“Mijn ouders ontvluchtten voor hun komst in Paramaribo het Mao-regime in China,’ zo vertelt Carla. ‘Eerst kwam in de jaren vijftig mijn vader, gevolgd door mijn moeder, die uit een handelaarsfamilie kwam. Ze arriveerde ongeveer tien jaar later uit Hongkong. De kettingmigratie van Chinezen kwam op gang nadat zij als eerste contractarbeiders in Suriname terechtkwamen tijdens de slavernij. Na hun contractarbeid-periode gingen Chinezen de handel in. Omdat zij in Suriname toen al een eeuw gevestigd waren, hadden ook mijn ouders familieleden die er al woonden.
Carla Tjon (Paramaribo, 1966) genoot een vreedzame jeugd in Suriname als één na oudste in een gezin met vijf kinderen. Haar ouders waren vanwege het Mao-regime vanuit China naar Suriname gevlucht. Op haar negende ging zij met haar familie naar Nederland en ze bracht de rest van haar jeugd door in Den Haag. Toen zij op haar achttiende het boek ‘The Woman Warrior’ van de Amerikaans-Chinese schrijfster Maxima Hong Kingston las, leerde zij voor het eerst over het migrantenbestaan van de Chinese diaspora. Ze begon in 1985 aan de Kunstacademie in Rotterdam en stapte na een paar jaar over op de opleiding Kunst- en Cultuurwetenschappen aan de Erasmus Universiteit. Sinds het overlijden van haar oma gebruikt Carla haar artistiek talent om de migratieverhalen te laten zien aan mensen in Nederland. Haar gemis naar erkenning voor haar gemeenschap zet Carla om in haar kracht om verhalen te schrijven en vertellen. Ze schreef in 2006 een boek ‘2×9 Levens’ waarin ze de lezer meeneemt in haar zoektocht naar de geschiedenis van de Chinese diaspora. En in 2019 bracht Verhalenhuis Belvédère haar essay ‘In van godverlaten oorden’ uit waarin Carla vertelt over de migratie uit China naar het Zuid-Amerikaans continent. Ze maakt deel uit van het Collectief Koloniaal Nu & Toen en nam het initiatief voor de reizende expositie Snesie waarbij zij samen met beeldend kunstenaar en fotografe Lidwien van de Ven de Surinaams-Chinese migranten in de spotlights zet. Tegenwoordig is zij zakelijk directeur bij cultureel platform Perdu voor poëzie in Amsterdam. Ze is getrouwd en heeft een zoon.
Ik heb een tamelijk beschermde opvoeding gehad. Ik had één broer die in China was geboren. Hij kwam samen met mijn moeder naar Suriname, waar ik en mijn drie zusjes geboren werden. Mijn vader werkte eerst in een winkel van zijn oom en begon daarna zijn eigen zaak in Paramaribo. Hij hield van wildwatervissen en nam ons weleens mee naar het binnenland, waar we de mooie Surinaamse natuur en watervallen zagen.
Mijn ouders woonden in een klein huisje naast de winkel. In de beginperiode woonden wij als kinderen met onze oma, de moeder van mijn vader, die later ook in Suriname kwam wonen. We woonden in huizen die op palen waren gebouwd en waar de voormalig tot-slaaf-gemaakten hadden gewoond. Later verhuisden we naar een groter huis aan de Hoogestraat.
Ik ging naar de katholieke meisjesschool Elizabeth II. Daar ging het streng en gedisciplineerd aan toe. Veel Chinese dochters kwamen daar vanwege de reputatie van beter onderwijs en als katholiek kreeg je betere kansen in de Surinaamse maatschappij, zo dachten veel mensen. Op die school waren, net als in de rest van Suriname, de Chinezen een minderheid. Hierdoor voelde je je ook anders. Toen ik net naar school ging, sprak ik geen Nederlands. Thuis spraken we namelijk Chinees. De Nederlands taal heb ik zelf moeten leren op school. Ook gaven Chinezen hun kinderen vaak westerse namen zodat je dan sneller geaccepteerd zou worden. Met Chinese namen werd namelijk gespot.”
