Sahar Shirzad (30) is jurist, activist en programmamaker. Ze houdt zich bezig met diverse facetten van het vluchtelingenvraagstuk. Één daarvan is The refugee millenial, een programmareeks die ze heeft opgezet en waarbij ze samen met generatiegenoten heeft onderzocht hoe het is om een millenial te zijn met een vluchtelingenachtergrond. Het antwoord laat zich niet in één woord vangen. Voor haar persoonlijk is het een identiteitskwestie die iedere definitie overstijgt. Op dit moment houdt Sahar een sabbatical en maakt ze een spirituele reis. Huidige verblijfplaats: New York. Volgende bestemming: onbekend.

“Ik was van plan mijn reis te beginnen in Istanbul, Jeruzalem te bezoeken, en via het Midden – Oosten te eindigen in mijn geboorteland Afghanistan. Daar ben ik sinds mijn zevende levensjaar niet meer geweest. Maar toen kwam de machtsovername door de Taliban. Daar ben ik echt kapot van geweest en ik besloot dat het niet het moment was om weg te gaan. Ik voelde de noodzaak om iets te doen. Samen met andere Afghaanse jongeren, hebben we ons netwerk aangeboord en zijn we een beweging begonnen genaamd Azadi, wat vrijheid in het Farsi betekent. We organiseerden daarna een demonstratie op 28 augustus op de Dam. We sloten daarmee aan bij een internationaal initiatief. Op dezelfde dag werd de actie in meer dan dertig steden wereldwijd opgepakt. In samenwerking met De Goede Zaak stelden we een petitie op “Iedere Afghaan recht op een veilig bestaan!”, die in september is aangeboden aan de Tweede Kamer.”

Zuil 1: De geloofsbelijdenis (shahada)

In het kader van Bevrijdingsdag heb je in 2020 de prachtige tekst ‘Mijn vrijheid kent geen thuis’ mogen voorgedragen. Over het thuisgevoel zeg je: “Ik heb je niet in stenen kunnen vangen, niet in personen, ook niet in de natuur.” Je concludeert vervolgens dat thuis niet iets fysieks is maar in jezelf zit. Kun je dat verder uitleggen?

“Ik heb de tekst in een briefvorm geschreven in een periode waarin ik heel erg op zoek was naar een gevoel van veiligheid. Als kind ben ik veertien keer verhuisd. Dus ik heb heel erg moeten dealen met verandering, waardoor ik nergens heb kunnen aarden. Ik ben daar lange tijd rusteloos van geweest. Ik heb een paar jaar geleden een huis gekocht en ik ben gaan samenwonen. Maar ook daar heb ik het thuisgevoel niet in kunnen vinden. Vervolgens dacht ik het allemaal in mezelf te moeten vinden. Maar ik kwam er al snel achter dat het leven niet maakbaar is. Ik ben veel gaan wandelen, lezen en luisteren naar preken. Zo ben ik tot God gekomen. Mijn redding zit niet in het centraliseren van mezelf, maar in iets wat mij en anderen overstijgt. Ik heb nu veel meer rust bij het idee dat het leven zo weer om kan slaan, en dat de plek waar je woont ineens kan veranderen.”

Is religie een onderdeel geweest van je opvoeding?

“Ik ben geboren in een islamitische cultuur, maar ik ben niet religieus opgevoed. Mijn vader is atheïst. Mijn moeder is wel gelovig, maar niet praktiserend. Dus ik ben niet opgevoed met een specifiek religieuze identiteit.”

Hoe ben je dan toch tot God gekomen?

