Landen als Amerika, Rusland en Israël laten zich weinig tot niets gelegen liggen aan het internationaal recht. “Net als velen ben ik geschokt en diep aangedaan door het onbeschrijflijke menselijk leed op tal van plekken op de wereld. De beelden uit Gaza, waar niet alleen de Palestijnen maar ook de Israëlische gijzelaars lijden, gaan me door merg en been. En dat geldt natuurlijk ook voor de beelden uit Soedan. Heel lang was het zo dat staten en politieke leiders hun handelen ten minste in termen van internationaal recht legitimeerden. Trump, Poetin en Netanyahu nemen die moeite zelfs niet meer. Daarom moet Europa, en dus ook ons land, sterk zijn, het internationaal recht op het schild hijsen en zeker minder afhankelijk worden van de VS.”
“Toen ik twintig jaar geleden in Amerika woonde, vond ik het al niet uit te leggen dat Nederland zelfs niet aan de twee procentnorm voor defensie-uitgaven voldeed. We moeten meer investeren in defensie om Europa te beschermen. Wat mij echter zorgen baart, is dat veiligheid wordt vereenzelvigd met militarisering. Dat is een misvatting, een veel te eng begrip van werken aan vrede. Je verliest daarmee je perfectief op de toekomst. We moeten de taal en het recht blijven vinden die voor echte vrede en veiligheid zorgen. We moeten de Verenigde Naties hervormen en een einde maken aan de dubbele standaarden die we in een VN-context tegenkomen bij veel landen, zeker ook de Westerse. Maar we moeten de VN niet bij het oud vuil zetten. Daar zijn de uitdagingen voor deze planeet te groot voor. Multilaterisme is nu van levensbelang.”
Europa – Nederland incluis – moet zich krachtiger opstellen tegen de grove schendingen van het internationaal recht door Israël, vindt Nijman. “Ik heb me daar kort na de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof in juli 2024 in NRC al scherp over uitgelaten. Ook Nederland heeft volgens het internationaal recht heldere verplichtingen ten opzichte van Gaza.” De regering Schoof heeft tot nu toe niet veel gedaan. “Nee en dat is heel zorgwekkend. Ik heb – net als velen – het kabinet meerdere malen opgeroepen scherper te zijn. Met de Rode Lijn-demonstraties zeggen ook honderdduizend burgers dat Nederland ergens voor moet staan. We moeten ons sterk maken voor naleving van het internationaal recht. Daar zijn we grondwettelijk zelfs toe verplicht.”
Nijman schreef mee aan een Israël-advies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV). “In Nederland wordt er nog geluisterd naar een volkenrechtelijk verhaal, maar ik ben ontdaan over hoe langzaam het gaat bij het actie ondernemen tegen de genocide in Gaza. Waar is de politieke moed? Nederland heeft de plicht die genocide te stoppen. Het kan niet wachten tot het Internationaal Gerechtshof in Den Haag heeft bepaald dat er sprake is van een genocide. In het AIV-advies stellen wij dat het EU-associatieverdrag met Israël moet worden opgeschort en dat hogere druk en meer diplomatie dringend noodzakelijk zijn.”
Europa mag dan passief zijn, Nijman constateert dat “andere stemmen het internationaal recht wel gebruiken. Kijk maar naar Zuid-Afrika dat Israël heeft aangeklaagd voor genocide bij het Internationaal Gerechtshof. Veel landen mobiliseren het internationaal recht om als het ware terug te duwen.” Toch is er alle reden het internationaal recht enerzijds te beschermen tegen autoritaire regimes maar het anderzijds te hervormen. “Het is evident dat het internationaal recht de laatste decennia ongelijkheid in de wereld niet tegenging.”
“We blikken terug op decennia van selectiviteit. Het is terecht dat daar een reactie op komt. De bewegingen die zeggen: het internationaal recht is vaak oneerlijk en onrechtvaardig hebben gelijk. Het moet eerlijker worden, want het recht wordt nu vaak negatief gebruikt om te onderdrukken en het faciliteert uitbuiting. Internationaal recht is in die zin een deel van het probleem. Neem de onafhankelijke staten in Afrika die na de dekolonisatie in de jaren zeventig een nieuwe economische orde eisten. Het Westen zei: dank je de koekoek. Wij gebruiken het systeem zo dat het voor ons voordelig uitvalt.”