Met kriebeltrui in het vliegtuig
“Toen ik negen jaar was migreerden we naar Nederland. De Onafhankelijkheid kwam eraan en mijn ouders voelden al wat onrust in Suriname. Ik zag als kind dat mijn ouders druk bezig waren om zich voor te bereiden om te vertrekken, en voelde dat de sfeer in het land anders werd. Mijn moeder had truien gekocht om ons voor te bereiden op het klimaat in Nederland. Ik weet nog dat we een kriebeltrui aan hadden toen we in oktober aankwamen. Ik kende Nederland van onze schoolboeken; het zou een land zijn met mooie ruime huizen. Maar bij aankomst was het herfst en de lucht zag er grauw uit, en de bomen werden langzaam kaal.
In het begin woonden we samen met een ander Chinees-Surinaamse familie: twee gezinnen in één etagewoning. Later kwamen we als gezin in een eigen appartement. Het was toen heel gewoon om in een huis te komen wonen zonder douche. Die hebben we er zelf laten inbouwen.
Op de basisschool merkten we dat het onderwijs een stuk speelser was dan in Paramaribo. Door het degelijke onderwijs in Suriname hadden we een voorsprong met onze rekenvaardigheden en correct taalgebruik. Er waren al een paar Surinaamse kinderen, maar we waren de eerste kinderen met een Chinese achtergrond. Klasgenoten vroegen of ik uit China kwam. Ze konden niet geloven dat ik uit Suriname kwam. Maar als je nog een kind bent dan is het moeilijk om uit te leggen dat Suriname een grote variatie kent en hoe mijn ouders en andere Chinezen daar terecht waren gekomen. Op jonge leeftijd heb je die kennis niet.
Op de middelbare school merkte ik al snel dat de kinderen ruwer waren in hun omgang dan ik gewend was, waardoor ik me er niet thuis voelde. Als tiener vond ik het erg leuk om muziek te luisteren, aan de draaiknoppen van de radio te zitten. De muziek die op de grote radiozenders werd gedraaid, was niet erg origineel. Altijd dezelfde hits die je de hele dag hoorde. Door andere zenders te zoeken en er ’s avonds naar te luisteren, ontdekte ik muziekstijlen kennen als metal, punk en new wave. Het inspireerde me om naar concerten te gaan. Met mijn zus ging ik stiekem naar ons eerste muziekconcert, helemaal met de trein naar Amsterdam.”
Reis door de kunstwereld
“Toen ik zeventien was kreeg ik mijn eerste vriendje met wie ik ging samenwonen. Hij was Nederlands en hij kwam uit een hoogopgeleid milieu, wat voor mij een totaal andere wereld was. Voor mijn ouders ging het allemaal snel dat ik al een vriendje had. Ze hadden graag gezien dat ik arts zou worden. Maar mijn interesse in kunst was gegroeid toen een tante mij en diezelfde zus had meegenomen naar Parijs. Daar bezochten we musea, mooie tuinen, de paleizen en kwam ik in aanraking met verschillende kunststijlen. Langzaam ontstond het idee om een opleiding te doen in de kunst.
Ik begon mijn opleiding aan de Kunstacademie in Rotterdam. In deze stad kon ik ook makkelijk goedkoop en anti-kraak wonen. Deze periode heeft me gevormd. Maar de kunstwereld is ook een nogal elitaire bubbel. Ik volgde een opleiding met een combinatie van schilderen, fotografie en audiovisuele vormgeving. Foto’s werden toen nog in een donkere kamer ontwikkeld en afgedrukt. Of dit het nou voor me was? Ik wist niet of ik mezelf kon uitdrukken in alleen de beeldende kunsten. Ik had een eigen atelier geregeld waar ik zelfstandig kon werken, maar ik miste de interactie met de buitenwereld. Ook bleef ik te veel worstelen in het materiële. Dat vond ik te beperkend. De docenten die mij begeleidden, waren achteraf gezien prototype mannelijke kunstenaars die pasten in die tijdgeest van het naoorlogse westerse denken over kunst.
Een paar jaar later stapte ik over naar de opleiding Kunst- en Cultuurwetenschappen aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Door de interdisciplinaire insteek daar, kon je kunst met een veel bredere blik bekijken: wat is de historische en sociologische achtergrond? Wat maakt dat sommige kunstwerken of kunstenaars heel bekend worden, en andere niet? Wat is de impact van kunst op de maatschappij? Vooral deze sociologische aspecten vond ik heel leerzaam.”
