“Ik ben geboren en getogen in Moengo, in het oosten van Suriname. Onze familie behoort tot de Afro-Surinaamse gemeenschap. Mijn vader Franklin Markelo en mijn moeder Edith Landbrug kregen zes kinderen van wie ik de oudste ben. Mijn vader was lasser, en mijn moeder bakte en verkocht brood, koek en andere lekkere dingen. In mijn familie zijn ook leraren, artsen en advocaten; we hebben een traditie van intellectualisme in ons. En dat heeft mij al vroeg geïnspireerd om nieuwsgierig te zijn en de wereld waarin ik opgroeide te willen ontdekken.”
Marian Markelo (Moengo, Suriname, 1956) was als kind een pienter meisje die meer wilde leren over de wereld om haar heen. Ze voelde zich te veel beperkt door de kerk in haar dorp. Daarom besloot ze op haar elfde niet meer naar de missionarissen te luisteren, en zelf op ontdekking te gaan. Ze studeerde verpleegkunde in Paramaribo en volgde daarnaast bij haar tante de Winti opleiding. Vanaf haar zesentwintigste studeerde zij Public Health aan de universiteit in Jamaica. Na enkele jaren in Suriname gewerkt te hebben als public health nurse kwam Marian naar Nederland waar ze in dienst ging als kraamverpleegkundige bij verschillende ziekenhuizen. In Voorburg volgde ze een aanvullende opleiding van het Diaconessenziekenhuis in Voorburg. En aan de Haagse Hogeschool deed Marian een opleiding tot leraar verpleegkundige tweedegraads. Vervolgens werkte zij van 1991 tot 2021 als docent Verpleegkunde tweedegraads aan het ROC Mondriaan in Den Haag. Marian zit in het bestuur van het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis (NiNsee), en is oprichter van het Nationaal Winti Instituut NIRASE.
“In het district gingen wij naar de Meer Uitgebreid Lager Onderwijs (Mulo), dat is het basisonderwijs, en voor het vervolgonderwijs moesten we naar Paramaribo. Als kind kreeg ik van mijn ouders veel vrijheid om mijn eigen keuzes te maken, en om mijzelf te ontwikkelen. Zolang we maar ons aan de afspraken hielden. Dat is in Suriname een uitzondering, want kinderen werd in die tijd – de jaren zestig en zeventig – geleerd altijd de ouders en leraren te gehoorzamen.
Nog altijd ben ik trots dat ik wiskundeles heb gehad van de inmiddels overleden Bram Behr. Hij was naast leraar wiskunde een bekende journalist die zich inzette voor de arbeidersklasse. En hij streed tegen de militaire coup van Desi Bouterse wat er uiteindelijk toe leidde dat hij werd gedood tijdens de Decembermoorden. Dankzij hem werd ik op jonge leeftijd al bewust van de geschiedenis van Suriname en van Zuid-Amerika. Hij was mijn voorbeeld in het denken over de samenleving en het kolonialisme.
Tot mijn veertiende jaar ging ik naar de kerk in Moengo. Toen was het in de meeste families nog gebruikelijk om samen met het gezin te gaan, maar ik voelde al snel dat ik in de kerk beperkt werd in mijn ruimdenkendheid en in mijn groei. We mochten geen vragen stellen, en ik was juist iemand die heel leergierig was en meer wilde weten over de wereld. Dat was in niet gebruikelijk; de leraren en de dominee waren helemaal van slag door mijn vragen. Behalve Brahm Behr. Daarom besloot ik niet meer naar de kerk te gaan. Het niet mogen stellen van vragen is een inbreuk op geestelijke vrijheid.”
Groots vuurspektakel
“Ik was op die leeftijd steeds meer onder de indruk van de tradities van de marrons. De marrons zijn de afstammelingen van de tot slaafgemaakten, en hun gemeenschap is nauw verwant met die van de Afro-Surinamers omdat we allebei roots hebben in Afrika. Ik zag een keer op een groot veld een groep marrons met vuur dansen. Het waren mooi gevormde en goed gespierde mannen met drummers om zich heen. Eén man hield een brandende houten fakkel vast, en wreef dit over het hele lichaam van een andere man. Hij kreeg geen enkele beschadiging van zijn huid. Nou, dat vond ik als meisje spectaculair! Ja, en er was destijds een Amerikaans bedrijf Suralco dat bauxiet kwam winnen in Suriname, en zij onderzochten samen met artsen de röntgenfoto’s van de marron mannen die tijdens het ritueel glas hadden gegeten. En in het ziekenhuis zagen ze het glas niet. Dat was voor mij het bewijs dat er daadwerkelijk iets wonderlijks gebeurde, iets dat boven de werkelijkheid ging. Dus sindsdien begon mijn interesse in de Winti-rituelen.
