Bij de Anne Frank Stichting gaf Ivana trainingen en organiseerde ze projecten tegen antisemitisme, racisme en discriminatie ter stimulering van actief burgerschap en dialoog. Ze komt vandaag bij mij thuis. We kennen elkaar al jaren maar toch is ze zenuwachtig. Op de achtergrond is ze betrokken bij prachtige projecten maar ze is niet gewend dat de aandacht op haar gevestigd is. Om haar nek hangt een ketting met een woord: “gelukszoeker”. “Wij zijn allemaal gelukszoekers,” zegt ze, “niet alleen migranten!”
Waarom ben je bij de Maya Angelou Opvang gaan werken?
“Bij al het werk dat ik gedaan heb, gaat het om mensenrechten, gelijke kansen en actief burgerschap. Het verschil is dat bij mijn werk bij de Anne Frank Stichting het vaak een lange termijnstrijd was. Natuurlijk kon je bij het geven van trainingen resultaat zien van je werk. Door de gesprekken die ik voerde met jongeren zag je dat er zaadjes geplant werden. Maar je weet niet wat ze er mee doen. Je hoopt dat er iets verandert in hun gedrag of hun bewustzijn.
Bij mijn huidige werk heb ik elke dag het gevoel dat ik iets kan bereiken voor de vrouwen. Of het nou met iets praktisch is zoals het regelen van een doktersafspraak of een luisterend oor bieden voor iemand met een trauma. Het geeft veel kracht om iets te kunnen betekenen. Zeker in de huidige politieke situatie.
Daarnaast spreekt de doelgroep mij erg aan. Alle mensen hebben recht op een waardig bestaan maar deze groep valt helaas al te vaak in de gaten van de samenleving. Een van onze vrijwilligers bij de Anne Frank Stichting was een ongedocumenteerde meid. Ze was zo slim, hardwerkend en gemotiveerd, maar zonder een verblijfsvergunning kon ze geen opleiding volgen, niet met ons meereizen voor internationale projecten, publieke aandacht zou haar in gevaar kunnen brengen. Ondanks de obstakels vond ze toch manieren om een bijdrage te leveren aan de maatschappij en niet alleen zichzelf te ontwikkelen maar ook om anderen te helpen. Onder andere werd ik door haar geïnspireerd om met deze kwetsbare groep samen te werken.
Het raakte me hoe sterk ongedocumenteerde mensen zijn, ondanks alle barrières. Ze zijn gemotiveerd, hebben diverse vaardigheden. Ze kunnen en willen wat betekenen voor de maatschappij. Moet je je voorstellen wat ze kunnen bereiken als ze wel volledig zouden kunnen meedraaien en bijdragen.”
Wie zijn de vrouwen die bij jullie terechtkomen?
“Grofweg gaat het om drie groepen vrouwen. Bij de eerste groep gaat het om vrouwen waarvan de asielaanvragen zijn afgewezen. Dit kan door diverse redenen komen, vaak speelt trauma daarbij een rol. Het is stigmatiserend of pijnlijk om hun verhaal te vertellen. Trauma zorgt er daarnaast voor dat de verhalen niet goed worden opgeslagen in hun herinnering waardoor er onbedoeld gaten of tegenstrijdigheden in het verhaal kunnen zijn. Of de vrouwen zijn licht verstandelijk beperkt waardoor ze niet goed begrepen worden. De IND ziet de verhalen dan al bij voorbaat als onbetrouwbaar.
Een tweede groep is vrouwen die onder valse voorwendselen door mensenhandelaren naar Europa zijn gehaald. Tenslotte zitten er ook migranten uit “veilige landen” in de groep. Dat onze overheid een land als veilig beschouwt, betekent niet dat het voor hen persoonlijk ook werkelijk veilig is. Of misschien zien ze er geen kansen en geen toekomst. Omdat de regels voor arbeidsmigratie zo streng zijn kunnen zij hier niet op een legale manier aan het werk.”
In hoeverre past dit werk in het concept van Tikkoen Olam?
“Een belangrijk onderdeel van mijn werk is bij de vrouwen het vertrouwen in de wereld te herstellen. Ze zijn erg kwetsbaar, hebben te maken (gehad) met geweld, isolatie, zijn dakloos geweest en voelen zich door de omgeving niet meer behandeld als volledig mens. Door ze met respect te behandelen, te luisteren en een relatie op te bouwen kunnen ze langzaam ontspannen en zichzelf weer zijn. Zo was er een vrouw in de groep die niet uit de kast durfde komen. Door onze gesprekken voelde ze de ruimte om samen naar een queer-supportgroep te gaan en geleidelijk zichzelf te accepteren. De vrouwen leren dat ze het zelf kunnen doen, maar dat ze ook hulp kunnen krijgen.
