Hanneke ontvangt mij in haar huis in Den Haag. Ze is nog herstellende van een longontsteking. Waar anderen rustiger aan zouden doen, is zij nog steeds zeer actief. Vol enthousiasme begint ze aan het gesprek.
Hoe lukt het om nog zo actief te blijven? Zeker in deze lastige tijd?
“Er is een ding dat mij overeind houdt, dat is de leus: Je mag de hoop nooit opgeven! Dat is soms makkelijker in andere tijden. Mijn uitgangspunt is dat ik altijd bereid ben te praten, met wie dan ook, over welk onderwerp dan ook. Máár de vraag naar de ander is wel: ben je bereid echt te luisteren? En dan met name naar elkaars pijn.”
Wat heeft je gemotiveerd om hiermee bezig te zijn?
“Ik heb als kind ondergedoken gezeten. Mijn vader is vermoord. Ik heb in de oorlog traumatische ervaringen gehad. Na de oorlog zijn er allerlei stichtingen geweest voor kinderen zoals ik. Ik heb altijd geweigerd daar deel van uit te maken. Ik heb geen behoefte aan een psychiater. Mijn moeder zei altijd: ‘de oorlog ligt achter ons, wij hebben het overleefd, ook wij hebben de taak om Nederland weer op te bouwen. Dat betekent voor jou: je huiswerk maken en je toelatingsexamen naar het lyceum halen.’
Je moet het zelf doen! Mijn antwoord op de vraag waarom heb ik het overleefd is: doe wat met dat geschenk. Je hebt de mogelijkheden dus ook de verantwoordelijkheid om er iets mee te doen! Ik heb mensen die mij aanschrijven dat ik iets voor hun betekend heb, wat wil je nog meer? Dat ik echt naar mensen luister. Dat geeft mensen moed.
Het zorgt er ook voor dat je makkelijker contact kan leggen met anderen. Ik vertel in klassen over mijn oorlogsverleden. Bijvoorbeeld het verhaal van hoe ik als achtjarig kind heb moeten schuilen tijdens de bevrijding van Veghel met een paar andere kinderen en een Amerikaanse soldaat. Een mof stond bovenaan de trap met een handgranaat, een beslissing van hem om die naar beneden te gooien had ervoor gezorgd dat ik er niet meer was. Ik zie hem daar nog staan met die granaat, ik huilend beneden, dat vergeet je nooit meer.
Een tijdje terug had ik een gastles in de bibliotheek. Ik werd gewaarschuwd voor een jongen die nooit iets zei, een vluchteling uit Syrië. Hij kon er niet over praten, vertelde de leraren mij vooraf. Toen ik mijn verhaal vertelde over mijn angst voor laagvliegende vliegtuigen begon hij te huilen. Ik onderbrak mijn verhaal om apart met hem te praten. Hij vond het zo fijn om met iemand te praten die snapte wat hij ervaren had en nog steeds voelde. Ik zei toen tegen hem: ‘Je raakt het je leven niet kwijt. Je hersenen weten dat je nu in vrede leeft maar de haren in je nek weten dat niet. Die gaan nog altijd rechtop staan. Weet dat je nu in een land leeft waar vrede is en dat betekent dat jij de opdracht hebt om die vredesboodschap over te brengen.’ De jongen gaf mij met tranen in de ogen een hand en zei ‘mevrouw, dat beloof ik u’ . De leraren waren verbijsterd dat de jongen met iemand contact maakte. Dit is een van de redenen waarom ik dat doe.
Ik probeer mensen duidelijk te maken wat oorlog is en hoe wij moeten zorgen dat dat nooit meer kan gebeuren. Dit geeft aan hoeveel nut dit soort gesprekken hebben.”
Hoe heeft dit je gemotiveerd in je huidige projecten?
“Ik ben nu betrokken bij een tentoonstelling van de Anna Lindh Foundation over dit onderwerp. Wel merk ik dat mensen dat vaak heel lastig vinden. Ook aan de Joods-Israëlische kant is er veel pijn. Als er daar niet ook naar geluisterd wordt, naast de pijn van de Palestijnen, kom je niet verder. Je hoeft elkaar niet te overtuigen van elkaars pijn maar luister er wel naar. Zo ontdek je waar je beide vandaan komt. Veel mensen praten alleen maar luisteren niet. Dialoog heeft alleen zin als je zelf ook bedenkt hoe je je gedraagt. Luister jij goed?
Als je demonstreert is er vaak veel aandacht voor hoeveel mensen komen, maar wat heeft het de vrede gebracht? Ik doe het niet meer. Ik ga echt de gesprekken aan, één op één, ook op hoog politiek niveau.
Ik ben voor het oprichten van een Palestijnse naast een Israëlische staat. De noodzaak van beide volkeren om een eigen stukje land te hebben is een basis van de oplossing. Ik zie het belang van de Palestijnen om hun eigen land te hebben, maar luister ook naar de Joden. Na tweeduizend jaar een getolereerde minderheid te zijn geweest, zowel in de westerse als Arabische wereld, mits je bereid was de specifieke belasting te betalen, hebben de joden recht op dat hele kleine stukje land. Het tweestatenplan is nu drie keer mislukt, gaan we het nog een keer proberen? Ik werk daar nu aan.
