoals Gerrit Dijkstra, voormalig directeur van Toneelgroep De Appel en voormalig bestuurslid van Made in da Shade, zijn voor mij zeer belangrijk geweest. Zij hadden een functie waarin ze invloed konden uitoefenen op plekken die ertoe deden. Ze hebben me geholpen, puur omdat ze een talent in mij zagen en vertrouwen in me hadden. Ik ben ze daar eeuwig dankbaar voor. Zij hadden de openheid van geest om meer te zien dan anderen zagen. Op diezelfde manier, vanuit diezelfde openheid, wil ik ook anderen helpen. Eigenlijk al vanaf de eerste stappen in de culturele sector heb ik mezelf beloofd dat ik de de kennis en ervaring die ik zou opdoen, ook zou inzetten om anderen vooruit te helpen.”

Kennis vergaren

Je moet weten hoe de hazen lopen in de wereld van kunst en cultuur om kansen te krijgen en ze te creëren. Kennis vergaren, weten hoe zaken werken. Dat realiseerde Lucien Kembel zich goed. “Niet alleen: hoe beweeg je je in politiek opzicht? Hoe ga je lobbyen? Ook praktisch: hoe werken adviescommissies, hoe werken besturen. Ik heb er altijd veel aan gedaan om me zaken eigen te maken. Daardoor was ik ook in staat om dat bredere, meer diverse perspectief toe te voegen aan beraadslagings- en besluitvormingsprocessen.”

Wat merkt Lucien nu als directeur van een Haagse cultuurinstelling van de Haagse inspanningen rond diversiteit en inclusie? “Er zijn op bestuurlijk niveau – van instellingen en organisaties, gemeenten, rijksoverheid – allerlei stukken geschreven, allerlei codes ontwikkeld rondom diversiteit en inclusie. Die zouden mensen, organisaties en instellingen moeten aanzetten om dat uit te werken en uit te dragen. Elke poging om tot meer diversiteit en inclusie te komen juich ik toe. Maar ik geloof er niet heel erg in dat beleidsstukken verandering gaan brengen. Alleen al omdat we elke vier jaar een andere wethouder hebben, met mogelijk weer een andere opvatting over het onderwerp. Als jij het als organisatie, los van beleid, niet belangrijk vindt dan ga je het nooit belangrijk vinden.”

Investeren in diversiteit

Er moet een gevoelde noodzaak zijn om te investeren in die diversiteit, voegt Lucien toe. “Dat kan soms betekenen dat je meer moet doen van het andere en minder van het zelfde. Denk bijvoorbeeld na over de voorwaarden die je stelt aan functies. Ervaring en kennis zijn belangrijk, maar ben je ook bereid om in iemand te investeren die wel de gedrevenheid en ambitie heeft maar niet helemaal voldoet aan alle criteria? Realiseer je dat woorden, en taal in het algemeen, ertoe doen; is de vacaturetekst zo opgesteld dat die een breder bereik heeft? En waar zet je de vacature uit, in welk netwerk?”

Lucien ziet in Den Haag bij de grotere en kleinere instellingen wel goede wil en initiatieven om diversiteit en inclusie in te bedden in de organisatie. “Maar er zijn naar mijn mening nog geen baanbrekende resultaten geboekt, een enkele uitzondering daargelaten. In die zin, en daar gaat het voor mij om, dat je mensen op posities hebt of zet met overtuiging en lef. Je kunt wel zoveel mogelijk gekleurde actrices en acteurs aannemen, maar als je niet met een toonaangevende artistiek leider werkt die daar ook bewust mee omgaat, dan verandert er onderin wel veel, maar verandert er uiteindelijk niets. Je moet mensen hebben die beslissingen kunnen nemen, ontwikkelingen kunnen inzetten en daar ook consequent in doorgaan, ook al komen ze veel weerstand tegen in de eigen organisatie.”

“Het feit dat ik op deze plek zit, is alleen al belangrijk omdat ik het kan agenderen bij het bestuur én bij onze werknemers. Ik ben ervan overtuigd dat je aan de top moet beginnen. Wij als bestuur en directie van Diligentia moeten diversiteit en inclusie belangrijk vinden en blijvend agenderen, ongeacht wie er op onze stoelen zitten.”

Bewustzijn en bewustwording

Kembel steekt ook hand in eigen boezem. “Ook ons bestuur is nog overwegend wit en man. We hebben nu nog een vacature in het bestuur en wat mij betreft is die voor een kandidaat die meer diversiteit meebrengt dan nu het geval is. We moeten ook beter leren zoeken naar geschikte kandidaten. Bestaande denkpatronen en mechanismen in de werving en in de selectie, die vaak zijn ingebrand, doorbreken. De keuze valt bijna altijd op iemand die op je lijkt. Het gaat denk ik om bewust zijn en bewustwording.”