Winti betekent ‘wind’ in het Sranantongo en is een geloofstraditie die is ontstaan in Suriname; Winti is geïnspireerd door de cultuur van de West-Afrikaanse voorouders van de tot slaafgemaakten. Deze tot slaafgemaakten, haalden hun kracht uit de aarde, de lucht, aarde, water en het bos. En ze hebben sindsdien hun eigen spirituele geloofstraditie behouden. Maar dat ging hun door het koloniale bewind niet makkelijk af. Volgens de Surinaamse intellectueel Anton de Kom trachtten de christelijke missionarissen met de Bijbel om de Winti traditie verder te onderdrukken. Pas vanaf het jaar 1971 was Winti niet meer strafbaar om uit te voeren.
Op de school waar ik naartoe ging, de evangelische Fred Murray school, keken ze neer op deze traditionele rituelen. De christelijke missionarissen in ons dorp hadden de Winti rituelen zelfs verboden omdat ze het als een vorm van afgoderij zagen. Dit was een sein naar alles wat met Afrika te maken heeft. Het was een manier om onze tradities te onderdrukken. Kijk, dat was de bedoeling van slavernij en kolonialisme: je moest de witte mens imiteren. De witte kolonialisten die hebben Surinaamse mensen gedwongen om zich voor te doen alsof je wit bent. Bij de ene gemeenschap in Suriname is het beter gelukt dan de ander. Maar het was wel het concept dat kolonialisme heeft gehanteerd.”
Winti-studie in Paramaribo
“Op school vond ik het leuk om dingen te organiseren: schrijfwedstrijden, sportactiviteiten. Ik was een spontaan meisje, en ik las ook graag boeken over poëzie. Toen ontdekte ik dat mijn missie was om verhalen over geschiedenis te vertellen. Het is belangrijk dat je je zielsmissie onderzoekt, want jouw zielsmissie bepaalt hoe je je leven op aarde gaat doorbrengen. Daarom ben ik me van jongs af aan gaan verdiepen in de koloniale geschiedenis. Graag vertelde ik aan de mensen om mij heen hoe bijzonder onze Afro-Surinaamse cultuur is. Door mij te verdiepen in Winti kregen mijn verhalen niet alleen een stem, maar kon ik ook mensen helen. En dan kunnen mensen hun emoties bij me kwijt. Ook wilde ik heel graag verpleegkundige of leraar worden, want dan heb je altijd werk.
Toen ik naar Paramaribo verhuisde om de verpleegkunde-opleiding te volgen, kon ik in mijn vrije tijd bij mijn tantes in de leer over Winti. Ze leerden mij veel over de rituelen, hoe je het uitvoert en de geschiedenis ervan. Het is een orale traditie. Ik leerde spirituele liederen en dingen over kruidenmedicijnen en zoveel meer dat in de slechte geschiedenisboeken in Suriname niet wordt geleerd.
Na mijn opleiding verpleegkundige wilde ik me specialiseren. Op mijn zesentwintigste ging ik naar Jamaica dankzij een beurs van de Wereldgezondheid Organisatie. Suriname had toen in veel gebieden nog geen Public Health opleiding, en ik wilde heel graag leren over de preventie van ziekten en hoe de gezondheidszorg de kwaliteit van het leven beïnvloedt.
Deze beurs was niet voor iedereen weggelegd. Ik kreeg het omdat ik een essay had geschreven over het belang van gezondheidszorg; ik won de essaywedstrijd. Zo kwam het dat ik Public Health aan de Universiteit van West-Indië in Jamaica heb gestudeerd. Dankzij deze opleiding kon ik mijn Winti helende kunsten beter in perspectief plaatsen. Het gaf mij meer inzicht in de manieren hoe Winti ervoor kan zorgen dat mensen beschermd worden tegen aandoeningen, en vooral hoe Winti ervoor zorgt dat je evenwichtig in het leven staat. Je kunt niet verwachten dat je gezond blijft, als je niet nadenkt over hoe jij als individu je verhoudt tot de leefsituatie waarin jij je bevindt.
Na mijn opleiding kwam ik terug in Suriname en werkte ik een tijdje als public health verpleegkundige voor de Regionale Gezondheidsdienst. In die tijd, dus in de jaren tachtig, was public health nog niet zo’n bekend begrip in Suriname. Daarom hielp ik bij initiatieven om bijvoorbeeld vrouwenklinieken en moeder-en-kind dienstverlening op te zetten.
