Katja Tolstoj was in 2023 Theoloog des Vaderlands. Ze werkt aan de Vrije Universiteit Amsterdam met als werkterrein: theologie en religie in getraumatiseerde samenlevingen.

Waarom verdedigt u – ‘met klem’ – dat theologie hét academische vak van deze eeuw is?

‘Daar heb ik goede redenen voor. Ten eerste: het grootste deel van de wereldbevolking, 81 procent, is religieus1. Je bent dus niet raar of uitzonderlijk als je gelooft dat er meer is tussen hemel en aarde. Theologie denkt grondig na over wat dat dan zou kunnen zijn, dat onuitspreekbare, dat hogere waar de mensheid altijd naar zocht en nog steeds zoekt. Ik ken niet één serieuze theoloog die denkt dat religie zich beperkt tot uitleg van dogma’s of vastligt in teksten. Een goede theoloog werkt interdisciplinair en gebruikt kennis uit vakgebieden als psychologie, antropologie, politicologie, sociologie en natuurwetenschappen.

De tweede reden is de geopolitieke betekenis van religie. Religie wordt gebruikt én misbruikt voor politieke doelen. Om dat te begrijpen moet je weten wat er aan de hand is. Niemand kan een ministerie van buitenlandse zaken of defensie runnen zonder kennis van de rol van religies. Heb je die kennis wél, dan weet je dat elke religie ook tegengif bevat tegen misbruik ervan.’

Welke bijdrage kan interdisciplinair beoefende theologie concreet leveren?

‘Aan de Vrije Universiteit, bijvoorbeeld, onderzoekt een internationaal team de rol van religie in het bevorderen van vrede en het omgaan met trauma na conflicten. We richten ons op Colombia, Indonesië, Zuid-Afrika, Oekraïne en Rusland, de Balkan en naoorlogs Nederland. Een aan de Rijksuniversiteit Groningen, bijvoorbeeld, onderzoeken masterstudenten hoe conflicten verweven zijn met religieuze belangen en ideeën, en hoe theologie kan bijdragen aan vredesopbouw.’

Seculiere Nederlanders zullen uw stelling tegenspreken. Ze zeggen bijvoorbeeld dat geloven in een god niet meer van deze tijd is. En dat dus ook theologie zijn tijd gehad heeft.

‘Mensen die zo denken, gun ik meer bewustwording, zodat ze inzien dat geloof in God voor een gelovige het allerbelangrijkste is in zijn of haar leven. Dat besef ontbreekt nogal eens, zelfs ook in de academische wereld. Veel theologische faculteiten zijn ondergebracht bij Religiewetenschap. Ik ken de argumenten ervoor, maar dan geldt: ook religiewetenschap moet geloof als fenomeen serieus nemen. Doe je dat niet, dan ben je als een cardioloog die geen hartfilmpje maakt van de patiënt. Dat klinkt misschien flauw. Maar de kernvraag is hier: waaróm is religieus geloof intrinsiek belangrijk en kan het niet gereduceerd worden tot cultuur, psychologie of sociologie?

Laat ik daarover twee dingen zeggen. Ten eerste: die reductie klopt niet, omdat je dan de kern van ‘geloven’ mist. En dat zie ik regelmatig gebeuren. In de NRC, bijvoorbeeld, stond een opvallend positief artikel over bidden: Om te bidden hoef je niet te geloven (NRC, 30 augustus 2024). Veel niet-gelovige mensen bleken te bidden op crisismomenten in hun leven. Dit werd uitgelegd als: zoeken naar houvast. Ja, dat is waar, maar hier ontbreekt iets. Want voor houvast kunnen mensen ook naar een arts of therapeut. Maar dat doen ze dus niet! Ze zoeken het bij iets hogers. Ze zoeken het juist buiten het menselijke bereik. En dát werd in dit artikel niet genoemd. De belangrijkste vraag – ‘Wat ís een gebed eigenlijk? Met wie of wat kom je erdoor in contact?’ – ontbrak. Dan mis je de essentie van bidden.

Ten tweede: die reductie tot cultuur of psychologie klopt niet, omdat het bij ‘geloven’ over de aller diepste dingen gaat. Ik zie aan de VU atheïsten en gelovigen in dit domein goed samenwerken ondanks hun verschillen. Als ze naar elkaar luisteren, ontstaan er goede gesprekken – juist omdat het over existentiële vragen gaat, zoals: Wie ben ik? Wat is het hogere waar de mensheid naar zoekt? Hoe kun je daar anno nu geloofwaardig over nadenken? Daarvoor zouden seculiere media zoals de NRC meer open moeten staan. Toch zie ik daar weinig openheid voor.’

Maar u kreeg wel bijval in de NRC, van Jan Warndorff, in zijn artikel Seculiere liberalen leven net zo goed in een luchtkasteel (17 januari 2025).

