Kierkegaard houdt zich diepgaand met de filosofie van zijn eigen tijd bezig. Hij vindt deze filosofische teksten meestal te theoretisch, niet dichtbij, niet relevant genoeg voor het leven van gewone mensen. Hij confronteert ze met aloude menselijke vragen. Vragen die volgens hem al aan de orde komen bij de oude Grieken. Socrates is zijn favoriete filosoof: de wijsgeer van het eerlijke doorvragen, die zich niet met een kluitje in het riet laat sturen.

Daarbij is Kierkegaard niet alleen opgevoed in het christendom, hij legt zich erop toe het ook grondig te doordenken. Die twee polen, de filosofie en de theologie, brengt hij met behulp van zijn menselijke, zijn psychologische vragen voortdurend met elkaar in contact. En dat wat hij overdenkt betrekt hij altijd weer op zichzelf, zodat je bij hem niet het gevoel krijgt dat zijn verhaal het werkelijke leven niet beroert. Hij verlangt eerlijkheid, van een ander maar ook van zichzelf.

Hij heeft oog voor de verschillen tussen mensen: er zijn geen twee mensen gelijk. Dat is het esthetische in het bestaan, de enorme veelkleurigheid, die verscheidenheid aan gaven en talenten, aan karakters en gezichten. Maar tegelijk benadrukt Kierkegaard de gelijkheid van alle mensen. Menselijkheid betekent voor hem: mensen-gelijkheid. Ten diepste is ieder mens even belangrijk, even waardevol. Cultuur, achtergrond of religie spelen daarbij geen rol. Achter of binnen het uiterlijke leven bezit ieder mens een innerlijk leven. Daar voelt hij, overdenkt hij, fantaseert hij, daar ‘wil’ hij.

Kierkegaard is actueel

Die menselijke benadering, deze mensvisie maakt Kierkegaard hoogst actueel. Neem die aandacht voor de psychologische kant van ons bestaan. Die blijft vaak buiten schot als filosofie een vooral theoretisch betoog wordt. Wanneer filosoferen vooral draait om beschouwen, grote verbanden leggen of  analyseren, zonder directe verbinding met mezelf en mijn eigen dagelijkse leven.

Een mens blijkt – en dat is van alle tijden – al dan niet bewust met een aantal, soms nogal ongewenste, problemen in zijn of haar eigen leven te maken te hebben of te krijgen. Dingen die we het liefst willen omzeilen.

Kierkegaard loopt niet om die problemen heen. Hij schreef bijvoorbeeld een boek over vertwijfeling: De ziekte tot de dood. Vertwijfeling, wanhoop beschouwt hij als volksziekte nummer één.  Het lijkt misschien een groot woord, vertwijfeling, maar hij laat zien hoe ze in ieder van ons aanwezig is. En hoe ze doorwerkt in allerlei vormen, juist als we menen er zelf vrij van te zijn.

Een ander – ook al niet zo aantrekkelijk, maar wel uiterst actueel – onderwerp waar hij over schrijft is angst. ‘En niemand is niet bang’, schrijft de dichter Hans Andreus. Wat betekent dit, dat geen van ons vrij van angst is? Wat doet de angst in en met een mens? Behalve dit soort persoonlijke vragen van psychologische aard komt dus ook het sociale leven van mensen aan bod bij Kierkegaard.

Kierkegaard is constructief

Bij Kierkegaard gaat het altijd over mij, over mijn eigen leven. En over mijn omgang met anderen. Daarbij wordt hij nooit moralistisch. Met behulp van een portie humor weet hij ook zware onderwerpen licht te maken. Zelf noemt hij dit: het opbouwende, dat wat opbouwt. Veel van zijn ideeën weet hij op een toegankelijke manier onder woorden te brengen in de vorm van opbouwende toespraken.

Een van zijn bijzondere opbouwende werken heeft als titel: Wat de liefde doet. Het is, als het om de liefde gaat, een werkboek. Het handelt niet over wat liefde is, maar over wat liefde doet. In allerlei situaties, onder allerlei omstandigheden is liefhebben een beslissende factor. Kierkegaards uitgangspunt is: ieder mens beschikt over het vermogen om lief te hebben. Ieder moment, iedere dag dat je dat vermogen aanspreekt en je daarop laat aanspreken, betekent een wereld van verschil. Voor jezelf, voor de mensheid.

Zie Kierkegaardvandaag.nl voor meer informatie over de Kierkegaard-projecten van Lineke Buijs en Andries Visser.

Lineke Buijs

theoloog

Profiel-pagina

Andries Visser

wiskundige, filosoof

Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.