Toen Rolien Sasse in haar boek Vrede. Wat het is en waarom het kan wapens ‘het laatste redmiddel’ noemde, leidde dat onder de meest principiële pacifisten tot verontwaardiging: PAX zou weinig meer ophebben met het christelijke principe van de vijandsliefde en teveel afdwalen van het ‘echte’ vredesgeluid, zo was de kritiek.
Volgens sommigen is pacifisme echter ruimer en je zou kunnen zeggen dat de vredesbeweging een ruimte is waar men kritisch nadenkt en spreekt over vrede en geweld. Daarom zocht Mondig Sasse op met de vraag: wat bedoelt ze precies als ze zegt dat wapens ‘het laatste redmiddel’ zijn? In gesprek zet Sasse haar visie uiteen, op ‘human security’, de pijnlijke noodzaak van wapens en de gevaren van een ongecontroleerde wapenindustrie. Met de nodige overtuiging en passie benadrukt ze dat alles staat of valt met een uitgebalanceerd veiligheidsbeleid, een beleid waarin het internationaal recht leidend is.
De mens als vertrekpunt
In alle huidige geopolitieke onrust wordt veel gesproken over veiligheid. Vrede en veiligheid zijn begrippen die samenhangen. Op het punt van denken over veiligheid zijn er veel overeenkomsten tussen PAX en de pacifisten van bijvoorbeeld Kerk en Vrede. Waar Kerk en Vrede spreekt over inclusieve veiligheid gaat het bij PAX volgens Sasse ook over inclusieve of collectieve veiligheid. Sasse: “Bij ons begint veiligheid bij mensen, het gaat in de eerste plaats om de ‘human security’. Daar doen we ook onderzoek naar, hoe mensen in verschillende landen veiligheid beleven. Als regeringen over veiligheid spreken, hebben ze het meestal over staatsveiligheid, economische belangen, industrie of landsgrenzen. Of over het leger of de politie. Maar dat wil niet altijd zeggen dat het ook gaat om de mensen die daar wonen en hún veiligheidsbeleving.
Er zijn landen waar mensen eerder zenuwachtig worden als ze de politie zien, dan dat ze zich daardoor beschermd en veilig voelen. Dat is in Nederland minder sterk zo, maar ook in Nederland gaat discussie over veiligheid vaak voorbij aan de beleving op straat. Denk aan vrouwen die zich onveilig voelen om naar huis te gaan, of minderheden waarover agressie wordt uitgestort. Het denken over veiligheid draait voor mij dus altijd om de vraag over wiens veiligheid het gaat. En dat de veiligheid van de één niet ten koste gaat van die van de ander. Dat moet zich uitstrekken naar iedereen, man-vrouw, gehandicapt-of-niet, etnische minderheden, of welke minderheid dan ook.”
Het pleidooi voor een evenwichtig veiligheidsbeleid
Waar het denken over veiligheid gaat over het opbouwen van de voorraad wapens en het aanleggen van noodpakketten probeert PAX politici voor te houden dat er meer nodig is voor een echt veiligheidsbeleid, zegt Sasse: “We hebben het met de ministeries over de ‘4 D’s’: Defence, Diplomacy, Development en de Democratic Rights-based Order [democratische rechtstaat, red.]. Alleen als deze vier in balans zijn, kun je spreken over een echt veiligheidsbeleid. Nederland heeft dat als zelfbenoemd land van recht en vrede altijd omarmd, maar opeens merk je in de manier waarop het geld wordt verdeeld dat er vooral geïnvesteerd wordt in meer wapens.
Het eerlijke verhaal over wapens
Een van de meest controversiële stellingen in Sasses boek is dat wapens soms een noodzakelijk laatste redmiddel zijn. Sasse kiest voor realisme boven ideologische zuiverheid: “Ik kan heel pacifistisch zijn en zeggen dat wapens niet mogen, maar de realiteit is dat agressie bestáát, zoals bij de agressie-aanval van Rusland op Oekraïne en wat de bezetting van een deel van Oekraïne voor die bevolking betekent. De Oekraïners zeggen ‘als Rusland stopt met vechten is er vrede, als Oekraïne dat doet, bestaat Oekraïne niet meer’. En dat is echt waar. Dat betekent niet dat je alleen of altijd militaire middelen moet inzetten. Je moet de hele gereedschapskist gebruiken; soms moet je diplomatie gebruiken, dan weer gebruik maken van heel gerichte sancties, of je richten op het contact en de dialoog met mensen in de samenleving. Wat je wanneer kan inzetten is context-afhankelijk. Dat is het pleidooi van mijn boek.
Je ziet ook in andere contexten dan Oekraïne dat gewone mensen enorm kwetsbaar staan tegenover militaire overmacht en agressie. Gaza bijvoorbeeld, of Myanmar. We zien dat er mensen zijn die zonder probleem anderen vermoorden of ze van hun land verdrijven als er geen tegenmacht is die beschermt. In sommige gevallen kan bescherming plaatsvinden met militaire macht, maar wapens lossen het probleem nooit op. Ze zijn soms nodig om een agressor te stoppen en internationaal recht te handhaven, en dan altijd binnen de kaders van dat recht.”
De strijd tegen de wapenindustrie
Tegelijkertijd benadrukt Sasse dat PAX met overige groepen binnen de vredesbeweging op één lijn zit als het gaat om de kritiek op huidige wapenwedloop en de ‘flexibilisering’ van de wapenindustrie. “Ook wij zijn heel erg tegen die vijf-procentnorm van het budget voor defensiebudget. Vijf procent zelfs bij wet vaststellen is echt onzin. Dat is een vrijbrief voor de industrie om zich op te bouwen. Wapens hebben een eigen dynamiek en de wapenindustrie is levensgevaarlijk. Ook hier gaat het dus om de balans.
We zeggen niet ‘geen leger, geen wapens’, maar omdat de wapenindustrie zo uiterst gevaarlijk is, moet je die wel heel streng controleren en juist de regelgeving niet versoepelen, onder het mom van ‘flexibilisering’. Journalisten vinden ons verhaal over de balans tussen macht en tegenmacht vaak vermoeiend en willen graag horen ‘zijn jullie voor of tegen wapens’. Wij zeggen, ‘het gaat om de inzet van alle middelen om aan vrede te werken.’
Dit artikel is afkomstig uit Mondig, tijdschrift van de Doopsgezinden.