Janne Elisabeth Nijman werd geboren in Geldrop. Ze woonde met haar ouders en jongere broer eerst in Son en Breugel, later in Waalre. Nijmans vader werkte als natuurkundige bij het Natuurkundig Laboratorium van Philips. “Dat deed toen nog echt onderzoek. Bij ons thuis werden het naadje van de kous willen weten, kennis opdoen en onderzoek uitvoeren gewaardeerd. Mijn vader deed fundamenteel onderzoek naar civiele toepassingen van lasers, licht en telecommunicatie. Ik herinner me nog dat mijn moeder taart serveerde toen voor het eerst laserlicht via een glasvezelkabel de andere kant van de oceaan had bereikt.”
“De politiek was zeer aanwezig in ons gezin, maar mijn ouders waren geen lid van een politieke partij. Mijn moeder is van protestantse huize; mijn vader is humanist en agnost. Er heerste bij ons een religieus-humanistische sfeer. We gingen regelmatig naar de protestantse Samen op Weg-kerk. Mijn moeder zorgde voor haar gezin en deed pastoraal werk, vaak voor mensen die niet naar de kerk gingen.”
Nijman zat in de jaren tachtig op de basisschool. “Het was voor mij een tijd waarin ik me bewust werd van de wereld buiten ons dorp. Ik herinner me nog de fysieke ervaring van in de eerste klas zitten met verhalen, plaatjes en literatuur over ontwikkelingssamenwerking en de natuur. We speelden veel buiten. Ik weet nog goed dat ik in het gras lag en me één voelde met dat gras. Dat bepaalde voor mij hoe ik me verhoud tot de natuur. Als ik bijvoorbeeld in de bergen loop dan komen die fijne herinneringen terug.”
Vormend was ook Nijmans tijd op het Eindhovens Protestants Lyceum. “Ik ging beseffen dat de wereld een chaos was en onrechtvaardig en ik besloot toen het in het recht te zoeken, omdat ik orde en rechtvaardigheid belangrijk vond.” Op haar zeventiende verjaardag kreeg Nijman het interviewboek van de beroemde Italiaanse journaliste Oriana Fallaci cadeau. “Ik had al politieke belangstelling en heb het boek verslonden. Het ging natuurlijk niet alleen over interviewen, maar ook over macht en het ter verantwoording roepen van machthebbers. Fallaci heeft me als puber aan het denken gezet. Het boek ligt thuis nog altijd onder handbereik.”
Nijman ging studeren in Leiden bij hoogleraar internationaal en Europees recht Peter Kooijmans (1933-2013). Kooijmans was behalve hoogleraar minister van Buitenlandse Zaken, volkenrechtdeskundige, rechter bij het Internationaal Gerechtshof en politicus van de ARP en later het CDA. Nijman was zelf ook jarenlang een actief CDA-lid. Ze werkte voor het wetenschappelijk instituut van de partij. “Ik wilde in Leiden lid worden van een brede volkspartij waar de moeilijke politieke vraagstukken intern werden bediscussieerd. Ik ben later wel teleurgesteld geraakt, want ik merkte toch dat het CDA onvoldoende volkspartij was – en de sociale leer was vaak ver weg.”
“Het mensbeeld dat ik had was: in de samenleving zijn we politiek actief, we moeten solidariteit organiseren en burger zijn. Het mensbeeld bij het CDA was: je neemt zelf verantwoordelijkheid. Ik zat tussen de sociaaldemocratie – de staat regelt alles – en de VVD – we regelen alles individueel, zoek het maar uit – in. Het CDA was niet sexy maar ik wilde eerlijk en transparant zijn over mijn mensbeeld en inspiratie. Daarbij paste naar mijn idee het CDA. Het christelijke aspect speelde een rol op de achtergrond. Voor mij lag de nadruk op de D van democratisch. Ik heb toch een sterke seculiere inslag.”
