Karwan Fatah-Black (Universiteit Leiden en senior onderzoeker bij het KITLV) gaat nu als leerstoelhouder onderzoek doen naar de overgang van slavernij naar burgerschap, en waarom die in verschillende samenlevingen anders verliep.

Op 25 maart 2026 nam de VN Algemene Vergadering een resolutie aan waarin de trans-Atlantische handel in tot slaaf gemaakte Afrikanen wordt aangeduid als ‘the gravest crime against humanity’. Nederland onthield zich van stemming. Fatah-Black noemt die Nederlandse houding “jammer,  maar verklaarbaar” gezien de keuze om de trans-Atlantische slavernij te benoemen als ‘meest verschrikkelijke misdaad’: “De hiërarchie die de resolutie aanbrengt door één misdaad als de allerergste te benoemen, doet geen recht aan de slachtoffers van andere misdaden tegen de menselijkheid.” Hij plaatst de resolutie in een langere internationale beweging richting erkenning van het slavernijverleden. De resolutie is wat Fatah-Black betreft daarom “een logische vervolgstap gezien de eerdere resoluties van de VN over slavernij, discriminatie en racisme”.

De kern van de leerstoel is vergelijking. “De Nederlandse aandacht voor het slavernijverleden staat niet op zichzelf. Vergelijkbare processen zie je in andere samenlevingen”, zegt Fatah-Black. In veel samenlevingen blijkt dat gemeenschappen van tot slaafgemaakten en hun nazaten geen soepele overgang doormaken naar gelijkwaardig burgerschap. Over dat onderwerp is al vanaf de negentiende eeuw discussie geweest, maar hoe dat in het Nederlandse rijk verliep ontbreekt nog in dat gesprek.

Vergelijken helpt om vaste verhalen open te breken. “In veel voormalige slavensamenlevingen zie je dat elites één verhaal over het verleden centraal zetten, tegenover gemeenschappen die andere herinneringen en ervaringen doorgeven”, stelt Fatah-Black. “In verschillende samenlevingen zie je continuïteit tussen de voormalige slavenhoudende elites en wie nu een prominente positie hebben. En andersom ook dat gemeenschappen van nazaten van slaafgemaakten nog altijd structureel worden uitgesloten en er ongelijk burgerschap bestaat. Dat zie je ook terug in Nederland en voormalige Nederlandse koloniën.”

Wat de Leerstoel de komende jaren gaat doen

De UNESCO Leerstoel bouwt voort op een lopend onderzoeksprogramma met promovendi en postdocs. Er verschijnt een boekenreeks over slavernij en emancipatie: vier delen zijn uit, een vijfde ligt bij de drukker.

De meerwaarde van de leerstoel zit volgens Fatah-Black in de verbinding: “De combinatie van UNESCO en universiteit biedt kansen voor internationale samenwerking en kennisuitwisseling. Dat kan het onderzoek verdiepen én het gesprek met de samenleving versterken.”

Tegelijk is internationale samenwerking niet vanzelfsprekend. Zo moest een gepland project met Venezuela worden uitgesteld. Ook dit laat zien: onderzoek naar de geschiedenis van slavernij blijft afhankelijk van de wereld van nu.

In Nederland wordt het slavernijverleden soms als uitzonderlijk neergezet. Fatah-Black relativeert dat: “Het Nederlandse verhaal is niet uniek.” Hij ziet Nederland daarnaast zoeken naar een positie: terughoudend in sommige internationale discussies, maar tegelijk met de neiging zich weer als ‘gidsland’ te presenteren. Die spanning maakt deze Leerstoel, in zijn ogen, extra relevant: het is geen eindpunt, maar een stap in een langer proces waarin onderzoek, maatschappelijke erkenning en politiek elkaar blijven beïnvloeden.

Hij noemt de postkoloniale samenleving daarbij geen theorie, maar een realiteit: “een onomkeerbaar feit”. Onderzoek moet volgens hem helpen om actuele vragen over burgerschap, erkenning en ongelijkheid beter te begrijpen, zonder te doen alsof het alleen een Nederlands vraagstuk is.

Wat doet een UNESCO Leerstoel?

UNESCO Leerstoelen bevorderen (internationale) samenwerking op UNESCO-thema’s. Zij doen dit samen met het Hoofdkantoor van UNESCO in Parijs en de Nederlandse UNESCO Commissie. Als expert en partner leveren ze kennis voor projecten en adviezen en denken ze mee met het opzetten van events. En als ambassadeur en verbinder vormen ze een brug met andere (inter)nationale wetenschapsorganisaties, en brengen ze hun inzichten over UNESCO-thema’s over aan een groot publiek. Nederland kent 18 UNESCO Leerstoelen; wereldwijd zijn er meer dan duizend.

Dit interview is afkomstig van Unesco.nl.

Lees ook

foto.Nicole Immler kopie – kopie

“Herstel historisch onrecht vraagt om andere mentaliteit”

Over heling & herstelrecht slavernijverleden (5): Nicole Immler

Hajo Kiesling

Hajo Kiesling

Hajo Kiesling is lid van de UNESCO Jongerencommissie 2025-2026.
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.