U hebt de afgelopen jaren meerdere boeken geschreven, u bent hoogleraar in Leuven en doceert in Nijmegen, bent ingetreden in de Sint Willibrordsabdij in Doetinchem, u geeft tientallen publiekslezingen per jaar en u hebt duizenden vrienden op Facebook. Hoe kijkt u hiernaar? 

“Voor mij is het vooral belangrijk om oprecht persoonlijk betrokken te zijn bij mijn wetenschappelijke en publieke werkzaamheden. Mijn eerste onderzoek betrof de uitvaartliturgie. Dat was weliswaar objectief en ging over van alles, maar niet over mijzelf. In de jaren die volgden ging ik merken dat als je echt bij de kern wilt komen van wat mensen bezielt, bijvoorbeeld bij een uitvaart, je tussen de mensen moet gaan staan en vooral het handelen van de mensen tot jezelf door moet laten dringen.

Als ik daaraan terugdenk, dan was dat gevoel een beslissende omslag. Ik ging steeds meer samenvallen met mijn onderzoeksobjecten. Ronald Grimes, de grondlegger van de Rituele Studies en mijn voorganger in Nijmegen, heeft eens gezegd: ‘Als je onderzoek doet, dan verander jij dat veld waar je instapt. Vergeet niet dat het veld ook jou kan veranderen.’ Dat is bij mij heel duidelijk gebeurd. Op een gegeven moment ging ik mij verdiepen in de kloosterliturgie. Ik kwam in kloosterkerken en dat heeft mij dusdanig gegrepen dat ik ingetreden ben.”

Ik bedoelde te zeggen: U bent een monnik die heel succesvol is…

“Ik zie dat niet als succes. Dat word je in het klooster heel snel afgeleerd. Het doet mij goed dat er veel boeken worden verkocht, maar ik zie dat eerder als een herkenning van de betrokkenheid die ik probeer te tonen. Grimes zegt dat ritueel betekent dat je er echt met je hele wezen ‘in moet stappen’. Wetenschap betekent dan dat je er ook weer ‘uit moet stappen’. Dat doe ik dus een paar keer per week als ik van Doetinchem naar Nijmegen rijd.

Dit is voor mij een heel natuurlijk proces dat hoort bij mijn zoeken naar een balans van contemplatie en actie. Ik heb niet het gevoel dat ik dan de monnik opzij moet zetten, want ik probeer vanuit die betrokkenheid te spreken met wetenschappelijke middelen. Vanuit de communiteit heb ik de opdracht gekregen om dit te gaan doen en naar buiten te communiceren. Het hoort bij mijn roeping om te laten zien dat zo’n liturgisch leven wat Benedictijnen leiden z’n relevantie heeft voor de samenleving, de kerk en de cultuur.”

Wat is die relevantie?

“Een klooster vormt een soort kiemcel. We hopen dat mensen die ons klooster opzoeken, dichterbij zichzelf komen en met onze manier van liturgisch leven hun eigen gang gaan. Hoewel naar maatschappelijke maatstaven onze dagelijkse liturgie het meest zinloze is wat je je kunt voorstellen, zit daarin het krachtigste statement wat je kunt maken. De liturgie is niet een rustplaats tussen alle drukke werkzaamheden, het is de kern van je hele leven. Dat is maatschappelijk niet minder relevant dan demonstraties die mensen houden voor een goed doel.

Wij proberen op een open manier ruimte vrij te houden, waarin wij demonstreren dat de aanwezigheid van God in de wereld ervaarbaar kan zijn. De aanwezigheid van God, waar het in de liturgie om draait, is voor mij een open begrip en betekent dat mensen merken dat hun bestaan volkomen open is. Je moet het aan de religieuze ervaring van mensen over laten wat dat allemaal los kan maken. Ik hoop dat mensen ervaren dat er geen toeval bestaat in het leven. Toeval noemen wij in het klooster God.”

Kunt u een hoogtepunt noemen als u zo terugkijkt op al die jaren van bezig zijn met kloosterspiritualiteit?

“Een hoogtepunt is dat het werk kennelijk zo herkend wordt dat het niet alleen om de persoon gaat, maar dat er structuren ontstaan waarin de mogelijkheid bestaat dat anderen meedoen en je ook ooit een opvolger kunt krijgen. Het absolute hoogtepunt is nu natuurlijk de oprichting van dat studiecentrum. Stel dus je eigen betrokkenheid in dienst van structuren die er ontstaan, want dan pas kunnen anderen er zich op een bredere manier in herkennen en meewerken.”

runnnn

Wat is de meerwaarde van het studiecentrum ten opzichte van alles wat er al is?

“Vanaf de vroege 20ste eeuw hebben de Benedictijnen belangrijke impulsen gegeven aan liturgische vernieuwing, vooral vanuit de Lage Landen. Het doel van het centrum is die liturgisch spirituele missie te verbinden met wetenschappelijke perspectieven als Rituele Studies.

