In een wereld waar meningen verharden en groepen steeds verder uit elkaar lijken te drijven, staat Brughmans niet voor meer harmonie, maar voor meer moed: de moed om spanningen te benoemen, om verschillen te erkennen, en vooral om nieuwsgierig te blijven naar de mens achter het standpunt.

U heeft zich gespecialiseerd in paradoxaal leiderschap. Wat houdt dat in?

‘Ik zou het zelfs breder willen trekken dan leiderschap. Paradoxaal denken is een manier van kijken naar de wereld. Het vertrekt vanuit het idee dat veel zaken die we als tegenpolen zien – stad versus natuur, autonomie versus sturing, traditie versus vernieuwing – niet alleen met elkaar in conflict zijn, maar elkaar ook kunnen aanvullen en versterken. Niet in de zin van een slap compromis in het midden, maar door de kracht van beide polen volledig te benutten.’

Hoe verhoudt dat zich tot polarisatie?

‘Polarisatie is eigenlijk het failliet van paradoxaal denken. Waar paradoxaal denken ervan uitgaat dat tegenpolen in verbinding blijven, dat ze elkaar bevragen en versterken, daar gebeurt bij polarisatie precies het tegenovergestelde. In een gezonde spanning tussen twee standpunten is er interactie: nieuwsgierigheid naar wat de ander beweegt, bereidheid om te luisteren en het besef dat beide perspectieven iets waardevols bevatten. Die dynamiek maakt het mogelijk om verder te kijken dan het eigen gelijk.’

‘Maar zodra polarisatie inzet, verstijven die polen. De beweging stokt. Mensen raken volledig geïdentificeerd met één kant van de tegenstelling, alsof hun hele identiteit op het spel staat. De ander wordt dan niet langer gezien als een mens met zijn eigen angsten, waarden en verlangens, maar als een karikatuur, een vijand, een abstract probleem dat bestreden moet worden. De verbinding valt weg, en daarmee de mogelijkheid tot wederzijdse verrijking.’

Polarisatie is dus een slecht iets?

‘Nee, niet per se. Integendeel: veel grote maatschappelijke verschuivingen zijn juist in gang gezet door groepen die zich stevig positioneerden en scherpe grenzen trokken. Zonder dat soort ‘schuring’ was de vrouwenemancipatie nooit zo snel op gang gekomen, had de milieubeweging nooit dezelfde urgentie gekregen. Polarisatie kan dus een motor zijn, een noodzakelijke kracht die vastgeroeste structuren en gevestigde machtsverhoudingen openbreekt, maar wanneer die kracht doorschiet – wanneer kampen zich ingraven, nuance verdwijnt en elk gesprek verandert in een strijd om te winnen in plaats van te begrijpen – dan werkt polarisatie verlammend. De samenleving verstijft. De beweging die eerst emanciperend werkte, keert zich dan tegen zichzelf. Dat is het moment waarop polarisatie niet langer vruchtbaar is, maar elke vorm van vooruitgang verstikt.’

U zegt dat nieuwsgierigheid naar de ander essentieel is. Maar is de mens daartoe in staat? Het vraagt veel gesprekstechniek, empathie, geduld…

‘Ik denk dat we het te ingewikkeld maken. Het begint heel simpel: interesse tonen. Niet direct argumenteren. Niet meteen vechten met feiten. De vraag stellen: waarom raakt dit jou zo? Wat zit er onder het standpunt? Mensen zijn vaak niet zozeer gehecht aan een bepaald inhoudelijk standpunt en hun argumenten daarvoor. Ze zijn vooral gehecht aan wat daaronder schuilt: de meestal onuitgesproken behoeften aan erkenning, controle, eigenheid, trots of waardigheid, die ze met dat standpunt willen neerzetten.’

‘Paradoxaal denken gaat ervan uit dat onder elke extreme mening ook een positieve kern zit. Zelfs onder standpunten waarvan we moreel gruwen. Onder xenofobie zitten bijvoorbeeld vaak legitieme verlangens naar veiligheid, eigenheid, de geborgenheid van de eigen groep of een behoefte aan culturele erkenning. Als dergelijke verlangens niet worden gehoord, opzijgeschoven, weggelachen of als bekrompen worden weggezet, hebben mensen vanzelf de neiging om harder te gaan roepen. Voor je het weet worden ze de ideale doelgroep voor extreme partijen en populisten, die hier wel erkenning aan geven en ze vervolgens koppelen aan extreme oplossingen en hun eigen agenda.

Het is zaak om signalen van onvrede in een vroeg stadium op te pikken en er iets mee te doen. Daarvoor is het nodig om een onderscheid te maken tussen het signaal dat mensen hiermee willen afgeven en de onwenselijke en misschien volstrekt verwerpelijke oplossing die ze aandragen. Het signaal wijst vaak op een onevenwicht dat er is ontstaan, zoals teveel doorschieten naar protocollen ten koste van menselijkheid of juist te veel nadruk op de eigen autonomie ten koste van gezamenlijkheid.’

Binnen de doopsgezinde gemeenschap worstelen we met autonomie. Doopsgezinden schrijven hun eigen geloofsbelijdenis, gemeenten zijn zelfstandig. Gemeenten lopen leeg, maar samenwerking voelt bedreigend. Hoe kijkt u daarnaar?