In Amsterdam is een groot netwerk van allerlei organisaties en mensen die de vrouwen kunnen helpen. Er zijn groepen die helpen met taallessen, activiteiten, sport, psychologische hulp, eten, opvang, juridische hulp, community. Ook is er een app, Amsterdam City Rights, waar mensen zelf dit kunnen opzoeken. Wij komen maandelijks bij elkaar om de verschillende cases te bespreken en te kijken waar we elkaar kunnen helpen. Het geeft mij heel veel moed dat ondanks de huidige politieke situatie er nog zoveel mogelijk is. Al deze mensen zetten zich in op hun manier om de wereld een stukje mooier te maken, dat is voor mij Tikkoen Olam. De wereld verbeteren kan heel klein beginnen: iemand weer laten voelen dat ze meetelt.”
Je hebt het over de huidige politieke situatie. De politiek discussieert over het strafbaar stellen van illegaliteit, terwijl hulpverlening uiteindelijk niet strafbaar zou worden. Wat betekenen deze wetswijzigingen concreet voor jullie dagelijkse werk in het opvanghuis?
“Ik blijf mijn werk gewoon doen maar er zijn wel zorgen, vooral voor mensen die niet in een opvang zitten met de begeleiding en bescherming die daarbij hoort. De gemeente Amsterdam heeft gelukkig uitgesproken dat zij, ook na de verkiezingen, ongedocumenteerden zullen beschermen. Officieel moeten zijn natuurlijk de wetten uitvoeren, maar de prioriteit ligt elders. Het risico blijft echter dat sommige politieagenten wel handhaven. Dit zien wij nu ook. Mensen die worden gecontroleerd en daarna toch in detentie komen of het land moeten verlaten, omdat ze ongedocumenteerd zijn. Wij zorgen er wel voor dat de wijkagent met de vrouwen praat zodat zij in ieder geval weten wat hun rechten zijn. Daarnaast proberen we de vrouwen te waarschuwen extra op te passen geen regels te overtreden; bijvoorbeeld nooit te fietsen zonder fietslicht, oversteken bij rood. Zaken die iedereen wel eens doet maar voor hen kunnen betekenen dat ze opgepakt worden.
Wat zou je nog willen meegeven aan de lezers?
“Je kunt op veel verschillende manieren helpen. Kijk bijvoorbeeld welke organisaties in de buurt betrokken zijn bij het vrijwilligersnetwerk en meld je aan. Alle hulp is welkom, of het nou gaat om het doneren van spullen, taalbuddy zijn of diensten zoals fysiotherapie aanbieden.
Als je geen tijd hebt voor vrijwilligerswerk helpt het ook al als je je probeert bewust te zijn van de mensen om je heen. Zorg dat de ongedocumenteerden zich niet onzichtbaar voelen. Behandel elkaar als mens, vraag hoe het gaat, lach vriendelijk. Dat soort kleine gebaren kunnen al heel erg helpen.
Zoals ik al zei: wij zijn allemaal gelukszoekers! Niet alleen migranten maar iedereen zoekt een plek waar je veilig bent en met waardigheid kunt leven. Misschien begint het herstellen van de wereld wel precies daar; in het besef dat wij allemaal op elkaar lijken.”

Ik zie mezelf eigenlijk als een geluksvinder. Niet iemand die eindeloos moest zoeken, maar iemand die het geluk onderweg gewoon tegenkwam. Mijn ouders gaven me de ruimte om vrij op te groeien en mijn eigen weg te vinden. Meer dan veertig jaar geleden verhuisden we vanuit Marokko naar Nederland. We kwamen terecht in een dorpje vlak bij Gouda, waar mijn vader werkte.
Ik groeide op tussen Nederlandse kinderen en ging naar een christelijke school. Als ik daaraan terugdenk, komen er alleen maar warme herinneringen boven. Thuis gold één duidelijke regel: we spraken Nederlands met elkaar. Dat heeft me gevormd en uiteindelijk ook geholpen. Na een goede opleiding vond ik een baan waarin ik helemaal mezelf kan zijn. Ik werk als docent op een middelbare school, en eerlijk gezegd: ik kan me geen mooier beroep voorstellen.
Ik ben getrouwd en heb drie volwassen kinderen, die ieder op hun eigen manier hun weg vinden in Nederland — vrij, nieuwsgierig en vol levenslust. Dat vervult me met trots.
Op school zie ik echter ook een andere kant. Kinderen die hier geboren zijn, maar toch moeite hebben met de taal. Jongeren die zich terugtrekken in hun eigen etnische groepje en weinig contact zoeken met anderen. Dat vind ik oprecht jammer, want ik weet uit eigen ervaring hoe waardevol het is om open te staan voor de wereld om je heen.
Gelukkig zie ik ook het tegenovergestelde: leerlingen die bruggen bouwen, nieuwsgierig zijn, zich mengen, groeien. En dat geeft me hoop.