Een van de bekendste is het Wereldhuis, waar vluchtelingen zonder papieren terecht kunnen. Andere voorbeelden zijn: het Straatpastoraat voor dak- en thuislozen, de Sociale kruidenier voor Amsterdammers die in armoede leven. En de nieuwste loot aan de stam: Zorgboerderij De Meent waar mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt hun draai weer kunnen vinden.

Paul herinnert zich nog goed die eerste tijd toen hij, bijna 25 jaar geleden, bij de toch wat statige Hervormde Diaconie aan de Prins Hendriklaan begon. “Er werd ontzettend veel vergaderd, met alle mogelijke ‘gremia’ zoals men dat noemde. Er kwam vaak geen einde aan. Een notulist schreef een keer: ‘De vergadering eindigde de volgende dag…’. Die had tot na middernacht geduurd.”

Samen op weg, maar waarheen?

De Diaconie heeft een lange geschiedenis die teruggaat naar halverwege de zestiende eeuw. In die tijd was zij verantwoordelijk voor veel van (wat wij nu noemen) het ‘sociaal-maatschappelijk werk’ in de stad. De Diaconie regelde bijvoorbeeld de zorg voor armen, wezen, ouderen en weduwen. Het toen ontstane brede netwerk van diaconale panden, hofjes en buurthuizen is er nog steeds. Maar inmiddels is het diaconale werk sterk veranderd. En de laatste decennia is ook de ambtelijke organisatie mee veranderd in een meer flexibele, lichte organisatie die inspeelt op de behoeften van de stad. Een van de zaken die in het begin speelden, was de samenvoeging van de hervormde en de gereformeerde diaconieën tot één diaconie. Dat ging in een, volgens de ongeduldige Paul eindeloos traag tempo. Paul: “Het was samen op weg, maar niemand wist waarheen. Het waren ongelijke partners (met in het begin ook nog de lutheranen er bij). De gereformeerden hadden enkele goedlopende projecten en veel vrijwilligers, de hervormden waren de partij met het geld. Uiteindelijk is er een mooi geheel gesmeed en niemand die nu nog in termen van ‘gereformeerd’ of ‘hervormd’ denkt.”

Niches opzoeken

Paul: “Ons motto was ‘helpen waar geen helper is’. Maar waar en hoe? We moesten onszelf eigenlijk opnieuw uitvinden.” Van de rol die de diaconie vroeger had, was al lang geen sprake meer. Paul: “Daarom zijn we -eigenlijk al sinds de jaren zestig- steeds meer de niches gaan opzoeken, de mensen en groepen in de marge van de samenleving waar nog niets voor is; mensen in de verdrukking waar we, op kleine schaal, wel degelijk iets voor kunnen betekenen.” Daarvoor moest wel de organisatie op de schop.

Het projectmatig werken ontstond: Nieuwe initiatieven ontwikkelen of bestaande initiatieven ondersteunen tot ze zelfstandig verder kunnen. Dress for Succes is zo ontstaan: kledingwinkels waar werkzoekenden met een minimuminkomen representatieve kleding én advies krijgen om succesvol te solliciteren. Of het Amsterdams Buurvrouwen Contact met taallessen voor allochtone vrouwen die niet naar buiten konden. Ook Burenhulp Amsterdam is zo’n voorbeeld, opgestart op de zolder van de Diaconie. De organisatie, die (vaak jonge) vrijwilligers en buren met een hulpvraag aan elkaar koppelt, is inmiddels uitgegroeid tot een zelfstandige organisatie die in coronatijd van onschatbare waarde bleek.

PaulvanOosten_staand
Beeld door: Marloes van Doorn

Sommige projecten hebben een tijdelijk karakter, zoals de Vluchtkerk die er in 2015 voor zorgde dat het thema vluchtelingen op de politieke kaart kwam te staan. De Vluchtkerk verdween, de vluchtelingen-problematiek staat nog steeds hoog op de agenda van de Diaconie. Paul: “Die werkwijze van prototypes ontwikkelen – ‘zo zou het kunnen’, zeg maar – die op een gegeven moment verzelfstandigen, hebben we steeds meer uitgewerkt.” Hij voegt daar aan toe: “Het initiatief nemen en als het aanslaat ook weer loslaten, past overigens wel bij mijn karakter. Ik ben nooit zo goed geweest in het beheersmatige”.