‘Ik ben blij dat hij blootlegt dat veel seculiere liberalen onbewust geloven in constructies als de nationale staat, terwijl zij gelovigen verwijten te leven in een luchtkasteel. Maar wat hij niet noemt, is dat theologie een kritische spiegel is voor religieuze én seculiere overtuigingen. Juist de theologie bevraagt beide soorten overtuigingen op hun paradigma’s. Theologie daagt religieuze dogma’s uit, maar ook seculiere luchtkastelen. Ze stelt vragen over wat aan álle overtuigingen voorafgaat. Ze schept ruimte voor wat Warndorff het “ontzagwekkende mysterie” noemt, het fundamenteel andere, dat wat niet onder onze controle valt, het goddelijke. Juist in de overgave aan God ervaren talloze mensen een bovenmenselijke kracht die hen brengt bij hun hoogste roeping, de liefde.’

Religiestress

Katja Tolstoj (c) Foto Handy Tims – kopie

‘Ik houd van Nederland, maar betreur het dat de secularisatie een uitholling met zich mee heeft gebracht in het domein van geloof en religie. Vanuit een open houding zouden de publieksmedia daar meer aandacht voor moeten hebben. Bijvoorbeeld via kunst, muziek of literatuur – tradities die doordrenkt zijn van religie. Dat biedt een gemeenschappelijke basis om het over dit domein te hebben. Maar er heerst religiestress. Er is aversie tegen geïnstitutionaliseerde religie. Die wordt gezien als bekrompen of dwingend. Maar dat is al lang niet meer zo.’

U pleit voor theologie als academisch vak. Theologie is letterlijk wetenschap over God. Maar van God wéten we toch niets? We moeten het hebben van de ervaringen van mensen, opgetekend in heilige boeken. Heeft theologie als wetenschap dan wel bestaansrecht?

‘Ja – we weten niets positiefs over God, dat is zo’, erkent Tolstoj. ‘Theologie is geen wetenschap over God, maar: spreken over datgene of Degene die het menselijke ontstijgt en zich aan onze begrippen, taal en controle onttrekt. Dat is de theologie waar ik voor pleit. Maar theologie is in de 21e eeuw alleen geloofwaardig als ze haar eigen bestaansgronden telkens tot op het bot bevraagt. Dat lijkt me dé opdracht voor de theologie. Stellig, affirmatief theologisch denken en spreken mag ook – maar wel vanuit het besef dat we eigenlijk niets weten. Elk woord, ook elk christelijk woord van hoop, wordt gesproken vanuit dat besef. Christelijke theologen duiden dat aan met: Deus semper maior, God is altijd groter. Islamitische theologen zeggen dat met: ‘Allahoe akbar’. Geloofsuitspraken getuigen als het goed is van nederigheid, niet van arrogantie.

Ik geef toe dat veel theologen, vooral systematische theologen, de indruk hebben gewekt dat ze precies wisten hoe het zat. Daar kwam een tegenreactie op, die bijdraagt aan de religiestress van nu. Dat we ‘het niet weten’ beseften de kerkvaders en concilies heel goed. Elke gelovige uitspraak, elke geloofsbelijdenis, elk dogma ontstond door de twijfel heen. De kerk bevond zich op zulke momenten zogezegd in een Oost-Europees sprookje: ga je naar rechts, dan word je onthoofd, ga je naar links, dan verdrink je, ga je terug, dan word je gevierendeeld. Wilde de kerk de hoop levend houden, dan kon ze alleen maar vooruit.’

Vindt u het christendom van nu toekomstbestendig?

‘Ik hoop het! Ik twijfel er weleens aan, maar heb er ook vertrouwen in, omdat het gebod van de liefde centraal staat in het christendom. Het is de enige religie in de wereld die liefde als hoogste gebod heeft. In de liefde ligt de enige toekomst voor deze planeet.’

Andere religies zeggen toch ook dat het bij hen om liefde, om compassie draait?

‘Nou … alleen bij het christendom is dit het grootste gebod. En ik hoop daarom dat christenen vaker het gesprek durven aangaan over hun geloof. Daar zie ik een opdracht voor theologen, kerken en levensbeschouwelijke en spirituele organisaties.’

Misbruik van religie zien we bijvoorbeeld in Rusland, waar de oosters-orthodoxe patriarch Kirill de oorlog tegen Oekraïne sanctioneert. Vloeit dit voort uit de oosters-orthodoxe theologie?

‘Dit heeft niets met de oosters-orthodoxe theologie te maken. Het probleem is juist een totaal gebrek aan theologie. De leiding van de Russisch-Orthodoxe kerk kwam aan de macht na de val van het communisme in 1991. Zeventig jaar lang, onder het staatsatheïsme, werden de kerken onderdrukt en werd er geen theologie beoefend. Helaas volgde er na 1991 geen zelfreflectie, geen morele herbezinning en geen berouw jegens de slachtoffers van communisme en staatatheïsme.’

