Online kies je niet voor een perfect uitgewerkt en genuanceerd verhaal, maar voor humor en satire.

“Humor en satire gaan de nuance voorbij, dat is de bedoeling. Het blijft moeilijk om de inhoud en vorm goed te balanceren. Je kan niet altijd even diep gaan als het onderwerp wel vraagt. Zeker als academicus ben ik super gedetailleerd, iedere premisse moet je verdedigen. Het staat nu uit elkaar, dat is nooit mijn intentie geweest. Ik wil juist een heel persoon zijn, die zich op verschillende manieren uit. Ik deel ook verhalen en artikelen op social media, om zo toch de genuanceerde inhoud te brengen.

Het is kritiek op de partijen van links tot rechts en op populisten. Sinds de jaren zeventig is een aantal politieke partijen meer de weg ingegaan van grote bedrijven te ondersteunen, vanuit het idee dat de markt ons allemaal verder gaat helpen. Daar probeer ik me inhoudelijk tegen te verzetten. We moeten niet blijven hangen in de kapitalistische systemen die we al hebben, we moeten visie hebben hoe het anders kan, een alternatief vinden. Ze moeten weer komen met een verhaal, een belofte hoe het dan wel kan.”

Je bent politiek uitgesproken, ben je daarom dit onderzoek gaan doen of ben je door je onderzoek politiek betrokken geworden?

“Ik ben politiek geboren, altijd politiek geweest. Ik kan me ook geen moment herinneren dat ik niet politiek ben geweest. In ons gezin werd nooit heel erg concreet over de politiek gepraat. Je kijkt om je heen, ziet de wereld, ziet het lijden en dan wil je daar iets mee. Je wil de wereld mooier maken. Dat is politiek, dat je de wereld wil veranderen.”

Ben jij een dwarsligger?

“Als het op de status quo aankomt, dan ben ik een dwarsligger, dat denk ik wel. Van nature ben ik niet per se een dwarsligger. Ik wil het mooie voor iedereen, het beste voor iedereen, dat we allemaal in gemeenschap met elkaar leven en dat we het goed hebben. Ik ben niet conflictvermijdend, conflict hoeft niet vervelend te zijn. Je kan conflict op een heel liefdevolle en restauratieve manier benaderen. Soms is het goed om het conflict te zoeken en te polariseren op dingen die heel belangrijk zijn, als je een verschil wil maken. Je hoeft het niet alleen maar vriendelijk met elkaar eens te zijn.

MD4 p4-6 Savriël Dillingh (Foto Franka Riesmeijer)
Savriël Dillingh Beeld door: Franka Riesmeijer

Bij de Rode Lijn-demonstraties lopen steeds meer mensen mee; is er een omslagpunt bereikt?

“Met Gaza is dat zeker zo, dat is ook juist dankzij de voorlopers, de activisten die vanaf het vroege begin liepen, opgepakt werden en terug bleven komen. Ik weet niet of dat genoeg is. Er zijn natuurlijk heel veel onderwerpen aan gelinkt. Demonstraties zijn het begin, het is dwarsliggen binnen de lijntjes. Het hele idee binnen ons liberale stelsel is dat demonstreren mag en dat politici dan naar ons luisteren. Als de overheid niet responsief is, zoals ons huidige demissionaire kabinet, dan kan je blijven lopen, maar dan gebeurt er niet zoveel.

Demonstraties zijn plekken om elkaar te leren kennen, samen de boosheid te uiten, elkaar te steunen en daarna verder moeten gaan. We moeten ons gaan organiseren op allerlei manieren. Start een actieclub, ga bij een vakbond, praat erover op werk, ga staken in de haven zodat er geen vliegtuigonderdelen worden verscheept. Kijk naar je gemeenschap, wat kan jij in jouw gemeenschap doen om verzet te plegen?

In de Tweede Wereldoorlog bleken heel normale mensen helden te zijn, ze hielpen mensen onderduiken, zaten in het verzet. Dat gebeurde nooit in één keer, maar met kleine daden. Na de avondklok naar buiten, iemand eten geven die niet genoeg had, dán een neppaspoort maken, dán Duitse soldaten niet helpen.
We zijn niet inherent goed of inherent slecht of zondig als mensheid, maar coöperatief, relationele wezens. Het is belangrijk om die relatie op liefde te baseren, liefde voor de mensheid. Dan kan je sommige individuen niet mogen, maar de overkoepelende liefde dat zit er heel erg in. Heb niet alleen je naaste lief, maar de hele mensheid. Niet je letterlijke buren, maar iedereen. Die liefde voelen, daar hebben we elkaar voor nodig, maar het is er wel.”

Is er hoop?

“Er is altijd hoop. Er is altijd reden om te vechten voor een andere wereld. Juist die hoop, dat is waar ik in geloof. We zouden het zo mooi kunnen hebben, de wereld zou zo prachtig kunnen zijn. Iedereen zou genoeg kunnen hebben, we zouden iedere avond met elkaar kunnen zingen, dat is genoeg om hoop te hebben. We hebben de plicht om hoopvol te zijn – ook als de hoop er niet echt is – om het goede te doen.

Een van mijn lievelingsboeken is La Peste van Albert Camus. Een grote plaag maakt de hele stad ziek. In een hoofdstuk wordt een dokter, de hoofdpersoon, bevraagd. Waarom doet hij nog wat hij doet, iedereen gaat dood, hij weet dat het mis gaat, je kan niets voor ze betekenen, maar toch blijft hij naar zijn patiënten gaan. Zijn antwoord is dat het het juiste is om te doen, dat is genoeg. Een soort van hopeloze hoop is al voldoende.”

Dit artikel is afkomstig uit Mondig, tijdschrift van de Doopsgezinden.

Lees ook

Kinsbergen, Sara 5

Over alledaagse vrede

Vredesweekessay 2025 door Sara Kinsbergen

Franka Riesmeijer

Franka Riesmeijer

Franka Riesmeijer is coördinator jeugd- en jongerenwerk bij de Doopsgezinden en is redactielid van Mondig.
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.