Hoe is het vak levensbeschouwing tot stand gekomen op de School voor Journalistiek?

“Dit jaar kregen studenten voor het eerst het vak levensbeschouwing als basisvak. Dat is behoorlijk uniek voor een van oorsprong linkse school waar religie slechts zijdelings aan de orde kwam. Nu heeft levensbeschouwing in het nieuwe curriculum net zoveel ruimte gekregen als politiek, economie en kunst en gaan studenten deze kennis meteen toepassen in journalistieke producties voor een platform. Dat is te danken aan de schoolleiding die het volstrekt normaal vond dat je in deze tijd les krijgt over religie. Ook studenten vonden het belachelijk dat je bij journalistiek zou kunnen afstuderen zonder te weten wat Pasen is en wat de islam inhoudt, terwijl je er wel verslag van moet doen. Hoe moet je dan goede vragen stellen, snappen waar de gevoeligheden liggen?

Ook speelde mijn enorme drive voor religieonderwijs een rol omdat ik mij als religiejournalist wild ergerde aan de fouten en eenzijdigheid in religieberichtgeving. Vier jaar geleden mocht ik al het bovenbouwvak Religie en Narrativiteit opzetten, maar ik had niet gedacht dat er ook een basisvak zou komen. Mede op verzoek van studenten start ik in september overigens ook de specialisatierichting Media en Religie met focus op het analyseren van religieberichtgeving. Dit is onderdeel van de minor Filosofie, wereldreligies, spiritualiteit van de Faculteit Educatie van de Hogeschool Utrecht.”

Hoe erg is het gesteld met de religieberichtgeving?

“Ik heb anderhalf jaar onderzoek gedaan naar religie in het nieuws. Daaruit blijkt dat religieberichtgeving vaak eenzijdig, negatief en bevooroordeeld is en mede aanzet tot negatieve beeldvorming en polarisatie. Oorzaken zijn gebrek aan kennis en diversiteit in netwerken. Wat ook opvalt is de vaak negatieve, nogal achterhaalde benadering van religie, een verouderd denken in (kerk)muurtjes. Vaak wordt gedacht dat religie op z’n retour is omdat kerken leeglopen, maar spiritualiteit viert hoogtij en 85 procent van de wereldbevolking behoort tot een religie.

Wat ook opvalt is de vaak negatieve, nogal achterhaalde benadering van religie, een verouderd denken in (kerk)muurtjes.

Een ander obstakel vormen de mediawetten. Je moet meteen publiceren, meegaan met de rest. Het motto ‘goed nieuws is geen nieuws’ zorgt ervoor dat vooral de uitwassen het nieuws halen. Omdat religie mensen raakt in hun wezen is het een licht ontvlambaar onderwerp waar je zorgvuldig en met kennis van zaken mee om moet gaan. De truc is nu hoe je ondanks deze mediawetten prikkelend, kundig en met oog voor diversiteit over religie kunt berichten en meer recht doet aan mensen.”

Hoe heb je met die kennis het vak levensbeschouwing vormgegeven?

“Ik geef dit vak samen met documentairemaakster Els van Driel die we via een oproep op Nieuw Wij hebben gevonden. Je kunt in zes lessen niet alles, dus hebben we heel streng gekeken naar wat je als journalist minimaal moet weten, gekeken naar de actualiteit en naar veelvoorkomende misverstanden op grond van onderzoek en onze ervaring als religiejournalist. De lessen bestaan uit basiskennis over de wereldreligies, hun oorsprong, leer en stromingen. Het liefst zou ik de muurtjes tussen de religies opheffen, omdat religie zo vloeibaar is geworden, maar dat werd te ingewikkeld. Studenten moeten iemand diepgaand interviewen over een actuele religieuze kwestie, omdat ik geloof dat in de ontmoeting met de ander de kwartjes vallen. Dan pas ontdek je dat de islam of het christendom niet bestaat, dat de realiteit complexer is, dat de ander ook (maar) een mens is. We gebruiken het agoramodel van wijlen Denker des Vaderlands René Gude om te laten zien dat religie in alle acht sferen van de samenleving (politiek, onderwijs, kunst, bedrijfsleven, etc.) voorkomt, dus dat er nog meer opties zijn dan op de eerste de beste dominee afstappen voor je verhaal.”

Wat zouden journalisten naast de basiskennis per religie moeten weten?

