Klimaatverandering is een abstract begrip dat concreet vorm krijgt, doordat de zon steeds vaker op ons terras staat te schroeien of dat het zo hard regent dat de straten blank staan. “Ik ging mij op een gegeven moment afvragen hoe die klimaatverandering en ecologische problematiek in ons land er precies uitziet,” vertelt Klomp. “En of de theologie een eigen verhaal daaromtrent te vertellen heeft. Ik heb het idee dat het geloof in de afgelopen eeuwen meer en meer vergeestelijkt is geraakt. Het is een zaak geworden van het hoofd en het hart; ons geloof is als het ware losgezongen van de grond. Laten we niet vergeten dat we zelf grond zijn, dat we uit aarde gevormd zijn en dat God ons de levensadem ingeblazen heeft.”
Meer dan vijftig procent van het Nederlandse grondoppervlak wordt gebruikt voor voedselproductie. Dat is relatief een hoog percentage in vergelijking met de ons omringende landen. Veel problemen doen zich voor in de landbouwsector, waarvoor meerdere partijen verantwoordelijk zijn: de overheid, de sector zelf en ook wij als consumenten. We gaan allemaal om met grond, bijvoorbeeld door wat we kopen in de supermarkt wat gevolgen heeft voor degenen die er aan verdienen of er juist op toeleggen. Op die manier hebben we allemaal handelingsmacht. “Moeten we dan niet eens met een theologische blik kijken naar de manier waarop we met grond omgaan?” stelde Klomp zichzelf de vraag. “Naar schatting heeft de helft van de Nederlandse boeren een christelijke achtergrond. We wilden er graag achter komen in hoeverre hun geloof motiverend is voor hun bedrijfsvoering. Daarnaast hebben kerkgenootschappen vaak veel pachtgronden – of ze bezitten een begraafplaats of ze beheren een diaconale moestuin of ze hebben een parkeerterrein dat helemaal beklinkerd is. Dus zo wilden we kijken welke grond er is, hoe er tegen aan wordt gekeken, hoe er over wordt gesproken en wat er met de grond wordt gedaan. En heeft de theologie daarin wel of niet een plaats?”
De waarde van grond
Theologie stelt vragen waar je zelf over na moet denken, geeft Klomp aan. “Ja, bijvoorbeeld over de ingewikkelde vraag betreffende de rol van de mens en de rol van God als het gaat om grond. Dat is een vraag die gesteld is in een workshop met een aantal kerkelijke gemeentes. Dan blijkt dat mensen zich er nauwelijks een voorstelling van kunnen maken dat grond voor God een zaak van belang zou kunnen zijn of waarde zou kunnen hechten aan grond. Dat komt, omdat grond vaak als een financiële investering wordt gezien of een onderdeel is van een lange geschiedenis van een gemeente. Als grond al eeuwen in bezit is dan doe je die grond niet zomaar van de hand. Maar hoe de theologie er een rol in kan spelen blijft onderbelicht. We merkten dat gesprek hierover iets tot stand brengt. Dan komen er andere perspectieven en inzichten bij de ander naar boven. De uitwisseling met elkaar hierover, ook als je het niet met elkaar eens bent, het luisteren naar elkaar is misschien wel belangrijker dan de uitkomst.”
“Onlangs was er een nascholingscursus voor predikanten die ging over de vraag of grond er toe doet in de liturgie en in de pastorale praktijk. Of is de aarde vooral een soort decor, omdat we nu eenmaal op een vloertje moeten staan? Sommige predikanten zijn er heel verlegen mee, omdat ze niet zoveel taal hebben om over grond te spreken. Ze weten niet goed hoe ze überhaupt kunnen spreken in een gepolariseerde context over dit soort thematiek. Termen als duurzaamheid, biologisch en groen drijven mensen al gauw uiteen, omdat ze in een bepaald vakje worden gestopt en er geconstateerd wordt dat men het niet met elkaar eens is. Maar als we elkaar gaan bevragen over onze herkomst, onze geboortegrond, kan dit een aanleiding zijn om elkaar verhalen te vertellen. Zo houd je het gesprek open, terwijl anders de deuren soms al niet eens opengaan.”
Het onderzoeksteam maakt gebruik van inzichten die er al zijn vanuit onder andere de christelijke filosofie, systematische theologie en de kerkgeschiedenis. In 2024 is vanuit economisch perspectief in samenwerking met het Sociaal en Cultureel Planbureau het rapport Tussen duurzaam denken, duurzaam doen gepubliceerd. Hierin staan de houding van burgers ten opzichte van het klimaat en het klimaatbeleid, hun drijfveren, hun leefstijl én hun veranderbereidheid centraal. Klomp preciseert: “Dit perspectief gaat over de vraag wat het afbreekpunt van mensen is ten opzichte van hun duurzame keuzes. Geld blijkt daar een grote rol in te spelen. Mensen met een smalle beurs vertonen niet veel niet-duurzaam gedrag, omdat ze bijvoorbeeld eenvoudigweg geen vliegticket kunnen betalen.”
