Zou je iets meer kunnen vertellen over je Inheemse achtergrond en hoe jij je actief inzet voor Inheemse rechten?

“Ik ben zelf geboren in Scheveningen en mijn moeder is van de Kalina gemeenschap van de Cariben van Goede Hoop in Suriname. Mijn vader is Nederlands, maar zijn oma sprak Italiaans. Ik ben in 1975 zes weken in Suriname geweest samen met mijn broer en dit was een hele cultuurschok. Daar heb ik onze familie ontmoet, waaronder mijn opa. Daarnaast heb ik bijna zeven jaar in de Verenigde Staten gewoond waar ik een hechte band had met de lokale Inheemse bevolking.

Verder ben ik mede-oprichter van Stichting Wayamu en ben ik in het verleden naar de Verenigde Naties afgereisd om een case study te presenteren in verband met de Binnenlandse Oorlog die toen woedde in Suriname. Wij maakten daar destijds een solidariteits-statement in samenwerking met alle aanwezige overkoepelende Inheemse organisaties; deze samenkomst werd toen gehost door de Native American Treaty Council.”

Hoe verhoud jij je tot andere Inheemse Surinamers of de Inheemse gemeenschap in Nederland? Is er in jouw ogen sprake van een hechte gemeenschap?

“Ik vind het van belang eerst toe te lichten dat het begrip Inheems – kijkend naar de specifieke Nederlandse context – autochtone mensen zou betreffen, zoals bijvoorbeeld Brabanders of Friesen. Ik vind dat we specifieker moeten zijn over welk gebied of welke mensen het gaat. Wanneer we in Nederland spreken over Inheemse kwesties wordt dit vaak automatisch verbonden aan Suriname, maar dat hoeft niet per se zo te zijn.

Ik denk niet dat alle Inheemse volkeren in de wereld vanzelfsprekend heel hecht zijn, maar dat er wel constant moeite wordt gedaan een band te scheppen. Dit is echter geen natuurlijke band, dus er moet veel moeite voor gedaan worden. Zelfs de Wayana en Trio zijn al verschillend; de Kalina en Lokono zijn al verschillend [verschillende Inheemse volkeren woonachtig in Suriname, red.], dus moet je nagaan hoe groot de verschillen zijn met mensen uit bijvoorbeeld West-Papoea en de Inuit. Er zitten verschillen tussen deze Inheemse volkeren, maar de problematiek waar deze volken mee te maken hebben in hun thuisgebieden hebben veel raakvlakken. Denk hierbij aan landroof, erkenning van grondrechten, kwesties rondom identiteit, en onderdrukking.”

Dus volgens jou is kunnen we niet per se spreken van een hechte gemeenschap, maar zijn er losse groepen die strijden voor hetzelfde?

“Ik denk niet dat er sprake is van een hechte gemeenschap. Ik denk wel dat er veel groepen zijn die de intentie hebben naar buiten te brengen dat Inheemse groepen iets kunnen bijdragen aan de wereld en meer erkenning verdienen.”

In maart 2022 vinden de gemeenteraadsverkiezingen plaats. Hoe kijk jij naar de erkenning en zichtbaarheid van Inheemse cultuur, identiteit en spiritualiteit in Amsterdam? Denk jij dat het hebben van een fysieke plek belangrijk is?

“Naar mijn mening is het heel zinnig om een fysieke plek te zoeken; een plek waar Inheemse cultuur gevierd kan worden en lezingen gegeven kunnen worden buiten de setting van een museum. Dit kan eventueel al bij bijvoorbeeld het Koninklijk Instituut voor de Tropen, maar verder is er geen speciale Inheemse plek die ruimte biedt aan rituelen en spiritualiteit.

Veel locaties gericht op Inheemse gemeenschappen doen snel denken aan de wereldtentoonstellingen in Europa die sinds 1851 plaatsvonden, waarbij Inheemse mensen en gebruiken werden tentoongesteld als in een soort “dierentuin.” Daar moeten we voor waken. Het zou een goed idee zijn een educatief programma of pakket te ontwikkelen dat naar scholen gebracht kan worden om zo scholieren te onderwijzen over bijvoorbeeld vlechten met vezels van takken en dat niet altijd plastic gebruikt hoeft te worden. Ook kunnen we zo de waarde van oude Nederlandse ambachten uitlichten, aangezien die ook duurzaam waren, zoals het vlechten van manden et cetera. Deze ambachten en tradities hebben ook hun eigen meerwaarde, ook als tegenhangers van plastic en kunststof toestanden. Ik zou aan de Gemeente Amsterdam voorstellen een plek te creëren waar we al dit soort dingen kunnen doen, maar waarbij je niet het idee hebt dat je in een museum zit. Ik zou hierbij de beleving centraal stellen.”

Vind jij dat er veel gebeurd met Inheemse cultuur in musea zoals bijvoorbeeld het Tropenmuseum? Als ik het goed begrijp zou volgens jou een museum niet de juiste plek zijn voor het eren van Inheemse cultuur, ook al zou het voortkomen uit een sterke samenwerking. Hoor ik daarin een kritiek verwerkt op hoe musea omgaan met Inheemse cultuur?

