“Ik was als kind altijd al aan het dansen. In dans kan je je energie en je emotie kwijt. Als kind had ik het soms ook echt wel moeilijk, dan was dansen ontspanning en ontlading. Toen ik naar de dansschool ging, gingen mijn ouders ook dansen en hielpen we daar mee. We deden de bar, later gaf ik les, het was de plek waar wij als gezin waren. Nu geldt dat ook voor mijn gezin. Mijn man is mijn danspartner. Mijn dochter is nu elf jaar, een leeftijd waarop ze soms wel, soms niet mee wil. We doen wel samen een freestyle-nummer, dat we onder andere in het Rijksmuseum hebben mogen dansen en bij Serious Request in Den Bosch.”
Wat is voor jou het verschil tussen samen dansen en solo dansen?
“Als kind begon ik met stijldansen, gelijk met partner. Met een partner is het samenwerken en met elkaar rekening houden. Als je solo danst, zijn enkel je eigen kunnen en je eigen gevoel van belang. Het geeft een andere dimensie. Ik laat mij niet altijd makkelijk leiden in het leven, maar in het ‘valide’ dansen moet je je laten leiden. In het rolstoeldansen is het meer fiftyfifty. Je staat wat verder uit elkaar, want de stoel staat er altijd tussen. Mensen denken dat mijn man zo hard moet werken en ik erbij hang, dat is echt niet zo!”
Je zit in een rolstoel door een MS diagnose, dat is voor ieder mens een grote verandering, rouw over het verlies van kunnen, in jouw geval ook het dansen.
“Mijn diagnose is ook progressief, je hebt continu levend verlies. Dat is heel erg pittig. Zeker in het begin, toen ik afscheid moest nemen van de staande danswereld; dat ging gewoon niet meer. In die periode was de lockdown, daarna pakte ik het rolstoeldansen op. Je bent je er constant van bewust dat er meer kan uitvallen, je weet niet wanneer dat gebeurt, daar zit veel schakelen en ook zeker rouw bij.”
Hoe snel was jij er weer aan toe om te dansen?
“Ik bleef zo lang mogelijk staand dansen, mezelf pushen. Door de lockdown konden we ook even niet in clubverband dansen, daardoor kwam er ruimte om stil te staan. Mijn nichtje heeft me toen een duw gegeven om te beginnen aan rolstoeldansen. Het gevoel voor echt weer dansen in de rolstoel heeft wel driekwart jaar geduurd. Het is een nieuw soort dans, terwijl je er ingaat als dat het gewoon dansen is maar dan in een rolstoel. Dat is het niet. Ook mijn man moet andere passen leren.”
Staan rolstoeldansen op zichzelf of zijn het variaties op bestaande dansen?
“Je hebt sowieso de standaard, salsa. en latin; wij doen de bestaande dansen, maar dan op onze manier. Daarnaast is er freestyle, waarin wij onze eigen choreografie doen. We zijn nu met een pilot bezig om streetdance in de wereld van rolstoeldansen te ontwikkelen in Nederland.
Wat je niet vooraf beseft, is dat de rolstoel niet opzij kan. Dat klinkt logisch, de wielen gaan vooruit of achteruit. Maar als je danst, doe je veel stappen opzij. Dat is omdenken.”
Je hebt altijd les gegeven, dat is een verbindend iets; nu geef je lessen rolstoeldansen voor valide mensen, daar zit een extra aspect verbinding in, je geeft ze een nieuwe ervaring mee. Wat doet dat met mensen?
“We zijn de afgelopen twee jaar op veel plekken wezen dansen, soms alleen al een demonstratie maakt mensen emotioneel, het te zien. Door herkenbaarheid of zien dat het nog kan. We geven ook les, dat is echt ervaren. Sommige mensen willen gewoon niet in een rolstoel, dat komt dan te dichtbij. Andere mensen willen het proberen, heel voorzichtig. Kinderen daarentegen, die roepen enthousiast “Jaaaa! Rolstoel!” Dat is echt gaan met die banaan! We waren bij een open dag in het ziekenhuis, waar ook de zorgverleners gingen dansen. Ook voor de fysiotherapeuten was het toch een nieuwe ervaring, wat ik verrassend vond. Zij werken er toch echt mee. Hierdoor konden zij hun cliënten beter helpen, meer werken aan balans. Het maakt echt heel veel open, die lessen geven.”
Leren kinderen er ook meer van dan alleen bewegen in een rolstoel?
“We doen nu een sportproject met groep zes, zeven en acht. Het eerst half uur vertel ik over mijn en andere beperkingen. Daarna gaan we een uur de gymzaal in: rolstoeldansen bij mij, een blindenparcours en zitvolleybal. Na dat uur zijn de kinderen veel vrijer en stellen ze nog duizend vragen. Dan komt er echt een gesprek los. De belangrijke boodschap is: elkaar helpen, maar wel eerst vragen.”
Dit artikel is afkomstig uit Mondig, tijdschrift van de Doopsgezinden.