In hun terreinverkenning hebben de onderzoekers drie theologische knelpunten geïdentificeerd die verschillend van elkaar zijn, maar desondanks veel met elkaar te maken hebben.
Eigen schepping of Gods schepping?
“Er wordt vaak gesproken over natuur en schepping alsof het equivalenten zijn. Ze hangen natuurlijk wel met elkaar samen, maar schepping omvat veel meer dan alleen natuur,” stelt Klomp. “In Nederland is er voornamelijk natuur met een hek er omheen, want alle natuur die we zien is door mensen gemaakt, afgebakend en gecultiveerd. Dus als wij moeten zorgen voor de schepping, wat bijvoorbeeld GroeneKerken nadrukkelijk naar buiten brengt, is dat dan zorg voor onze eigen schepping? Of is Gods schepping een schepping die van dag tot dag door God zelf wordt onderhouden? In Genesis 1 is de wereld tot aanzijn geroepen; God sprak. Tot aanzijn roepen is iets dat elke dag doorgaat, is dat wat gaat leven in Gods licht. Het is een handeling van God die zich steeds opnieuw voltrekt, minder dan dat het een eenmalige historische gebeurtenis is. We zijn weer bij de dominante positie van de mens als we schepping bekijken als iets wat eens door God gecreëerd is en die de mens nu moet onderhouden.”
Doorgaans wordt er ook over de natuur gesproken als iets dat buiten ons is, alsof wij dat niet zelf zijn. Geniet van dé natuur, zeggen we. Klomp vervolgt: “Dat objectiveren veroorzaakt een scheiding tussen alle menselijke en niet-menselijke leven. We willen er verder naar kijken hoe God voor de schepping zorgt, en ook voor ons, als onderdeel van dat hele complex van het ecosysteem.”
Gods handelen versus menselijk handelen
“Alles doet er toe in de schepping en dat houdt in dat je daar ook goed voor zorgt. Maar dan is wel de vraag wat goed zorgen voor betekent. Betekent het dat we de klimaat- en ecologische problemen die we grotendeels zelf veroorzaakt hebben ook zelf moeten oplossen of wordt daarin ook iets van God verwacht? Anderzijds hebben we het gevoel dat we de wereld moeten redden, terwijl het christelijk geloof aangeeft dat er ook nog een belofte uitstaat, namelijk dat de wereld gered zal worden door een God en niet door een mens. Tegelijkertijd kunnen we niet navrant met onze armen over elkaar naar de bomen gaan zitten staren. De mensen moeten wel hun verantwoordelijkheid nemen. Het is uiteraard niet aan ons wat God moet doen, maar hoe kunnen wij als mensen theologisch rechtdoen aan de intrinsieke waarden van God? Dat is de vraag voor ons. Het gaat dus ook om wat we geloven. Ik vind dit dan ook niet zozeer een eco-theologisch project, maar veel meer een geloofsproject. Gesprekken over grond gaan in feite over wat we geloven. Het hart van geloven gaat over beelden die we van God, van mensen, van dieren hebben. Hoe verhoudt zich dit alles tot elkaar? Mijn eigen motivatie als theoloog om hier mee bezig te zijn is de overkoepelende vraag wat deze materiële werkelijkheid er toe doet in het licht van het Koninkrijk van God en wat ons vervolgens te doen staat.”
Gedeeld rentmeesterschap
Het derde knelpunt is het begrip rentmeesterschap. Uit het onderzoek blijkt dat dit tegenstrijdige invullingen heeft gekregen. Klomp legt uit: “Theologisch gezien behoort alles aan God toe. Het stigma luidt dat boeren voornamelijk om louter economische redenen hun bedrijf voeren, maar vrijwel alle boeren geven aan dat de houdbaarheidsdatum van het systeem waarin zij, en ook wij als maatschappij zitten, allang verstreken is. Paradoxaal genoeg zitten ze vast in dat systeem. Boeren beschouwen hun werk op het erf als zorgverlening: zorg voor de dieren en voor de grond, maar ze verlenen ook zorg aan de samenleving die van voedsel moet worden voorzien. Het begrip rentmeesterschap en de gelaagdheid daarvan laat verschillende waarden zien die ook meespelen, maar die vaak over het hoofd worden gezien, ook door de beleidsmakers in Den Haag. Als er wordt gesuggereerd dat boeren uitgekocht moeten worden, dan lijken alleen de financiën belangrijk te zijn en dat waarden als levensvervulling, geschiedenis en het geloof van boeren ondergeschikt zijn. Dan is de weerstand en het verzet van de boeren tegen wat er uit Den Haag komt wel te begrijpen, namelijk korte termijnbeleid en weinig erkenning. We willen het begrip rentmeesterschap verder verkennen, want zou het ook mogelijk zijn om rentmeesterschap collectief op te vatten? Zouden pachtboeren en kerkgemeenschappen met elkaar in gesprek kunnen gaan over hoe samen rentmeester zijn van een stuk grond een gedeelde verantwoordelijkheid zou kunnen zijn?”
