Dat velen de PVV-voorman geloven komt door Wilders’ uitgekiende strategie, zegt Schrover. “Het beeld dat alles de schuld is van migranten is een ingesleten mantra geworden omdat Wilders zijn bewering eindeloos herhaalt. Als ik probeer te nuanceren, zeggen mensen: ja maar de woningnood ís toch een groot probleem? Ja, zeg ik dan, je wordt er diepongelukkig van. Het is afschuwelijk, tien jaar op een wachtlijst staan en geen zicht hebben op gezinsvorming. Het is heel naar als je als gescheiden vader bij je broer op de bank moet slapen. Maar de woningnood is merendeels niet het gevolg van migratie.”
Schrover neemt het journalisten kwalijk dat ze extreemrechtse politici als Geert Wilders zo weinig tegenpreken. Het alle ruimte geven aan rechtse retoriek en ‘de man in de straat’ is begonnen na de moord op Pim Fortuyn in 2002. “Journalisten gingen toen boze witte mannen interviewen. En ook die werden nooit tegengesproken. Van hun vox popjes en soundbites zonden ze dan de meest extreme uit. De concurrentie in medialand heeft zo Wilders’ boodschap versterkt. Maar de man in de straat is geen echte stem. Het is eigenlijk niks.”
“Dat geldt ook voor boze witte vrouwen. Dan zegt zo’n ‘mevrouw in de staat’ tegen de interviewer: mijn drie volwassen kinderen wonen nog thuis. Zo’n journalist zegt dan niet: hoe komt u op het idee dat iemand van 27 recht heeft op een eigen koopwoning? En wat heeft dat überhaupt te maken met migratie? Niemand spreekt die mevrouw tegen. Zo ontstaan zichzelf versterkende nepnieuwsverhalen. En een kijker denkt: nou inderdaad, je zal maar met drie volwassen kinderen opgescheept zitten.”
Marlou Schrover werd op 4 maart 1959 geboren in ’s Hertogenbosch als tweede dochter in een katholiek gezin met drie meiden. “Mijn ouders hadden geen auto. We gingen overal met de fiets naartoe, met mijn vader voorop en mijn moeder achterop. En mijn zusjes en ik en een stel vriendinnetjes er tussenin. Dan vroegen mensen soms: zijn jullie een schoolklas ofzo?” Schrover kijkt terug op een onbezorgde jeugd met veel Brabantse gezelligheid. “Thuis was het voor kinderen een zoete inval. We ging vaak naar de Drunense duinen. Lekker de hele dag in het zand spelen. Maar we bleven altijd in het zuiden. Als kind ben ik bijvoorbeeld nooit naar Utrecht of Amsterdam geweest.”
Marlou’s vader was ambtenaar bij het kadaster. Haar moeder ook. “Mijn ouders hebben elkaar bij het kadaster leren kennen. Mijn opa van moeders kant werkte daar trouwens ook. Mijn opa van vaders kant deed van alles. Hij werkte als sigarenmaker, als schoenlapper en als zetbaas in een kroeg. In de crisisjaren is hij lange tijd werkloos geweest.” Marlou’s vader stemde PvdA, haar moeder KVP. “Daar hadden ze strijk en zet goedmoedige ruzies over. Ze gingen nooit samen stemmen. Mijn moeder wilde niet beïnvloed worden.”
“Mijn ouders waren niet politiek actief, maar mijn vader luisterde graag naar de radio en was een enorme fan van televisie. Wij hadden heel vroeg een tv. Hele bergen kinderen kwamen bij ons kijken. Ik herinner me nog goed dat mijn vader me wakker maakte om de maanlanding te zien in 1969. Dat vond ik fantastisch, al zag je niet zoveel op dat kleine zwart-wit schermpje.” Hoewel zij het advies ‘huishoudschool’ kreeg, kon Marlou toch in Den Bosch naar de mavo. Daar zag men al gauw dat ze slim was en makkelijk de havo aankon.
Schrover wilde journalist worden en studeerde in 1979 af aan de School voor de Journalistiek in Utrecht. “Ik vond de journalistiek super interessant. Als kind keek ik al stiekem naar Brandpunt.” Hoewel ze met succes stageliep bij het dagblad Het Vrije Volk en Vara’s Achter het Nieuws switchte Marlou naar geschiedenis studeren aan de Universiteit Utrecht. “Ik vroeg mij af of ik via de journalistiek wel genoeg kon doen aan het verbeteren van de wereld.” Het werd daarom economische en sociale geschiedenis. “Een stem geven aan vrouwen en arbeiders, dat sprak me aan.”