“Ik ben vorig jaar door iemand van de protestantse kerk geïnterviewd voor een podcast. We raakten in een mooi gesprek over Jezus en een fragment uit de Bijbel dat ik toevallig kende. Tegen zijn verwachting in, merkte hij aan mij dat ik heel dorstig was naar dit soort gesprekken. Er volgden meerdere gesprekken met hem, maar ook met anderen in mijn omgeving. In het begin voelde ik veel weerstand, omdat ik het idee dat Jezus voor onze zonden gestorven zou zijn, niet kon begrijpen. Ook het feit dat hij centraal gesteld werd en niet God, was voor mij aanvankelijk een vreemde gedachte. Maar ik heb me er dit jaar aan overgegeven. Dat voelde als een bevrijding, en een stukje van mijn identiteit waar ik heling in vond en wat ik hiervoor miste. Ik heb me daarom laten dopen. Toch zeg ik heel bewust niet religieus te zijn, want ik behoor niet tot een specifieke kerk.”

Het klinkt alsof je nog zoekende bent. Hoe ben je dan toch tot het je laten dopen gekomen?

“Ik ben een ochtend gaan bidden en ik kreeg ineens het sterke verlangen om gedoopt te willen worden. Ik belde de jongeman van de podcast op of hij mij daarbij wilde helpen. Hij heeft toen voor mij een dominee gebeld van een kerk in Den Haag. Samen hebben ze mij gedoopt. Ik wilde het heel graag in natuurwater, dus ik heb me in de Noordzee laten dopen op de eerste dag van de zomer. Dit is trouwens de eerste keer dat ik hier publiekelijk over praat. Ik heb het niet aan de grote klok gehangen. Alleen een paar van mijn beste vrienden wisten het. Mijn geloof voelt nog heel fragiel als een soort baby, die je heel graag wil beschermen.”

Over baby’s gesproken, je hebt ook een andere prachtige tekst mogen voordragen: ‘Brief aan mijn ongeboren kind’. Ook daarin heb ik het gevoel dat je nog zoekende bent, of in elk geval dat je je niet wilt laten vastpinnen. Zelfs tot in je geaardheid aan toe. Alsof je jezelf niet wilt laten definiëren door een ander en daardoor ongrijpbaar wil zijn?

“Het was de eerste keer dat ik daar iets over zei. Je kan die voordracht een coming out noemen, maar daar geloof ik niet zo heel erg in. Ik geloof niet dat we met zijn allen moeten gaan vertellen wat onze voorkeuren zijn. Ik vind het pretentieus om te zeggen dat ik ongrijpbaar wil zijn omwille van de ongrijpbaarheid, of de abstractie creëer om een conceptueel persoon te zijn. Voor mij is dit de enige manier waarop mijn persoonlijkheid zich kan binden aan een identiteitsdefinitie.

Ik ben jong begonnen met actief zijn binnen de politiek, binnen allerlei stromingen in de kunst en cultuursector, en nu ook als activist en jurist. Je ziet dat mensen altijd heel erg nieuwsgierig zijn naar wat je verhaal is en naar wat je allemaal hebt gedaan en doet. Maar als je een persoon van kleur bent, en je wordt ergens geïntroduceerd, dan word je negen van de tien keer met je identiteit beschreven en niet met wat je allemaal hebt gedaan. Daarom is het voor mij belangrijk wanneer ik mezelf in identiteitshokjes plaats of laat plaatsen, dat ik daar de nodige kanttekeningen bij kan zetten, want hoe je mij ook definieert het is slechts een fractie van wie ik ben. Dat zal mij nooit volledig recht doen. Ik loop bewust niet met mijn geaardheid te koop, omdat je dan die queer Afghaan wordt, en vervolgens alleen voor onderwerpen gebeld wordt, die daarover gaan. Ik noem mezelf soms gekscherend het vluchtelingenmeisje, omdat ik als zodanig geregistreerd sta in de rolodex. Vandaar dat ik discreter omga met definities, maar ik ben er heel erg trots op dat ik een Afghaan ben, een vrouw ben, een kind van God ben en hartstikke queer ben. Dat is geen geheim.”

