Ik kon die dag meerijden naar Albina en vandaaruit zouden we met de korjaal, een soort kano gemaakt uit een boomstam, naar Galibi. Mensen verzamelden zich in groepjes op de plek van waaruit de boot zou vertrekken. Boodschappen werden nog gekocht en alle bagage werd onder zeilen aan de voorkant van de korjaal opgeborgen. We konden vertrekken.

Ik zit nog maar net in de boot en kijk naar de lucht. Die wordt ineens pikzwart. Het begint te donderen en te stortregenen. Tot overmaat van ramp valt de motor uit en begint de boot onder water te lopen. Met een bekertje probeer ik wat water overboord te gooien. Opeens komt er een grote man voor me staan. Hij wijst naar de lucht en zegt: ‘Dat komt door u, u hoort hier niet, wat komt u hier eigenlijk doen?’ Het lijkt alsof ik in een slechte film zit. Hij knijpt in mijn arm en zegt: ‘Weet u wel wat die witten allemaal hebben gedaan?’ ‘Ja, dat vind ik vreselijk’, zeg ik. Hij maakt een wurgbeweging met zijn handen en zegt: ‘Ze zouden ze allemaal….’

Ik kijk naar het water en vraag me af of ik de overkant zou kunnen halen. Ik voel geen angst, alleen maar een grote eenzaamheid. Ik snap waar zijn haat vandaan komt, maar schrik er ook van en vind het zwak dat hij zijn aanval op mij richt, terwijl ik alleen ben en geen kant op kan. Ik besef dat het niet zal helpen als ik me ga verdedigen of in discussie ga. Het kan alleen maar escaleren. Wat ik erg vind is dat niemand voor me opkomt. Iedereen kijkt weg, lacht wat mee, maar niemand doet wat. Misschien zijn ze het met zijn boodschap eens… En misschien voel ik nu een klein beetje wat nazaten van slaaf gemaakten zelf vaak ervaren hebben. Dan stopt het ineens met regenen, de lucht klaart op, de man gaat weer naar zijn plaats en de motor slaat weer aan.

Later leer ik sommige mensen beter kennen en zij mij. Dan veranderen de verhoudingen. Ik begrijp dat de man hoort bij een groep die de dorpen afgaat vanwege bewustwording van de doorwerking van het slavernijverleden. En ik snap de haat en de woede als je weet wat er in de koloniale tijd door ‘de witten’ is gebeurd. Ik heb de boeken gelezen van Anton de Kom en van Assid en anderen, en ik heb mensen gesproken die niet weten wie hun voorouders zijn, waar ze vandaan komen en moeite hebben met hun Hollandse achternaam. Ik weet nog goed hoe er bij mij thuis over de Duitsers werd gepraat. Mijn ouders hadden de Tweede Wereldoorlog meegemaakt. En ik weet ook hoe ik zelf soms haat kon voelen naar Duitsers als ik films zag waarin Joden werden vervolgd, gemarteld en gedood.

Maar wat gebeurt er als je die haat in je hart blijft dragen? Wat gebeurt er als je zwijgt? En wat gebeurt er als die haat gevoed blijft worden door de arrogantie van de macht en van nieuwe koloniale praktijken waarbij geld en macht toebehoren aan een elitaire groep en je weer dat oude machteloze gevoel hebt?

Ik moet denken aan aartsbisschop Desmond Tutu, die in staat was alle gruwelijkheden tijdens het apartheidsregime aan te horen en te werken aan verzoening. Als de verhalen hem teveel werden, begon hij te bidden, te dansen en te zingen. Dat werkte ontladend voor hem, zo kon hij weer verder. Zo ging hij om met de trauma’s waar hij deelgenoot van werd.

En nu de excuses… Het is net als bij voetbalwedstrijden. Heel Nederland weet weer hoe het moet of niet moet… Gaat het alleen om geld en komt dat weer bij bepaalde groepen? Altijd als het om geld gaat, gaat het mis. Wie van de Nederlandse overheid heeft zich echt verdiept in hoe Suriname nu is, hoe het nu met de mensen is. Als je dat wilt weten moet je ze ontmoeten en in gesprek gaan en niet alleen gesprekken voeren met belangenorganisaties of politiek.

Ik heb daklozen ontmoet, zag hoe christelijke organisaties elke dag om vier uur voedselpakketten uitdeelden in Paramaribo, ik zag hoe de vrouwen in mijn guesthouse zich kapot werkten en twee baantjes hadden, ik hoorde de ontevredenheid van de mensen die vonden dat de overheid zich verrijkte ten koste van de anderen en hoe etnische groepen nu tegenover elkaar stonden en soms door de overheid gemanipuleerd werden en hun eigen broeders hebben verraden om geld.