Bepaalde maatschappelijke ontwikkelingen zoals Black Lives Matter zullen dit proces van bewustwording versnellen, verwacht Kembel. “Etnisch profileren bijvoorbeeld is in Nederland een onderwerp van gesprek geworden, denk ook aan de ‘toeslagenaffaire’. Black Lives Matter heeft een versterkende uitwerking gehad op het bewustzijn van veel Nederlanders. Het besef groeit dat er een aantal zaken goed fout zijn. Zoals in het onderwijssysteem, waar leerlingen met een bi-culturele achtergrond soms een lager schooladvies krijgen dan gezien hun resultaten terecht zou zijn. Of denk aan de jongeren die bijna geen stageplek of werk kunnen vinden omdat ze een prachtige Arabische achternaam hebben. Men wordt zich steeds bewuster van de eigen positie ten opzichte van de ander. Niemand kan er meer omheen. De manifestaties hebben vooral bij jonge mensen veel los gemaakt. Er móet nu wel geluisterd en vooral gehandeld worden. Ik hoop dat we dit momentum kunnen vasthouden en doorgaan.”

lucien-kembel-3
Beeld door: Henriëtte Guest

Lucien Kembel en collega Sewan Mumcuyan spannen zich sinds 2020 in om vanuit de culturele sector diversiteit en inclusie te bestendigen in de stad, onder meer door een programma te organiseren binnen de Haagse editie van The Black Achievements Month. Een initiatief van het NiNsee in Amsterdam. Het is te vergelijken met The Black History Month in Amerika. “Juist om mensen vanuit de zwarte gemeenschappen die zich positief onderscheiden, zichtbaar te maken, en hun bijdrage aan de maatschappij. We helpen, ondersteunen en faciliteren de programmamakers, allen jonge mensen uit de Afro-Surinaamse gemeenschappen, om programma’s voor de eerste editie te realiseren. Met succes, ondanks het feit dat we vanwege de pandemie niet zoveel konden doen. Ook Het Nationale Theater (HNT) en Filmhuis Den Haag leveren hieraan al jaren een bijdrage!”

Beide mannen zijn ook actief in het directieoverleg van alle podiumkunstinstellingen, en in een werkgroep die zich bezighoudt met diversiteit en inclusie. “Daarin gaat het ook om hoe we deze onderwerpen, los van welk gemeentelijk beleid, kunnen behouden. Dat doe ik samen met collega’s binnen onze organisatie en daarbuiten. Wij proberen het onderwerp levend te houden en blijvend te agenderen. De coronapandemie heeft het belang daarvan eerder versterkt dan dat het op de achtergrond is geraakt.”

Inbedding

Wat gebeurt er als ik hier wegga en een nieuwe directeur omarmt dit niet, vraagt Kembel zich wel eens af. “Dan zou er geen man over boord mogen zijn. Het mag niet afhangen van personen of het onderwerp wel of niet belangrijk wordt gevonden. Diversiteit en inclusie moeten zo zijn ingebed in de totale organisatie, op alle niveaus, dat dit niet verloren gaat na mijn vertrek. Dat is mijn verantwoordelijkheid als directeur en het is onze verantwoordelijkheid als gemeenschap.”

Wat zou hij de diverse stad Den Haag toewensen? “Ik gun de stad een visie op diversiteit en inclusie die tijdloos is, die je hooguit in de tijd wat aanscherpt en verbetert. Een visie die los staat van de politiek. Mijn wens: een beginselverklaring, zoals de grondwet, die altijd en overal geldt. Een visie die in de tijd altijd past bij de tijdsgeest. En die ten grondslag ligt aan alle beleid, zodat we niet elke vier jaar weer nieuwe beleidsvoornemens formuleren die doorgaans weinig kans van slagen hebben.”

Dit interview is overgenomen van de website van Divers Den Haag, een ‘beweging’ en netwerk van organisaties, van actieve mensen binnen Haagse organisaties, van samenwerkingsverbanden. Deelnemers zijn medewerkers en vrijwilligers van organisaties die actief zijn in belangenbehartiging, maatschappelijke dienstverlening, sport, welzijn, zorg, cultuur, onderwijs en bij de overheid. Hun ideaal: in de superdiverse stad Den Haag voelt iedereen zich herkend en erkend met de rol die bij haar of hem past.

U kunt gratis verder lezen

Klik deze melding weg via het kruisje. Maar goede artikelen schrijven kost geld. Steun daarom onze schrijvers en word al vanaf € 5 per maand Vriend/in van Nieuw Wij.

Ik lees eerst het artikel verder.
Jan Booij

Jan Booij

Consultant

Jan Booij is consultant en zelfstandig adviseur.
Profiel-pagina
Carla van den Bergen

Carla van den Bergen

Tekstschrijver en redacteur

Carla van den Bergen is tekstschrijver, redacteur, (communicatie)adviseur voor Dialoog tekstbureau.
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.