“Musea hebben hun eigen manier van dingen vormgeven en tentoonstellen. In mijn ogen moet het tentoonstellen samenhangen met de mogelijkheid interactie te creëren tussen bezoeker en datgene dat tentoongesteld wordt. Het moet niet enkel zo zijn dat er een drum hangt die je kunt bekijken, maar dat mensen deze zelf kunnen maken of bespelen. Wat mij betreft mag deze interactie ook meer naar voren komen in de uitwisseling van taal. Hoe bijzonder zou het zijn als iemand na een bezoek aan een museum thuis komt en wat nieuwe woorden heeft geleerd?”

Neemt in jouw ogen Amsterdam voldoende verantwoording voor haar koloniale verleden en hoe denk je dat de Gemeente Amsterdam de positie van de Inheemse gemeenschap kan versterken en verbeteren naast het eventueel opzetten van een cultureel centrum?

“Het gehele historische pakketje, de nalatenschap van kolonialisme, daar kunnen we natuurlijk behoorlijk wat vraagtekens bij zetten. Vooral omdat het koloniale verleden van Nederland hier voornamelijk wordt gepresenteerd als een baken van succes, handelsgeest en rijkdom, terwijl het een verschrikkelijke periode is geweest. Het is eigenlijk helemaal niet iets om trots op te zijn. Ik vind dat Amsterdam het verhaal van twee kanten moet laten zien. Je kan ook niet wegvagen dat er een heleboel is bereikt, maar aan de andere kant moet men wel laten zien wat het veroorzaakt heeft – eigenlijk is het misdadig crimineel geld en rijkdom. Dit geldt niet voor alles aangezien er toendertijd ook handelsafspraken zijn gemaakt, maar het grootste deel ging voornamelijk om het binnenharken wat je binnen kan harken – een beetje zoals het spelletje landje kapen. Het was geoorloofd om te kapen en toe te eigenen.

Wat de Gemeente Amsterdam verder nog meer zou kunnen doen voor Inheemse diaspora gemeenschappen die zich bevinden in Nederland is veel meer hun verhaal uitlichten en meer de visie laten zien van de betrokkenen. Er wordt gepraat over “Inheems,” maar Inheems is niet eens een Inheems woord. Er zou dus een heel ander beeld kunnen ontstaan als je het om zou draaien en zou spreken over de Nederlandse staat en haar koloniale verleden. In onze taal zouden wij hen beschrijven als dieven en moordenaars. Dit klinkt misschien beledigend, maar het zou wel mensen hun ogen openen. Het is van belang andere invalshoeken te hebben en het verhaal van twee kanten te laten zien. Ik denk niet dat er speciaal voor Inheemse mensen een uitzonderingspositie gemaakt moet worden, maar gelijkwaardigheid gecreëerd moet worden.”

Wat bedoel je hier precies mee?

“Inheemse mensen moeten niet als heiligen behandeld worden, en men moet hen niet romantiseren of exotiseren. De Inheemse identiteit moet niet statisch gemaakt worden, en de Inheemse identiteit is niet verbonden aan of je wel of niet traditionele kleding draagt bijvoorbeeld. Het heeft in mijn ogen meer te maken met een waardesysteem en manier van leven die niet overeenkomt met die levenswijze die hier gehanteerd wordt.

In het algemeen moeten we vaker beseffen dat Inheemse diaspora gemeenschappen niet zomaar naar Nederland zijn gekomen of hier zijn beland, en moet hun verhaal niet uit context gehaald worden.”

Om holistisch te reflecteren op het verleden, het heden, en de toekomst omtrent de positie van de Inheemse gemeenschappen in Nederland vroeg ik me af of je veranderingen hebt waargenomen omtrent de positie van de Inheemse cultuur en identiteit. Hoe zie jij dat nu in het heden en wat is je hoop voor de toekomst?

“Ik kan hier alleen vanuit mijn eigen optiek spreken en niet vanuit een groep. Ik ben opgegroeid in Scheveningen en ik wist wel dat ik anders was. Mensen wezen toen nog vaak na en stonden stil als ze iemand zagen die er in hun ogen anders uitzag. Er was nog weinig diversiteit op straat, maar dit veranderde na de onafhankelijkheid van Suriname in 1975. Er was toendertijd meer contact met andere Surinamers, maar ik voelde me niet per se ergens bijhoren. Pas toen ik terugkwam uit de Verenigde Staten begon pas rond 1986 deze gemeenschap te ontstaan toen ik meer in contact kwam met andere Inheemse jongens. Toen had je een dansgroep die voor het eerst traditionele dansen deed. Daarvoor had ik nooit contact gehad met andere Inheemse mensen door middel van culturele evenementen. Er was ook nog geen gezamenlijke Inheemse identiteit. Pas toen het Nederlands Centrum voor Inheemse Volken werd opgericht kwam dat meer.”