‘Dit is een perfecte paradox. Aan de ene kant: autonomie, eigenheid, lokale geloofspraktijk. Aan de andere kant: samenhang, gemeenschap, schaalvoordelen. Als je dit als een ‘of-of’-vraag formuleert, verlies je altijd. Ofwel alles versnippert, ofwel je krijgt centralisatie die beklemmend voelt.

‘De kern is om de vraag te herformuleren: hoe kunnen we onze autonomie behouden én tegelijk samen een groter geheel vormen?

Die vraag opent creativiteit. Maar het vraagt wel om het gesprek over wat autonomie eigenlijk betekent. Veel mensen verwarren autonomie met: ‘bemoei je met je eigen zaken’. Maar autonomie ín een gemeenschap betekent iets anders: eigenheid binnen verbondenheid.’

Het gaat niet eens altijd om grote dingen

‘Binnen organisaties gaat het vaak over ogenschijnlijk banale onderwerpen – koffiezetten, de kleur van de gordijnen, gebouwgebruik. Maar die onderwerpen zijn zelden het echte thema. Het gaat over erkenning, rol, geschiedenis, waardigheid. Zodra je begrijpt wat eronder zit, kan er ruimte ontstaan voor het echte gesprek en blijkt het veel minder ingewikkeld te zijn om een oplossing te vinden voor het inhoudelijk vraagstuk. Maar als je die laag overslaat en meteen naar de oplossing springt, herhaalt hetzelfde conflict zich op een ander dossier.’

‘Neem het voorbeeld van een gemeentelid dat al veertig jaar de koffie zet. Voor die persoon gaat samenwerking misschien over iets heel anders dan theologie: over angst om overbodig te worden, bijvoorbeeld. Of over verlies van betekenis. Als je dat erkent, kun je tot oplossingen komen die wél werken: minder werkdruk, een rolverdeling, of juist een nieuwe taak die beter past, Maar als je meteen zegt: ‘we gaan nu samen met de buren, anders gaat het licht uit’, dan duw je mensen alleen maar dieper de weerstand in.’

En hoe doe je dat als individu, bijvoorbeeld als predikant, pastoraal werker of bestuurder?

‘Veel van onze irritaties gaan over iets wat we in onszelf niet willen zien. Ik maak me bijvoorbeeld snel druk over mensen die alles maar laten waaien. Waarom? Omdat ik zelf streng en gedisciplineerd ben en mijn eigen ‘losbol’ heb weggeduwd. Polarisatie is vaak een projectie van onze eigen schaduw. Zelfonderzoek is essentieel. Waarom raakt mij dit? Wat zegt dat over mij? Een geloofsgemeenschap die dit gesprek voert, wint enorm aan diepte.’

‘Iedereen is in dezen gelijkwaardig. Leg je eigen spanningsvelden op tafel. Elke persoon, op welk niveau ook, is hierin zoekend, omdat er geen pasklare antwoorden zijn. Als leiders doen alsof ze het allemaal weten, creëert dat afstand. Maar als je zegt: ‘Wij willen eenheid, maar we worstelen met de neiging om te gaan sturen. En we willen autonomie, maar zien ook gevolgen van versnippering.’ Dan ontstaat ruimte bij anderen om ook hun worstelingen te delen. Dat is echt leiderschap.’

Leven vanuit de paradox?

‘Laat controverse bestaan. Niet omwille van het conflict zelf, maar omdat er altijd een signaal onder zit. Zolang mensen zich gehoord voelen, kun je samen door een storm heen. Maar zodra alles onder het tapijt verdwijnt, gaan gevoelens van onvrede in de onderstroom en kunnen ze een gemeenschap van binnenuit vergiftigen. Blijf nieuwsgierig. Blijf praten. Blijf elkaar écht zien. Dáár zit de hoop.’

Autonomie in verbondenheid is een prachtige paradox voor jullie gemeenschap. Het erkent beide polen. Het dwingt niet naar het midden. Het nodigt uit tot gesprek. En vooral: het sluit volgens mij aan bij de doopsgezinde ziel, waarin individuele geloofsontwikkeling én gemeenschap beide waardevol zijn. Als je die spanning omarmt, ontstaat toekomst.”

Ivo Brughmans is filosoof, politicoloog en managementconsultant, gespecialiseerd in het omgaan met spanningsvelden, dilemma’s en tegenstellingen binnen organisaties. Centraal in zijn werk staat het verbinden van tegenpolen – een thema dat hij uitwerkte in boeken als De kunst van het paradoxale leven (2013) en Paradoxaal leiderschap (2016). Zijn laatste boek, (De)polarisatie, verscheen begin dit jaar.

Dit interview is afkomstig uit Mondig, tijdschrift van de Doopsgezinden.

008__ADS – Portretten-Headshots-Original Size-__www_RAPfotografie_nl

Kalle Brüsewitz

Kalle Brüsewitz is coördinator communicatie bij de Algemene Doopsgezinde Sociëteit.
Profiel-pagina
Al 2 reacties — praat mee.