Het poëziedecreet van de Taliban, afgekondigd in december 2022, kwam als een enorme schok, zegt Ramish (39) telefonisch vanuit haar huidige woonplaats Leiden. ‘Niet alleen voor mij, maar voor alle dichters en schrijvers in Afghanistan. Poëzie verbieden betekent de menselijke geest, het denken en emoties gevangen zetten.’
Voordat de dichtkunst in de ban werd gedaan, hadden de Taliban al weinig overgelaten van alles wat met kunst en literatuur te maken heeft. Kunstwerken waren verdwenen uit publieke ruimten, galeries en musea gesloten, muziek was verboden, kunstenaars en schrijvers gevangengezet, uitgevers vervolgd. Dit decreet was de zoveelste stap in hun strijd tegen ‘zondige’ cultuur.
Als reactie op het poëzieverbod begon Ramish een campagne genaamd Baamdaad – Het Huis van Poëzie in Ballingschap. Ze deed een beroep op schrijvers om gedichten te schrijven als morele steun voor de slachtoffers van de culturele repressie in Afghanistan. Tot haar verrassing kreeg haar initiatief snel veel bijval. Binnen enkele maanden sloten meer dan honderd dichters zich aan bij het protest. ‘Dit was erg belangrijk voor mij, want daarvoor wisten weinig mensen buiten Afghanistan hoe de erg situatie in dat land was – onder welke schrijnende culturele omstandigheden de Afghanen moeten leven.’
Dichters uit tal van landen stuurden hun gedichten naar Ramish, haar campagne groeide uit tot een krachtig protest. Ze bundelde de gedichten in een bloemlezing met de titel Geen enkele gevangenis kan je gedicht opsluiten. De collectie werd eerst in het Engels en Frans gepubliceerd, gevolgd door edities in het Nederlands en Japans. Een Italiaanse versie volgt binnenkort. Ramish reisde naar diverse landen, waar ze sprak over de staat van kunst en cultuur in haar geboorteland en over de positie van Afghaanse meisjes en vrouwen.
Ballingschap
Toen de Taliban in augustus 2021 aan de macht kwamen, vroeg Somaia Ramish samen met haar man en twee kinderen asiel aan in Nederland. ‘We kozen voor dit land omdat het is gebaseerd op democratie, gelijkheid en solidariteit.’ Als moeder worstelde ze met de uitdagingen van haar eerste jaren in ballingschap, vertelt ze. Desondanks besteedde ze zoveel mogelijk energie en tijd aan haar activistische werk. Een bewuste keuze. ‘Je kunt niet onverschillig blijven tegenover de situatie in Afghanistan, waar vrouwen en meisjes van al hun rechten zijn beroofd.’
Voor haar migratie naar Nederland was Ramish in Afghanistan al bekend om haar culturele en politieke activiteiten. Ze was vertegenwoordiger in de provinciale raad van Herat en leidde de Nowandishan Stichting, een burgerorganisatie die zich inzet voor vrouwenrechten. Ze richtte een radiostation op – Shahrzad Radio – dat werd gerund door vrouwen en meisjes.
Sinds haar emigratie publiceerde ze vier dichtbundels en een boek getiteld Half a Century of Struggle and Politics, dat gaat over het leven en de politieke ideeën van de voormalige Afghaanse vicepresident Abdul Hamid Muhtat. Ze schreef artikelen voor Nederlandse media, waaronder de NRC. Ramish benadrukt dat de Nederlandse culturele gemeenschap een cruciale rol heeft gespeeld bij het ondersteunen van haar werk. ‘Zonder de medewerking van mijn vrienden en mensenrechtenactivisten in Nederland had ik niets kunnen doen. Als ik een programma wil organiseren, heb ik de medewerking van een culturele instelling nodig, alleen al voor de locatie van een evenement.’
Ramish organiseerde online poëzienachten, die over de hele wereld gevolgd konden worden, poëzieavonden met Nederlandse dichters en straatprotesten tegen de genderapartheid onder de Taliban. Ze geeft online poëziecursussen voor Afghaanse meisjes. Voor studenten van de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam gaf ze een drie maanden durende workshop over Afghaanse kunst en poëzie. Ze bereidt een tentoonstelling voor met werk van Afghaanse meisjes die deelnemen aan de schrijfcursussen en studenten van de Rietveld Academie. Ramish wil daarmee het bewustzijn over het lot van Afghaanse meisjes en vrouwen vergroten en hen ‘in deze donkere dagen’ hoop bieden. De expositie is vanaf 15 januari te zien in het gebouw van de kunstacademie.
Dit interview verscheen eerder bij RFG Media. RFG Media is een organisatie met en voor gevluchte journalisten. RFG staat dan ook voor ReFuGee en heeft een dubbele missie. De eerste is gevluchte journalisten te helpen een plek te veroveren op de Nederlandse arbeidsmarkt. De tweede is de stem van gevluchte journalisten vaker en duidelijker laten klinken.
