Je gaat meedoen aan de Arbaeen-pelgrimage, een bedevaartstocht naar Karbala. Vertel…

“Ja, dat klopt. Woensdag vertrek ik met een chartervlucht van Iraqi Airways vanaf Düsseldorf naar Najaf, een stad iets ten zuiden van Bagdad. Mohammed Alfartosi van het reisbureautje AirBaghdad aan de Haagse Hoefkade vertelde me dat er meer dan honderd Nederlands-Iraakse bedevaartgangers meevliegen. Ik vermoed dat ik de enige niet-moslim ben. Het gaat om de Arbaeen-pelgrimage. Die is binnen de shia-richting van de islam van grote betekenis. Arbaeen is de afsluiting van een jaarlijkse rouwperiode van veertig – in het Arabisch arbaeen – dagen. Het is een evenement ter verering van de kleinzoon van de Profeet, Hoessein ibn Ali. Die werd in 680 bij de Slag van Karbala gedood.

Als goede sjiiet wordt je geacht te voet vanaf je huis te vertrekken. Sommige gelovigen zijn al maanden onderweg, vanuit landen als Afghanistan, India en China. Maar veel mensen lopen alleen wat je het kerntraject zou kunnen noemen: Najaf-Karbala, een afstand van tachtig kilometer. En dat is dus ook wat die Hollandse groep gaat doen. Bij iedere stap zullen je duizend zonden worden vergeven. Zeker als je vanaf – laten we zeggen – Urumchi in West-China vertrekt, tikt dat dus flink aan.”

Hoeveel deelnemers worden er verwacht?

“Vorig jaar deden er volgens het Iraakse Ministerie van Transport 26 miljoen mensen mee. Maar dat cijfer lijkt me wel heel erg hoog, zeker als je bedenkt dat Irak maar 33 miljoen inwoners heeft, waarvan bovendien ook nog weer een derde deel soenniet is. Maar daar staat natuurlijk tegenover dat er miljoenen Iraniërs de grens over komen om ook mee te doen. Mohammed van het reisbureau houdt het voor dit jaar op twintig miljoen deelnemers. Als je op internet bij Wikipedia checkt, dan blijkt Arbaeen vorig jaar de op een na grootste mensenmassa ooit te hebben opgeleverd. Alleen een hindoe-festival in India lag nog voor. Het bijzondere bij Arbaeen is dat er niet alleen sjiieten meelopen maar ook soennieten en zoroasters, Yesiden en christenen. Om nog iets merkwaardigs te noemen: tijdens je voettocht wordt alles je om niet aangeboden – eten, drinken, de overnachtingen en zelfs voetmassages om je stramme pelgrimsbenen weer los te maken. Mohammed zei me: ‘Robbert, luister, je hoeft echt geen geld mee te nemen’. Maar ik neem toch een beetje mee want Irak is nog steeds een ingewikkeld land en dan is het goed om wat dollars bij de hand te hebben. Voor sjiieten is steun aan pelgrims zo ongeveer de allermooiste daad – iets waarvoor je later in het Paradijs zult worden beloond. Dit is een groot verschil met de hadj naar Mekka. Ook de hadj is natuurlijk in de kern een religieus iets maar voor Saoedi-Arabië is het meteen ook een fantastisch verdienmodel. De pelgrims leveren de Saoedische economie zo’n 17 miljard euro op. En dat moet nog veel meer worden, zeker nu de olieprijs zakt.”

Een interreligieuze groep dus straks. Ben je een beetje dialoog minded of…?

“Natuurlijk ben ik dialoog minded! Ik denk dat we in het vliegtuig vanaf Dusseldorf al meteen allemaal zitten te kwebbelen. Mijn medepassagiers zullen natuurlijk willen weten wat ik als kaaskop allemaal van plan ben. Maar wat ik vooral hoop is dat ik op dat traject Najaf-Karbala niet-sjiieten tegenkom. Maar ja, hoe filter je die uit zo’n gigantische mensenmassa? Mensen die enthousiast meedoen aan iets dat strikt genomen niet bij hun eigen religie hoort, dat is natuurlijk fascinerend. Voor hen is er kennelijk een gemeenschappelijke noemer die alle godsdienstrichtingen overstijgt. Bij de gevechten rond Mosul zijn de soennieten bang voor sjia-wraakacties. En een paar honderd kilometer zuidelijker trekken ze – soennieten en sjiieten – vroom en vreedzaam gezamenlijk op naar het mausoleum van Hoessein.”