“Ik heb bij het CDA moeilijke tijden gekend, met name in 2010 toen de PVV het kabinet Rutte 1 gedoogde. Ik was daar extreem op tegen. Dat paste niet bij mijn noties van rechtsstaat, care, zorgzaamheid, verdraagzaamheid en goed rentmeesterschap. Ik zat meer op de progressieve linkse vleugel. Ik schreef in die tijd een column in Christen Democratische Verkenningen, het blad van Wetenschappelijk Instituut van het CDA. In één van mijn laatste columns heb ik een streep gezet door dat rentmeesterschap. Ik was me gaan realiseren hoe diep dat meesterschap over de natuur in het CDA zat en dat die relatie met de natuur verkeerd was. We moeten niet over natuur bazen maar er deel van uitmaken.”
Als betrokken partijlid heeft Nijman heeft een duidelijk advies voor de huidige partijleider en lijsttrekker Henri Bontenbal. “Hij weet heel verschillende mensen te binden. Maar hij moet, zoals alle partijleiders, niet alleen bezig zijn met macht en de vraag: hoe komen we zo snel mogelijk in de regering? Natuurlijk moet je regeren om je ideeën te kunnen verwezenlijken, maar ik hoop dat er binnen de partij ook echte gesprekken worden gevoerd over wat voor samenleving – lokaal, nationaal én mondiaal – we willen.”
Nijman heeft een hoge pet op Bontenbals pogingen fatsoenlijke politiek te bedrijven. “Het is terecht dat Henri daar een punt van wil maken. Maar hij moet oppassen dat hem geen verlossersrol wordt aangemeten. Dat is gevaarlijk. Dat hebben we met Pieter Omtzigt van NSC gezien. Het electoraat is heel volatiel. Daar moeten we over in gesprek als politieke samenleving. Bontenbal zie ik als integer, oprecht. Hij is zoals hij overkomt, of je nu naast hem zit of je ziet hem op tv. Ik vind dat heel bemoedigend.”
Nijman koos als studierichting uitdrukkelijk voor Internationaal Recht. “Het burgerlijk recht heeft ook een grote schoonheid. Het is een prachtig juridisch systeem waar eindeloos over is nagedacht. Maar het internationaal recht paste bij de vragen die ik al jaren had.” Nijman verdiepte zich in het bijzonder in Turks recht, in recht en bestuur in islamitische landen en ze volgde theologievakken. “Ik heb me heel breed georiënteerd. Ik las toen ook voor het eerst Abel Herzbergs Drie Rode Rozen, dat zo samenvalt met hoe ik de wereld ervaar en ernaar kijk. Het is nog altijd bij mij.”
Een vormend moment in de studie was Nijmans deelname aan het zogenoemde Telders pleitconcours. “Ik werd daarvoor uitgekozen. Ik was best een verlegen, dus het was voor mij heel spannend dat ik publiekelijk iets moest zeggen. Het ging om een Europees concours. Ik mocht pleiten in het Vredespaleis in Den Haag. Ik heb sowieso veel kansen gehad. Ik mocht ook een half jaar studeren in Straatsburg. Aantekeningen maken in het Frans vond ik best lastig, maar heeft me wel geholpen. Ik leerde zo onderzoek doen in het Frans.”
Nijman promoveerde in 2004 bij haar leermeester Kooijmans op een proefschrift over het concept van de internationale rechtspersoonlijkheid. Ze kreeg lof voor haar vernieuwende denken. “Het ging om een ideeëngeschiedenis van een juridisch-technische notie. Ik heb geprobeerd aan te geven hoe die notie door de tijd heen werd gevormd door filosofisch-politieke debatten. De internationale rechtspersoon is van oudsher de staat. Het idee is dat het internationaal recht gemaakt wordt door staten en van toepassing is op staten. De staat is een Europees modern construct.”
Een eerste versie van dit construct werd in 1693 geformuleerd door de Duitse rechtsgeleerde Godfried Leibnitz (1646-1716). “Hij keek naar Europa, met al die verschillende machten. De keizer en de paus waren de baas in het Res Publica Romana, het Heilige Roomse Rijk. Ondertussen waren er overal prinsen aan het vechten. Liebnitz dacht: hoe scheppen we orde in deze chaos? Wat hij nodig had was een rechtspersoonlijkheidsnotie die macht koppelde aan recht en hij definieerde het zo dat iemand met macht ook verplichtingen en verantwoordelijkheden had en zich moest houden aan het volkenrecht.”
