“Van de landelijke politiek moeten we het niet hebben. Wel van mensen die in alle sectoren werken aan een duurzame samenleving. De Duits-Amerikaanse Joodse denker Hannah Arendt zei al: het zijn niet de slechteriken waardoor de oorlog ontaardt; het zijn al die brave volgzame burgers die niet op durven te staan. Het is dus belangrijk dat we collectief de moed hebben om wel op te staan voor wat ertoe doet. Daarom mogen we respect en bewondering hebben voor de mensen die rode lijnen trekken en zich aan de A12 vastnagelen.”

“Ze worden misschien gekkies genoemd maar het zijn wel de mensen die als eersten durfden op te staan. We moeten dus juist hen steunen. Uit recent onderzoek blijkt dat de meeste Nederlanders hun manier van leven best willen veranderen als hun kleinkinderen daar beter van worden, maar ze doen het alleen als anderen het ook doen. Veel van die goedwillende mensen zijn lokaal en regionaal in actie gekomen om te bouwen aan de nieuwe samenleving die vanaf 2030 echt zichtbaar wordt.”

De Nooy werd in 2010 door de bekende econoom Herman Wijffels ‘een vroedvrouw van de nieuwe tijd’ genoemd omdat ze beroepshalve het geboorteproces van die nieuwe tijd begeleidt. “Er gebeurt enorm veel maar de ontwikkelingen zijn niet altijd direct zichtbaar. Ik werk aan die zichtbaarheid en met mij zijn tal van pioniers volop bezig ondergronds ‘vernieuwende dingen’ te doen. In 2000 zeiden ze over de bedenker van het voedselbos: die man is gek. Een geitenwollensokkentype. In 2020 kwam er wet- en regelgeving voor voedselbossen. Wat twintig jaar geleden raar was, is nu normaal.”

“De gevestigde orde die we kennen brokkelt snel af. Zoals het nu werkt – met de fossiele industrie bijvoorbeeld – is het niet vol te houden. Dat voorspelde de Club van Rome al in de jaren zeventig. Het moet anders. Sommige structuren moeten verdwijnen, afgebouwd of omgebouwd worden. Andere nieuwe initiatieven moeten een plek krijgen in de manier waarop we onze samenleving organiseren. Zo verdient de natuur ook een stoel en een stem in de bestuurskamers.”

“De nieuwe samenleving is langzaam bezig mainstream te worden. Dat gaat nog niet gemakkelijk. We zijn bijvoorbeeld niet zo goed in het terugdringen van de fossiele industrie. Die heeft nu nog een te sterke lobby in de politiek. Maar gek genoeg hebben we met wat Trump in Iran doet opeens kansen. Hij brengt zaken onbedoeld in een stroomversnelling. De prijzen van olie en gas schieten omhoog. Misschien hebben we straks helemaal geen olie en gas meer. Dan zullen we onze afhankelijkheid ervan toch echt versneld moeten afbouwen. In de ontwikkeling die ik zie, is dat trouwens sowieso onontkoombaar.”

Jelleke Fotograaf is Dick Boschloo
Jelleke de Nooy Beeld door: Dick Boschloo

“Ik ben hoopvol. Er zijn al zoveel mensen bezig een nieuwe samenleving op te bouwen met zonne- en windenergie, met andere vormen van zorg, onderwijs, met buurt- en gemeenschapsontwikkeling. Ik ben alleen bang dat de oude wereld instort voordat de nieuwe voldoende ‘af’ is. We zijn nog niet in staat regionaal voor iedereen duurzaam voedsel te produceren. De overheid mag daarom versneld in actie komen met de ontwikkeling van lokale voedselketens. Maar ik denk soms ook: laat de landelijke politiek maar in haar sop gaarkoken. Wat er moet gebeuren, gebeurt toch wel – juist in regio’s en gemeenten.”

Jelleke de Nooy-Van Tol werd op 21 mei 1951 geboren in Eindhoven, als tweede kind in het gezin Van Tol. Haar ouders kwamen oorspronkelijk uit Rotterdam. Vader Van Tol had een baan gevonden bij het natuurkundig laboratorium (Natlab) van Philips. “Mijn erudiete hoogbegaafde vader was in de oorlogsjaren afgestuurd als natuurkundig ingenieur. Als kind noemde ik hem een uitvinder omdat hij nieuwe producten ontwikkelde.”

“Hij bedacht de fax, maar op dat moment wilde Philips er niet in investeren. Pas veel later brachten de Japanners de eerste fax op de markt.” Het gezin Van Tol bestond uit vader, moeder, twee jongens en twee meisjes. “Ik werd geboren nadat mijn moeder drie miskramen had gehad. Mijn ouders waren dus ontzettend blij met mij. Die liefde is bepalend geweest voor wie ik geworden ben. Ik heb van jongsaf aan meegekregen dat ik er mocht zijn.”