Wat verwacht je verder van de bedevaart?

“Nou ja, dit wordt voor mij, denk ik, een van de meest onvergetelijke dingen die ik ooit heb gedaan. Maar ik weet niet of het ook in spirituele zin voor mij een rijke ervaring wordt. Ik ga er niet van uit dat ik nu allerlei fraaie contemplatieve momentjes aan elkaar ga rijgen. De islam is sowieso volgens mij meer een ‘doe’-religie dan een ‘denk’-religie. Dat zie je al bij de gang naar de moskee. Als je daar gaat bidden, word je geacht stevig, doelbewust door te stappen. Dat leent zich niet voor meditatie.”

Hoe ben je op het idee gekomen om mee te doen?

“Mijn besluit om met Arbaeen mee te doen was eerlijk gezegd behoorlijk prozaisch. Ik zat een tijdje geleden bij Mohammed op z’n kantoortje thee te drinken en vertelde hem dat ik graag terug wilde naar Irak. Ik heb in 2004, ik was toen nog diplomaat, zes maanden gewoond en gewerkt in As Samawah als politiek adviseur van de Nederlandse commandant. Ik heb in die tijd de stad nooit goed kunnen zien. Ik had altijd beveiligers om me heen. Sindsdien heb ik er altijd van gedroomd om er ooit nog eens helemaal vrij rond te kunnen zwerven. Temeer omdat ik vanuit mijn werk warme herinneringen had aan de mensen die ik er ter plekke had ontmoet. Maar Bagdad verstrekt nog steeds geen gewone visa. Dus As Samawah kon ik wel vergeten. Tot opeens Mohammed een ingeving had. ‘Binnenkort is het Arbaeen en ik zou kunnen proberen of je een pelgrimsvisum kunt krijgen’, riep hij opeens enthousiast uit. En dat is dus inderdaad gelukt. Maar inmiddels heb ik me ingelezen in dat Arbaeen-gebeuren en ik vind dat eigenlijk nog weer veel interessanter dan As Samawah. Het wordt nu dus voor mij een combinatie van pelgrimstocht naar Karbala en een separaat bezoek aan As Samawah.

In As Samawah staat het huis van de CPA. Dat was het Amerikaaans-Britse bestuur, de Coalition Provisional Authority. Ik sliep er een half jaar met een aantal andere mensen van allerlei nationaliteiten in een zaaltje op de eerste verdieping. Soms zaten we er beneden onder de trap met helm op en kogelvrij vest, als er geschoten werd. Later kreeg dat CPA-huis een slechte reputatie in de Nederlandse pers omdat er door onze militaire inlichtingendienst zou zijn gemarteld. Een onderzoekscommissie in Den Haag kwam later met een aantal negatieve punten maar kwam tevens tot de conclusie dat er van foltering geen sprake was geweest. Curieus in dit verband is dat we in As Samawah van lokale inwoners vaak hoorden dat het gebouw in de tijd van Saddam Hoessein een folterplek was geweest. Ik geloof niet zo in bad karma maar dat CPA-huis voelde nooit echt lekker aan.”

Hoe is het eigenlijk met je kennis van het sjiisme? 

“Uuh, dat begint een beetje te komen. Maar je moet wel beseffen dat de waslijst van verschillen tussen de soenni-richting en de sjia-richting haast geen einde kent. Vaak gaat het niet alleen om rituelen maar ook om diepgaande zaken. Een voorbeeld: toen de Profeet voelde dat zijn leven ten einde liep, ging hij vanuit Medina op bedevaart naar Mekka. Het was de eerste en ook meteen de laatste keer dat hij de hadj deed. In de islamitische geschiedschrijving ging die tocht de afscheidshadj heten. Op terugreis naar Medina hield hij in aanwezigheid van duizenden volgelingen een preek die als zijn spiritueel testament wordt gezien. In de sjia-tekst van die preek wordt Ali, de vader van Hoessein en tevens de schoonzoon van de Profeet, als kalief, als religieus en politiek erfgenaam aangewezen. In de soenni-versie van de preek wordt daarover daarentegen met geen woord gerept.