Wij merken bijvoorbeeld bij de opleiding voor geestelijk verzorger een enorme behoefte aan reflectie op de vraag wat dat rituele handelen voor hedendaagse mensen überhaupt nog kan betekenen. Rond ziekte en ouderdom is er weinig ritueel repertoire, omdat de vanzelfsprekendheid waarmee bepaalde religieuze handelingen in het verleden verricht werden, er niet meer is. Er is behoefte aan rituele creativiteit, dus maatwerk voor mensen die geen vast kader in liturgische zin meer hebben. Maar die valt niet uit de lucht. Ik denk dat het belangrijk is om vanuit een bepaalde traditie aan die dialoog met de practitioners mee te doen. Niet omdat ze allemaal Gregoriaanse gezangen aan het ziekbed moeten aanheffen, maar omdat het ons een houding kan geven die een solide basis geeft voor rituele creativiteit. Het kan interessant zijn om vanuit een spirituele achtergrond je af te vragen wat bijvoorbeeld stilte betekent en wat psalmen betekenen.”

Hebt u nog wat concrete voorbeelden?

“Een van de vragen waar we ons op richten is hoe ritueel een rol kan spelen in een seculiere zorginstelling. Het is dan de moeite waard om naar de Benedictijnse getijden te kijken. Die getijden hebben twee elementen, het eerste is dat ze structuur aan de dag geven. Heel belangrijk, omdat juist in de zorg een van de meest ingrijpende dingen is dat mensen hun structuur kwijt zijn. Dat kan met ziektebeelden te maken hebben, maar ook met de wisseling van de leefomgeving of de zorgbehoeftigheid.

De getijden van de Benedictijnen voegen aan die structuur een duidelijk betekenisaspect toe en dat is het zoeken naar God. Het gaat ons er om af te tasten waarnaar we zoeken en niet om mensen een godsidee aan te praten. Het is opmerkelijk dat zodra je in een ziekenhuis of zorginstelling de stilte zoekt, hij er niet is en dat de muren op je afkomen als hij er wel is. Een stilte die niet geritualiseerd wordt is snel een pijnlijke stilte. Liturgie probeert stilte te cultiveren, zodat mensen een radicaal open moment kunnen beleven.

In veel ziekenhuizen wordt momenteel nagedacht over het nut van de zondagse kerkdienst, omdat die weinig bezocht wordt. Dat heeft onder andere te maken met het feit dat veel zieken in het weekend naar huis gaan. Je kunt dan de vraag stellen of een vesperdienst uit de Benedictijnse traditie aan het begin van het weekend een verrijking zou kunnen zijn. Ik hoop dat iedere geestelijk verzorger iets heeft aan de Benedictijnse levenshouding en van het stiltecentrum, in symbolische zin, in zijn zorginstelling een klein klooster weet te maken.”

Het gaat hierbij dus om de Benedictijnse spiritualiteit in ziekenhuizen en zorginstellingen in te bedden?

“Inderdaad, maar dan passend bij die omgeving. In veel ziekenhuizen staat op dit moment het stiltecentrum ter discussie. Vanuit economisch oogpunt vindt men het de meest zinloze ruimte die ze hebben. Ik houd iedere keer een vurig pleidooi dat dat stiltecentrum zich moet onttrekken aan die functionaliteitsdrang. Ook al komen er maar twee mensen voor een meditatie in de week dan is het nog geen zinloze ruimte. Het is voor de cultuur van elke instelling van levensbelang om zo’n ruimte te hebben. Dit is niet alleen beperkt tot christenen, en al helemaal niet tot Benedictijnen, maar het is een universele boodschap die we kunnen uitdragen vanuit onze traditie.”

Wat kan de kloosterliturgie nog meer voor ons betekenen?

“Het kan van waarde zijn voor de manier waarop mensen in kerken of elders geacht worden mee te doen aan rituelen die aangeboden worden. Bij een uitvaart weten velen vaak van toeten noch blazen. Hoe kunnen ze daar dan nog aan meedoen? Wij kunnen vanuit onze ervaring in het klooster zeggen dat het mogelijk is om in verschillende gradaties vanuit verschillende achtergronden aan religieuze rituelen mee te doen. Onze gasten zijn niet allemaal christen die een beetje kloosterromantiek willen tanken of van de stilte willen genieten. Dat zal allemaal waar zijn, maar wij merken dat er bij die mensen een bepaalde eerbied naar onze gebedsdiensten is. We zien die mensen op een gegeven moment buigen, terwijl ze van tevoren hebben gezegd dat ze niet in God geloven. Waar buigen ze dan voor? Dan kom ik bij die radicale openheid die ze kennelijk in die liturgische setting ervaren. Het klooster is een soort laboratorium waar men liturgische traditie en rituele creativiteit met elkaar kan verbinden. Ik bedoel niet dat iedereen alles maar mee moet kunnen doen. Dat zal de eerbied juist teniet doen. Maar die ervaring van heiligheid heeft een universele strekking. We willen dialoog en samenwerking met geestelijk verzorgers, pastores en mensen vanuit meditatiecentra om die ervaringen op het spoor te komen.”