Nieuwe diakenen

Een van de zaken waar Paul zich mede voor heeft ingezet, is het verbeteren van de samenwerking tussen kerk en diaconie. Hij stelde jonge, enthousiaste diaconaal opbouwwerkers aan die als scouts in de diverse stadsdelen de wijkkerken gingen ondersteunen bij hun diaconale taken. Daarnaast, in het centrum van Amsterdam, op het Corvershofterrein achter de Hermitage, trokken de bureaus van diaconie en kerk bij elkaar in. Paul hoopt dat na zijn vertrek deze samenwerking doorgaat. “Kerk en diaconie kunnen niet zonder elkaar”. Beter gezegd: ‘Diaconaat vormt het hart van de kerk; diaconie dat is de kerk die zich naar buiten wendt’.

In een column op de site van de Protestantse Kerk beschrijft hij het als volgt: “Men zegt vaak: Diaconaat begint bij de avondmaalstafel, bij de liturgie, ín de kerk dus. Maar misschien staat die ‘Tafel van de Heer’ juist wel midden in de wereld.” Paul:‘We kwamen tot het inzicht dat de beweging andersom moet zijn. Niet: wij gaan vanuit ons bolwerkje naar buiten om daar wat te helpen. Nee, buiten is al van alles gaande en daar kunnen we ons bij aansluiten.”

Hij wijst energiek met zijn vinger het raam uit. “Dáár, buiten onze muren, zijn onze bondgenoten! Die boot heeft de kerk nogal eens gemist. Neem nou de milieubeweging, daar moet de kerk in vooroplopen en niet zoals nu er achteraan hobbelen. Als er één instantie is die de strijd om een beter milieu moet omarmen, dan zijn wij dat. Bij de milieubeweging zijn allemaal mensen betrokken die de wereld beter willen maken. Dat zijn de diakenen van nu!”

Jonge mensen enthousiasmeren voor de goede zaak, daar is het Paul altijd om te doen geweest. Hij slaagde er de afgelopen jaren goed in met het project ‘Social Start’: een traineeship dat is ontwikkeld in samenwerking met de firma Hoe Dan Wel. Doel is jonge mensen op te leiden tot sociaal ondernemer en hen vervolgens te koppelen aan maatschappelijke organisaties met een ondernemersvraag, zoals bijvoorbeeld het Rode Kruis of het Leger des Heils. Ook dit project is intussen succesvol verzelfstandigd. Maar ook in dit opzicht heeft hij alweer iets nieuws bedacht: ‘Koplopers’, een mentorproject waarbij ervaren rotten in het vak (de ‘meelopers’) jonge, sociale ondernemers coachen en begeleiden.

Ook na zijn pensioen blijft hij er, als een van die meelopers, bij betrokken. “Dat is wat ik bedoel met nieuwe diakenen: Deze jonge mensen hebben vaak weinig of niets met de kerk, maar in hun hart zijn ze meer diaken dan jij en ik, ook in spiritueel opzicht. Iedereen die de wereld beter wil maken, hoort erbij, binnen én buiten de kerk! Je moet niet zeggen: dan moeten ze eerst worden zoals wij. Nee, misschien moeten wij wel worden zoals zij.” Maar welke rol speelt het geloof dan nog? Paul: “Geloof? Ik geloof dat God de wereld niet aan zijn lot heeft overgelaten. Daarom is geloven voor mij vooral geloven in een betere wereld, dat is denk ik het Koninkrijk waar Jezus het over het had.”

Dit artikel verscheen onlangs in Kerk in Mokum nr. 8/2021

Mirjam Nieboer

Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.