Sommigen combineren elementen uit verschillende religieuze tradities met elkaar, anderen bekeren zich naar een bepaalde godsdienst zonder zich daar helemaal mee te identificeren. Vaak kunnen ze naar elke soort viering gaan, islamitisch, christelijk, boeddhistisch of gewoon naar de natuur. Je kunt een druïde worden of komend vanuit het atheïsme christen worden.

De kennis van de religieuze traditie van waaruit men elementen vergaart of waartoe men zich bekeert is dikwijls tamelijk beperkt. De eucharistie wordt soms gezien als een vorm van magie. Dat de idee van reïncarnatie als iets positiefs een tamelijk modern – negentiende-eeuwse – geloof is, speelt geen rol; dat hoeft hier ook niet. Er zijn vele interessante teksten in dit boek die prikkelen tot verder denken.

Wat mij onder meer heeft getroffen in het boek is dat mensen zoeken naar een levensbeschouwing en/of religie die bij hen past. Dat houdt me op dit moment bezig. Een godsdienst die bij je past.

Past een religie altijd bij je? Moet je dan een andere religie volgen of scheppen? Een religie die bij je past kan betekenen een verrijking van jezelf met achterlating van elementen die je niet kunt of wil accepteren. Maar je kunt in contact komen met een religie die helemaal niet bij jou lijkt te passen. Religie doet zich soms voor als een overval. En toch kun je tot het besef komen dat je alleen maar recht doet aan de wereld, aan anderen en aan jezelf door te doen wat van je gevraagd wordt.

Een voorbeeld is de roeping van de profeet Jermias die tot God zegt: ‘U hebt mij verleid, ik ben bezweken, u was te sterk voor mij. Telkens als ik het woord neem, moet ik schreeuwen en “geweld en onderdrukking” roepen. Het woord van de Heer brengt iedere dag schande en vernedering. Soms denk ik: Ik wil er niets meer van weten, ik spreek niet meer in zijn Naam. Maar dan laait er een vuur op in mijn hart, het brandt in mijn gebeente. Ik doe alle moeite om het in bedwang te houden maar het lukt mij niet’ (Jer. 20).

Abraham wordt weggeroepen uit zijn land, stam en ouderlijk huis (Gen 12). Elisa moet zijn ossen opgeven en krijgt zelfs geen tijd afscheid te nemen van zijn vader en moeder (1Kon 19, 19-21).

In het Nieuwe Testament worden mensen weggeroepen van hun boten en netten om leerling en volgeling te worden van Jezus van Nazaret. Matteüs moet zijn tolhuis opgeven om Jezus te volgen. Jezus zelf voorziet dat hij gedood zal worden wat hem angstig maakt (Mt 26, 36-39).

Ik krijg niet de indruk dat het volgen van hun roeping hen gelukkig heeft gemaakt, althans niet gelukkig in een oppervlakkige betekenis van succes, erkenning, materiële voorspoed. Paste hun geloof bij hen? In eerste instantie zeker niet. Ze moeten hun roeping wel aanvaarden want het brandt hen van binnen.

Dit soort vurigheid heb ik niet in het boek gevonden. Maar misschien heb ik dingen gemist. Veeleer gaan mensen hun eigen weg. Ik wil hun existentiële vragen ernstig nemen en veronderstel dat het hen om meer gaat dan om een goed gevoel te hebben. Maar mijn vraag blijft: moet godsdienst bij mij passen?

Bovenstaande tet verscheen eerder op zijn website Meerdanikzelf.nl.

girl-512

André Lascaris

Dominicaan

Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.