Op mijn achtentwintigste, op 4 november 1984, werd ik ingewijd tot bonuman, dat betekent Winti priesteres. Eigenlijk duurt de opleiding je hele leven, want je raakt nooit uitgeleerd. Ik kan en mag vanaf nu dus zelfstandig de rituelen uitvoeren die mensen kunnen helpen hun geestelijke gezondheid te stimuleren door middel van Winti.”
Etnische spanningen
“Een aantal jaren eerder, toen ik twintig jaar was en werkte in de zorg, werd Suriname een onafhankelijk land. Mijn vader was lid van de Partij Nationalistische Republiek (PNR), één van de eerste partijen die streefde naar een onafhankelijk Suriname. De partij behoorde voornamelijk tot de Afro-Surinaamse gemeenschap, en als het aan de PNR lag was Suriname al tien jaar eerder op eigen benen komen te staan. Ik volgde de voorbereiden op de Onafhankelijkheid met de kritische blik die in mij gezaaid was, want ik had al op jonge leeftijd de politieke ontwikkelingen gevolgd. En ik had gezien hoe gedateerd de koloniale verhoudingen in Suriname waren. Wij kregen in 1954 Het Statuut waarbij de overzeese gebieden meer autonomie kregen van Nederland. Maar dit hield in dat we nog steeds afhankelijk zouden zijn van Nederland. Dit is kolonialisme on top! Surinamers konden nog steeds niet zelf bepalen wat er met hun economische ontwikkelingen zou gebeuren. Of wat er met hun zeldzame grondstoffen moest gebeuren.
Ik was dus enthousiast, maar ik geloofde dat Suriname op politiek vlak nog onvoldoende was uitgerust om zelfstandig te kunnen zijn, omdat de Onafhankelijkheid te veel een project van de Creolen geworden was. Er was namelijk een strijd gaande tussen de Hindostaan Jagernath Lachmon en de Afro-Surinaamse Henck Arron, en tijdens de spanningen die vervolgens ontstonden werden heel veel bezittingen van de Afro-Surinaamse mensen in brand gestoken of vernield.”
Plengoffer in een Haags parkje
“Ik ging in januari 1989 naar Nederland. Het was ontzettend koud. Toen ik aankwam in Nederland zocht ik een rustig parkje in Den Haag op. Ik knielde op de grond, pakte mijn kom en voerde een plengoffer (traditioneel Winti ritueel) uit. Ik sprenkelde water over het gras, en ik bedankte Moeder Aarde dat ik hier in Nederland mocht zijn. In mijn gebed vroeg ik haar of ze mij kracht wou geven, en goed voor de kinderen in Nederland en voor mij wou gaan zorgen.
Ik kwam al gauw in contact met de sociaal-culturele vereniging Afoe Sensi en bij Stichting Samen Sterk. Zo leerde ik andere mensen kennen die veel bezig waren met spiritualiteit en Winti. Kort na aankomst ging ik aan het werk in het Leyenburg ziekenhuis in Den Haag. Daarna heb ik in meerdere ziekenhuizen gewerkt als kraamverpleegkundige. Ook volgde ik een aanvullende opleiding van het Diaconessenziekenhuis in Voorburg. En aan de Haagse Hogeschool deed ik een opleiding tot leraar verpleegkunde tweedegraads. Want ik miste toch de verbinding met jonge mensen en ik had altijd de ambitie om kennis over te dragen.
Het werken in de Nederlandse gezondheidszorg was echt een uitdaging voor mij omdat het heel anders geregeld was dan in Suriname. Ik weet nog dat de eerste cultuurshock die ik ervoer op de verloskamers was. Want in Suriname beval je zoveel mogelijk alleen met een verloskundige. Maar hier stonden wel twaalf mensen rondom de bevalling en zaten zelfs te filmen. Dit was ik niet gewend. Het werk ging me makkelijk af, want ik had veel meer praktijkervaring dan de verpleegkundigen van mijn leeftijd. Zij waren in hun doen en laten nogal schools, maar ik had al lang zelfstandig gewerkt. Ik zag bijvoorbeeld een nabloeding veel eerder aankomen dan de andere mensen, en ik beheerste ook meer verpleegkundig technische handelingen.”