Voor een studie-opdracht interviewde Schrover woonwagenbewoners. “Ik ben half Nederland doorgereisd met een recordertje. Dan kwam ik zo’n woonwagenkamp op en dan keken ze allemaal van: wat doet zo’n jonge vrouw hier? Ben je niet bang voor ons, vroegen ze? Het waren hele aardige mensen, maar ze hadden een raar beeld van de wereld buiten het kamp. Dat beeld was alleen gebaseerd op tv-verslaggeving. Waar jij vandaan komt daar wonen allemaal kinderverkrachters, zeiden ze tegen mij.”
Schrover promoveerde in 1991 in Utrecht op een onderzoek naar arbeidsverhoudingen. Ze werkte er tot 2001 als docent en onderzoeker. Na een baan bij het Instituut Nederlandse Geschiedenis in Den Haag en een aanstelling bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam ging Schrover in 2003 in Leiden aan de slag. Van 2010 tot begin maart was zij daar hoogleraar Economische en Sociale Geschiedenis. Schrover is nu met pensioen. Ze blijft lezingen geven en archiefonderzoek doen. “Mogelijk ga ik ook Nederlands geven bij een AZC. En ik krijg tijd voor mijn hobby lange afstandsfietsen.”
Het onderzoeksterrein van Schrover is de geschiedenis van migratie, gender, etniciteit, klasse, religie en seksualiteit in Nederland en Europa. Zo keek zij als postdoc bijvoorbeeld naar de komst van Duitsers naar Nederland in de negentiende eeuw. “De meesten waren geen vluchtelingen. Het waren onder meer handelaren die in Nederland een warenhuis stichtten: Clemens en August Brenninkmeijer (C&A), Hunkemöller, Dreesmann van Vroom&Dreesmann, Cloppenburg (P&C), Kreymborg en Sinkel van de Winkel van Sinkel. Maar er kwamen ook veel kleine handelaren deze kant op.”
“Het waren katholieken. De Nederlandse protestanten vonden het niet fijn dat er zoveel katholieken bijkwamen. Ze waren bang dat zij als protestanten een minderheid zouden gaan vormen. Vooral de armere handelaren moesten het ontgelden. Dat waren paupers, moffen. De protestanten waren bang dat het revolutionairen en armoedzaaiers waren. Ken je het liedje van de poppenkraam? Dat gaat niet over poppen maar over poepen. Een poep is een bierdrinkende Duitser. Het was een liedje waarmee Duitsers belachelijk werden gemaakt. Een schimplied.”
“Nederlanders hebben altijd bezwaren gehad tegen migranten. Nu zijn het de Oekraïners en de Syriërs. Eerder waren het Walen, Hugenoten of Hongaren. Toen de Hongaren in 1956 hierheen kwamen hoorde je ook al: ze komen onze woningen inpikken. En waarom zien we alleen jonge mannen en geen vrouwen en kinderen, hoe zit dat? Er was veel argwaan. Het waren dan wel de vijanden van onze vijanden, die ook voor ons tegen het communisme vochten, maar misschien zaten er Russische spionnen bij? Of beatniks met lang haar die niet wilden werken. Of zigeuners?”
“We hebben migranten nooit van harte ontvangen. Als je beweert dat we vroeger gastvrij waren, dan doe je aan historische vervorming. Zelfs de Walen, die na Spaanse tijd vluchtten naar Nederland, waren niet echt welkom. Het waren calvinisten maar men vond toch dat ze niet pasten in onze calvinistische hoofdkerk. Ze moesten maar hun eigen kerk beginnen. Het waren industriëlen met kapitaal die hun textielindustrie meenamen, maar hun gewoontes vond men niet leuk.”
“Joden waren wel welkom in Nederland. In Amsterdam staan niet voor niets twee grote synagogen. Maar ook zij ontmoetten wantrouwen. Want er zaten misschien wel paupers bij op wie je een oogje op moest houden… In Nederland had je een hoofdkerk maar andere geloven en kerken konden daarnaast – met beperkingen – bestaan. Katholieken werden hier niet verdreven. Nederland was in de zeventiende eeuw een redelijk tolerante natie, maar we hebben door de eeuwen heen migranten altijd minder goed behandeld dan we ons wensen te herinneren.”
De extreemrechtse haat tegen buitenlanders kreeg in de jaren tachtig een uitgesproken stem toen Hans Janmaat, eerst met de Centrumpartij en later met de Centrumdemocraten, de politieke arena betrad. “Janmaat hanteerde toen al een strenge emigratie-agenda, maar die sloeg helemaal niet aan. Het Binnenhof stond vol boe-roepende demonstranten toen hij verkozen was in de Tweede Kamer. Met één zetel stelde de partij niet veel voor.”
