“De traditie vertelt dat de orde in de kroeg is begonnen. Daar hebben Dominicus en de waard een hele nacht zitten praten. Het resulteerde in de stichting van de dominicanen, maar het had net zo goed anders kunnen aflopen. Voor hetzelfde geld had de waard Dominicus overtuigd. Timothy Radcliffe, voormalig hoofd van de orde wereldwijd, verwoordt dit als “Durf te lopen langs de grenzen van je gelijk.” Dat gaan we vandaag doen.

Waarde in plaats van nut

Erik Borgman, lekendominicaan en hoogleraar theologie aan de Universiteit van Tilburg, voegt na deze woorden van Sipke Draisma, dagvoorzitter en lekendominicaan, gelijk de daad bij het woord: “Ik zal proberen je naar de grens te drijven. Ik weet niet wie van jullie al de evangelielezing van vandaag gelezen heeft, maar daarin staat dat de mensen om Jezus heen vinden dat wat Jezus doet, helemaal nergens op slaat. Misschien slaat wat wij doen ook nergens op. Maar troost u, dat zeiden ze van Jezus dus ook.”

Het verhaal van Borgman draait om de samenleving die vloeibaar is. In zo’n vloeibare samenleving is het onmogelijk om een orde te scheppen; dat politici dat wel proberen, is een hopeloze zaak. We moeten daarentegen juist leren om met die chaos te leven. En dat kan, stelt Borgman, als we vinden wat ons in die chaos vooruit trekt in het leven. En dat is, aldus Borgman, God.

Dit staat haaks op de hedendaagse opvatting dat de wereld en de samenleving maakbaar is. Het staat ook haaks op de gedachte dat alles nut moet hebben. Om zijn verhaal te ondersteunen, keert Borgman terug naar de metafysica van Aristoteles en van Thomas van Aquino die beweren dat alles een oorzaak heeft. De oorzaak van mijn bestaan, zijn mijn ouders, maar mijn ouders hadden ook weer een oorzaak. Als je dit ver genoeg doordenkt, komen we bij de zogenaamde Eerste Oorzaak. En die Eerste Oorzaak wordt door Thomas God genoemd. God ligt dus aan de basis van deze wereld en daardoor is hij de drager van deze wereld.

Er is echter nog een verschil tussen onze huidige manier van denken en deze klassieke denkwijze. In de teleologie van de antieke Grieken, en overgenomen door Thomas, wordt gedacht dat alles een doel (‘telos’ in het Grieks, vandaar het woord ‘teleologie’) heeft. En dat alles ook de mogelijkheid heeft gekregen om dat doel te bereiken. Voor een eikel betekent dit dat zijn doel is om een mooie eik te worden en dat hij de mogelijkheden in zich heeft om tot deze eik uit te groeien. Voor de mens betekent dit dat we gelukkig kunnen worden en dat we de mogelijkheden hebben om dit geluk te bewerkstelligen. Dit is het antwoord van Aristoteles, maar Thomas legt het meer theologisch uit. In zijn visie moeten mensen naar geluk, felicitas, streven en is de vervolgstap hiervan dat je streeft naar volledige zaligheid, de totale eenwording met God.

Uit deze visie volgt dat God is alles aanwezig is. Tegelijkertijd volgt hieruit dat wij voort kunnen gaan in ons leven, doordat God ons vooruit trekt, of andersom geformuleerd, wij streven naar God. Als we zo naar de wereld kijken, is de wereld niet meer fundamenteel chaotisch, maar zit er een zekere structuur in die chaos.

Voor de kerk, en met name voor religieuzen, ligt in deze wereld de taak om profeten te zijn, om rumoer te veroorzaken door de bestaande structuren te bevragen en zo te ontdekken hoe de wereld echt in elkaar zit. Want als de structuren bevraagd worden, komen we terecht tussen de mensen. Tussen die mensen moeten we op zoek naar waarheid en komen we vanzelf God tegen. Hem komen we tegen in vormen van passie en compassie.

Om dit te kunnen zien, moeten we waarnemen, ‘contempleren’ in dominicaanse termen, en wat we hebben waargenomen, verkondigen. En dit is wat volgens Borgman de dominicaanse missie moet zijn: uitdragen dat God in de wereld en tussen ons in is.

Culturele vervuiling

Na een pauze, waarin mensen onderling nog doorpraten over de lezing van Borgman, is het woord aan Helen Alford. Zij is dominicanes en Professor of Economics and Business Ethics aan het Angelicum, de dominicaanse universiteit in Rome. Zij gaat in op de vraag hoe grote bedrijven, zoals bijvoorbeeld Shell, MacDonalds en Unilever, ethischer kunnen worden in hun communicatie. De laatste jaren is er al veel verbeterd. Bedrijven zijn zich bewust geworden van de milieuvervuiling die ze veroorzaken en proberen daar langzaamaan wat aan te doen. Maar wat nog steeds een taboe is, is wat Alford ‘culturele vervuiling’ noemt: het liegen van deze bedrijven tegen ons. Een recent voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld Volkswagen, die tot voor kort nog beweerde dat ze heel schone dieselmotoren in hun auto’s hadden. Volkswagen is ontmaskerd, maar heel veel bedrijven maken zich aan liegen schuldig. Elke advertentie is er zo ongeveer een voorbeeld van. Op een pak muesli staat dat er veel vezels inzitten en dus dat het gezond is. Maar er wordt op de voorkant niet gezegd hoeveel suiker er precies in zit (en dat is veel).