“De functie van die rechtspersoonlijkheidsnotie is nog altijd het verbinden van politiek en recht, maar daarbij komen ook moraal of rechtvaardigheid. De staat heeft rechten en plichten. Dat geldt tegenwoordig ook voor bedrijven. Met het invoeren van het mensenrechtensysteem en de invoering van het internationaal strafrecht geldt ook dat individuen gebonden zijn aan het internationaal humanitair recht en het strafrecht. Het individu heeft mensenrechten maar je mag niet zomaar alles doen. Je kunt ook gestraft worden. Dat hebben we gezien in Neurenberg en in Den Haag bij het Internationaal Strafhof.”
In 2003 en 2004 studeerde Nijman aan de New York University (NYU). “Ik woonde er fijn, had het er goed, maar ik zag toen al een Amerikaanse samenleving waarvan ik dacht: daar moeten we in Nederland niet naartoe. Er was toen al polarisatie onder president George Bush jr. Mensen raakten elkaar kwijt. Ik woonde in Brooklyn Heights met uitzicht op de plek waar tot 2001 de Twin Towers stonden. Ik was daar een paar jaar voor 9/11 bij een congres op de tachtigste verdieping. Na de aanslagen was het licht in de straten heel anders: spooky. Ik voelde me in Amerika geen burger. Ik had geen invloed op vraagstukken van sociale ongelijkheid en was geen deelnemer aan het politieke debat.”
Het gaat door Donald Trumps toedoen in rap tempo bergafwaarts met de rechtsstaat en het (internationaal) recht in de USA en elders in de wereld. Nijman maakt zich daar grote zorgen over. “De datum van 18 februari 2025 is voor mij de smoking gun. Met de executive order van die dag werd Amerika van een democratie een autocratie. Trump zei toen met dat decreet in wezen: ik ben de staat. Het Amerika waar ik heb gewoond en waar ook zoveel moois gebeurde, die democratische rechtsstaat, is straks weg.”
“Het is dramatisch wat er in de VS met de rechterlijke macht gebeurt. We moeten niet naïef zijn en ontzettend oppassen met onze eigen democratische rechtsstaat. Cynisme helpt ons niet, maar het ligt bij iemand die bezig is met internationaal recht altijd op de loer. Natuurlijk moeten we hoop blijven houden, maar hoop alleen is me te passief. Laten we het ook hebben over geloof en liefde. Zoals Herzberg schrijft. In de zin van: ik geloof in de mens, ik geloof in jou. Ik geloof dat we samen dingen kunnen doen. Van geloven in een ander gaat bemoediging en actie uit. Dat hebben we nu nodig.”
“Met liefde bedoel ik verbinding maken. Ten diepste willen mensen samenleven met anderen, met de vraag: wat is het gemeenschappelijke goede? Ik denk dat het recht daar een verbindende rol in kan spelen. Hierover heb ik wat dieper nagedacht met behulp van de Franse filosoof Paul Ricoeur. Ik ga dus niet mee met de stemmen die zeggen: het internationaal recht is dood. Ik vind het verschrikkelijk wat er in de wereld gebeurt. Veel mensen zeggen terecht dat het internationaal recht moet worden hervormd, maar het stelt ons wel in staat op planetair niveau met elkaar samen te leven. Wat we daarbij nodig hebben is politieke wil.”
In alles dat Nijman de afgelopen jaren heeft gedaan, staat de democratische rechtsstaat centraal. Ze is niet alleen hoogleraar en docent in Amsterdam, de stad waar ze woont met haar vrouw. Ongeveer de helft van het jaar werkt Nijman als hoogleraar Internationaal Recht bij het Graduate Institute in Genève. Eerder was ze actief bij de vredesbeweging PAX en bestuursvoorzitter en wetenschappelijk directeur van het Asser Instituut in Den Haag. Ze is nu nog lid van de Adviesraad Internationale Vraagstukken, lid van de raad van toezicht van de Vrije Universiteit in Amsterdam en voorzitter van de raad van toezicht van World Press Photo.
