Jaarlijks kijkt Aafke Romeijn op tv gefascineerd ‘van voor naar achter’ naar de EO-jongerendag. “Vanwege de beleving van het collectieve die heerst in een deel van de samenleving, die ik persoonlijk niet ken. Ook vanwege de muziek. Die aapt eigenlijk alles na wat succes heeft in de seculiere muziekwereld en gooit dat schaamteloos door een blender heen, waardoor er een soort eenheidsworst uit komt rollen.

Die wordt vervolgens dik met religieuze beleving besmeerd. Tekstueel hangt er een aura omheen van: wij zijn beter dan de rest, want wij geloven in God. In die groepen heerst een vals idee van nederigheid. Enerzijds zeggen ze: wij zijn maar mensen, maar anderzijds is het wel de bedoeling dat de artiest naleeft wat hij of zij zingt. Zeker de Amerikaanse sterren; als ze ‘ontmaskerd’ worden omdat ze naar de hoeren zijn gegaan of coke gebruiken, dan vallen ze van hun voetstuk. Een gek soort hypocrisie. Want je zingt dat je als mens niet perfect bent, dat je feilbaar bent en daarom in God gelooft en hem vergiffenis vraagt, maar tegelijkertijd mag je eigenlijk niet falen. Als christen mag je falen tot het moment dat je een voorbeeldfunctie hebt. Dan gelden er opeens andere regels. Maar wat voor voorbeeld krijg je als dat voorbeeld al niet meer menselijk kan zijn? Ik ben juist benieuwd welke zonden Andries Knevel begaat in het weekend.

Als kind vond ik EO-kinderprogramma’s altijd een beetje eng. Omdat ze zo ver weg stonden van hoe ik werd opgevoed. Als volwassene heb ik veel meer deemoed gekregen voor mensen die echt gelovig zijn en hun geloof oprecht proberen te praktiseren. Ze hebben een saamhorigheid en rotsvast vertrouwen in iets. Meestal hebben ze dit als kind al meegekregen, op volwassen leeftijd kun je dat bijna niet meer inhalen. Als ik ooit bij een kerk zou gaan, is dat niet vanwege een rotsvast geloof in een God, maar puur omdat ik heel erg geloof in een alternatieve vorm van gemeenschapszin.”

“Rekening met elkaar houden is een van de specialiteiten van religie”

Voorziet het christendom daarin?

“Lastig te zeggen. Ik heb vanuit twee tradities totaal verschillende religieuze beleving meegemaakt. Ik kom uit een heel katholiek dorp en ben zelf niet katholiek opgevoed, maar mijn moeder is wel katholiek. Mijn vader komt uit een doopsgezinde familie. De doopsgezinden gaan aan hun eigen succes ten onder. Je mag bij hen pas gedoopt worden als je achttien bent, dan doe je een belijdenis. Hierbij schrijf je eigenlijk een brief aan God waarom jij denkt dat Hij bestaat en dat je je bij de kerk wil aansluiten. Samen met de baptisten en de lutheranen geloven ze in een intellectuele benadering van de Bijbel. Je moet overal over kunnen discussiëren. Ze vechten elkaar dus van oudsher de tent uit en er blijven er steeds minder over. Mijn vaders familie is ook heel links. Mijn opa en oma geloofden eveneens heilig in het communisme, totdat Stalin niet zo aardig bleek te zijn. Ze hebben altijd geloofd in een zorgende kerk die bijdraagt aan een betere gemeenschap.

Mijn ouders zijn allebei muzikant en speelden ook veel bij diensten en missen. Zo kwam ik veel in de kerk. Mijn zusje verveelde zich daar altijd heel erg, maar ik werd er vooral rustig van. Alsof ik een uur gemediteerd had. Voor mij had het in de kerk zijn geen nut, geen bedoeling, maar het gaf wel het gevoel er gewoon te kunnen zijn. Dat kende ik verder nergens van. Je was altijd met iets bezig of ergens naar op weg, behalve in de kerk. Dat vond ik heel bijzonder.

Ik heb niet mijn eerste communie gedaan, ben niet gedoopt. Nou, door toedoen van mijn oma heb ik van de pastoor een nooddoop gekregen. Zij kon niet verkroppen dat ik niet gedoopt was. Achter de rug om van mijn ouders regelde oma dat. Zij waren daar heel boos over, maar ik vind het alleen maar schattig. Als ik bij mijn oma logeerde, leerde ze me altijd stiekem hoe ik weesgegroetjes moest bidden en de rozenkrans, omdat ze hoopte…”

Geloofde je als kind wel in God?

“Nee, ik heb het heel erg geprobeerd als kind, maar het lukte me niet. Toen ik heel jong was, speelde ik veel met knuffels, waarvan ik deed alsof het levende wezens waren, terwijl ik wist dat ze dat niet waren. Allebei waar, besloot ik. Zo zag ik het als puber ook. Oké, God bestaat niet, maar voor gelovigen is de gedachte dat Hij wel bestaat zo waar en zo waardevol, dat heeft ook iets onomstotelijks.

