Enig idee waar de naam Steenvoorde vandaan komt?

“De naam Steenvoorde verwijst naar een nu verdwenen middeleeuws kasteel (een ‘steen’) naast een doorwaadbare plaats in een rivier (een ‘voorde’) in Rijswijk (Zuid-Holland). Daar ligt de oorsprong van onze familie. Ik zelf ben geboren en opgegroeid in Rijpwetering, een klein katholiek dorp in de buurt van Leiden. Later zijn we met het gezin verhuisd naar Noord-Brabant, de provincie die voor mij ‘thuis’ is geworden. Ik had het naar mijn zin op school, speelde in de plaatselijke harmonie en in een big band, en was actief in het jongerenpastoraat van de lokale parochie.”

Ik zie dat je drie studies hebt gedaan. Waarom drie?

“Drie studies is, dat geef ik toe, wat ongewoon. De eerste twee, rechten en bestuurskunde aan de universiteit van Tilburg, kon ik tijdens mijn studententijd combineren. Ik was spoorstudent en had veel tussenuren. Toen begon ik extra colleges te volgen en van het een kwam het ander. Mijn promotie, in het internationaal recht, heb ik altijd gecombineerd met ander werk. Mijn proefschrift raakte aan thema’s van de bescherming van menselijke waardigheid en rechtvaardigheid. Ik begon vragen te stellen bij de grondslagen van het recht. En zo kwam ik terecht bij filosofische en theologische vragen. En die hebben mij niet meer losgelaten.

Op dit moment studeer ik moderne theologie aan de Universiteit van Oxford. In mijn onderzoek probeer ik manieren te vinden om juristen en theologen met elkaar in gesprek te brengen over de huidige problemen in het recht dat door dreigt te slaan in een overdaad aan regeltjes en tegelijkertijd ver af staat van de echte problemen van mensen.”

Hoe ben je bij de dominicanen terecht gekomen?

“Ik werkte als juridisch adviseur voor de bisschoppenconferentie op het gebied van de verhoudingen tussen kerk en staat. Dat deed ik tegelijkertijd ook voor de protestantse, orthodoxe en een aantal joodse kerkgenootschappen. Je probeert in die rol adviezen te geven die voor iedereen – kerken, ambtenaren, en politici – te begrijpen zijn. Maar daarvoor moet je eerst heel goed luisteren naar hoe anderen de zaken zien.

steenvoor
Beeld door: Joseph Bailham OP

Dat proces, het bevorderen van dialoog waar mensen, met respect voor ieders verschillende visie op waarheid en desondanks verder proberen te komen, herkende ik ook in het denken van Thomas van Aquino, en in het charisma van de dominicanen. Toch lag het niet meteen voor de hand. Ik heb eerst een aantal jaar op Bovendonk, een priesteropleiding voor late roepingen, doorgebracht voordat ik de knoop kon doorhakken. Ik kende, door mijn werk, de Engelse dominicanen goed, en zo rolde ik de orde in. Maar mijn roeping ligt in Nederland. Ik doe mijn eeuwige professie in de orde dus als zoon van de Nederlandse provincie.”

Hoe heeft het ‘traject’ bij de dominicanen er de afgelopen jaren voor je uit gezien? Woon je nog steeds in Engeland of inmiddels in Nederland?

“Ik woon nog steeds in Engeland. Na het eerste proefjaar (noviciaat) in Cambridge ben ik naar het internationale studiehuis in Oxford gezonden om daar mijn theologie studie af te ronden. Daarna heb ik de kans gekregen om verder te studeren aan de Universiteit van Oxford. Die studie hoop ik volgend jaar juli af te ronden. Dan kom ik terug naar Nederland en hoop dan aan de slag te mogen gaan in een communiteit.”

Om staande te blijven in mijn eigen gebrokenheid, moest ik echt terug naar de kern van mijn geloof in Christus.

Het lijkt me best ingewikkeld en zwaar om in het buitenland te moeten wonen, studeren en je dan ook nog goed voor te bereiden op die bijzondere dag, de 10de september. 

“Studeren in het buitenland is een groot avontuur, maar ook een stevige confrontatie met je eigen vooroordelen. Om staande te blijven in mijn eigen gebrokenheid, moest ik echt terug naar de kern van mijn geloof in Christus. Alleen vanuit die kern is dit leven met ups-and-downs zinvol. Studeren in het buitenland heeft me ook kennis doen maken met het internationale aspect van de wereldwijde dominicaanse familie. Doordat ik vorig jaar mocht deelnemen aan een internationale bedevaart in het voetspoor van Dominicus, heb ik broeders leren kennen uit zo goed als alle landen waar we actief zijn.

Die ervaring, de internationale broederschap, heeft mij het vertrouwen gegeven om als Nederlandse broeder mij te committeren aan de opdracht van de wereldorde om het evangelie te verkondigen voor het zielenheil van de mensen, niet als betweterige buitenstaander, maar midden in de wereld, en midden in de kerk.”

