Suzanna Jansen is journalist. Ze woonde en werkte als correspondent in Moskou en schreef voor onder meer De Morgen, NRC Handelsblad en Trouw. Suzanna debuteerde in 2008 met het boek Het pauperparadijs. Ze dook daarvoor in haar familiegeschiedenis en kwam erachter dat vijf generaties van haar voorouders in bittere armoede hebben geleefd.

Door: Fatiha Bazi

Voelt u na het schrijven van het boek meer verbondenheid met uw voorouders?
“Voordat ik aan het onderzoek begon, was ik me er niet zo van bewust dat ik voorouders had. Maar door het boek is het voor mij duidelijk geworden dat ik ook een product ben van hun verhaal. Toen ik ontdekte dat de geschiedenis van mijn familie niet particulier was, maar het verhaal vertelde van heel veel families, heb ik besloten het op te schrijven. Ik merk uit de reacties die ik krijg dat veel mensen zich in deze geschiedenis herkennen.”

Wat heeft het verhaal duidelijk gemaakt?
“Ik ben me altijd bewust geweest van mijn afkomst, ook als kind al toen ik het nog niet begreep. Ik voelde me altijd minder als ik iemand ontmoette van een betere komaf. Door mijn onderzoek ben ik erachter gekomen dat dat gevoel impliciet is doorgegeven van generatie op generatie en dat het niks met mij zelf te maken heeft. Mijn voorouders hebben zich altijd klein moeten maken, omdat ze aan de onderkant van de samenleving stonden. Toen ik daar achter kwam, snapte ik ineens waar dat gevoel bij mij vandaan kwam. Doordat ik dat gevoel nu kan plaatsen, heb ik er zelf geen last meer van.”

Hoe werkt dat mechanisme van overdragen?
“Als je geboren wordt in een arm gezin, krijg je van je ouders impliciet mee dat je niet al te veel waard bent. Aan de andere kant bevestigt de buitenwereld voortdurend dat je minder bent of dat je een achterstand hebt waardoor je dat zelf gaat geloven. Vervolgens geef je je eigen kinderen dat ook weer mee."

Als u nu zelf met armoede wordt geconfronteerd, wilt u er dan iets aan doen om dat te verhelpen?
“Ik heb in mijn boek beschreven hoe er twee eeuwen lang is gepoogd om de problemen van anderen op te lossen en hoe dat vaak het tegenovergestelde effect had. Armoede is een probleem dat niet simpel op te lossen is. En ik heb zeker de illusie niet dat ik dat zou kunnen. Het enige wat ik kan doen is erover schrijven en erover vertellen. Er worden vaak dezelfde fouten gemaakt. Het mechanisme van hoe armoede van generatie op generatie wordt overgedragen is nog precies hetzelfde. Bij het bestrijden van armoede wordt vaak op korte termijn gedacht. Het liefst voor een periode van vier jaar, want dan moet er weer verantwoording worden afgelegd. Maar armoede is zo’n complex probleem, dat kun je niet in een paar jaar oplossen; daar is veel meer geduld voor nodig. Vaak kost het generaties.”

Waar ligt de fout?
“Ik vind het te gemakkelijk om te zeggen dat ‘zij’ het fout doen. Ik hoop heel erg dat mijn boek niet alleen beleidsmakers maar ook gewone mensen aanzet tot denken. De neiging om te generaliseren richt enorm veel schade aan. We maken van mensen groepen en zo’n groep drukken we een stempel op en zie daar maar eens van onderuit te komen; dat is verschrikkelijk moeilijk.”

Wat is er voor nodig om uit die vicieuze cirkel te komen?
“Aan de ene kant heb je zelf lef en moed nodig en tegelijkertijd moet de buitenwereld daarbij helpen. Er moeten kansen worden geboden door bijvoorbeeld de juffrouw van school of de trainer van de sportclub. Ik geloof niet dat er veel mensen zijn die die cirkel zonder hulp van buitenaf in hun eentje kunnen doorbreken.”

Heeft het boek voor u een therapeutische werking gehad?
“Het was niet de bedoeling een therapeutisch boek te schrijven, maar dat is wel het bijeffect geweest. Dat gevoel dat ik minder ben dan iemand anders heb ik overboord kunnen gooien. Dat is een overlevingsstrategie geweest van mijn voorouders, maar die is voor mij niet nodig. Ik ben me nog steeds bewust van verschillen in afkomst, maar ik laat me er niet meer door intimideren.”

Fatiha Bazi is medewerker van W!J. Bovenstaande foto van Suzanna is gemaakt door Rop Zoutberg.

Nog geen reactie — begin het gesprek.