“Toen Janmaat in de prognoses steeg naar tien, twaalf zetels ontstond er bij de andere partijen de angst dat de Centrumpartij heel groot zou worden. Janmaat kreeg de voorspelde zetels niet omdat andere partijen op rechts zijn agenda overnamen en gingen normaliseren. Dat was een groot scharniermoment. De toenmalige VVD-leider Frits Bolkestein nam als een Dilan Yeşilgöz avant la lettre de retoriek en argumenten van Janmaat over en dat leverde de liberalen negen zetels op.”
“Bolkestein beweerde bijvoorbeeld dat polygamie een groot probleem was en dat het Europese Hof voor de Rechten van de Mens polygamie ging goedkeuren. Journalisten zeiden toentertijd nog wel: dat is niet waar, maar Bolkestein werd niet afgerekend op zijn leugens. In tegendeel, hij werd op het schild gehesen als de grote taboedoorbreker. Maar zijn verhaal was net zo onwaar als dat van Yeşilgöz over nareis op nareis. Toch zeiden mensen ook toen niet: meneer Bolkestein, u bent gewoon een leugenaar.”
“Janmaat schold aanvankelijk vooral op Vietnamezen en Surinamers. De revolutie in Iran waarbij de ayatollahs aan de macht kwamen, was voor de Janmaat een geschenk uit de hemel. Iran was voor 1979 onder de sjah in de ogen van Nederlanders een hippe, moderne westerse samenleving. Dat klopte niet, maar we zagen beelden van meisjes met korte rokjes en hoge laarzen. Ze zagen er net zo uit als Nederlandse studentes. Binnen een jaar was Iran een staat die de sharia in de praktijk bracht. De kranten schreven dat Iran was teruggeworpen naar de middeleeuwen.”
“Met de komst van moslimmigranten zouden volgens Janmaat ook in ons land vrouwen gestenigd worden voor overspel en homo’s van hoge gebouwen worden gegooid. Dat gebeurde inderdaad in Iran. Janmaat wist het zo te framen dat mensen gingen denken dat het hier ook kon gebeuren. Voordien gaf hij de migranten de schuld van de files en de hondenpoep; nu had hij zijn ultieme argument: straks moeten we de homo- en vrouwenemancipatie overdoen, riep hij.”
“De angst voor migranten zag je niet alleen op rechts. Ook de PvdA-er Aad Kosto wilde mensen terugsturen naar Iran en Syrië. En zijn partijgenoot Job Cohen liet Joegoslavische vluchtelingen bivakkeren in een ondergelopen maisveld in de hoop dat ze naar een ander land zouden gaan. De SP pleitte in een brochure voor een terugkeerpremie. Op links hoorde je: we moeten het onderwerp migratie niet uit de weg gaan, maar ook daar koppelden ze het aan problemen als woningnood en werkeloosheid. Links zei: ‘We moeten de problemen benoemen’. Ze namen deels de retoriek van Janmaat over.”
“Zelfs linkse politici gingen de asielzoekers en andere immigranten benoemen als een groot probleem. Ze deden dat uit electorale overwegingen en omdat ze niet het verwijt wilden krijgen dat ze ‘er niet over durfden te praten’. Als een linkse politicus het in een televisiedebat alleen over problemen als woningnood, het instortende zorgstelsel en klimaat wilde hebben en die zaken niet wilde koppelen aan migratie, dan werd hem verweten dat migratie niet benoemd mocht worden in linkse kringen.”
Schrover blijft onvermoeibaar haar glasheldere boodschap verkondingen: “We hebben absoluut geen migratieprobleem. Het gepraat over asiel-tsunami’s is retoriek. Als je drie van de vier aanmeldcentra sluit en ze moeten later weer opnieuw geopend worden, dan heb je als overheid zelf een opvangprobleem geconstrueerd. Het nare is dat de ambtenaren de bagger over zich heen krijgen. De mensen van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) en de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) moesten onder Faber onder onmogelijke omstandigheden werken. Hopelijk wordt het onder Jetten beter.”
Op haar beurt doet Schrover er alles aan iedereen die het horen wil uit te leggen dat migratie niet Nederlands grootste probleem is. “Ik praat met journalisten en zeg echt wel: jullie maken een probleem waar er geen probleem is. Maar goed nieuws en genuanceerd nieuws, dat is geen nieuws. Het gaat altijd om de soundbites en kijkcijfers. Het genuanceerde verhaal vinden ze te ingewikkeld. Je moet het in één minuut kunnen vertellen en dat gaat niet. Journalisten interviewen liever elkaar en politici.”