Ik heb die paradox altijd geaccepteerd, ben ook nooit een mega-atheïst geworden, zoals bijvoorbeeld Arjan Lubach. Die vindt dat iedereen atheïst moet worden. Tegelijkertijd ben ik wel enorm woedend geworden over de verschrikkelijke dingen die gedaan zijn uit naam van de kerk. Juist omdat ik als kind in de kerk voelde dat religie een waardevolle functie had: om bij elkaar te komen en er te zijn, gewoon er te zijn en om samen rituelen bij te wonen.

Gevoelsmatig vond ik: dit heeft nut voor ons bestaan als mens en gemeenschap. Dan is het extra kwalijk dat zoiets wordt aangewend om oorlogen te voeren. Maar ik behoor niet tot de mensen die beweren dat er zonder religie minder oorlog zou zijn geweest. Oorlog voeren zit volgens mij zo in de natuur van de mens gebakken, dat het afschaffen van religie daar weinig verandering in zou brengen. Ik geloof nog steeds dat religie in wezen een goed idee is. Het wil goed doen, alleen faalt het daar de hele tijd in.”

Aafke-Romeijn-smal
Aafke Romeijn Beeld door: Volzin

Las je de Bijbel?

“Ik heb ‘m drie keer in z’n geheel gelezen. Eén keer als kind, ik besefte dat een kennisachterstand had. Een keer als puber en nog een keer tijdens m’n studie. Zeker als kind snap je er de helft niet van. Het was ook puur hoogmoed. Ik dacht: wat weet ik van literatuur als ik het belangrijkste boek ter wereld niet gelezen heb? Onzin natuurlijk. Als puber wilde ik alles over religie weten. Typisch puberaal. Je zoekt iets om bij te horen, een groep waar je je mee kan identificeren. Ik verdiepte me ook in het jodendom. Dat was heel lastig, want daar kun je niet bij gaan horen. Ik wilde ook heel graag hindoe worden. Dat leek me ook interessant, omdat ik heel erg bezig was met yoga en India. In het eerste jaar van mijn studie heb ik overwogen om alsnog doopsgezind te worden. Maar ik kwam steeds met m’n geweten in de knoei.

“Ik dwing mijzelf om de mensheid als een gemeenschap te zien”

Dan ben ik een bedrieger, dacht ik. Want ik geloof wel in de kerk, maar als puntje bij paaltje komt, geloof ik niet dat God bestaat, dat de Bijbel waar gebeurd is en door Hem geschreven is. Ik houd wel van het theatrale van de rooms-katholieke kerk, van hun rituelen. Dat is heel erg onrationeel. Maar ik houd ook erg van de Veteranendag. Ik ben altijd weer ontroerd als ik dat zie. Echt idioot, want ik ben totaal antimilitaristisch opgevoed. Ik vind het iets heel krachtigs en moois hebben wanneer mensen allemaal hetzelfde uniform aanhebben, dezelfde waarden aanhangen, dezelfde bewegingen maken en hun hele leven eigenlijk in dienst stellen van iets groters.

Waarschijnlijk is dat omdat ik het zelf niet zou kunnen. Daarvoor is mijn autoriteitsprobleem te groot. Waarschijnlijk ben ik er daarom ook zo gevoelig voor. Wat ik het meest herken in de kerk is dat je als mens een manier probeert te verzinnen waarop je jezelf kunt disciplineren. De meeste mensen hebben baat bij een bepaalde mate van zelfdiscipline en de kerk biedt die. De protestantse kerk gaat daarin vaak veel te ver, de katholieke kerk heeft er een veel pragmatischer manier voor verzonnen, waaraan ook best nadelen kleven.”

Paspoort Aafke Romeijn

Aafke Romeijn (Overasselt, 1986) is muzikant, schrijver en journalist.

Studeerde compositie aan het Koninklijk Conservatorium (Den Haag) en Nederlandse taal- en letterkunde aan de Universiteit Utrecht.

Bracht in 2012 haar solo debuutalbum uit, getiteld Stella Must Die!

Produceert in de jaren die volgen een aantal succesvolle Nederlandstalige albums en EP’s. Ze werkt onder anderen samen met grafisch kunstenaar Harmen Liemburg en rapper Sef. Haar muziek kenmerkt zich, naar eigen zeggen, door ‘dikke beats, messcherpe teksten en analoge synthesizers’.

Brengt in maart 2017, net voor de Tweede Kamerverkiezing, een nieuwe EP uit: Versplintering Op Rechts. Die gaat volledig over politiek.

In april 2018 verscheen haar debuutroman Concept M (De Arbeiderspers, 256 blz., € 19,99), over de grenzen van de solidariteit.

Schrijft opiniestukken voor de Volkskrant en columns voor Vrij Nederland. . Heeft bijna 14.000 volgers op Twitter en blogt over politiek, feminisme en haar kat Henk.

