Kiki Amsberg schreef onder meer samen met Aafke Steenhuis het veel gelezen feministische boek Denken over Liefde en Macht. Ze zet zich al jaren in voor een sterkere positie van vrouwen op alle vlakken. Onlangs schreef ze een nieuw boek genaamd “Hoe de liefde vergleed” waarin ze de geschiedenis en relatie van haar ouders beschrijft. Een van de kernthema’s hierbij is de ongelijke relatie tussen haar ouders, vooral op het gebied van seksualiteit.
Wat was de aanleiding van het schrijven van “Hoe de liefde vergleed”?
“Als je oud wordt, ga je nadenken over vroeger en ik vroeg mij af: wat weet ik eigenlijk over mijn ouders? Ik heb nooit vragen gesteld, ook omdat er bij ons nooit veel gesproken werd. Er moest veel verzwegen worden over de oorlog. Mijn vader Julius heeft een joodse achtergrond, groeide op in Duitsland, bekeerde zich tot het katholicisme, maar waarom: daar werd nooit over gepraat. Pas toen ik zijn memoires uit 1941 las zag ik een wereld die ik niet kende. Maar een gesprek daarover is zo raar. Je hebt jarenlang als kind bij iemand geleefd, maar hoe goed kende je die persoon echt?
We kunnen zoveel leren van de verhalen van onze ouders en grootouders. Het is zo belangrijk om juist de vragen te stellen en te praten met je familie zolang ze er nog zijn. Daardoor kunnen we de wereld waar wij nu in leven beter begrijpen.”
Veel van je werk gaat over het vertellen van de verhalen, bijvoorbeeld over de vergeten joodse gemeenschappen buiten Amsterdam, maar ook over bijvoorbeeld de VOC, waarom vind je het belangrijk om over het verleden te vertellen?
“Verhalen verbinden. Als journalist wilde ik weten wat er gebeurde buiten mijn eigen wereld. Kleine vergeten joodse gemeenschappen, de historie van vrouwen die geen stem hadden. Ik wilde over hun leven vertellen.
Mensen zijn nog steeds erg in hun eigen wereld teruggetrokken. Ze hebben geen belangstelling in de ander waardoor er niet geleerd wordt van fouten uit het verleden. Daarom moeten we blijven vertellen en luisteren.”
Wat viel jou op aan het verhaal van je ouders?
“Mijn vader kwam uit een welgesteld gezin in Duitsland. Hij had zelf altijd al een passie voor muziek, hij speelde viool, maar door financiële problemen vond zijn vader het beter dat hij zich in het bankwezen zou inwerken. Hoewel het niet echt bij hem paste, lukte het hem toch om op te klimmen op de sociale ladder. Hij leerde, toen hij bankdirecteur was in Stettin, mijn moeder Alice Vorreiter kennen, een veelbelovende jonge actrice, ze werden verliefd en trouwden. Iets wat ik nog steeds heel moeilijk daaraan vindt, is dat zij, onder druk van hem, haar werk moest opgeven. Dit terwijl zij heel goed acteerde, het was haar passie. Je moet wel weten dat het beroep van toneelspeelster niet in hoog aanzien stond. Zij werd lastiggevallen in haar werk, er was geen enkel respect voor werkende vrouwen. Ik heb heel veel nagedacht over waarom zij haar beroep als actrice heeft opgegeven.
Later zijn zij, in 1933 als vluchtelingen uit Duitsland, naar Nederland gekomen. Hier in Amsterdam begon hij een nieuwe bank, maar raakte door de oorlog zijn werk kwijt en veranderde van het ene moment van een vermogende, levendige man naar iemand die alles kwijt was, afhankelijk van zijn vrouw. Dit maakte wat kapot bij hem. Mijn moeder heeft hem ook meerdere keren gered uit de klauwen van de nazi’s. De machtsverhoudingen werden daardoor heel erg verstoord. Mijn moeder was geen feministe, maar ging daardoor wel meer nadenken over hoe zij in het leven stond. Ze had een enorme literaire kennis, kon fantastisch voordragen. Wel liet ze vaak doorschemeren dat zij het niet goed vond dat mannen meer verdienden en meer macht hadden. Ze heeft het best heel zwaar gehad.”
In je werk komt het thema van feminisme vaker terug. Wat raakt je daar nu nog zo in?
“Ik merk dat mannen nog steeds worden voorgetrokken, dat is krankzinnig. Hoewel mijn moeder nooit over het feminisme sprak, zijn mijn zus Ariane en ik daar veel mee bezig geweest. Het feminisme laat mij niet meer los. Het is vreselijk moeilijk om het hebben van een gezin en mooi werk te combineren.
Het is frustrerend om te zien dat vrouwen nu, zoveel jaar later, nog steeds in die positie van moeilijke keuzes maken worden gedrukt. Feminisme gaat niet alleen over vrouwenrechten, maar ook over het recht op keuze. Het raakt aan de waardigheid van ieder mens. Het zou een universeel ideaal moeten zijn, dwars door alle culturen en religies heen, maar dat is het niet. Ik word soms om zes uur wakker met zorgen hierover en kan dan niet meer slapen.”
Een ander thema waar je je veel mee bezighoudt en dat ook terugkomt in je boek is seksualiteit. Waarom vind je dat een belangrijk onderwerp?
“Seksualiteit en macht gaan hand in hand. Zeker in het verleden was de vrouw het bezit van de man. Je eigen verlangen telde niet mee. Je gaf je naam op, je werk, je identiteit. Dat zie je ook terug in de gesprekken die mijn zus met mijn moeder heeft gehad over haar seksualiteit. Het ging om het genot van de man, de vrouw was daarin niet relevant. Mijn moeder heeft geprobeerd om daar later nog een gesprek over aan te gaan met haar man, mijn vader, maar dat werd helemaal door hem afgekapt. Gelukkig wist zij dat ze zichzelf kon bevredigen.
Nog steeds is het vrouwelijk orgasme niet vanzelfsprekend. Een grote rol daarin speelt volgens mij internet porno. Mensen krijgen zo een compleet vertekend beeld van wat seksualiteit inhoudt. Veel vrouwen lijden daar onder. Door seksualiteit bespreekbaar te maken krijg je meer vrijheid, respect en liefdevolle relaties.”
Het thema van deze interviewserie is de wereld mooier maken, wat doe jij daaraan?
“Ik probeer verhalen te vertellen die mensen aan het denken zetten. Over onze geschiedenis en gelijkwaardigheid. Ik hoop daarmee mensen te motiveren meer met elkaar te laten praten, vragen te laten stellen. Door alle generaties en achtergronden heen.
De media kunnen hier ook een rol in spelen. Laat die geschiedenissen horen. Geef voorbeelden van vrouwen die krachtig zijn, gezinnen waarin er een gelijkwaardige verdeling van de taken is. In plaats van alleen de verhalen te laten horen die mensen tegen elkaar opzetten.
Ik probeer dit met mijn boeken ook te doen. Door het moeizame leven van mijn ouders te vertellen hoop ik dat vrouwen gaan nadenken over hun seksualiteit. Dat vrouwen voor zichzelf opkomen.”
Wat zou je nog willen meegeven aan de lezers?
“Praat meer met elkaar. Leef samen en niet langs elkaar heen. Lach samen, stel vragen. Deel je zorgen en je hoop. Begin daarbij in je eigen omgeving, je familie en je buren. Door klein te beginnen kan je bijdragen aan een mooiere wereld.”
Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd op 29 september jl. en opnieuw geplaatst in het kader van de Nieuw Wij Winterherhalingen.