“Bij de les over het christendom ligt de focus op het herkennen van de invloed van deze religie op onze geschiedenis, cultuur, kunst en taalgebruik. In de quiz over de feestdagen scoren ze bedroevend laag. Dat leidt tot grote hilariteit maar ook tot schaamte als ze de herkomst van Kerst niet weten. Velen hebben ook geen benul van het verschil tussen rooms-katholiek en protestant – ‘Iets met de Reformatie?’, laat staan het verschil tussen een priester, pastoor, dominee en pastor. Ergens ook onbegrijpelijk voor een buitenstaander. Bij ons mogen alle vragen gesteld worden, niks is gek of dom.

paulineweseman
Pauline Weseman Beeld door: Dio van Maaren

De makke bij de islam is het gebrek aan kennis over de vele verschillende visies en de achtergronden. Logisch als je voortdurend eenzijdige, negatieve berichtgeving leest en ziet. We gaan misstanden niet ontkennen of goedpraten. In mijn begintijd als docent had ik die neiging wel. Dan zei ik dat de islam in wezen vrede betekende, dat al dat geweld er niet bij hoort. Dat antwoord is te makkelijk geworden, daar kom je niet meer mee weg als docent. Nu vertel ik dat religie zelf niet tot geweld kan leiden, maar dat mensen de religie maken en dat zij religie en heilige boeken kunnen gebruiken voor zowel het goede als het slechte, dat er vele andere beweegredenen zijn om tot geweld te komen.”

Hoe zit het met kennis van boeddhisme en hindoeïsme?

“Bij boeddhisme kijken we naar de opkomst van het westers boeddhisme en naar onderzoeken over het aantal religieuzen. Religie is zo diffuus geworden, de oude definities voldoen niet meer, hoe meet je dat dan? Ook laten we zien hoe boeddhisten en spirituelen in de media beduidend minder kritische vragen krijgen dan orthodoxe moslims of christenen en discussiëren over de oorzaken.

Hindoeïsme is het meest onbekend totdat ze ontdekken dat het oosters denken overal in terug te vinden is, van je yogacursus tot de vriendin die je zegt dat je meer ‘in balans’ moet komen.

Daarnaast leren studenten heel praktisch hoe en waar ze bronnen kunnen vinden, hoe de religieuze kaart van Nederland in elkaar zit en met welke gevoeligheden en mores je te maken kunt krijgen. Om een netwerk op te bouwen maken ze een religieuze kaart van de wijk van waaruit ze verslag doen. Ook leren we hoe je een levensbeschouwelijk interview doet over een gevoelig onderwerp als homoseksualiteit en voltooid leven. Hoe kom je achter iemands diepste drijfveer, wat is de balans tussen empathisch en kritisch blijven?”

Je zegt dat je je hierbij mede baseert op je eigen ervaring als journalist. Hoe is jouw weg als religiejournalist verlopen?

“Ik werk ruim 25 jaar als journalist, eerst bij de EO, later bij het Utrechts Nieuwsblad, AD, daarna voor Nieuw Wij en Trouw. Ik schreef voornamelijk over maatschappelijke onderwerpen, waardoor ik bij allerlei culturen en religieuzen over de vloer kwam. Zelf kom ik uit een fundamentalistisch evangelisch milieu met het adagium dat andere religies vals zijn. Door veel met andersdenkenden te praten, ontdekte ik dat de realiteit anders in elkaar zit, dat je als mens sterk bepaald wordt door je opvoeding, afhankelijk van waar je toevallig geboren bent, en dat ieder mens voor zichzelf het goede probeert te doen. Daardoor ging mijn beeld van religies drastisch schuiven.

Om iemands achtergrond beter te begrijpen wist ik al gauw dat ik diens religie moest leren kennen. Op mijn 35ste besloot ik mijn baan bij het AD op te zeggen, religiewetenschappen te gaan studeren en een interviewbundel te schrijven over interreligieuze huwelijken: Het Duivels Kussen, wat als je partner een ander geloof heeft dan jij? Vrij snel daarna kwam ik bij Trouw en Nieuw Wij terecht.”

read-2007119_1920
Beeld door: Pixabay

Vanwaar de omslag naar het onderwijs?

