Jan Blommaert, hoogleraar taal, cultuur en globalisering, vindt het alles behalve grappig: “GeenStijl is een soort van ziekte in de samenleving. Ik ben verbijsterd dat de politiek er niets aan doet: het is een vorm van geweld die op een zeer onrechtvaardige manier slachtoffers maakt”.

Uw collega Jan Jaap de Ruiter schreef hier onlangs nog dat je GeenStijl niet serieus moet nemen: dat het zo kwetsend allemaal niet is en dat je er gewoon om moet lachen…

“Daarin ben ik het niet met hem eens. Sommigen zeggen ook: je moet dat gewoon negeren, doen alsof het niet bestaat. Nee, als je een samenleving beter wilt maken dan moet je ook kijken naar de dingen die er helemaal fout in zijn.”

Wat is er zo fout aan?

“Ze hebben het volk leren schelden. Althans, men wist al wel hoe je moest schelden: tijdens voetbalwedstrijden deden ze niet anders, maar daarna moest het ook klaar zijn. GeenStijl leert haar lezer dat schelden dé manier is om te communiceren over welk thema dan ook. Zij zijn er mede verantwoordelijk voor dat je nu in de publieke ruimte onverbloemd racistische dingen mag zeggen, beschuldigingen mag uiten zonder enkel bewijs, en mensen en hele bevolkingsgroepen mag beledigen naar hartenlust. Dit effect zie je terug op alle fronten: je hoort het terug in de tweede kamer, bij de NOS en andere media. De maatschappij verruwt en GeenStijl heeft hier een grote bijdrage aan geleverd.”

Waarom denkt u dat GeenStijl al zo lang zo populair is?

“Omdat het inspeelt op het onderbuikgevoel dat is ingezet met Theo van Gogh, Rita Verdonk en Geert Wilders en waarin angst voor de vreemdeling centraal staat. Meer nog, GeenStijl doet de lezer geloven dat dit een legitiem onderbuik-gevoel is, alsof alles wat zij schrijven niets anders dan de harde waarheid is. En iets wordt, helaas, als waar ervaren op het moment dat het ongezouten, ongefilterd, onverbloemd en rauw is – dat klinkt nu eenmaal oprecht en echt. GeenStijl heeft het voor elkaar gekregen dat het wordt gezien als de drager van de echte stem van het volk, die de zaken ziet en benoemd zoals ze zijn.”

Een onderzoek uit 2009 laat zien dat GeenStijl bezoekers over het algemeen hoogopgeleide mensen zijn. Wat zegt dit volgens u?

“Dat ook zij ten prooi zijn gevallen aan deze verruwing. Het is echt niet zo dat zij GeenStijl minder serieus nemen of beter kunnen relativeren. Waar het in de jaren negentig alleen nog ging over de onderbuikgevoelens van de ongeschoolde mens gaat het nu ook over die van de geschoolde mens. Er wordt steeds meer geredeneerd vanuit emotie, vanuit het volstrekt irrationele. Dat zie je ook in de politiek: partijen winnen wanneer de kartrekker ervan ‘oprecht’ overkomt – iets wat uiteraard een volstrekt subjectieve aangelegenheid is. En wat ik al eerder zei: hoe radicaler de boodschap hoe oprechter je overkomt. De teloorgang van Balkenende is vooral een gevolg van het enorme offensief van Wilders op de manier waarop Balkenende praat: te wollig, waardoor hij vervolgens niet authentiek zou zijn. Dat is één van de problemen van vandaag: dat politici de meest ondoordachte en extreme dingen zeggen die absoluut niet accuraat zijn en dat zij daar vervolgens de stemmen mee krijgen! Dit gebeurt niet alleen op rechts, je ziet het bij alle politieke partijen. Deze manier van praten, vol rauwheid en emotie, is een algemeen goed geworden binnen de politiek. Twintig jaar geleden zou je er meteen zijn uit geflikkerd.”

U ziet GeenStijl als een geweldpleger waar verschillende groepen en mensen regelmatig het slachtoffer van worden. Moet dat allemaal maar kunnen?