Tussen hoop en de bittere werkelijkheid
“De zorgsector in Nederland is heel breed en geeft veel kansen om door te kunnen groeien. Ik had dus veel hoop om iets moois op te bouwen. Maar dat ging niet zonder te worden tegengewerkt. In het ziekenhuis merkte ik al snel dat ze het niet gewend waren om met een donkere vrouw te werken. Ik maakte hele vreemde, discriminerende momenten mee. Een collega zei dat een arts het leuk vond om met mij te werken omdat zijn vrouw ook zwart was. Wel, deze collega wist nog niet dat ik een type ben die niet op haar mondje gevallen is. Dus ik antwoordde: ‘Weet je zuster, volgens mij ben jij gewoon jaloers op mijn deskundigheid. Want die dokter kijkt niet naar mijn huidskleur, maar hij vindt dat ik een goede kraamverpleegkundige ben’.
Ook op alledaagse plekken zoals de supermarkt heb ik racisme ervaren. Ik was een keer bij de groenteboer en ik vroeg om een zak appels. Toen pakte hij twee rotte appels en zette deze voor mij neer. Toen ik deze weigerde af te rekenen, zei hij: “Ga jij maar zelf in de boom klimmen als een aap om jouw appels te plukken.” Die man heeft het geweten! Ik heb zijn hele bak met appels omgekieperd, en zei dat hij toen zelf de appels mocht oppakken van de grond.”
‘Ik liet me door deze kwetsende ervaringen niet van mijn pad verdrijven. Ik ben hier. En ik hoef mezelf niet te bewijzen. Ik wil in plaats daarvan een voorbeeld zijn, vooral voor de jongeren. Naast mijn werk in het ziekenhuis kwam ik vanaf 1991 in dienst van een streekschool in Den Haag. En later begon ik bij het ROC Mondriaan in Den Haag als docent verpleegkunde. Ik gunde de studenten een ruimere ervaring, en ik regelde een uitwisselingsproject met Surinaamse ziekenhuizen.
Ik genoot van dit werk, en de jongeren zagen mij als een behulpzame, maar ook wel strenge docent. Ik wil goede opvolgers voor in mijn vakgebied trainen. Ik wil dat jongeren mij kennen als een voorouder die inspirerend is voor het nageslacht. Inspiratie voor in de zorg, en dus ook voor degene die zich met spiritualiteit bezig houden. Docent zijn betekent dat je leerlingen ziet oefenen met de stof, vallen en weer opstaan. En ik wil me zoveel mogelijk verbinden met de jonge mensen die écht de wil hebben om verder te studeren.
Op het ROC kende ik een heel gemengde studentengroep. Sommigen kwamen uit Suriname, anderen uit Turkije of de Antillen. Een docent zei een keer over deze leerlingen: “Wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje”. Ik was heel boos. Ik zei dat deze studenten een klasse apart zijn, want zij zullen de toekomst worden van ons land! De uitsluiting van migrantenleerlingen pakte ik aan door stevige gesprekken te voeren met de andere docenten. Ik ben er trots op dat dat het mij gelukt is om ze gemotiveerd te houden, en ik overtuig hen dat ze de lat van hun prestaties hoog mogen leggen. De jongeren waren blij dat ik als migrantendocent zoveel zeggenschap kreeg binnen de opleiding, en dat ik me mocht bezighouden met de coördinatie van de studieloopbaanbegeleiding en voorlichting.
Ik heb meer dan dertig jaar gewerkt op deze school. De afsluiting bij het Mondriaan was feestelijk: ik had lekkere Surinaamse hapjes – zoals bara, gele koeken, pastei – geregeld en ik droeg mijn traditionele jurk. Eigenlijk wilde de directeur een gezamenlijk afscheid, dus met andere docenten, houden. Maar ik had er meer dan 32 jaar gewerkt. Dus ik heb ik tegen de directeur gezegd: “Ik ben een markante persoon, dus ga ik op de manier van Marian Markelo afscheid nemen van de school.” Ik wou een speciaal afscheid, en ik heb het ook gekregen!’
Wonden slavernijverleden herstellen
“Samen met andere Afro-Surinamers bundelen we onze krachten om de gevolgen van het koloniale verleden aan het licht te brengen. Ik vind het daarom een eer om in het bestuur van het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis (NiNsee) te zitten. Zelf heb ik het initiatief genomen tot het Nationaal Winti Instituut NIRASE in juli 2012. De naam Nirase betekent institutioneel altaar. En het logo, dat afgeleid is van een Afrikaans symbool uit Ghana, staat voor kracht en standvastigheid. Ik wil met NIRASE de rehabilitatie en conservering en uitdraging van Winti bewerkstelligen. En ik wil het negatieve imago dat Winti heeft gekregen vanuit het koloniale verleden aanpakken, zodat Nederlanders de verbindende en spirituele betekenis zullen ontdekken.