De maatschappij beïnvloeden
“Kunst – in de brede zin van het woord – heeft de mogelijkheid om de maatschappij te beïnvloeden. Het kan als een katalysator werken doordat het bepaalde trends en verrassende visies blootlegt. Kunst onderzoekt en volgt de bewegingen in de samenleving. Het laat je anders kijken naar het leven. Dat zien we nu met het activisme dat steeds populairder wordt in onze tijd, en dat zie je ook terug in kunst. Terwijl vroeger kunst meer gemaakt werd voor een bepaalde niche, is het tegenwoordig in staat een ander publiek te bereiken.
De studententijd gaf mij ook de mogelijkheid om me in mijn eigen familiegeschiedenis te verdiepen. Ik las voor het eerst over het Chinees migrantenleven in The Woman Warrior van schrijfster Maxime Hong Kingston. Haar boek over de Chinese diaspora in de Verenigde Staten opende een nieuw blikveld; voor het eerst las ik een verhaal dat herkenbaar was voor mij. Dit boek hielp mij ook in de bewustwording van mijn eigen identiteit als jongvolwassene.
Gedurende mijn opleiding kregen we ook mediavakken, en zo heb ik geleerd te schrijven. Later werkte ik onder andere bij tijdschriften, in onderzoeksprojecten en bij verschillende omroepen. Tegelijkertijd vond ik de mediawereld door het snelle tempo waarin je moet opereren vrij oppervlakkig. De kunst- en cultuursector bood meer verdieping, omdat je een langere voorbereidingstijd hebt.”
Witte en elitaire sector
“Na mijn afstuderen liep ik enkele mediastages waarna ik terechtkwam bij een webredactie. In die tijd begon internet als nieuw informatiemedium naast radio, tv en teletekst. Het was nog nieuw. Toen ik later bij een debatpodium kon werken, en later als zakelijk leider bij Kosmopolis Den Haag en het Arab filmfestival, organiseerde ik bijeenkomsten en avonden, altijd rond boeiende en actuele thema’s. De culturele instelling Kosmopolis Den Haag had als doel om met internationaal georiënteerde programma’s meer bekendheid te geven aan migrantengemeenschappen, culturele uitwisseling te bevorderen, om zo de spanning in de samenleving te verminderen. Wat mij in deze benadering aansprak, is dat je de polarisatie aanpakt door met verschillende programma’s zonder oordeel te laten zien wat globalisering doet. Hoewel je niet in de haarvaten van de problematiek zit en geen oplossing biedt. Je behoudt dus een afstand en werkt vanuit een beschouwende blik. Inmiddels ben ik begonnen als zakelijk directeur bij Perdu, een cultureel podium met poëzieboekhandel.
Ik kwam vroeger in deze sector weinig andere mensen tegen die ook een migratieachtergrond hebben. Mijn omgeving was in het begin heel erg wit. Pas in de laatste twintig jaar beginnen er andere perspectieven te komen. Doordat het zo’n witte en elitaire wereld was, was het ook niet zo vanzelfsprekend dat ik daar was. Mannen zaten aan de top, vrouwen in de uitvoerende en productietaken. Zeker als ik naar klassieke concerten ging was ik één van de enige niet-witte bezoekers. Dat was ook het geval als ik naar exposities ging, behalve dan de grote internationale exposities zoals de befaamde Biennale in Venetië.”
“Het mooie van kunst is ook dat het open is, en ruimte biedt aan nieuwe verhalen. Maar politiek gezien werkt de macht niet zo, en worden wij als nieuwkomers niet gezien als gelijkwaardige mensen. Kunst heeft de mogelijkheid nieuwe perspectieven door te laten dringen. Daar zit mijn hoop. Veel migrantenouders willen liever dat kinderen een stabiel bestaan opbouwen. Kunst gedijt goed in welvarende tijden, het is voortdurend onderhevig aan economische fluctuaties, waardoor migrantenouders liever willen dat hun kinderen kiezen voor de veilige weg. Het nadeel van dit vakgebied is dat voortdurende bezuinigingen maken dat je onzeker bent van je bestaan.”
Betekenisvolle Chinese migranten
“Mijn nieuwsgierigheid naar het verleden bracht me op het idee om de bijzondere verhalen van Chinese arbeidsmigranten te delen. In 2006 maakte ik het boek 2X9 Levens samen met fotografe Yee Ling Tang waarin ik aan de hand van persoonlijke verhalen het grotere verhaal over Chinese arbeidsmigratie naar Nederland laat zien.
Ik sprak veel verschillende Chinese ouderen: van analfabeet tot arts en politicus. Ze vonden het een uitdaging om over hun leed te praten, maar voor sommigen was het ook een uitlaatklep.