Jellekes vader had een grote interesse in de natuur, geschiedenis en landschappen. “Ik heb ongelooflijk veel van hem meekregen. Veel planten ken ik nu nog dankzij mijn vader. We gingen ook nooit zomaar op vakantie. Mijn vader wilde doelgericht op pad naar bijvoorbeeld Stonehenge in Engeland en de Standing Stones in Bretagne.” Terwijl moeder Van Tol met de kleinere kinderen op een strandje of bij een zwembad zat, ging Jelleke met haar vader mee naar interessante plekken. De oudste zoon bleef in Nederland om te studeren.

De Nooy’s jeugd was zorgeloos en leerzaam. “Van mijn moeder heb ik geleerd open te staan  voor alles omdat alles een kans kan zijn. Je moet ook niet meteen oordelen over anderen. Van mijn vader leerde ik als kind al hoe complexe systemen werken. Bij mijn latere studie in Wageningen ging het over ecosystemen en hoe die functioneren met combinaties van planten, dieren, bomen en bodem. Ik ben nu bezig met complexe systemen in de samenleving en daarbij spelen precies dezelfde mechanismen een rol als in de natuur.”

Jellekes generatie ondervond aan den lijve dat leven in luxe niet vanzelfsprekend is. “Dat was goed. Dat vond je normaal. Nu koopt iedereen maar om de haverklap iets waar hij zin in heeft. Bij ons was kleding niet het belangrijkste. Met Pasen kreeg je nieuwe kleren. Verder droegen we afdankertjes. Mijn moeder haalde truien die te klein waren geworden uit om de wol te hergebruiken. Mijn vader had een goede baan maar we moesten toch op de kleintjes letten. Wij kregen nooit snoep. Je at drie keer per dag, dat was het.”

De Nooy volgde de lagere en middelbare school in Eindhoven en ging daarna landschapsarchitectuur studeren in Wageningen. “Mijn vader zei: je hebt een goed stel hersenen, je moet gaan studeren. Nederland heeft bij de overheid en in het bedrijfsleven behoefte aan mensen die nadenken en die verstandige beslissingen nemen.” Jelleke verdiepte zich in Wageningen in landbouw, geschiedenis, economie, sociologie, planologie, ruimtelijke ordening en stedenbouw. Tijdens haar studie leerde ze haar man Rob kennen. Het echtpaar heeft twee kinderen en twee kleinkinderen en woont in Wageningen.

Rob de Nooy volgde een opleiding gericht op ontwikkelingssamenwerking, waterbeheer, irrigatie, erosiebestrijding en regeneratie in tropische gebieden. Na hun afstuderen gingen Rob en Jelleke daarom naar Afrika. In Noord-Nigeria ging Rob voor de Nigeriaanse overheid boeren helpen een nieuw bestaan op te bouwen. Ze moesten verkassen omdat er een dam werd aangelegd en hun dorpen door een stuwmeer zouden worden verzwolgen. Jelleke kon zich als adviseur met het herhuisvestingproject bezig gaan houden.

Jelleke 5 Fotograaf is Dick Boschloo
Beeld door: Dick Boschloo

Het was mijn eerste kennismaking met Afrika en hoe daar door wijze oudere mannen democratische besluiten werden genomen. Ik mocht als enige vrouw vergaderingen van de elders bijwonen. De Afrikaanse samenleving werkt heel anders dan de onze. Ik heb er veel van opgestoken. Mensen hielpen elkaar. Hun dorpen zouden verdwijnen in dat stuwmeer. Zonder morren pakten ze hun hutten op en bouwden die elders weer op. Hier zouden mensen in opstand zijn komen, daar niet.”

Vanaf 1977 tot 1991 woonden Rob en Jelleke, eerst samen en later met hun zoon en dochter, in Afrika in Noord-Nigeria, Liberia, Burkina Faso en Ethiopië en in het Midden-Oosten in Jordanië. “Die jaren in het buitenland hebben bepaald hoe ik nu in het leven sta. In Afrika heb ik ondervonden dat het leven gewoon doorgaat als je weinig water hebt en geen elektriciteit. Het leven gaat daar ook niet over. Het gaat over samenzijn, elkaar steunen en zorgen dat je – gezamenlijk – de dingen kunt doen die je moet doen.”

“Toegang tot schoon water is natuurlijk van levensbelang. Wij hadden in Nigeria maar een beperkte voorraad. We konden ermee koken. Ons wassen? Dat deden we in een lauw bad, zonder zeep. Daarna spoelden we met het badwater de wc door en dan hadden we nog een beetje over voor de paar plantjes buiten. In Nederland zie ik mensen vijf minuten hun tanden staan poetsen en al die tijd laten ze het kostbare drinkwater weglopen. Als ik mijn handen was, draai ik nog steeds de kraan zo gauw mogelijk weer dicht.”