De dominicanen die ik ken en die soms ook voor Nieuw Wij schrijven, bijvoorbeeld Theo Koster, Henk Jongerius en Holkje van der Veer, heb ik ervaren als zeer actief. Als mensen die een duidelijke mening hebben over hoe mensen bijvoorbeeld met elkaar zouden moeten omgaan in een kleurrijke wereld. Herken je je hierin? Is dat typisch dominicaans?

“Het actieve dominicaanse leven begint vanuit contemplatie. Dat proef je bij alle drie. Onder hun bevlogen en betrokken woorden schuilt een dieper Godsmysterie, geborgen in de stilte. Dat Godsmysterie laat zich niet vangen in woorden. En toch kunnen ze er niet over ophouden om dat wat ze vinden onder woorden proberen te brengen op een manier die andere mensen kunnen verstaan.

Ik hoop dat wij als nieuwe generatie dominicanen die beweging kunnen doorzetten en vernieuwen. We studeren en bidden niet voor ons eigen heil, maar voor het welzijn van allen. Dat doen we vanuit een bepaalde kern en traditie, maar ook met een openheid naar wat zich aandient. En dat wat we in de wereld tegenkomen, leggen we weer voor aan God in gebed. Het is eigenlijk een constante cirkelbeweging van binnen naar buiten en weer terug.”

We studeren en bidden niet voor ons eigen heil, maar voor het welzijn van allen.

Je hebt het over vernieuwen. Wat bedoel je daarmee?

“Eigenlijk niet meer dan dat de nieuwe generatie een eigen geluid zal hebben. Maar hoe dat zal klinken? Inhoudelijk is het nu nog veel te vroeg om daar iets over te zeggen.”

Kijkend naar de Nederlandse samenleving, waarvan denk je dan: daar moeten we als dominicanen zeker iets mee doen?

“Ik merk onder jongeren en studenten waarmee ik contact heb een grote honger naar kennis en verdieping over de grote vragen van het leven. Wij zijn een orde waar je die vragen in alle openheid en kwetsbaarheid mag stellen. Dat ideaal hebben we misschien niet altijd waar kunnen maken in het verleden, maar het kan ons nog steeds inspireren. Ik denk daarom dat studentenpastoraat en pastoraat voor jonge professionals een van onze nieuwe hoofdtaken zou moeten zijn.”

Hoe zou dat pastoraat voor jonge professionals er concreet uit moeten zien?

“Onze medebroeders in België hebben twee studentenkroegen geopend (Louvain-la-neuve en Luik), die meer zijn dan alleen een kroeg. Er wordt ook gebeden en gediscussieerd. Op openingsdagen zitten ze stampvol. Ik vind dat een interessant model.”

Ja, erg interessant. Waar maak je je zorgen over qua ontwikkelingen in de samenleving? 

“Onze samenleving komt op mij ongeduldig over. Er is geen tijd voor verdieping en nuance in maatschappelijke discussies. We weten niet zo goed waar we vandaan komen (onze geschiedenis). En ook over wat we als samenleving willen zijn, is niet helder. Iets meer geduld met elkaar en met ons zelf zou goed zijn. Het is niet verkeerd om een spanning tussen verschillende visies op het goede leven een tijdje uit te houden. Als we er van alle mensen uitgaan dat zij het goede leven met net zo veel passie zoeken als wijzelf, dan moeten we in de uitwisseling van ideeën samen wijzer kunnen worden. Dat vraagt om geduld, verdieping in onze eigen standpunten, net zo goed als goed luisteren naar anderen voordat we spreken. Tegelijkertijd moeten we niet naïef zijn. Visies die er uit bestaan dat het goede leven voor de een betekent dat de ander zijn of haar menselijke waardigheid verliest moeten op inhoud bestreden worden.”

Wat bedoel je concreet?

“Ik denk vooral aan doorgeschoten utiliteits-denken – bent u nuttig voor de samenleving? – of marktdenken – ‘u bent te duur voor de samenleving’ – of vijanddenken – onze tegenstander is geen mens, en dus is alles toegestaan.”

Hoe kijk je naar de toekomst van de dominicanen in Nederland? Waar word je enthousiast van, waar droom je van?

“Ik ben eerlijk gezegd niet zo’n dromer. Maar wie goed oplet, kan zien hoeveel er in de afgelopen vier jaar al veranderd is binnen de Nederlandse dominicanen. Naast de afbouw, die doorgaat, is er een voorzichtig proces begonnen van opbouw. Dat de broeders dit avontuur aandurven, en dat er jonge, en iets minder jongere, mannen zijn die dit avontuur mee aandurven gaan, inspireert mij enorm. In combinatie met de grote steun die we als nieuwe generatie van broeders uit binnen- en buitenland krijgen, durf ik dit avontuur wel aan. Terwijl om ons heen kerken sluiten, mogen wij aan iets nieuws bouwen. Onverwacht gaat het verhaal verder.”

Greco Idema

Greco Idema

Hoofdredacteur van Nieuw Wij

Greco Idema is eigenaar van Bureau Intermonde, een interreligieus advies- en organisatiebureau. De afgelopen jaren ontwikkelde hij (soms …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.