Omdat hun verhalen nog te weinig aan de oppervlakte komen, weten we nauwelijks hoe zwaar hun leven was en hoeveel ze hebben verloren, maar ook hoe afhankelijk deze migranten in de begintijd van elkaar waren als gemeenschap.
In armoede is hulp aan elkaar noodzakelijk. Ondanks de armoede en ondanks dat ze zich ineens aan een heel nieuwe cultuur moesten aanpassen, hebben ze doorgezet om een nieuw leven op te bouwen. Intussen bleven ze hun tradities koesteren, omdat ze al zoveel verloren hadden.
In 2019 bracht ik mijn essay In van godverlaten oorden uit, in opdracht van het Verhalenhuis Belvédère. Daarin beschrijf ik, op basis van familieherinneringen en historische en literaire bronnen, de migratie uit China naar het Zuid-Amerikaans continent.
Het schrijven en luisteren opende ook mijn blik voor ervaringen van mijn familieleden. Zo begreep ik steeds meer van mijn oma, helaas was ze toen al gestorven. In Suriname en in Den Haag woonde ze bij ons in huis. En pas in Nederland, nadat ik al die andere ouderen had geïnterviewd, besefte ik dat zij nog de trauma’s van haar verleden moest verwerken. Zij had wel drie oorlogen in China meegemaakt en drie migraties: van China naar Hongkong, naar Suriname, naar Nederland. Als kind kon ik haar emoties en boosheid niet zo goed plaatsen, maar na al die jaren begrijp ik waar dit vandaan kwam.”
Nieuwe geluiden en pluriformiteit
“Doordat er nog weinig erkenning is voor wat migrantengemeenschappen aan de Nederlandse samenleving hebben toegevoegd, besef ik dat hun inzet nog te weinig wordt gezien. Onlangs zag ik in een boekenbijlage van NRC de vijftig beste Nederlandstalige boeken van de afgelopen vijfentwintig jaar. De lijst was opgesteld door ‘professionele lezers’. Ik zag dat er maar één boek van een schrijver met een migrantenafkomst tussen zat, en die was nota bene niet meer levend. Dit laat zien dat we als samenleving nog steeds gesegregeerd zijn en dat onze talenten niet als kwalitatief hoogstaand worden beschouwd. Op televisie heb je nu bijvoorbeeld Omroep Zwart, maar dan zit je nog steeds in een structuur wat vroeger nog zuilen heette. Tegenwoordig gesegregeerd op kleur, alsof dat een andere levensbeschouwing is.
Het is altijd goed om binnen een sector meer pluriformiteit te hebben. Zeker ook in gevestigde media. Helaas wordt culturele diversiteit geproblematiseerd doordat migratie altijd als iets negatiefs in het nieuws wordt gebracht. Alsof we een last zijn voor de maatschappij. Dat is jammer, want veel te weinig beseffen we hoe rijk de invloed van Chinese diaspora is in Nederland. Neem bijvoorbeeld het uit eten gaan dat zo normaal is geworden, en niet meer voorbehouden aan rijke mensen. Dit is geïnspireerd door de Chinese restaurantcultuur die al veel ouder is: dit was vroeger nog nieuw in Nederland en is door de diaspora geïmporteerd.
Wat ik ook jammer vind, is dat mensen die de status quo in de cultuursector willen doorbreken toch vaak op een negatieve manier worden weggezet. Kijk eens hoeveel de woke beweging, die strijdt voor een betere representatie van de diversiteit van mensen over zich heen krijgt. Woke is ineens een scheldwoord geworden. Maar ik denk dat een gevestigde cultuur – wil die niet vastroesten – juist die kritische tegengeluiden nodig heeft. We moeten accepteren dat het niet altijd op rolletjes loopt, en gepaard gaat met veel hobbels. Om vooruit te komen en te kunnen vernieuwen hebben we die nieuwe – niet altijd aangename – geluiden nodig. Het publiek wordt ouder, dus dan ben je genoodzaakt dat andere, jongere publiek aan te trekken om cultuur levend te houden.”
Bestel het unieke boek 50 jaar onafhankelijkheid Suriname met 50 interviews waaronder dit interview. Wie waren de eerste Surinamers in Nederland? Wat bracht hen hierheen? Wie waren sleutelfiguren of andere mensen met bijzondere verhalen? Bestel het boek hier!

