We bekeken filmpjes van bekende sociale experimenten over groepsdruk en machtsmisbruik, zoals die van Milgram en Stanford. ‘De Derde Golf’, het razendsnel uit de hand gelopen ‘spel’ waarbij een geschiedenisleraar zijn leerlingen in twee groepen verdeelde, kende ik al uit het jeugdboek ‘De Golf’ van Morton Rhue. De indeling van gedisciplineerde heersers enerzijds en een onderdrukte groep anderzijds choqueerde veel van mijn medestudenten. Maar ik herkende het gemak waarmee mensen zich boven anderen plaatsen als zowat de grootste waarschuwing die ik als kind kreeg.

Mijn Joodse grootmoeder lepelde me geen angst voor Hitler in, maar bovenal een diep besef van de banaliteit van het kwaad. In de geest van Hannah Arendt vroeg ze me waakzaam te zijn voor glijdende schalen, voor talloze mechanismes van wegkijken, legitimering van gruwel en medeplichtigheid. Ik groeide op onder de vleugels op van een bad ass antifa grootmoeder, die dus ook antizionistisch was en zaadjes plantte voor mijn strijd tegen institutioneel geweld.

Voor het keuzevak lazen we ‘De uitbuiting van de Holocaust’ (1990) van Gie van den Berghe, dat vertelde over negationisme (het ontkennen of extreem minimaliseren van misdaden tegen de menselijkheid). Ook beschreef het boek een decennium voor de Tweede Intifada hoe de Holocaust ingezet wordt om zionistisch geweld te legitimeren. Als jonge twintiger en als kleindochter was ik opgelucht dat we in de lessen verder keken dan de joodse slachtoffers van de Holocaust. We stonden stil bij de Roma en Sinti-slachtoffers, bij LHBTI-slachtoffers en slachtoffers van validistisch geweld. Ook de Nakba, de Armeense en Congolese genocides kwamen aan bod, alsook de miljoenen doden die het gevolg zijn van de trans-Atlantische slavenhandel. In mijn herinnering bleef ook de Holodomor, de grootschalige uithongering van de Oekraïense bevolking onder Stalin niet onvermeld. Maar soms is het moeilijk te traceren wanneer je bepaalde kennis verwerft.

Een stuk lesstof dat me heel goed bijbleef, is de lange geschiedenis van eugenetica en rassenleer. We leerden dat de academische wereld talloze keren in de bres was gesprongen om extreemrechtse ideologieën te legitimeren en kregen meerdere voorbeelden die de verwevenheid tussen dodelijk racisme met rabiaat seksisme en validisme illustreerden. De beklemmende manosphere die Louis Theroux in zijn laatste documentaire portretteert, valt ook niet los te zien van het imperialistische geweld dat Trump en Netanyahu, of dichter bij huis Theo Francken en Geert Wilders prediken. En katers die poezen willen vastgrijpen, wil ik geselen met mijn pen.

De Amerikaanse wetenschapsfilosoof en ethicus Nathan Cofnas beweert onder andere dat IQ erfelijk gekoppeld is aan ‘ras’. In een strijdlustig pleidooi voor ‘hereditarianism’ las ik deze woorden: ‘Until we defeat the taboo on hereditarianism, our victories will always to be temporary. Every time we cut off a tentacle of the DEI monster, it will grow back.’ Voor Cofnas zijn de echte monsters blijkbaar de commissies die werken aan Diversiteit, Equity en Inclusie aan de universiteit. Ik werd meteen een half leven terug gekatapulteerd, naar een lokaal met tafels opgesteld in een U-vorm en wat ik daar leerde over schedelmetingen en ander ‘wetenschappelijk’ onderzoek en experimenten aan de negentiende-eeuwse universiteiten. Het vak Morele Ontwikkeling was vaak een ijzingwekkende les Moreel Verval, met medeplichtige universiteiten en intelligentsia.

Gelukkig blijft het niet stil. Zowel de studenten aan de universiteit als collega’s uit verschillende vakgroepen hebben hun afschuw over de aanstelling van deze uiterst racistische academicus laten horen. De petitie die vraagt om de aanstelling ongedaan te maken, wint nog elke dag handtekeningen. Veel opiniemakers richten zich tot rector Petra De Sutter, die in de geschiedenis geschreven staat als eerste transgender minister van Europa. Ze is zich zonder enige twijfel bewust van het levensbedreigende gevaar van extreemrechtse ideologieën, maar een oproep aan haar adres zal niet volstaan.