“Tv moet leuk zijn, met meningen die tegenover elkaar staan. Dat jij zegt: het regent en ik zeg: het regent niet, maar dat we niet naar buiten kijken. Dan krijg je een schijndiscussie. Ik zie het vaak, dat journalisten schijndiscussies organiseren. Feit is dat we 40.000 vluchtelingen hebben en 400.000 arbeidsmigranten. Een deel van de problemen die mensen zien wordt veroorzaakt door de arbeidsmigranten die op een station rondhangen omdat hun werkgever hen op straat heeft geschopt.”
“De mensen die in de daklozenopvang zitten of in het bos kamperen, zijn geen vluchtelingen maar arbeidsmigranten. Veiligelanders zijn geen vluchtelingen. Zij krijgen ook geen vluchtelingenstatus. Het zijn meestal Albanezen en Marokkanen die niks te verliezen hebben en overlast veroorzaken. Voor de Jumbo is het heel vervelend dat hun roze koeken gejat worden. Maar de asielcrisis is ons echt aangepraat.”
Journalisten werken soms mee aan negatieve beeldvorming van migratie. “Als je een item uitzendt met op de achtergrond foto’s van zwarte mannen in een bootje, dan creëer je een dreigbeeld. Toen de Oekraïners hierheen vluchten, zag je alleen beelden van moeders met kinderen op de arm.”
“Toen het asielzoekerscentrum in Grave bij Nijmegen werd geopend stond half journalistiek Nederland vooraan bij de protesten. Bij de melding dat het centrum tot 2050 open mocht blijven vroeg alleen die ene brave journalist van het Brabants Dagblad buurtbewoners of ze overlast hadden. Nou, er lagen wat sigarettenverpakkingen in de berm. Maar ze wisten niet wie die er had neergegooid…”
“Rechtse politici die roepen dat het allemaal aan de migranten ligt, doen zelf niks. Want ja, als het migratieprobleem is opgelost, zijn toch alle problemen opgelost? En ze zijn er ook heel bedreven in mensen die migranten steunen de schuld te geven. Dan zijn het de woke types, met hun milieupraatjes, dassenburchten en vogeltjes die beschermd moeten worden, die alles tegenhouden terwijl de oplossing zo simpel is: gooi de migranten eruit. Het is een grote zondebokstrategie.”
“Ik word daar soms wel een beetje moedeloos van, maar ik zie ook dat in 2023 in de meeste verkiezingsprogramma’s asielmigratie op één stond en dat dat in 2025 niet meer het geval was. In twee jaar is het duidelijk geworden dat waar het om migratie gaat de echte problemen zitten bij de arbeidsmigranten. De medewerkers van het COA en de IND worden kritischer. Ze zeggen: we zitten met het duurste asielbeleid ooit, maar we helpen de mensen niet. Die kritiek is heel terecht. Het zijn geen ongehoorzame ambtenaren.”
“Natuurlijk, het nieuwe kabinet wil nog steeds de Faberwetten invoeren maar dat gaat niet lukken. Het is pure symboolpolitiek. Die Faberwetten sneuvelen waarschijnlijk al in de Eerste Kamer en anders bij de Raad van State en lagere rechters. Burgemeesters en wethouders doen lokaal veel goeds onder de spreidingswet. Dat is positief. En ik verwacht dat meer politici het lef ontwikkelen om de echte problemen te bespreken. De wal begint het schip te keren. Het gaat misschien met kleine stapjes maar zo verandert een samenleving nu eenmaal.”

Fijn, helder artikel.
Ik maak me veel zorgen over de verrechtsing in Nederland en merk steeds vaker dat medeburgers met kleur meegenomen worden in deze verrechtsing, over een kam worden gescheerd, gezien worden als allemaal geluk/asielzoekers.
Dan te weten dat Nederland eeuwenlang kolonies heeft gehad en in de jaren zestig zelf de eerste gastarbeiders aantrok uit Turkije en Marokko. Niet iedereen met kleur is hier zomaar terecht gekomen.
Inderdaad. Een helder betoog.
Wellicht is er ruimte in het programma “ Buitenhof”
Daarin krijgen geïnterviewden vaak wel de gelegenheid hun punt duidelijk te maken.
Een klein kritisch puntje : haar geboortedatum is waarschijnlijk 4 maart 1959, gezien haar leeftijd🙂
Dank. We hebben de geboortedatum nu gecorrigeerd (Theo, eindredactie).