“Dat is een nederig makende ervaring. Fotojournalisten staan echt aan de basis van de rechtsstaat en een gezonde politieke samenleving. Ik hanteer bij alles wat ik doe één thema: verbinding. Ik wil goed scherp houden where I am coming from. Mijn idealisme is niet vaag of zweverig maar diepgeworteld.” Dat uit zich ook in Nijmans onderwijs. “Ik geef graag les en houd van de discussies met studenten. We zoeken bij de UvA de verbinding in international classrooms met jongvolwassenen uit de hele wereld met indrukwekkende bagages, die elkaar in de ogen kunnen kijken. Digitaal onderwijs vind ik niks.”
In haar onderzoek en onderwijs kijkt Nijman naar opties hoe het internationaal recht kan helpen crises te bezweren. “We zien overal crises: van de instituties en van onszelf. De vraag voor mij is: wie is het menselijk subject dat het recht mede vormgeeft, maar het ook met voeten treedt?” Een pregnant voorbeeld van burgers en politici die het recht onvoldoende serieus nemen, zagen we in Zwolle, waar bij een vergadering van de gemeenteraad over de bouw van een asielzoekerscentrum PVV-voorman Geert Wilders het nodig vond buurtbewoners op te hitsen.
De raad gaf niet toe en besliste vrijwel unaniem dat het azc er komt. “Ik vond het een verschrikkelijk beeld, maar het was ook een voorbeeld van sterke instituties, die weerstand bieden. De Zwolse gemeenteraad liet zien dat ze staat voor grondrechten en de rechtsstaat. Ze respecteerde het recht op demonstreren, maar zei ook: dit is ons beleid. Wij bieden hulp en ruimte aan asielzoekers uit medemenselijkheid.” Nijman noemt het van groot belang dat politici elkaar niet zwart maken, zoals Wilders doet, en elkaar aanspreken op grensoverschrijdend gedrag. Doen ze dat niet, dan tasten ze de democratische instituties aan.
Ook de burger moet zich er rekenschap van geven dat de (lokale) democratie bescherming verdient. “We kiezen de gemeenteraad met elkaar en we worden door die raad gerepresenteerd. We kunnen de raad ook aanspreken. Dat is het mooie in onze democratie. Maar we moeten ook naar onszelf durven kijken. Het recht is een systeem waarmee wij met elkaar kunnen leven.”
“De mens moet zich vanuit een mondiaal bewustzijn tot zichzelf en de ander verhouden. Hoe, dat is een klassiek filosofisch vraagstuk dat we al eeuwen overal op de wereld kennen. Het is tegenwoordig extra uitdagend om je tot jezelf te verhouden op een aardbol waar alles direct bij je binnenkomt. Het internationaal recht en zijn instituties zijn een manier om als mens samen te leven met de ander, dichtbij en ver weg. Het recht kan in die relaties van mensen een mediërende rol spelen.”
Nijman spreekt, overall, van een crisis van het menselijke zelf. “Het recht heeft altijd menselijke actoren nodig. Het blijft een mensenklus en -uitvinding, maar veel mensen voelen zich onmachtig en eenzaam. En toch, de wereld is één systeem, om de woorden van de Nederlands-Amerikaanse dichter Leo Vroman te gebruiken. Door het gesprek met elkaar moeten we de eenzaamheid en de onmacht doorbreken.” Oog voor de menselijke maat en het menselijke past bij Nijmans lidmaatschap van de Remonstrantse Kerk, die ze leerde kennen tijdens haar studie in Leiden. “Ik ben een agnost, maar ik geloof wel in het elkaar vasthouden. Daar gaat bemoediging en kracht vanuit.”
Voor Nijman is ook zorgvuldig omgaan met de natuur en het milieu cruciaal. “De ander is voor mij net zo goed het gras waar je je één mee kunt voelen. We maken deel uit van hetzelfde systeem en we beleven collectief een spirituele crisis. Ik ben diep verdrietig over de stand van de wereld. Daarover ben ik ook in gesprek met mijn studenten. Waar ik voor wil waken is dat we het recht veroordelen en buiten onszelf plaatsen. Het internationaal recht, de democratische rechtsstaat en de instituties zijn en blijven toch echt iets van onszelf.”