Je vertelde eerder over Stichting Wayamu. Kan je me iets meer vertellen over Wayamu? Ook ben ik benieuwd naar hoe het nu gaat met Wayamu…

“We richtten Wayamu op in 1986 of 1987. We waren telkens op zoek naar een eigen ruimte, maar werden telkens doorgestuurd naar Surinaamse koepelorganisatie, waar we niet echt aansluiting konden vinden vanwege de specifieke kwesties die Inheemse mensen treffen. Toen hebben we een leegstaand kleutergebouw gekraakt en om deze reden heeft het NCIV ons daarna een gebouw aangeboden. Toen kwam de Inheemse gemeenschap in het nieuws en werd duidelijk wat voor vreemde ideeën Nederlanders hadden over Inheemse mensen. De Nederlandse bevolking was er niet standaard mee bezig, wist niet wat bedoeld werd met “Inheems” en wist niet dat er Inheemse mensen in Nederland woonden.

Wayamu is opgeheven na de moord op leider Harold Joekawarie in Suriname. Ik heb wel geholpen met de oprichting van Stichting Kumaka, maar deze stichting is recentelijk opgeheven vanwege de strengere wetgeving die nu geldt voor stichtingen. Ik houd me nu bezig met de Facebook-pagina van Kumaka waarin de taal centraal staat en een taal app. Waar ik nu vooral mee bezig ben is met de vraag hoe we de taal levend kunnen houden. In de talen zitten namelijk ook de kennis en methoden en hierom moeten we deze talen koesteren. Zo betekent het woord moshiro bijvoorbeeld gemeenschappelijk.

Ik ben geïnteresseerd in deze termen en het verrijken van de woordenschat. Het is een verzamelde kennis van over duizenden en duizenden jaren. De diepgaande kennis over het land en de omgeving gaat veel verder dan Europese talen kunnen beschrijven. Bergen worden gezien als entiteit, elke boom heeft zijn eigen verhaal en dieren hebben hun eigen mythologische verhaal. Je ziet dit ook terug in de woordenlijsten. Vaak wordt bij onbekende planten of dieren et cetera unidentified species genoteerd, maar de Inheemse woorden staan er wel naast. Er zijn geen woorden in de Europese talen voor voor deze woorden.”

Wil je nog iets kwijt over jouw hoop voor de toekomst of iets dat je zou willen zien in Amsterdam?

“Ik hoop dat mensen het met elkaar kunnen gaan vinden. Wanneer je mensen gaat opsplitsen in kleinere groepen kom je niet tot de kern van de grotere problemen. We moeten werken aan een visie die voor iedereen logisch is en geen geforceerde meningen opleggen. Dit gebeurt nu nog te vaak en hierdoor worden mensen tegen elkaar opgezet.

Ook hoop ik dat mensen zich minder gaan hechten aan hun vlaggen. Ik merk dat mensen zich erg aan hun vlag hechten en zo trots willen uitdragen, maar deze vlaggen zijn gebaseerd op een fictief idee [vanwege de link met de ontstaansgeschiedenis van de natiestaat, red.]. Het is een stuk stof, maar er zijn vaak wel duizenden mensen de dood in gejaagd voor het creëren van een natiestaat. Ik denk dat we hier meer over na kunnen denken.”

Over netwerk Aralez
Aralez is een pan-dekoloniaal netwerk en een organisatie in Amsterdam die zich bezighoudt met educatieve projecten, campagnes, festivals, lezingen, panels en actievoeren. Dit doen we in samenwerking met diverse grassroot organisaties, diaspora en activisten ter bevordering van dekolonisatie en herstel.

Praktische informatie Indigenous Liberation Day
De demonstratie Indigenous Liberation Day op zaterdag 16 oktober 2021 is georganiseerd in het kader van 12 oktober, de dag dat Columbus de Abya Yala/de Americas heeft ‘ontdekt’. Een dag die het symbolische begin markeert van kolonisatie, genocide en ecocide voor Inheemse volkeren. Daarom wordt deze dag gebruikt om een nieuw verhaal naar voren te brengen en aandacht te vragen voor de huidige situatie van Inheemse volkeren en vormen van neo-kolonialisme. Om 14.00 uur wordt gelopen vanaf Station Bijlmer naar het Nelson Mandelapark waar tussen 14.30 uur speeches, ceremonies en optredens plaatsvinden in Amsterdam Zuidoost. Ook wordt een manifest gepresenteerd richting de gemeente Amsterdam en Klimaatbeweging ter bevordering van Inheemse positie en zichtbaarheid.

Lees ook

Leander Vermaning foto Mieke Woestenburg

Leander Vermaning: “Wees trots op je inheemse identiteit”

Het kennen en koesteren van je roots maakt je sterker

Leana Boven

Leana Boven

Programmamaker, curator en onderzoeker

Leana Boven (1993) is curator, cultureel programmeur en onderzoeker met een achtergrond in gender- en (post)koloniale studies. Haar …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.