“In Afrika heb ik ook geleerd dat je niet alleen je gezinnetje bent. De mensen daar wonen in een hechte gemeenschap, een extended family die afhankelijk is van de paar mensen die werken en een inkomen hebben. In de grote families doen ze alles samen en ze verdelen alles. Iedereen draagt elkaars kleren. Kinderen worden opgevoed door tantes. Wij maakten als gezin geen deel uit van zo’n lokale gemeenschap, maar onze aanwezigheid in de community werd wel geaccepteerd.”

“De meeste Nederlanders kwamen om de samenleving te helpen. We leerden Afrikanen beter voedsel te verbouwen en effectiever te irrigeren. Maar we vroegen altijd eerst: waar hebben jullie behoefte aan? We toonden respect en we leerden de taal. Ik zag ook buitenlanders die zich koloniaal gedroegen en neerkeken op Afrikanen. Wij hadden in Ouagadougou in Burkina Faso drie man personeel: een tuinman, een mevrouw die het huishouden deed en het eten voorbereidde en een nachtwacht die ervoor zorgde dat er niet werd ingebroken.”

“Vrienden in Nederland zeiden: jeetje, wat koloniaal. Maar dat was het niet. Wij verschaften drie gezinnen een inkomen waar ze van konden leven. Een jong Nederlands echtpaar dacht: we willen niet koloniaal zijn met personeel, we kunnen het wel zelf. Binnen de kortste keren werd er bij hen ingebroken. De Afrikanen vonden hen asociaal. Want zij zorgden niet voor de lokale samenleving. Met de beste bedoelingen deden zij het helemaal verkeerd.”

Door haar ervaringen in Afrika ging De Nooy anders kijken naar de Nederlandse samenleving. “Ik schrok ervan hoe oordelend mensen hier waren. Iedereen zat ook in zijn eigen hokje, separaat van medemensen en losgeslagen van de natuur. Ik realiseerde mij toen dat er een transitie nodig was en dat ik misschien wel de kwaliteiten, kennis en ervaring had om daar een bijdrage aan te leveren.”

“Ik was er echt aan toe om hier te gaan werken. Ik vond een baan in Wageningen bij het toenmalige Informatie- en Kenniscentrum Natuurbeheer van het Ministerie van Landbouw. Ik moest na vijftien jaar in het buitenland wel wennen aan werken in Nederland.” Rob ging nog wel weer voor langere perioden werken in het buitenland. Jelleke en haar kinderen bleven in Nederland vanwege werk en school. Jelleke schreef voor het ministerie mee aan de landschapsvisie voor Nederland.

“Ik had een goed idee, vond ik. In 2020 moest er volgens mij veel meer multifunctionele, kleinschalige, biologische landbouw zijn, met korte ketens. Dat was mijn visie. De projectleider vroeg: waar heb je die ideeën vandaan? Zelf bedacht, was mijn antwoord. Er was immers om een visie gevraagd. Maar het was niet de bedoeling dat je zelf een visie formuleerde. Je werd geacht de onderzoeksresultaten van Wageningse wetenschappers te ‘vertalen’ naar beleidskeuzes.”

De Nooy veranderde van baan. Ze werd coördinator van het groene onderzoek dat door de technische onderzoeksinstituten in Wageningen werd uitgevoerd. “Ze onderzochten bijvoorbeeld wat het effect zou zijn van het inzetten van grote grazers en hoeveel pesticiden er in het slootwater zaten. Veel onderzoeksresultaten verdwenen in een bureaulade. Toen, eind jaren negentig, was al bekend wat nu groot in het nieuws kwam: dat Nederland van alle landen in Europa kampt met de grootste opeenstapeling van vervuilende stoffen en pesticiden in het oppervlaktewater.”

Jelleke 3 Fotograaf is Dick Boschloo
Beeld door: Dick Boschloo

In haar rol als coördinator van ‘groen’ onderzoek kwam Jelleke in aanraking met het gedachtegoed van de Nederlandse filosofen Wim Zweers en Matthijs Schouten. “Van hen leerde ik dat mensen verschillende houdingen hebben ten opzichte van de natuur. Zo heb je mensen die zich als een God boven de natuur verheven voelen en als almachtig heerser de natuur naar hun hand proberen te zetten. Je hebt ook verlichte heersers, die wel voor de natuur zorgen maar dat doen uit eigenbelang. In Nederland zie je vooral mensen die kiezen voor de rol van beherend rentmeester.”