Zuil 2: Het gebed (salat)

“Het was de bedoeling dat ik, vóór het te koud zou gaan worden in New York,  zou trekken naar een warmer oord. Maar het toeval, voor zover dat bestaat, wilde dat ik twee weken geleden een kerk inliep die me meteen aansprak. Er waren superveel jonge mensen van overal ter wereld. Veel Aziaten en ook andere mensen van kleur. Niet dat dat ertoe doet, maar het gaf me wel een gevoel van belonging. Het is een kerk zonder denominatie, dat wil zeggen: noch protestant noch katholiek. Dat spreekt me erg aan. Ik wist niet dat dat bestond. Ik heb in Nederland wel wat kerken bezocht, maar door de lockdown heb ik nog niet alle soorten kerken kunnen verkennen.

Iedere week tot aan kerstmis, wordt er hier aandacht besteed aan het verhaal van Jezus. Dit wordt mijn eerste kerst als gedoopt persoon. Dus ik dacht: ik blijf nog even in New York, dan heb ik een kerk om naar toe te gaan met kerst.”

Vijf-zuilen_Sahar-Shirzad_NY

En als je in een kerk bent, waar bid je dan voor?

“Het punt wat ik heb met bidden is dat ik niet per sé vraag naar iets concreets, maar dat ik vraag naar de gereedheid om dat concrete te kunnen ontvangen. Om een voorbeeld te noemen. Stel je wilt een kind. Ben je daar dan wel klaar voor? Ik zou dan niet bidden voor een kind, maar bidden om er klaar voor te zijn, om dat kind te kunnen ontvangen. Maar ik vind dat je in gebeden ervoor moet waken dat cynisme het niet overneemt. Dat je best mag durven vragen naar iets groots.
Ik merk dat ik daar steeds beter in word, dankzij mijn geloof. Ik was best cynisch ten aanzien van de toekomst van Afghanistan. Met alles wat daar nu gebeurt en het feit dat het land al veertig jaar geen vrede kent, lijkt het net het beloofde land van God, waar eeuwig strijd om is. Maar ik durf nu vaker te bidden voor een wederopstanding daar. Ik ben hoopvoller gestemd.”

En wat jezelf betreft?

“Waar ik het meest mee zit is dat ik te lang ben doorgegaan, met werken en actievoeren. Ik heb mezelf leeg gegeven. Vandaar de sabbatical en de reis die ik nu aan het maken ben. Ik bid tot God dat ik een manier vind om mijn stem weer terug te vinden. Hopelijk via de pen. Dat is toch meer mijn manier van communiceren, heb ik gemerkt”

Zuil 3: De armenbelasting (zakat)

“Ik ben in een stad die de reputatie heeft de meest bruisende, welvarende en begeerde stad van de wereld te zijn. Het was ooit mijn droom om hier te werken als jurist (internationaal recht). Maar nu ben ik hier en zie ik dat de mensen hier ook echt zijn verdwaald. Niet alleen Afghanistan heeft een revival nodig. New York kan er zelf ook een gebruiken. Er heerst een enorme spirituele armoede, want de mensen zijn hier bij wijze van spreken vierentwintig uur per dag aan het werk. Ik heb hier een paar vrienden kunnen maken. Als ik geluk heb, kan ik hen alleen in het weekend zien. Ze werken doordeweeks van ‘s ochtends tot ’s avonds. Ze werken zich kapot in een stad die nooit slaapt. Slapen wanneer ze niet hoeven te werken, en werken vervolgens om te kunnen wonen in een stad die nooit slaapt. Begrijp me niet verkeerd hoor. De stad heeft zeer zeker ook leuke kanten. Maar ik merk dat ik hier dezelfde klachten krijg als in Nederland. Ik voel de spanning weer in mijn schouders opkomen. Of het nu aan deze kant is van de oceaan of in Nederland het is hetzelfde kapitalistische cultuur van doorrennen. Niet iedereen kan daarin mee.

