In zijn boek onderzoekt Arslantaş wat de verantwoordelijkheid is van burgers, de media en onze overheid en combineert verhalen uit de praktijk met reflecties uit de filosofie, psychologie en sociologie. “Zo ontstaat een beeld van wat principieel handelen betekent en hoe je liefdevol je rug recht kunt houden. Want principes zijn niet abstract en verandering begint vaak met één kleine, bewuste keuze.”
De schrijver is crisisexpert en gezondheidswetenschapper, maar ziet zichzelf bovenal als een gewone burger die zich medeverantwoordelijk voelt voor wat er in de samenleving gebeurt. “Daarnaast ben ik een trotse oom, een grote nerd van onder andere The Lord of the Rings, een liefhebber van kunst en iemand die voortdurend probeert zijn eigen overtuigingen te bevragen.”
Van jou verscheen onlangs het boek De principiële revolutie. Wat is dit voor boek?
“De principiële revolutie is een persoonlijk en essayistisch non-fictieboek over morele keuzes onder druk. Het onderzoekt wat er gebeurt wanneer waarden niet langer mooie woorden zijn, maar iets beginnen te kosten. Een vriendschap, een baan, zekerheid, status of soms je zelfrespect. Principes worden voor mij pas werkelijk zichtbaar wanneer er een prijs aan hangt.
Het boek begint daarom niet bij politici of instituties, maar bij mijzelf. Ik beschrijf momenten waarop ik sprak, zweeg, te lang bleef of loyaliteit verwarde met integriteit. Ik heb niet altijd naar mijn eigen kernwaarden gehandeld. Juist die fouten en stiltes dwongen mij om scherper te kijken naar de vraag waar principes vandaan komen en waarom ze onder druk zo gemakkelijk kunnen verschuiven.
Vanuit die persoonlijke laag beweegt het boek naar buiten. Ik kijk naar (hulp)organisaties, journalistiek, politiek en de burger. Niet om één groep als schuldige aan te wijzen, maar om te onderzoeken hoe macht, informatie en gedrag elkaar beïnvloeden. Wat gebeurt er wanneer een systeem zijn oorspronkelijke bedoeling uit het oog verliest? Wanneer journalistieke selectie beeldvorming wordt? Wanneer politieke haalbaarheid zwaarder gaat wegen dan menselijke waardigheid? En welke verantwoordelijkheid houdt de burger dan nog over?
Het is ook een visuele reis. Elk hoofdstuk opent met een kunstwerk uit een andere tijd of een ander deel van de wereld. Die werken zijn geen versiering, maar een tweede ingang tot de morele vraag van het hoofdstuk. Kunstenaars als Ai Weiwei en Dina Danish hebben de licenties van hun werk gedoneerd. Alle auteursinkomsten gaan via Stichting Shams-Rumi van Sinan Can naar weeskinderen in oorlogsgebieden. Ook dat hoort voor mij bij de logica van het boek: principes moeten niet alleen worden beschreven, maar waar mogelijk ook zichtbaar worden in een keuze.”
Hoe kwam het schrijven van dit boek op je pad?
“Het schrijven begon bij de verontwaardiging en machteloosheid die na 7 oktober 2023 steeds sterker werden. Ik wist te weinig van de geschiedenis van Palestina en begon mij er intensiever in te verdiepen. Tegelijk zag ik hoe politieke en journalistieke taal sommige slachtoffers heel concreet kon maken, terwijl andere slachtoffers eerder als aantallen, context of een ingewikkeld dossier werden behandeld.
Die confrontatie bleef niet beperkt tot het nieuws. Ook op mijn werk en binnen de ngo-wereld zag ik hoe goede bedoelingen konden botsen met reputatie, positionering, controle en persoonlijke belangen. Ik merkte dat ik daar niet alleen boos of verdrietig van werd, maar vooral ook naar mijzelf moest kijken. Wanneer had ik zelf gezwegen omdat spreken ongemakkelijk was? Wanneer had ik mijn positie beschermd? Wanneer had ik iets als complex bestempeld omdat ik niet wist wat ik moest doen?
Ik begon niet te schrijven omdat ik antwoorden had, maar omdat ik mijn eigen stiltes niet meer vertrouwde. Eerst waren het losse notities en vragen: wat gebeurde hier, welke waarden botsten, waarom raakte dit mij zo en wat had ik zelf anders kunnen doen? Het schrijven was aanvankelijk een les voor mijzelf.