DurfDenken
Beeld door: UGent, Hilde Christiaens

Niet antagonisme, maar stevige systeemkritiek is aan de orde. Want postdoctoraal onderzoeker Nathan Cofnas werd op de UGent niet aangesteld door De Sutter, maar door de Nederlandse professor Bouke de Vries. Als professor heeft de Vries het statuut van ZAP, zelfstandig academisch personeel. Hij mag zelf kiezen wie hij onder zijn vleugels neemt en welke ideeën hij sponsort met zijn academisch budget – het mag niet verwonderen dat een klein jaar eerder al een bezorgde open brief circuleerde over ‘de legitimatie van eugenetica en racisme’ aan de vakgroep. Maar de rector kan racistische wetenschappers dus niet zomaar weg zappen. De studenten en collega’s die protest aantekenen, kunnen zich wel buigen op de deontologische code van de universiteit, waarin staat dat je als personeelslid niet aan mag zetten tot discriminatie, haat of geweld.

Onder de vleugels van mijn grootmoeder hoor ik de voorbije jaren non-stop haar waarschuwende stem: genocides ontstaan nooit plotsklaps, mameleh, ze zijn het gevolg van steeds verder afglijden. ‘Bij iedere stap die je zet en elke keer dat je je stem laat klinken moet je waakzaam zijn.’ Mijn opluchting is groot dat mijn ‘bomma’ Rachel (grootmoeder) zich niet door deze ronduit angstaanjagende tijden van extreemrechtse drek moet waden. Fascisme is terug, krijgt schrikbarend veel draagvlak en nog te weinig een stevig weerwoord.

Adriaan van Dis schreef in zijn recente Loe de Jong-lezing dat hij het woord genocide liever niet gebruikt als het over Palestijnen gaat – het lijkt mij om te beginnen heel belangrijk om te erkennen dat genocide plaatsvindt. Ik struikelde vooral over de slotalinea van zijn breed uitwaaierend betoog, waarin hij ervoor pleit ongemak te verkennen, begrip te tonen en ‘weg te blijven van de extremen’. ‘Wéét wat licht is, wéét wat duister is, en probeer precies in het midden te staan.’

Tja, Van Dis, ik weet wat genocide is, genocide decimeerde mijn familie aan moederszijde en beschadigt generaties lang wie overbleef en erna geboren werd. Ik weet: op het hellend vlak dat naar genocide leidt, kan je geen evenwicht bewaren, laat staan dat je in het midden kan blijven staan.

De aanstelling van Nathan Cofnas is dus geen lokaal Gents probleempje, het is een onderwerp dat schrijvers uit de Lage Landen zou moeten laten opveren uit hun voorzichtig beschouwende stoel. Ook in Nederland krijgen talloze discipelen van een racistische, misogyne manosphere een academische aanstelling. Onder het mom van een strijd tegen ‘doorgeschoten woke’ legitimeren ze ronduit racistische, validistische en seksistische denkbeelden. Dit is een wereldwijd probleem van een hiërarchisch kennissysteem dat machtsongelijkheid op talloze manieren bestendigt, het zoveelste symptoom van een wereldwijd moreel verval van mensen met macht.

Ik hoop dat er aan mijn alma mater een kleine revolutie uitbreekt, op de plek waar ik in het begin van deze eeuw leerde hoe racisten als Cofnas invloedrijke duwtjes uitdelen op de slippery scale. Bij een bezetting mogen de nieuwste moraalridders me bellen. In de geest van mijn alma avia zal ik hun stem versterken, de geest van de verzetsvrouw die mijn Joodse grootmoeder Rachel Souritz was.

Aangehaalde bronnen:

Meer context? Op VRT staat dit uitgebreide verslag van de Cofnas-heisa.
Meer verdieping? Lees dit stuk van Pieter Beck op Apache.

Lees ook

Struikelstenen

“Voorbij bommenregens kijken we naar vogels in de lucht”

Brief aan mijn overleden Joodse grootmoeder, bij de struikelsteen voor oudoom Willy

1650529007665 (1)

Marie Meeusen

Freelance schrijver

Marie Meeusen is freelance schrijver in de zorg-, welzijn-, onderwijs- en cultuursector, narratieve coach en schrijfdocent. Ze groeide op …
Profiel-pagina
Al één reactie — praat mee.