“Bosbouwers bijvoorbeeld beschouwden in die tijd een bos als een productiebos, waar je bomen uit kon halen. Ze gedroegen zich als verlicht heerser. Ecologen beschouwden hetzelfde bos als ecosysteem en gedroegen zich dus eerder als partner van de natuur. Zij vonden dat je geen bomen uit het bewuste bos moest halen. De twee beroepsgroepen botsten door hun verschillende houdingen ten opzichte van de natuur. In de samenleving en in de politiek zie je vaak hetzelfde verschijnsel.”

De Nooy geeft er zelf de voorkeur aan om partner van de natuur te zijn – of beter nog: onderdeel van de natuur te zijn. “Als je partner bent in een relatie, dan doe je niets dat ten koste gaat van de ander want dat is je partner. In je relatie met de natuur is dat vergelijkbaar, het is geven en nemen. Bij zo’n rol passen biologische en biologisch-dynamische landbouw. Onderdeel zijn van de natuur, dat zijn we helemaal niet gewend in het Westen. Maar het kan wel. Dat heb ik gezien in Afrika.”

Een specifieke vorm van samenwerking met de natuur die De Nooy van harte bepleit is de permacultuur met duurzame, veerkrachtige leefomgevingen en landbouw, gebaseerd op natuurlijke ecosystemen zoals bossen. “In een permacultuur met voedselbossen werken mensen echt samen met de natuur. Je bedrijft landbouw zoals de natuur dat zou doen.”

In de loop der jaren bouwde De Nooy veel kennis op over onder andere natuurvriendelijke landbouw. Mensen in haar omgeving brachten haar op het idee haar uitgebreide kennis en ervaring te delen. In 2013 verscheen Heel de wereld. In dit boek schetst De Nooy hoe het mogelijk is voor de hele aarde voldoende voedsel te produceren met agro-ecologische landbouwsystemen waarbinnen boeren, burgers, bedrijven en organisaties (regionaal) intensief samenwerken.

Uit 2018 dateert Niet Normaal!. In die uitgave geeft De Nooy een helder overzicht van de actuele Nederlandse landbouw in transitie naar een meer duurzame voedselvoorziening met aandacht voor natuur-inclusieve, regeneratieve en kringlooplandbouw, herenboeren, toekomstboeren en bijzondere projecten in provincies en gemeenten. Jelleke roept in het boekje boeren, ecologen, beleidsmakers en consumenten op samen toe te werken naar een Nieuw Normaal.

In haar met collega’s geschreven boek Toerisme is dood, leve de reiziger! uit 2022 zet De Nooy uiteen hoe de toerisme-industrie, die nu het klimaat, biodiversiteit en lokale gemeenschappen bedreigt, zich kan vernieuwen. De Nooys laatste boek Voorlevers (2023, herziene versie 2025) brengt de lezer in contact met mensen die voorleven hoe de nieuwe samenleving er uit kan gaan zien. “Dat zijn al die inspirerende mensen, bedrijven en organisaties die ons laten zien hoe je in harmonie met onze planeet kunt leven.”

9789493455054-460×480

Jelleke raadt iedereen aan verder te kijken dan de huidige onrustige tijd. “Laat je niet beangstigen door de dingen die Trump doet, maar zie ze als de laatste stuiptrekkingen van het oude systeem. Ik geef liever aandacht aan de positieve ontwikkelingen. Ik baseer me daarbij voor een deel op de astrologie. We zijn al een tijd bezig met de opbouw van de Aquariussamenleving waarin we de mannelijke uitputtende overheersing van de natuur achter ons laten en overschakelen naar een vrouwelijke manier van samenwerken met de natuur.”

Jelleke ziet ook sterke overkomsten met de ideeën van Russisch-Belgische Nobelprijswinnaar Ilya Prigogine. “Hij zegt dat in een systeem in chaos kleine eilandjes van samenwerking het gehele systeem naar een hoger energieniveau brengen. Een mooi voorbeeld daarvan is hoe een pop zich ontwikkelt tot een vlinder. Als je die pop openmaakt, zie je alleen vieze drab. Maar de cellen in die drab weten dat ze een oog of een vleugel moeten maken. Ze vinden elkaar, klonteren samen tot ‘eilandjes van samenwerking’ en maken die prachtige vlinder. Voor mij is dat een metafoor voor wat er in de samenleving gebeurt. We zien nu nog vieze drab, maar straks komt echt die mooie vlinder tevoorschijn.”

hansinvernizzi

Hans Invernizzi

Journalist

Hans Invernizzi is journalist en werkte dertig jaar bij hogeschool Windesheim in Zwolle als docent en manager bij de opleiding …
Profiel-pagina
Al 2 reacties — praat mee.