Stalin relief Moskou
Stalin-reliëf in Moskou

Sinds voorjaar 2025 prijkt in een metrostation in Moskou een reliëf van Stalin. Stalin staat midden tussen een menigte in extatische aanbieding. Wat zegt de theologie hierover?

‘Dat hier de oosters-orthodoxe iconografie gekaapt wordt. Waar normaal Christus centraal staat, geflankeerd door heiligen, staat nu Stalin. Deze vergoddelijking van de tiran markeert een nieuwe fase in de herwaardering van Stalin. Dit is politieke theologie. Samen-op met systematische verspreiding van zogenaamd “traditionele waarden”, is dit reliëf bedoeld als bron van morele oriëntatie en identiteitsbesef. Het illustreert hoe politieke macht religie misbruikt.’

Ziet u zulk misbruik van religie ook in het Amerikaanse imperialisme van Trump en Vance? Zij zetten Zelensky onder druk in hun streven naar vrede.

‘Opvallend genoeg begrijpt een deel van de Trump-aanhangers, bijvoorbeeld evangelicals of conservatieve katholieken, de Russische nationalisten heel goed. Zij delen een aversie tegen liberale westerse verworvenheden zoals homo-emancipatie, feminisme en toegang tot abortus.

Maar, en dat is fundamenteler: aan westerse zijde is het woord ‘vrede’ vaak een mager, leeg begrip. Wanneer westerse leiders spreken over een ‘vredesplan’ voor Oekraïne, gaat het meestal niet over rechtvaardigheid, verzoening of het herstel van beschadigde menselijke relaties, maar over strategie: wanneer kan het geweld stoppen, hoe blijven de machtsverhoudingen intact, welke – economische – belangen mogen niet verloren gaan. Vrede betekent dan vooral: geen geld verliezen. Theologie ontmaskert dit taalgebruik. ‘Vrede’ is geen technisch of diplomatiek eindpunt, maar een normatief begrip. Theologie stelt daarom lastige vragen als: Wie betaalt de prijs van deze ‘vrede’? Wie wordt geacht zich aan te passen? Wie mag spreken en wie niet? Als Oekraïne in ‘vredesplannen’ een pion is in een geopolitiek spel, gaan deze plannen niet over vrede maar over dominantie.

Nee, theologen stippen niet een alternatief buitenlands beleid uit. Daar zijn ze niet voor. Wat ze wel doen is, de zaak moreel scherpstellen. Ze weigeren vrede te laten samenvallen met stabiliteit of machtsbehoud. Ze komen op voor concrete, kwetsbare levens en beschadigde gemeenschappen. Ze doorbreken de illusie dat vrede mogelijk is zonder verantwoordelijkheid, zonder waarheid en zonder aandacht voor wie moet leven onder de bereikte ‘vrede’. Dit is geen naïef idealisme. Het is een noodzakelijke correctie bij elke vorm van imperialisme. Ook imperialisme dat zich hult in vredestaal.’

Durft u te zeggen wat er moet gebeuren in Oekraïne en Rusland na deze oorlog?

‘Ik zie twee kapotte samenlevingen met getraumatiseerde mensen. Na de oorlog zullen gerechtshoven de schuldigen moeten berechten. Westerse landen moeten nu al bezig zijn met de vraag hoe zij aan duurzame vrede kunnen bijdragen – ook de theologen. Zij kunnen modellen ontwikkelen voor de bijdrage van kerken en maatschappelijke organisaties aan vrede. En ze kunnen  perspectieven aanreiken voor ethiek, traumaverwerking en de heropbouw van geloofsgemeenschappen. De Europese Unie zou wetenschappers uit verschillende disciplines waaronder theologie samen moeten brengen voor onderzoek ten bate van de wederopbouw van beide landen. Bevlogen collega’s van mij zien uit naar zo’n project. Ook dat is geopolitiek. Brede samenwerking met ambtenaren en bewindspersonen van Buitenlandse Zaken en Defensie is hierbij belangrijk. De ideeën en netwerken zijn er. De uitdaging is nu om de juiste middelen en steun te vinden om dit daadwerkelijk te realiseren.’

[1] Dit bleek uit onderzoek in opdracht van het Brits Bijbelgenootschap door Gallup in 85 landen. De resultaten werden bekend op 30 april 2025. 81 procent van de wereldbevolking gelooft in God of een hogere macht, zie https://www.bijbelgenootschap.nl/nieuws/uniek-wereldwijd-bijbelonderzoek/.

Lees ook

LsHs_DKessler_7143

“Oorzaken van conflicten liggen bijna nooit volledig aan één kant”

Dolph Kessler wil dat we rond Oekraïne kritischer kijken naar de rol van het Westen

1639127953690

Peter Siebe

Journalist

Peter H. Siebe is kerkhistoricus en journalist. Hij werkte van 2001-2016 voor NPO Radio 1 en voor Radio 5.
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.