Na verloop van tijd lag er een grote, ongeordende hoeveelheid tekst. Een gewaardeerde vriendin en schrijver, zag er een boek in en haalde mij over om er structuur in aan te brengen en het naar uitgevers te sturen. Zonder die aanmoediging was het waarschijnlijk een persoonlijk document gebleven.”
Je schrijft over journalistiek, politiek en de burger als drie pijlers van de samenleving. Wat brengt jou hiertoe? Zijn bijvoorbeeld vriendschap, familiebanden en gemeenschappen niet ook van belang?
“Zeker. Vriendschappen, families en gemeenschappen zijn onmisbaar. Het drieluik van journalistiek, politiek en burger is geen volledige plattegrond van de samenleving, maar een lens waarmee ik een terugkerende kringloop probeer te begrijpen.
Politiek verdeelt macht, journalistiek verdeelt aandacht en burgers bepalen mede wat normaal blijft. Politici kiezen welke onderwerpen zij groot maken, welke woorden zij gebruiken en op welke angsten of idealen zij inspelen. Journalisten besluiten vervolgens welke uitspraken nieuwswaardig zijn, welke context wordt toegevoegd en welke kop boven een verhaal komt. Burgers ontvangen, bespreken en delen die informatie, maar stemmen er ook op basis van, corrigeren haar of versterken haar. Daarna reageren politici weer op wat volgens peilingen, media en sociale platforms onder burgers leeft.
Sociaal psycholoog Jonathan Haidt laat zien dat mensen morele oordelen vaak eerst intuïtief vormen en pas daarna rationeel onderbouwen. Woorden als ‘gelukszoeker’, ‘onze normen en waarden’ of ‘niet geïntegreerd’ kunnen daarom veel oproepen zonder een probleem werkelijk uit te leggen. Journalistiek kan zulke frames kritisch onderzoeken, maar ze ook (onbedoeld) versterken. Burgers zijn daarbij niet machteloos: zij kunnen informatie toetsen, andere verhalen zoeken en weigeren om de mens achter een label uit het oog te verliezen.
Familie, vriendschap en gemeenschap bevinden zich niet buiten die kringloop. Het zijn juist de plaatsen waar de gevolgen zichtbaar worden. Daar ontstaan ruzies over politiek, worden onderwerpen vermeden, vallen mensen buiten de groep of ontstaat juist tegenspraak en solidariteit. In het boek behandel ik die relaties daarom als de menselijke schaal waarop grotere maatschappelijke processen voelbaar worden.
De drie pijlers zijn dus geen rangorde en ook geen excuus om andere verbanden kleiner te maken. Ze helpen mij te onderzoeken hoe beeldvorming, macht en dagelijks gedrag elkaar voeden. Maar de correctie begint vaak veel dichterbij, aan de keukentafel, in een vriendschap of bij iemand die in een groep als eerste zegt: ‘Wacht even, klopt dit eigenlijk wel?’.”
Je bent beïnvloed door drie grote westerse filosofen: Socrates, Plato en Aristoteles. Waarom juist door hen? Zie jij bijvoorbeeld religie, mystiek en levensbeschouwing ook als bronnen van ethiek en levenswijsheid?
“Absoluut. Religie, mystiek en levensbeschouwing zijn voor mij belangrijke bronnen van ethiek. Socrates, Plato en Aristoteles zijn niet mijn enige leermeesters en ik behandel hen ook niet als onfeilbare autoriteiten. Zij geven mij vooral drie verschillende instrumenten om over principes na te denken.
Socrates stelt de vraag wat trouw aan je geweten mag kosten. Hij bleef bij zijn overtuiging, zelfs toen vluchten zijn leven had kunnen redden. Plato dwingt mij na te denken over de vraag of iedere overtuiging die iemand een principe noemt ook moreel gelijkwaardig is. Aristoteles maakt het praktisch: deugd is volgens hem geen bezit, maar iets wat je door herhaling en oefening vormt. Samen helpen zij mij om principes te bekijken als geweten, morele maatstaf en dagelijkse praktijk.