De gidsende fase
Het project Grond is verdeeld in twee fasen. De fase van de terreinverkenning is inmiddels afgerond. “We zijn de theologische knelpunten op het spoor gekomen en gaan nu over tot de gidsende fase. In deze fase willen we graag samen met de mensen in het veld uitvinden wat verantwoorde theologie is ten aanzien van grond. Dit betekent in deze context dat we komen tot een afweging van wat economisch verantwoord is, omdat geld een belangrijke rol speelt bij geloofsgemeenschappen. Maar zouden we het ons kunnen permitteren als we ook op basis van ons geloof naar plannen met de grond gaan kijken? Zouden we bijvoorbeeld de grond een keer níet, als het pachtcontract afloopt, aan de hoogst mogelijke bieder kunnen verpachten? Dat levert minder inkomsten op voor een geloofsgemeenschap, maar impliceert misschien wel betere zorg voor de grond en voor boeren. Daarbij realiseren wij ons dat grond vaak generatielang aan een bepaald agrarisch bedrijf verpacht is. Dat doorbreek je niet zomaar. Maar wat kunnen we wel doen en hoe kunnen we elkaar daarbij helpen? En met welke woorden spreken we daar dan over?”
Nieuwe taal
Het onderzoeksteam zoekt in dit project naar nieuwe grondtaal. Ze werkt daarin samen met literair auteur Mariken Heitman. In haar boek Wormmaan schrijft ze over grond en haar tuin en gebruikt daarbij theologische taal. “Dat herkende ik toen ik dat boek las. We vermoeden dat kunstenaars de weg kunnen wijzen naar een nieuwe verbeelding van de toekomst en daar een taal voor gebruiken die ons zou kunnen helpen om zelf nieuwe taal te leren. Ik hoop dat we kunnen komen tot een soort staalkaart van verschillende bewoordingen van theologie die in allerhande contexten kan werken. Wat zijn antwoorden die passen qua taal en beelden bij een bepaalde geloofsgemeenschap en bij hun theologie? Dat betekent bijvoorbeeld dat het niet past in een gereformeerde bondsgemeente als we vanuit de eco-feministische theologie zouden zeggen dat we het patriarchaal godsbeeld niet kunnen gebruiken in hoe we met de aarde omgaan. We moeten kijken welke termen er in die vorm van geloven belangrijk zijn en hoe we die kunnen relateren aan de vraagstukken die er spelen rondom de grond. Terwijl op andere plekken dat eco-feministische gedachtegoed heel goed kan werken. We proberen verschillende perspectieven aan te reiken en hopen uiteindelijk in 2028 een concrete theologische handreiking aan te bieden die geloofsgemeenschappen kan helpen om zelf beleid te maken in de richting van een duurzame omgang met grond.”
Wormen en slakken
De kern van het christelijk geloof is de verbeelding van de toekomst. We hebben beelden aangereikt gekregen vanuit de bijbel dat deze wereld anders kan zijn. De verhalen van recht en gerechtigheid in de bijbel gaan over al het leven op aarde waar wij onderdeel van zijn, volgens Klomp. “Ik hoop dat onze ogen daarvoor geopend worden. Het begrip oecumene wordt vaak verstaan als eenheid tussen kerkgenootschappen, maar oecumene gaat eigenlijk over de hele bewoonde aarde. Dus oecumene zou je ook kunnen verstaan als alle leven op aarde, zodat de wormen en de slakken ook meedoen.”
“Tegelijkertijd moeten we toch iets doen met de slakken in onze tuin als die onze groente opeten. Misschien verwijderen we die slakken op een gegeven moment op een andere manier door geen gif te gebruiken en verzamelen we ze ’s avonds in een emmertje en zetten we ze aan de overkant van de straat. Misschien zeggen we zelfs iets tegen ze, zoals: succes op deze plek. Dan kan er iets in ons veranderen in hoe we kijken naar de samenhang van het leven van mens en dier. Het maakt ons eerbiedig in het besef dat we onze plek weten en niet allemaal dezelfde plek hebben en vooral dat we niet de enigen zijn.“

Inspirerend artikel. Theologie op dit terrein is hard nodig. Ik ben heel benieuwd naar de uitkomsten.