Waar hoopt u op voor het nieuwe centrum?

“Ik hoop dat het wetenschappelijk onderzoek genereert en dat er een onderzoeksnetwerk ontstaat. Ten tweede hoop ik dat mensen liturgie weer als kern gaan beleven en dat het in onze cultuur iets van de kerkse beladenheid verliest en opnieuw zijn betekenis kan ontvouwen. Een betekenis die open en universeel is en nieuwe gemeenschappen kan laten ontstaan.

Ook hoop ik dat dit onderzoekscentrum de kloosters kan ondersteunen, omdat zij een belangrijke functie hebben in onze samenleving. Ik vind het belangrijk om juist in de kleiner wordende kloostergemeenschappen de reflectie levend te houden. We moeten niet in slaap vallen. In alle tradities heeft de liturgie altijd in dialoog met de cultuur gestaan. Tegenwoordig is dat lastig. Dat heeft te maken met de extremen die wij in Nederland zien. Er zijn mensen die helemaal meegaan met de cultuur, voor wie er niet genoeg popcultuur in de liturgie kan zijn en anderen die juist helemaal teruggaan naar oude vormen. Om dit allemaal dynamisch te houden en niet alleen in uitersten te denken, heb je een goede en gefundeerde dialoog nodig met mensen uit de cultuur. Daarom werk ik samen met musici, zoals Stef Bos, maar ik schrijf ook over Bob Dylan en heb daar een dialoog met Joan Boaz over gevoerd. Zonder dat ik in de kerk Bob Dylan-liedjes zing, maar het bezielt me wel als onderzoeker en monnik.

We willen mensen bemoedigen om gemeenschap te kunnen ervaren, en ik bedoel uitdrukkelijk ook mensen van andere tradities en mensen die niet bij een bepaalde religieuze traditie horen. Ik hoop dat iemand die het islamitische Salat-gebed bestudeert ook de kloosterlijke getijden verrijkend zal vinden.”

Als u naar uzelf kijkt, hoe ziet u uzelf dan over tien jaar?

“Daar ben ik niet mee bezig. Een van de voordelen van het monnikenleven is dat je in het nu leeft. Daar komt nog bij dat je er als monnik ook niet zelf over gaat wat je toekomst zal zijn. Zonder mijn klooster zou ik dit allemaal niet kunnen doen. Als we het in leven kunnen houden, zou ik dat een geschenk vinden, en dan zie ik het wel waar we uitkomen.”

Wat is aansluitend uw visie op al die kloosters die zo’n beetje aan het overleven zijn?

“Ik ben er zeker van dat het geroepen zijn tot een liturgisch leven echt niet gaat verdwijnen. Als ik me ergens geen zorgen over maak is het dat. Omdat er in alle culturen mensen zullen zijn die daarvoor in de wieg gelegd zijn. Dat wil niet zeggen dat al die mensen in Benedictijnse kloosters gaan intreden. We merken dat er in een aantal kloosters weer nieuwe aanwas is, maar het blijft fragiel. We zijn net zo kwetsbaar als dat stiltecentrum in het ziekenhuis. Dan moet je het vertrouwen hebben dat het toch zinnig is en het niet gaat verdwijnen. In het klooster zingen we bijvoorbeeld Gregoriaans en we stoppen er niet mee, omdat er over tien jaar misschien niemand meer is die het nog kan zingen. We doen wat zinvol is voor onze abdij.”

Over Thomas Quartier

Prof. Dr. Thomas Quartier osb (1972) is monnik van de Willibrordsabdij in Doetinchem en directeur van het Benedictijns Centrum voor Liturgische Studies aan de Radboud Universiteit. Daarnaast is hij hoogleraar voor Monastieke & Liturgische spiritualiteit aan de KU Leuven en de Benedictijnse Universiteit Sant Anselmo in Rome en onderzoeker aan het Titus Brandsma Instituut.

Nieuw boek

Komend najaar verschijnt bij Berne Media een nieuw boek van Thomas Quartier en Paul van der Velde: Zinzoekers. Dialogen over religie tussen oost en west. Kik hier voor meer informatie.

Voordat u verder leest

U kunt deze melding wegklikken. Maar goede artikelen schrijven en aansprekende diensten aanbieden kost geld. Steun daarom onze missie en word al vanaf € 4 per maand Vriend/in van Nieuw Wij.

Ik lees eerst het artikel verder.
Ina Veldman

Ina Veldman

Ritueeldeskundige

Ina Veldman studeerde aan het Opleidingsinstituut voor theologie, levensbeschouwing en geestelijke begeleiding in Vrijzinnig Perspectief …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.