Jij staat bekend als een vrijdenker.

“Vrijheid is óók heel eng. Ik was als kind altijd bang dat ik ergens verslaafd aan zou raken. Mijn moeder groeide op in Noord-Limburg in een tijd dat er heel veel mensen verslaafd waren aan heroïne. Ze heeft op vrij jonge leeftijd een aantal vrienden verloren, dat vertelde ze weleens. Mijn vader heeft vrienden verloren aan aids. Er waren grote enge dingen, waarvan ik dacht: dat kan mij ook overkomen. Van heel jonge leeftijd af zeiden mijn ouders: je moet altijd seks hebben met condooms en ja, dat is echt niet altijd leuk, irritant zelfs, maar je moet dat wel echt doen. Hetzelfde met drugs, dat kan allemaal wel heel leuk zijn, maar je moet ze niet of met mate gebruiken.

Ik dacht: als ik volwassen ben moet ik een manier vinden om mezelf in toom te houden. Het leek mij moeilijk en eenzaam om dat alleen te moeten doen. Als puber leek het me rustgevend als iemand anders je oplegde tot waar je kon gaan en niet verder. Tegelijkertijd dacht ik: wie bepaalt nou wat de goede regels zijn? Dat wil je gewoon zelf doen. Die twee gedachten vloekten met elkaar. Geloof zag ik als een schutting waar je tegenaan kunt leunen, zodat je niet in de volgende tuin flikkert.”

Heeft het ook zo gewerkt?

“Ik ben vrij gedisciplineerd van mezelf. Ik zie zelfdiscipline nu heel erg als een vorm van vrijheid. Ik wil gewoon al mijn energie steken in mijn werk en in het verzinnen van nieuwe ideeën. Dat gaat het best als ik zo goed mogelijk slaap en eet en sport en geen drugs gebruik en niet te veel drink. Gelukkig lukt dat.”

Lijdt Nederland aan een spiritueel failliet?

“Het is heel Nederlands om te denken dat Nederland zo weinig religie heeft. Natuurlijk gaan er minder mensen actief naar de kerk, maar Nederland is nog steeds doordrongen van religie. Het zit in onze haarvaten. Mensen hebben moeite met de komst van de islam, die reflex is helemaal niet zo gek. Dat gebeurde ook toen het protestantisme opkwam. En daarna was het andersom en mochten de katholieken niet bestaan en kregen we 1.000 schuilkerken. We hebben natuurlijk een enorme lange geschiedenis waarin mensen vertellen over hoe zich losmaakten van de kerk. De halve Nederlandse literatuur is erop gebaseerd, een heleboel artiesten zingt erover. Nu functioneren we met z’n allen onder het neoliberalisme. Dat drijft op het idee van vrijheid. Die moeten we verdedigen.

“Ik behoor niet tot de mensen die beweren dat er zonder religie minder oorlog zou zijn geweest.”

Terwijl vrijheid natuurlijk een heel relatief begrip is, want de vrijheid van de een gaat altijd ten koste van de vrijheid van de ander. Neem Twitter. Fantastisch, zeggen sommigen, er wordt niet gecensureerd, iedereen mag zeggen wat ie wil. Tegelijkertijd klaagt iedereen steen en been: mijn god, iedereen is hier racistisch en seksistisch en we moeten grenzen gaan stellen, we hebben omgangsvormen nodig. Dat betekent rekening met elkaar houden en jezelf ergens in beperken. Een van de specialiteiten van religie.”

Je roman Concept M gaat over de grenzen van solidariteit. Waar liggen die?

“Dat weet ik oprecht niet, maar een hek zetten om een stuk land, waar je toevallig geboren bent, zonder dat je daar zelf iets voor gedaan, vind ik gekker en irrationeler dan mensen binnen laten en daarmee de kans lopen dat het voor iedereen minder wordt. Ik dwing mijzelf, en inmiddels ben ik daar vrij goed in geworden, om de mensheid als een gemeenschap te zien. Wanneer ik een kind in Afrika zie huilen op tv, dan voelt dat echt alsof het mijn eigen kind is, namelijk: ondraaglijk. Maar dat komt omdat ik mijzelf er moedwillig in getraind heb om te bedenken dat wij als mensheid zo goed zijn als dat wij onze armste wereldburger behandelen.”

Dit artikel is geschreven door Tom Engelshoven.

Voordat u verder leest

U kunt deze melding wegklikken. Maar goede artikelen schrijven en aansprekende diensten aanbieden kost geld. Steun daarom onze missie en word al vanaf € 4 per maand Vriend/in van Nieuw Wij.

Ik lees eerst het artikel verder.
volzin-logo

Volzin

magazine voor religie en samenleving

Volzin is een magazine voor mensen die vanuit een open en nieuwsgierige houding op zoek zijn naar de betekenis van de christelijke …
Profiel-pagina
Al één reactie — praat mee.