De splitsing tussen de twee geloofsrichtingen valt te herleiden tot een akelige leiderschapsruzie tussen enkele vooraanstaande Mekkaanse families. Maar er zijn sindsdien ook veel theologische kwesties bijgekomen. Zeker voor veel strenge soennieten is zoiets als Arbaeen taboe. In hun visie moet alles gericht zijn op de verering van Allah en zij vrezen dat een mausoleum zoals dat van Hoessein in Karbala of dat van zijn vader Ali in Najaf kunnen leiden tot afgoderij. In Mekka en Medina werden door het wahabitische bewind alle plekken die naar de Profeet en zijn familie verwezen – de mausolea, de woonhuizen en de geboortehuizen – juist systematisch met de grond gelijk gemaakt. Alleen het graf van de Profeet dat zich binnen de grote moskee van Medina bevindt, is tot nu toe dat lot bespaard gebleven. De Saoedische autoriteiten overwegen overigens om zijn stoffelijk overschot naar een anonieme plek over te brengen, maar beseffen dat dit tot een revolte binnen de geloofsgemeenschap zou kunnen leiden.”

Laatste vraag. Een aantal jaren geleden heb je Café Mogadishu geschreven zoals in de inleiding werd aangegeven. Ik heb dat boek met veel plezier gelezen. Komt er nog een vervolg op dit boek?

Café Mogadishu ging over moslims in Nederland. Daarna heb ik, wellicht van de weeromstuit, een geheel ander boek geschreven. Het had als titel Breng me naar de Florida!. Het was een bundel journalistieke verhalen over het woelige nachtleven in Kenia. De ‘Florida’ is de naam van een grote, beruchte/beroemde club in hartje Nairobi. Maar ik ben weer terug bij het vorige thema, de islam. Twee weken geleden ben ik begonnen aan een boek over de relikwieën van de Profeet. Er is een grote collectie relikwieën in het Topkapi Museum in Istanbul. Maar ook op veel andere plekken zijn ze te vinden. Zo is er een baardhaar in Grosni, de hoofdstad van de Russische deelrepubliek Tsjetsjenië, een mantel in Kandahar in Afghanistan, nou ja noem maar op. Ik wil naar al die plekken reizen. Het wordt een mengeling van reisboek en verhalen over die relikwieën met bovendien verwante fragmenten uit het leven van de Profeet.

In het Topkapi Museum worden de relikwieën bewaard in wat heet de ‘Appartementen van de Heilige Mantel’. Gezien de heiligheid van de plek wordt er door een groep imams dag en nacht de Koran gereciteerd. In de oude tijd waren het geen imams maar een groep gecastreerde slaven die die taak hadden. Door die castratie bleef hun stem mooi en zuiver. Dat verlangen naar zuiverheid en onschuld vind je nu terug in het Midden-Oosten. Er worden veel CD’s verkocht waarop kinderen de Koran reciteren. In het Topkapi paleis begon die recitatie in 1517. Dus volgend jaar is het vijfhonderd jaar dat er zonder onderbreking de Koran is voorgelezen. Een van de belangrijkste objecten uit de collectie is een tand van de Profeet. Bij de slag van Uhud verloor de Profeet volgens de overlevering vier tanden. Drie zijn er weg. Maar sommige geleerden menen dat het gebit van de Profeet technisch gezien nooit schade had kunnen oplopen aangezien zijn gelaat werd beschermd door engelen. De titel van de boek wordt: De Tand van de Profeet.”

Greco Idema

Greco Idema

Hoofdredacteur

Greco Idema is eigenaar van Bureau Intermonde, een interreligieus advies- en organisatiebureau. De afgelopen jaren ontwikkelde hij (soms …
Profiel-pagina
Al één reactie — praat mee.