Nijman pleit voor veel meer aandacht voor natuur en milieu op scholen. “Waar is de natuur in de klas? Waar rusten we mensen toe om de verbinding met de natuur te ervaren? In Californië moeten ze nu al bijenkorven rondrijden met een enorme truck omdat de weinige bijen hun weg niet meer vinden in de monocultuur van de Amerikaanse landbouw. Dat zegt iets over de staat en stand van de natuur in de VS. Die bijen komen niet meer uit zichzelf. Dat is toch verschrik-elijk.” Het milieu kan zichzelf niet beschermen. “We moeten het milieurecht gebruiken als tegenmacht. De teloorgang van de biodiversiteit is minstens zo’n grote ramp als klimaatverandering.”
“De mens voelt zich onmachtig als fragmentje van een geheel en zoekt naar verbinding. Dan zijn we weer terug bij Herzberg. Het gaat altijd over verbinding maken. Dat spreekt me ook zo aan bij NieuwWij. We moeten haat en boosheid overwinnen. Dat is een morele keuze en opdracht. Je kunt niet het recht overal de schuld van geven. Het recht lost onze spirituele crisis niet op. De crises waarvoor we staan zijn overweldigend, maar we moeten als de donder uit die positie van polariseren, haat en onmacht komen. Het bevestigen van onmacht leidt tot stilstand – en dus achteruitgang.”
Nijman maakt er geen geheim van dat ze al bijna twintig jaar een relatie heeft met een vrouw. Ze zet zich zichtbaar in voor de LHBTQIA+-gemeenschap, maar in het buitenland is ze op haar qui vive. “Mijn vrouw en ik dragen neutrale ringen, die ons niet meteen linken. Maar als docent trek ik één keer per seizoen een regenboog T-shirt aan als ik lesgeef. En in mijn Linkedin-account staat een regenboogvlaggetje. In Genève, maar ook hier, hebben mensen soms behoefte aan een persoonlijk gesprek met mij. Ik voel dan een verantwoordelijkheid en die neem ik ook.”
“Waar ik me ongemakkelijk bij voel, is dat labels over wie we zijn als mensen zo’n grote rol hebben gekregen. Wat achter labels schuilgaat, is complex en belangrijk, want het vormt je. Maar bij identiteitsvraag – wie ben ik of wie ben jij? – zijn we er niet met het vaststellen van die labels. Je moet weten wie je echt bent want anders kun je je niet tot de ander – menselijk en niet menselijk, dichtbij en veraf – verhouden en die menselijke ontmoeting gaat verder dan alle labels. In veel landen zien mensen vaak alleen je label – er is zoveel discriminatie en racisme. Ik hoop dat we ooit in een wereld kunnen leven waarin iemands geaardheid één kenmerk is en geen reductie.”
Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd op 22 augustus jl. en opnieuw geplaatst in het kader van de Nieuw Wij Winterherhalingen.

Hoe kan Nederland de genocide in Gaza dan doen stoppen? Hoe gaan we ermee om dat we in Nederland erover blijven praten (Kamer terug van reces), maar de president van Israël niet 1 seconde denkt aan wat Europa, laat staan Nederland, van zijn oorlogsvoering (en erger) vindt? Een utopische, zelfs angstaanjagende gedachte dat Nederland dit in z’n eentje zou moeten oplossen. Als de Navo of de EU of de VN zich niet alleen meer zouden uitspreken maar ook daadkracht zouden tonen, dan zou ik er al meer fiducie in hebben.
Terecht zegt Janne dat Nederland meer moet doen in het kader van het genocidale beleid van de Israëlische regering. Maar de focus op Gaza leidt af van het totaalbeeld. Voor de toekomst zijn de ontwikkelingen op de Westoever minstens zo belangrijk.
In de aanzet voor een nieuw regeringsbeleid van Jetten en Bontenbal is wel een zin gewijd aan het Internationaal recht, maar niet aan Israël/Palestina. Een gemiste kans om een volgend kabinet a priori op een echt actievere koers te zetten. De inertie van de Nederlandse regering ten aanzien van het conflict maakt medeplichtig. Die medeplichtigheid wordt nog eens versterkt door grootschalige wapenaankopen, waarmee Nederland indirect het Israëlische geweld mede financiert. Dat is een onacceptabele situatie.