“Via een gastcollege tien jaar geleden kreeg ik het onderwijsvirus te pakken. Onderwijs is de manier om te vormen. Als journalist heb je vaak geen idee wie je lezer is of wat hij met je artikel doet, maar in het onderwijs heb je rechtstreeks contact en invloed, zit je met alle visies bij elkaar: PVV’ers, moslims, spirituelen, reformatorischen, atheïsten. Op het Christelijk Gymnasium in Utrecht waar ik het onderwijsvak leerde, ontwikkelde ik een didactiek om te komen tot een realistischer beeld van religie. Ik keek naar mijn eigen proces en ontdekte dat kennis, ontmoeting en discussie de sleutel waren. Dat vertaalde ik in een perceptiedidactiek van de drie F’en: Facts, Face-to-face en Forum. Tot op heden zorg ik ervoor dat die drie in mijn lessen zitten. De media als kolos kun je lastig veranderen, individuen wel. Mijn hoop is dat de nieuwe generatie journalisten minder zoekt naar polarisatie en conflicten, meer oog krijgt voor diversiteit, verbinding en menselijkheid en tegelijk kritisch blijft. Ik ben bezig met een lesboek voor religiejournalistiek waarin ik die gedachte uitwerk.”

Het vak draait nu een jaar, wat zijn de ervaringen?

“Het was een ongelooflijk intensief, leuk en leerzaam jaar waarin ik ook met mijn eigen vooronderstellingen werd geconfronteerd. We wilden eerst uitgebreid de relevantie van religie onderbouwen, maar dat bleek dus nauwelijks nodig. Studenten willen alles weten, vragen het hemd van je lijf. Mijn grootste schok is dat het kennisniveau nog lager bleek te zijn dan gedacht. Ik moest flink terugschakelen. Studenten hebben van alles gehoord en gezien en hebben er vaak een mening over maar weten bar weinig van de achtergronden. Sommigen werden zelfs boos op hun ouders. ‘Mijn ouders wilden de keuze voor een religie aan mij overlaten, maar dan hadden ze wel even mogen vertellen waar ik uit kon kiezen’.

Wat ook sterk naar voren kwam is de opvatting dat je als niet-religieuze, seculiere journalist neutraler en objectiever zou zijn dan als religieus journalist. We maken studenten ervan bewust dat iedereen een bril op heeft, een levensvisie heeft, dat je als atheïst ook fundamentalistische trekken kunt hebben. Die mythe van objectiviteit is zo hardnekkig in de journalistiek.”

Wat raakt jou persoonlijk?

Ik ben getroffen door de persoonlijke, ontroerende gesprekken en reflecties op hun producties. Ik heb toch nog onderschat wat het vak persoonlijk met hen deed. Velen bleken getroffen, verbaasd, geschokt te horen hoe anderen vanuit een overtuiging leven, te ontdekken dat vooroordelen niet kloppen. ‘Ik vond het geloof altijd wat suffig, dacht dat gelovige mensen niets mochten en altijd binnen zaten, daar ben ik nu wel van afgestapt,’ is een reactie. Ik zie dat ook in mijn bovenbouwvak Religie en Narrativiteit waarin ze wekelijks worden ondergedompeld in een andere religie en tot een digitaal handboek religiejournalistiek met tips komen.

Ook daar merk ik dat in aanraking komen met andere levensvisies je als jongvolwassene behoorlijk door elkaar schudt, je aan het denken zet over hoe je zelf bent opgevoed, wat voor jou belangrijk is. Zeker in deze levensfase komt veel op je af: je wordt zelfstandig, komt losser van je ouders te staan en staat voor cruciale keuzes over toekomst, werk en relaties. Dat bracht kwetsbare gesprekken op gang over dood, relaties en lijden. Daar wil ik komend jaar meer ruimte voor geven. Als ik een ding heb ontdekt is het wel hoe nodig dit vak is en hoe bevoorrecht ik ben dit te mogen geven.”

Voor artikelen en interviews die Pauline Weseman voor Nieuw Wij heeft geschreven: klik hier.

Voor de serie ‘De toekomst van de religiejournalistiek’ van Elze Riemer: klik hier.

Vond u dit artikel waardevol?

Daar zijn we blij mee! Steun Stichting Nieuw Wij om nog meer kwaliteitscontent mogelijk te maken.

Greco Idema

Greco Idema

Hoofdredacteur van Nieuw Wij

Greco Idema is eigenaar van Bureau Intermonde, een interreligieus advies- en organisatiebureau. De afgelopen jaren ontwikkelde hij (soms …
Profiel-pagina
Al 13 reacties — praat mee.

Advertentie

Dominicanenklooster Huissen