Maar mijn denken is net zo goed gevoed door Nizam Al-Mulk, Rumi, Ito Jakuchu en moderne figuren als Ruby Bridges en Muhammad Ali. Wat mij in zulke uiteenlopende bronnen raakt, is niet alleen wat iemand geloofde, maar ook of diegene bereid was de eigen overtuiging te onderzoeken en er een prijs voor te betalen. Muhammad Ali was bereid zijn wereldtitel, inkomen en vrijheid te riskeren omdat hij de oorlog in Vietnam niet met zijn geloof en waardigheid kon verenigen. Dat maakt een principe concreet.
Voor mij is geloof breder dan institutionele religie. Het gaat ook om de diepe overtuigingen waarop iemand zijn wereldbeeld bouwt. Die kunnen religieus, spiritueel, humanistisch of seculier zijn. Ze ontstaan vaak vroeg en worden gevormd door gezin, gemeenschap, ervaringen en verlies. Dat besef helpt mij om minder snel te verharden tegenover mensen die anders denken.
Begrijpen is echter niet hetzelfde als goedkeuren. Wanneer jongeren afwasborstels uitdelen om te suggereren dat vrouwen achter het aanrecht horen, wil ik kunnen onderzoeken hoe zo’n overtuiging ontstaat. Maar die achtergrond maakt de publieke vernedering niet onschuldig. Vorming verklaart iets, maar ontslaat iemand niet van verantwoordelijkheid.
Daar ligt voor mij ook een belangrijke ethische opdracht. Je kunt een mens proberen te begrijpen zonder diens overtuiging moreel gelijkwaardig te verklaren. Zachtheid is geen relativisme. Je kunt open blijven voor het verhaal van de ander en tegelijk een duidelijke grens trekken wanneer diens overtuiging de waardigheid of vrijheid van anderen aantast.”
Wat maakt jouw boek urgent? Waarom mogen lezers het niet missen?
“We leven in een tijd waarin mensen voortdurend keuzes moeten maken onder druk van informatie, groepsloyaliteit, onzekerheid en angst om iets te verliezen. Op het werk, in vriendschappen, in de politiek en zelfs bij het volgen van het nieuws worden we gedwongen om te bepalen wat we geloven, wanneer we spreken en hoeveel ongemak we verdragen.
De urgentie zit voor mij daarom niet in de bewering dat mensen geen waarden meer hebben. Vrijwel iedereen vindt zichzelf rechtvaardig, loyaal of menselijk. De moeilijke vraag is wat er van die waarden overblijft wanneer ze botsen met veiligheid, status, gemak of de eigen groep.
Het boek vraagt de lezer om die spanning niet alleen bij politici, journalisten of bestuurders te zoeken, maar ook bij zichzelf. Waar ligt jouw grens? Wanneer werd begrip een excuus om te zwijgen? Wanneer beschermde je harmonie, terwijl iemand anders de prijs betaalde?
De principiële revolutie belooft niet dat je altijd de juiste keuze zult maken. Dat kan ik zelf ook niet. Het boek wil je wel helpen herkennen wat er op het spel staat wanneer je zwijgt, meegaat of wegkijkt, en hoe je een moreel kompas kunt oefenen voordat de druk het van je overneemt.”
Wil je tenslotte nog meegeven?
“Misschien dat dit boek geen aanklacht van buitenaf is. Ik maak zelf deel uit van de wereld die ik bekritiseer. Ik heb gezwegen, mij aangepast, te laat ingegrepen en soms gedacht dat goede bedoelingen voldoende waren. Het schrijven heeft mij juist geleerd dat principes niet beginnen bij het beoordelen van de ander, maar bij het eerlijk onderzoeken van je eigen keuzes.
Daarom wilde ik ook dat het boek buiten de pagina’s een concrete consequentie kreeg. Alle auteursinkomsten worden gedoneerd aan weeskinderen in oorlogsgebieden via Stichting Shams-Rumi. Daarbij wil ik het bestuur (Sinan Can in het bijzonder) bedanken voor hun openheid en transparantie. De donatie maakt mij niet principiëler dan een ander, maar het voorkomt wel dat de maatschappelijke betrokkenheid van het boek alleen bij woorden blijft.
De principiële revolutie begint voor mij niet met een groot gebaar. Zij begint bij de vraag welke stilte je zelf niet langer kunt verdragen.”
Kemal Arslantaş. De principiële revolutie. Paperback. ISBN 9789083610139. Bot Uitgevers, 2026. €24,99. Lees meer.