Om ervoor te zorgen dat ze dit met eigen ogen kunnen ervaren, voer ik elk jaar tijdens de jaarlijkse herdenking van de afschaffing van de slavernij in Suriname het plengoffer uit. Winti geeft ons namelijk de kracht om ons te herstellen van dit slavernijverleden, en om ons opnieuw met onze ziel te verbinden. Voor deze helende kracht is het wel belangrijk dat je goed zorgt voor de mensen om je heen en vooral voor Moeder Aarde. Want zo is alles in balans, en pas als je goed voor je omgeving en de natuur zorgt dan zul je er iets moois voor terugkrijgen.
Ten slotte hoop ik te zien dat andere Afro-Surinamers zich ook gaan verdiepen in hun tradities. Dat ze meer vertrouwen krijgen in al het moois dat vanuit Afrika is meegenomen door onze voorouders. Veel Surinamers in Nederland ervaren een eenzame en stille tijd. Daarom organiseer ik in Amsterdam vaak themabijeenkomsten over ons historische, en culturele erfgoed. Ik wil zoveel mogelijk mensen met elkaar in contact brengen, zodat ze kunnen zien dat onze tradities juist een verrijking zijn voor Nederland!”
Bestel het unieke boek 50 jaar onafhankelijkheid Suriname met 50 interviews waaronder dit interview. Wie waren de eerste Surinamers in Nederland? Wat bracht hen hierheen? Wie waren sleutelfiguren of andere mensen met bijzondere verhalen? Bestel het boek hier!


Ik heb u verslag gelezen lieve zus. Ik ben een wedergeboren Christen. Ik geloof in de Bijbel. De NBG Bijbel van kaf tot kaf. De Wintie, waar u het over heb zijn volgens mij satanische praktijken. Ook de satan kan wonderen doen, maar bedrieglijke wonderen. Zo staat het ook in de Bijbel geschreven.Als u het eeuwige leven wil ontvangen accepteer Jezus dan in u hart.Zoek een goede Christelijke Pinstergemeente gemeente zoals de “Marantha Gemeente” van Stanley Hofwijks in Amsterdam. Of de gemeente van “David Maasbach”. Zoek het op in You tube. Maar ook in die gemeentes moet je op God onze Schepper blijven zien en bidden om je te beschermen tegen de boze. Want overal heb je boze mensen ertussen zitten. Maar de Here God zal je bewaren.Dan zal je het eeuwige leven erven bij de “Here God”.Ik geloof niet,dat ik u verhaal voor niks heb gelezen. God wil u ook redden en helpen in dit leven. Nango Gado alleen.Gods zegen. Gado lobi joe. Afz .Glenda
Ik was al een beetje bang voor een christelijke reactie zoals deze. Ik weet niet of Glenda mij kan begrijpen, maar ik wil graag mijn kant van de zaak laten zien.
In het gewone leven gebruiken we het woord “geloven” in zinnen als “Ik geloof dat het gaat regenen, dus ik neem mijn paraplu mee.” Op een iets ander niveau kun je zeggen: “Ik geloof wat Jezus ons geleerd heeft,” en je probeert daar naar beste weten naar te handelen. Dan schuiven er dingen in je leven naar elkaar toe, ze passen in elkaar, je leven krijgt zin en richting.
Op dezelfde manier kun je zeggen: Ik geloof wat Mohammed ons leerde, of Boeddha, of Confucius. of wat Winti ons leert – en je handelt daarnaar. Dan schuiven er iets andere dingen in je leven naar elkaar toe, ze passen in elkaar, je leven krijgt zin en richting.
Als je dit wonder één keer hebt meegemaakt is het verleidelijk om te denken dat jouw ervaring (en jouw verhaal, en het boek dat daarbij past) de enige echte waarheid is. Maar de wereld is een wonder. Je kunt er op veel verschillende manieren naar kijken en je plaats in dit wonder vinden. Het past een mens niet om de oprechte keuze van een ander te veroordelen.
Wat een mooie filosofische reactie!
Trek je r niets v aan je bent positief bezig en dat is belangrijk Met je ervaringen en kijk op de wereld ben je in je denken veel verder dan de rest. Ik ben ook zo. Ik ben heel trots op je. Het gaat je goed en hoop je te ontmoeten.
Groetjes v Jane