“Nee, absoluut niet. We zitten opgezadeld met een compleet verkeerd idee van vrije meningsuiting. Meningsuiting is in geen enkele samenleving vrij, en dat is maar goed ook. Je mag niet zomaar liegen, iemand valselijk beschuldigen of beledigen – daar zijn wetten voor. GeenStijl doet dit allemaal ongestraft. Het verbale geweld op dit blog ís per definitie een vorm van geweld, met alle slachtoffers van dien. Wat zij doen is een misdrijf en ik vind dat dan ook compleet onaanvaardbaar. Hierbij is Nederland, en niet alleen Nederland, in de val getrapt van allerhande demagogische uitspraken over vrijheid van meningsuiting. Men eist daarbij voor zichzelf een absolute vrijheid van meningsuiting op, die men in dezelfde beweging voortdurend ontzegt aan anderen. Ik betreur het ten zeerste dat dit alles wordt gedoogd. Het verruwt en verarmt de samenleving en uiteindelijk wordt het er zielig door. Het zal waarschijnlijk nog een heel stuk slechter worden voordat het beter wordt. Maar deze situatie is onhoudbaar, daar ben ik zeker van. In Vlaanderen heeft het Vlaams Belang dertien verkiezingen op rij gewonnen, dat is ruim vijfentwintig jaar. Zo lang duurt het dus voordat zoiets ineen klapt, en wanneer het ineen klapt, klapt het ineen als een zielige ellendige bende. Een bende losers die niets meer te vertellen hebben en die zich wanhopig vastklampen aan de gimmicks die twintig jaar geleden succes hadden. Dat zal zonder twijfel ook met GeenStijl gaan gebeuren. Dat betekent niet dat het vervangen wordt door iets dat veel beter is, maar deze stijl zal in ieder geval gaan verdwijnen.”

Hoe is het mogelijk dat zoveel mensen lachen om zinnen als “Gelieve niet dit minderwaardige Noordafrikaanse pus voor hun immorele flikkers te knallen met een bazooka” – dat dit normaal wordt gevonden?

“Het is makkelijk. Met dat je dingen zwart/wit schetst heb je het idee dat je iets begrijpt, dat je tot de kern bent gekomen. GeenStijl biedt helderheid in een anderszins ingewikkelde wereld. Dat ze volstrekt irrationeel zijn doet er niet toe. Daarbij leven we in een cultuur waarin je voortdurend een opinie moet hebben, of deze al dan niet goed is onderbouwd is van ondergeschikt belang: de opinie zelf is het belangrijkste. Maar hoe paradoxaal is dat! We zijn de eerste generatie in de menselijke geschiedenis die zichzelf volledig autonoom en soeverein kan informeren. Ik kan op het internet alles vinden over alles, waarmee ik in principe de meest vrije mens in de geschiedenis ben – althans, dat zou ik kunnen zijn. In de praktijk wordt dit geweldige instrument veel te weinig aangewend om goede dingen mee te doen en veel te vaak om een wirwar aan halve waarheden te verspreiden. Er is teveel informatie en het wordt steeds moeilijker om daar waarheid van leugen te onderscheiden. Daar dragen media als GeenStijl nadrukkelijk toe bij. Dat is de paradox: we zouden de best geïnformeerde en minst manipuleerbare mens van de geschiedenis moeten zijn, maar we vallen steeds voortdurend weer voor zinloze uitspraken. Het is alsof je een Ferrari voor de deur hebt staan, waarvan je de motor niet start maar die je enkel door de straat heen duwt, waarbij je tegen andere mensen zegt: kijk, ik heb een Ferrari.”

Hoe vindt u dat GeenStijl omgaat met religie?

“GeenStijl is anti-links, anti-multiculturele samenleving en als gevolg ook anti-islam. Wanneer je de islam basht dan kom je alleen geloofwaardig over wanneer je de rest ook wat door het slijk haalt. Ik zie die islam bashing als een direct gevolg van Wilders. Het is een elkaar versterkende beweging.”

Maar neemt u GeenStijl nu niet veel te serieus, met alle invloed ook die u aan hen toedicht?

“Ze kunnen wel ironisch zichzelf ‘tendentieus, ongefundeerd en nodeloos kwetsend’ noemen, maar wat ze opschrijven is allerminst ironisch. Het is leugenachtig en misleidend. Nederland zit sinds een aantal jaren in een fase van hele diepe maatschappelijke malaise, waarin niemand nog naar een ander luistert. GeenStijl moedigt asociaal gedrag aan, verruwt de communicatie en samenleving en verspreid leugens als ware het waarheden. Ze zijn geweldplegers; waarom zou je dat niet serieus nemen?”

Elze Sietzema-Riemer interviewt binnenkort een andere expert met een andere mening over GeenStijl.

elzer

Elze Riemer

Godsdienstwetenschapper en Journalist

Elze Riemer is freelance journalist voor verschillende media op het vlak van zingeving en religie. Haar specialiteit is het verdiepende …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.