Een op de honderd mensen in New York is dakloos. Door de coronapandemie is dat verergerd. Nu het steeds kouder wordt, zie je steeds meer daklozen een warme plek opzoeken om te kunnen slapen. In de metro en bij de terrassen van restaurants vertellen ze hun verhaal en bedelen om geld, maar niemand kijkt ze aan. Ze zijn er immuun voor geworden en beseffen niet dat ze hun eigen mensen daarmee aan het dehumaniseren zijn. Je ziet dat het empathisch vermogen in elkaar gezakt is. Het lijkt erop dat je minder mens wordt zodra je in een andere klasse terecht komt. Hetzelfde geldt voor vluchtelingen. Er zijn wereldwijd meer dan tachtig miljoen mensen ontheemd geraakt. Ik vind dat we een gigantische verantwoordelijkheid hebben tegenover mensen, die afhankelijk zijn of afhankelijk worden gemaakt van andermans genade. Het maakt me ontzettend boos. Ieder mens heeft recht op een veilig thuis.”

Je woont inmiddels meer dan twee decennia in Nederland. Voel je je wel eens schuldig dat je hier een bestaan hebt mogen opbouwen, terwijl het leven van de mensen in Afghanistan de afgelopen twintig niet bepaald verbeterd is?

“Daar heb ik lange tijd last van gehad, zonder het in de gaten te hebben. Ik kon niet plaatsen waar dat nare gevoel vandaan kwam. Ik heb het uiteindelijk kunnen definiëren en in mijn werk tot iets constructiefs kunnen omzetten, namelijk de programmareeks The Refugee Millenial (Humanity House), waarbij ik veel generatiegenoten heb mogen betrekken, en met wie ik diverse onderwerpen heb aangehaald, waaronder schuldgevoelens.

Sahar-Shirzad-zwartwit

Ik ontdekte dat niet alleen millenials met een vluchtelingenachtergrond, maar iedere millenial in Nederland van welke afkomst dan ook een bepaalde vorm van survival guilt met zich mee kan dragen. Als generatiegenoten worden we niet alleen gekenmerkt door de welvaart die we ervaren, maar gelijktijdig ook door de last van het klimaatprobleem. Een klimaatdepressie bijvoorbeeld komt voort uit een soort schuldgevoel.

Dan heb je ook nog het klassieke schuldgevoel: Als je van een andere generatie bent dan je ouders of grootouders, en je hebt in vergelijking met hen een welvarend leven, dan ben je op zoek naar een aflossing voor het leed dat zij hebben moeten doorstaan. Maar het is een schuld die niet aflosbaar is. Het is iets waar we doorheen moeten. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Dat merkte ik bijvoorbeeld toen de Taliban de macht overnam in Afghanistan in de zomer. Als je via de buis getuige bent van de wanhoop van de mensen, hen zich ziet vastklampen aan vliegtuigen en ziet neervallen, en meisjes en jonge vrouwen in onzekerheid ziet of ze nog naar school mogen, dan steekt naast boosheid, ook survival guilt weer de kop op.

Toch ben ik er niet te lang in blijven hangen. Want het grootste protest dat je als Afghaanse vrouw kan leveren is juist wel te studeren, te werken, te reizen, te leven en gelukkig te zijn, als je daar de mogelijkheden toe hebt. Ik denk dat we daarmee Afghanistan een groter dienst bewijzen, dan door het etaleren van een schuldgevoel en het aannemen van een rouwpositie. Daar schiet niemand wat mee op. God heeft mij het leven gegeven dat ik nu heb. Daar is een reden voor. Daar moet ik wat mee. De grootse levensles die ik de afgelopen twee jaar heb geleerd, is dat schaamte en schuld emoties zijn die je niet kan omzetten tot nut. Boosheid daarentegen wel. Toch wil je ook daar niet in blijven hangen. Een schuldige aanwijzen, lost de crisis niet op. Uiteindelijk wil je uitkomen op een liefdevolle oplossing waar we met zijn allen voor staan. Daar hoop ik als activist een bijdrage aan te kunnen leveren.”

