Het eerste object van de tentoonstelling is een beeldje van een hart. In Nederland wordt poëzie vaak geassocieerd met intellect, hoofd en een klein publiek. Maar in de regio’s waar deze tentoonstelling over gaat, komt poëzie uit het hart. “Poëzie is daar geen luxe, het is onderdeel van het leven. Een manier om te denken, te voelen, te protesteren. Soms zelfs om te overleven. Poëzie is er onderdeel van de sociale ruimte. Je beleeft het samen: op straat, in cafés, tijdens protesten. Het is een plek waar emoties, politiek en gemeenschap samenkomen.”
In sommige Marokkaanse steden bestaan cafés waar elke avond poëzie wordt voorgedragen. In delen van Syrië worden dichters op bruiloften uitgenodigd om persoonlijke verzen te schrijven voor het bruidspaar. En in Egypte worden gedichten nog steeds op markten voorgedragen, alsof het nieuwsberichten zijn. Een gedicht is geen tekst – het is een gebeurtenis.
De tentoonstelling bestrijkt de periode vanaf het einde van de negentiende eeuw tot nu – een tijd vol revoluties, onafhankelijkheidsbewegingen en maatschappelijke omwentelingen. Poëzie speelde daarin een verrassend centrale rol.
Johnson: “In Iran bijvoorbeeld groeiden poëzieavonden in de jaren zeventig uit tot massale politieke bijeenkomsten. Dichters als Forough Farrokhzad waren stemmen van een generatie. Hun woorden werden slogans. Hun voordrachten werden protest. Je ziet duizenden mensen die letterlijk meebewegen met de woorden. Het is alsof de taal zelf de menigte draagt. De zinnen blijven decennia later nog steeds rondzingen.”
“In Afghanistan leeft poëzie in de lucht. Gedichten worden onthouden, aangepast, opnieuw verteld. Tijdens de Amerikaanse invasie werden eeuwenoude verzen herschreven om nieuwe politieke situaties te bekritiseren. Een Afghaanse vrouw zei ooit: onze gedichten veranderen sneller dan onze regeringen. Het idee is dat poëzie alle kracht in zich draagt.”
Poëzie speelt een centrale rol in protest en activisme. Tijdens de Arabische Lente van 2010/2011 speelde kunst een grote rol: theater op het Tahrirplein, kunstwerken, graffiti op muren. Maar er was ook poëzie. Veel poëzie. Dat was in Nederland nauwelijks in het nieuws, maar het was er wel. In tijden van activisme gebruik je de (kunst)vorm die het dichtst bij jou en je cultuur staat. In de Westerse wereld zijn er bijvoorbeeld protestliederen. Muziek staat waarschijnlijk het dichtst bij ons. In veel landen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika is dat poëzie.
Hoewel poëzie en muziek niet onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, speelt muziek zeker wel een rol. Het ritme en de cadans van een gedicht zijn net zo belangrijk als de woorden – en woorden in ritme zijn al bijna muziek. Actrice en zangeres Meral Polat is betrokken bij de tentoonstelling. Op haar nieuwe album Meydan gebruikt ze veel poëzie uit verschillende regio’s. Zelf is ze Koerdisch en maakt ze gebruik van Dengbej: een eeuwenoude Koerdische verteltraditie waarin verhalen, geschiedenis en emoties uitsluitend met de stem worden overgebracht.
De dengbej‑zangers bewaren generaties aan herinneringen in melodische, vaak improviserende zanglijnen zonder instrumentale begeleiding. Het is een levend archief van het Koerdische volk. Polat zegt hierover: “Ik zing niet over mijn gevoelens – ik leen de woorden van mensen die ze al eeuwenlang beter verwoorden.”
In Jemen heeft poëzie nog een bijzondere functie: het speelt een rol in conflictbemiddeling. Dat lijkt op een rap battle, maar dan als serieuze zaak. Families komen samen en iemand draagt een gedicht voor dat dient als argument of oordeel. Er waren mensen die met één gedicht een ruzie konden beëindigen. Die woorden hadden meer gewicht dan een officieel vonnis.
Sommige dichters groeiden uit tot nationale sterren. In die tijd was de cassette een belangrijk medium; deze poëzie werd opgenomen en verkocht op cassettebandjes. Een conflict eindigt niet met stilte, maar met een zin die iedereen begrijpt.
“De tentoonstelling raakt aan gevoelige en beladen thema’s zoals revolutie, onderdrukking en kolonialisme, maar ook aan de manieren waarop mensen ondanks alles blijven spreken, herinneren en bestaan. We willen laten zien hoe mensen poëzie gebruiken om hun wereld te begrijpen,” zegt Johnson. Poëzie is een lens – ze onthult hoe gelaagd en complex de werkelijkheid is. Maar poëzie is ook een vorm van overleven: een manier om pijn te verwoorden, waardigheid te bewaren, niet te verdwijnen. In de woorden van dichters schuilt zowel getuigenis als troost, zowel verzet als een diep menselijk verlangen om gehoord te worden.
Aan het einde van het gesprek vertelt Johnson wat ze hoopt dat bezoekers meenemen van de tentoonstelling: “Ik hoop dat mensen poëzie meer gaan waarderen en dat ze iets meekrijgen van de sociale impact die poëzie kan hebben. Dat ze zien dat poëzie veel meer is dan een tekst op papier. Het is een manier om te leven, om te protesteren, om te herinneren, om te verbinden.”
De tentoonstelling Poetry of the People is nog te zien t/m 3 mei 2026 in het Wereldmuseum Rotterdam.
Dit artikel is afkomstig uit Mondig, tijdschrift van de Doopsgezinden.