Alford analyseerde de culturele vervuiling. Het patroon dat steeds terugkeert is dat een bedrijf een goed idee heeft, bijvoorbeeld ‘laten we maatschappelijk verantwoord ondernemen.’ Vervolgens wordt ‘maatschappelijk ondernemen’ een slogan wat het bedrijf gebruikt om klanten te trekken en om zo dus meer omzet te genereren. Maar is het bedrijf wel echt maatschappelijk betrokken? In wezen hebben ze het woord ontdaan van zijn betekenis, het tot een etiket gemaakt en zetten ze dat etiket in als middel om winst te maken.

Hoe kan deze culturele vervuiling gestopt worden? Alford noemt twee initiatieven hiertoe: “The Blue Print” oplossing en “The Quality Movement”. Blue Print is een initiatief dat in Londen is ontstaan. De CEO’s van een aantal grote bedrijven zijn daar in gesprek gegaan met de aartsbisschop om van hem ethiek te leren. Het is een goede eerste stap op weg naar minder culturele vervuiling, maar zal volgens Alford toch falen, omdat het uitgaat van een top-down benadering. Volgens haar kan een bedrijf het beste ethisch correct worden doordat de werknemers willen dat er ethisch wordt gewerkt.

The Quality Movement is daarentegen meer gericht op alle lagen in het bedrijf. Het houdt werknemers en werkgevers voor ogen dat je iets kunt bereiken waar je nu nog niet bij kunt. Het is een methode die hoop geeft. Maar dat ‘iets’ kan van alles zijn. Alford stelt dat dit een mogelijkheid schept om ethiek en economie met elkaar te verbinden. Ikzelf zie het somberder: het kan net zo goed ertoe leiden dat mensen harder gaan werken om zo meer geld te verdienen.

Alford heeft zelf echter ook een oplossing ontwikkeld. Die komt erop neer dat we de woorden weer hun betekenis terug moeten geven. Woorden moeten niet langer alleen instrumenteel gebruikt worden, maar op zichzelf weer betekenisvol worden. En de dominicaanse spiritualiteit kan ons hierbij helpen: laten we op zoek gaan naar de ware betekenis en laten we die ware betekenis vervolgens weerklinken.

Wandelend langs de grens

Na deze twee lezingen wordt het programma luchtiger. Sipke Draaisma interviewt Hanneke van Laarhoven, oncoloog en religiewetenschapper, over de moeilijkheid om woorden te vinden in de spreekkamer als je iemand moet vertellen dat hij/zij kanker heeft en misschien dood zal gaan. Als tweede interviewt hij Ivonne van de Kar die zich inzet tegen mensenhandel en moderne vormen van slavernij. Na haar komt Patrick van Schie het podium op. Hij is directeur van de Teldersstichting, het wetenschappelijk bureau van de VVD. Het is interessant om op deze studiedag over dominicaanse theologie een heel ander geluid te horen. De visie van Patric van Schie staat zowat haaks op wat Erik Borgman eerder op de dag beweerde. En tot slot bevraagt Sipke Draaisma Sanneke Brouwers, aalmoezenier bij de landmacht. Net als Alford komt zij op voor de betekenis van woorden. Een mens is bij haar steeds een mens en niet een target dat geraakt moet worden.

Dominican Sexy?

Tot slot is het woord aan Arjan Broers. Hij is journalist en werkt al sinds 2006 voor de orde. Hij vertelt kort over de campagne die is opgezet rond het jubileumjaar en laat ons het gelijk ervaren. We krijgen bierviltjes (Dominicus begon in de kroeg) met daarop grote vragen die in verrassend weinig woorden geformuleerd zijn: “Welke fout laat je moeilijk los?”, “Waarin ben je afhankelijk van anderen en hoe vind je dat?” en “Wie ben je hier en nu?” We kregen een half uur om in tweetallen hierover in gesprek te gaan. Dat was een uitdaging…

Mijn gesprekspartner en ik raakten op dreef en waren na dat half uur nog lang niet uitgepraat. Na de afsluitende viering hebben we ons gesprek voortgezet, eerst onder het genot van een Zondag, het biertje dat speciaal voor het jubileumjaar is gebrouwen, toen in de auto en het gesprek gaat op een nader te bepalen tijdstip verder…

Tanja van Hummel

Tanja van Hummel

Filosoof en Schrijfcoach

Tanja van Hummel is filosoof en schrijfcoach. Tijdens haar filosofiestudie aan de Radboud Universiteit ontdekte zij een voorliefde voor …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.