Ik ben al sinds 1985 bezig met dit thema. Als eerste vrouw kreeg ik toen toegang als lid van de Commissie Buitenlandse Zaken van de Eerste Kamer. Tot die tijd was het niet toegestaan. Vrouwen mochten zich bezighouden met sociale zaken, huisvesting en gezondheidszorg. Buitenlandse Zaken was een mannending. Ik heb toen aan Jan Glastra van Loon, onze juridische geleerde, gevraagd om zijn plaatsvervanger te mogen zijn. Omdat hij wist dat ik bezig was met het thema Midden-Oosten vond hij dat goed.”
Welke rol speelt het geloof voor jou hierin?
“Het jodendom heeft altijd wel een rol gespeeld in mijn werk. Ik ben weinig in de synagoge te vinden maar leef wel bewust. Soms liep je daarmee tegen dingen aan. De vrouwenbeweging overlegde bijvoorbeeld altijd op zaterdag. Vergaderen op zaterdag was dat wel toegestaan? Volgens mijn progressieve uitleg valt dat onder Pikoeach Nefesj, het redden van een leven. Door te werken kon ik deals sluiten met andere vrouwen. Gelukkig werd dit gesteund door religieuze Torah-geleerden als Bob Levisson. Het gaat er niet om dat je luistert naar de rabbijn die de uitleg geeft maar probeer je eigen interpretatie te geven. Dat was voor mij de start van de vredesvrouwenbeweging.
Daar heb ik kennisgemaakt met vrouwen van allerlei verschillende afkomsten. Soms moesten we daarbij ‘out of the box’ denken. Als dingen niet op de ene manier mogelijk waren, dan maar op de ene manier. Het was jaren geleden niet toestaan om gesprekken te hebben tussen de Israëliërs en de PLO. Toen hebben we, ik, als bestuurslid van NOVIB, een bijeenkomst georganiseerd in het Vredespaleis met als thema de invloed van droogte op de olifanten in Afrika. Omdat dit een neutraal thema was konden zowel Palestijnen als Israëliërs komen. Het was in die tijd Israëlische parlementsleden bij wet verboden met PLO-ers te spreken en zo hebben we alsnog vredesgesprekken gevoerd.
Het is de afgelopen jaren niet makkelijker geworden om actief te zijn in de interreligieuze dialoog. De politiek steunt ons over het algemeen wel in woorden maar niet in daden. De grote initiatieven worden gesteund maar een klein budget voor bijvoorbeeld de locaties en koffie voor een van de vele projecten die op locaties door heel Nederland gebeuren is er amper. Ook in de journalistiek is er amper aandacht. Hierdoor lijkt het alsof er niks gebeurt terwijl er zoveel is. Goed nieuws van mooie bijeenkomsten is ook nieuws. We hebben steun nodig voor dat werkelijk andere geluid!”
Wat zouden mensen zelf kunnen doen om de wereld een stukje mooier te maken?
“Probeer echt te luisteren naar het verhaal van de anderen. Vooral mannen vinden het soms lastig om te luisteren, ze denken vooral in hun eigen bedachte oplossingen. Soms is het goed om alleen te luisteren. Je mag wel vragen maar ga het niet invullen voor een ander of je eigen verhaal erop projecteren.”
Hoe zou je willen dat mensen over twintig jaar zich jou herinneren?
“Dat ik probeerde uit te leggen wat oorlog met jou doet. Ik ben niet alleen bezig met de vraag ‘waarom heb ik de oorlog overleefd’ maar zet die om in de vraag ‘wat doe ik met dit geschenk?’. Dat is echt mijn levensvisie. Blijf niet hangen in je eigen pijn maar luister naar de pijn van de ander. Dat is een van de antwoorden op de vraag ‘Wat doe ik met dat geschenk?’ De wereld verbeteren begint bij luisteren naar de ander.”
Hanneke Marion Gelderblom-Lankhout (Den Haag, 11 februari 1936) is geboren in een Joods gezin in Den Haag. Haar vader had een drukkerij. Tijdens de Tweede Wereldoorlog in 1942 wordt ze zonder haar ouders en broertje ondergebracht op in totaal twaalf adressen. Haar vader werd bij zijn vlucht naar Frankrijk in 1942 opgepakt en naar concentratiekamp Auschwitz afgevoerd. Onderweg werd hij doodgeschoten. In het voorjaar van 1944 kwam Gelderblom op een adres in Eerde terecht, midden in het gebied van de latere Operatie Market Garden. Bij de bevrijding van zuid-Nederland werd ze herenigd met haar moeder.
Ze werkte bij het architectenbureau ‘Van Wijk Gelderblom Partners’ in Den Haag (later architectenatelier Hans Gelderblom). In 1965 trouwde ze met Hans Gelderblom.
Gelderblom-Lankhout was politiek actief en was gemeenteraadslid in Den Haag. In 1986 werd ze verkozen tot lid van de Eerste Kamer (1986-1999). Daar hield zij zich bezig met volkshuisvesting, ontwikkelingssamenwerking, sociale zaken en buitenlandse zaken. Ze was ook enkele keren waarnemer bij verkiezingen in voormalig Joegoslavië.
Sinds 2015 is zij een vaste columnist van Jonet.nl. Daar schrijft ze over actuele ontwikkelingen en haar Joodse wereldbeeld. Geregeld schrijft ze ook opiniestukken in dagbladen.
In 2019 kwam het kinderboek Hannekelief uit van de auteur André van der Linden. Daarin staat het onderduikverhaal van Gelderblom centraal. Bij het boek hoort de website Hannekelief.nl die vertelt over haar oorlogsverleden en verdere leven.