Zuil 4: Het vasten in de maand Ramadan (sawm)

“Ik ben op dit moment op mijn manier aan het vasten. Sinds ik ben gaan reizen heb ik niets op mijn social media gezet. De druk om te posten voel ik nog steeds, maar ik heb mezelf beloofd om even niet in contact te staan met de buitenwereld, me te onthouden van de continue informatiestroom. Het doel hiervan is om weer te durven bouwen en vertrouwen op mijn eigen intuïtie. Ik heb ontdekt dat de rust zit in het niet weten en het niet continu bereikbaar moeten zijn. Het brengt me terug naar mijn kindertijd. Dat ik uren buiten speelde, zonder dat mijn moeder precies wist waar ik was. Het brengt me terug naar de tijd waarop je één week moest wachten op de volgende aflevering van een serie. En hoe fijn het is om twee dagen later je voicemailberichten af te kunnen luisteren. Het geduld kunnen opbrengen van het niet weten, is zo ontzettend fijn. Dat altijd maar bereikbaar moeten zijn, moeten we echt afleren. Daar mag op scholen best meer aandacht voor komen. Want als je niet leert uitzetten, dan word je zelf uiteindelijk uitgezet.”

Zuil 5: De bedevaart naar Mekka

Je eerste reisplanning is op losse schroeven komen te staan. Hoe ziet je huidige routekaart eruit?

“Het is een spirituele reis geworden, zonder vastomlijnd plan. Ik ben Gods signalen aan het volgen tijdens mijn tocht. Zo voel ik dat echt. Ik zit nu in New York. Ik heb nog geen idee wat mijn vervolgstap zal zijn. Toen ik twee maanden geleden met mijn reis begon, kocht ik maar één ticket. Dat was er een naar Mexico. Puur om praktische redenen. Ik wilde reizen naar een warm land om tot rust te komen. Door Covid-19 vielen veel opties af. Mexico was een van de weinige landen die haar grenzen nog wel open had staan. Ik had me totaal niet ingelezen. Ik had er geen enkel beeld bij, behalve dan dat het een mooi land is, dat het eten lekker is, en dat ik de kunstenares Frida Kahlo geweldig vind. Ik ben er begonnen met een eiland in de Mexicaanse Golf, dicht bij Cuba.

Hoe beviel dat?

De eerste week werd ik erg ziek. Alle stress kwam er ineens uit. Ik had niet door hoe moe ik was en hoe nauw mijn wereld was geworden in Nederland. Als je op reis bent, besef je pas hoe betrekkelijk het allemaal is. Je gaat de dingen wat meer in perspectief zien. Na die eerste week ging ik het eiland verkennen. Ik ontdekte er witte strandbanken. Het zeewater voelde heerlijk, alsof je een warm bad hebt opgezet. Het water was zout, schoon en helend. Mijn lichaam kwam er totaal tot rust. Ik voelde me net een kind dat leert lopen. Ik zette onwennig de eerste stappen in onbekend terrein, en ik werd ineens omringd door stilte en warmte. Dat was voor mij echt een heilig moment. Ik voelde me er zo veilig.

Wat maakt voor jou een plek heilig?

“Een plek is voor mij heilig, daar waar de natuur nog is zoals God het bedoeld heeft. Het is een plek waar je genoeg stilte ervaart om de schoonheid van de natuur te kunnen waarderen, waar je weer op kracht kan komen, en waar je weer helder voor ogen krijgt, wat de moeite waard is om voor te strijden. Voor mij is dat een duurzame en veilige wereld voor iedereen. Ik denk dat er niets heiligers is dan dat.”

Maria Bouanani

Maria Bouanani

Maria Bouanani studeerde Franse Taal en Cultuur aan de Faculteit Letteren van de Universiteit Utrecht. Voor Nieuw Wij schrijft ze …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.