Vaak verlaagt de discussie zich tot het meest platte niveau van de strijd om de macht. Dat hoort er wel bij want elke partij wil een stempel te zetten op het beleid. Maar die strijd – en ook de spelletjes die gespeeld worden om te winnen – leidt vaak een eigen leven.

In het debat over Europa wordt dan geschermd met veto’s, rode kaarten, souvereiniteit en meer van dat moois. Dat is wat mij betreft te plat. Het gaat niet om de machtsstrijd tussen partijen, tussen landen, of tussen Nederland en EU. Het gaat om de vraag welke problemen je het best op welk niveau kunt aanpakken. Soms is dat lokaal in Gorredijk, soms nationaal in Den Haag, soms Europees in Brussel en soms wereldwijd in bijvoorbeeld de VN. En op het niveau waar de problemen spelen, moet ook de uitvoeringsmacht en de controle liggen. Dat is het zakelijke debat waaraan we niet toekomen als we ons blindstaren op de machtsvraag.

Soms komen we wel iets verder dan de machtsstrijd maar blijven we alsnog steken in de vraag naar de belangen. Meestal zijn dat economische belangen, maar soms gaat het ook over veiligheid of het buiten de deur houden van vluchtelingen.

Die belangenstrijd leidt tot de vraag of we nu profiteren van de EU of juist niet. Of Noord-Europa Zuid-Europa wel of niet moet helpen. Of we vrijhandelsakkoorden moeten sluiten met Amerika en Japan. Maar ook deze vragen zijn te plat. Ze negeren moedwillig de buitenstaanders die de prijs betalen. De werkloze jongeren in Spanje bijvoorbeeld. De vluchtelingen die sterven aan de poort van Fort Europa. Of de Derde Wereldlanden die het nakijken hebben bij onze handelsakkoorden. Uiteindelijk is ook de belangenstrijd een strijd om de macht waarbij de sterksten het lot bepalen van de zwaksten.

Wat ik mis in het politieke gekrakeel en in de verkiezingshitte is de vraag waar het ons nu ten diepste om gaat. Niet de macht of het belang maar de waarden van Europa. Daar mogen we verschillend over denken, maar daar zal dan ook het gesprek over moeten gaan.

In eerste instantie ging de Europese samenwerking om het bewaren en bewaken van de vrede. Door landen economisch met elkaar te verbinden ontstond een vrede die we nu zo gewoon vinden dat we verbaasd reageren op spanning rond Oekraïne. Anno 2014 is de vraag hoe Europa als vredesproject invloed kan hebben op de rest van de wereld als we niet meer in gezamenlijkheid optrekken.

Een tweede waarde waarover het moet gaan, is gerechtigheid. Die staat onder druk van de geweldige verschillen in leefomstandigheden wereldwijd, de vrijwel oncontroleerbare macht van multinationals en de kwetsbare positie van mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. De discussies over de bankencrisis of over de arbeidsmarkt zouden dan ook moeten gaan over de vraag hoe we een nieuw en sociaal Europa kunnen opbouwen dat dan ook rechtvaardige verhoudingen nastreeft in de hele wereld.

Een derde waarde in het Europese debat is de bescherming van de aarde. In de afgelopen jaren heeft de Europese Unie vaker het voortouw genomen in milieubeschermende maatregelen dan bijvoorbeeld de Nederlandse overheid. En als het gaat om bijvoorbeeld energie, klimaat en vervuiling, dan zijn de opgaven zo groot dat we alleen op Europese schaal verder komen.

Vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping. Dat zag de Wereldraad van Kerken in de jaren tachtig als de grote uitdagingen van deze wereld en als de maatschappelijke verantwoordelijkheid die ook christenen dragen.

Bij de Europese verkiezingen van 2014 zou het over precies die waarden moeten gaan. Maar als we niet uitkijken, gaat het in de debatten over de verkeerde verkiezingen: die van de macht en de belangen.

Bovenstaande tekst werd eerder geplaatst op de weblog van Ruard Ganzevoort.

girl-512

Ruard Ganzevoort

Hoogleraar

Hoogleraar Praktische Theologie aan de VU in Amsterdam
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.