Mensen willen weg omdat ze geen toekomst hebben. Hoe lang gaat dit nog goed? De criminaliteit neemt toe, als gevolg van armoede en ook de corruptie. Wie kan je nog vertrouwen? En dat geldt niet alleen voor het eigen land, maar ook voor Nederland.

Ik kan me de haat en wanhoop voorstellen en ik kan me ook voorstellen dat dat leidt tot agressie naar ‘de witten’. Ik sprak een Creoolse vrouw die me vertelde dat de haat van ‘de zwarte mensen’ ook een vorm van zelfhaat is. Ze vertelde dat sommige Afrikanen tijdens het begin van de slavernij hun eigen broeders verkochten voor geld. Ook dat speelt volgens haar door. Nu nog steeds: ‘We moeten leren accepteren wie we zijn en dat dat goed is en we moeten niet handelen vanuit een minderwaardigheidsgevoel dat ons eeuwen is bijgebracht’. Haar motto: accepteer jezelf en begin bij jezelf. Want dan pas kan je verbinding maken in gelijkwaardigheid.

Een Nederlandse vrouw: ‘Ik vind het ongelooflijk hoe de Nederlandse regering nog steeds koloniale trekjes heeft en er in feite geen overleg heeft plaats gevonden rondom het aanbieden van excuses. Ik ben tegen herstelbetalingen, maar vind wel dat de geschiedenis herschreven moet worden en eigenlijk elk kind op school ‘De Negerhut van oom Tom’ moet lezen.’ ‘Alhoewel’, voegt ze er lachend aan toe,  ‘het woord neger er nu van af moet, omdat het een verboden woord is. Het wordt dan: De hut van oom Tom. Hoever kun je gaan?’

Het is complex…. ‘Misschien heeft alles zijn tijd nodig en gebeurt er eigenlijk al veel positiefs’, laat pater Toon me weten. Hij kent als geen ander het land en werkt al meer dan veertig jaar als boslandpater in de binnenlanden van Suriname. Vroeger, zo vertelt hij, waren de wegen onbegaanbaar, nu zijn de wegen prima en kan hij met de auto, boot of het vliegtuig komen waar hij wil. Vooruitgang kost tijd. Zo was het volgens pater Toon vroeger ook toen de Spanjaarden het in Nederland voor het zeggen hadden en we daarna een republiek werden.

Eigenlijk was ik niet van plan om over al deze gebeurtenissen in de korjaal te vertellen en heb ik het aanvankelijk ook niet verteld aan anderen. Nu denk ik er anders over en besef dat ik ook veel over mezelf heb geleerd en dat in gesprek gaan met elkaar en het delen van ervaringen belangrijk is. Het lastige van het beschrijven van een gebeurtenis is, dat er zoveel mooie andere momenten tegenover staan waarbij ik me wel welkom voelde en juist wel warm werd ontvangen. Ook het feit dat ik was uitgenodigd voor Epekodono… Het was een grote eer om als gast daarbij te mogen zijn. Daar ben ik nog steeds dankbaar om.

Erkenning, dingen uitspreken en verzoening zijn nodig om verder te kunnen. Ook het afleggen van de haat. Laat er in plaats van haat Liefde en samenwerking komen. We zijn allemaal mensen die met elkaar verbonden zijn. Laat de Ubuntu-gedachte het uitgangspunt zijn. Alleen door open te staan voor anderen, door te luisteren en altijd te proberen de ander te begrijpen, kom je samen verder.

Wat is Epekodono?

Epekodono heeft meestal plaats na een jaar van rouw. Het is een feest van drie dagen bij de Kari’na, een inheems volk, waarbij de nabestaanden definitief afscheid nemen van de overledene en waarbij in de slotceremonie degenen die uit de rouw gaan met de gasten dansen op de sambura en zo met elkaar het leven weer vieren. Eigenlijk wordt tijdens Epekodono het hele rouwproces doorlopen. Er is aandacht voor rouwen, afscheid nemen en voor herstel.

Inheemsen houden ceremonies op plekken waar inheemse volken zijn ver-moord zonder dat er afscheid is genomen. Door het uitvoeren van Epekodo-no wordt afscheid genomen van overledenen waardoor zielen tot rust komen en nabestaanden zelf verder kunnen omdat ze respect hebben getoond voor de voorouders en hen alsnog via de rituelen en tradities herdacht hebben. Dit geldt ook voor het slavernijverleden. Oude trauma’s spelen door. Om verder te kunnen gaan is het van belang dat verdriet erkend en geuit wordt. Pas hierna is afscheid mogelijk en kan aan herstel gewerkt worden. Epekodono is een goed voorbeeld hoe dat kan. (Uit: Zing, Bid en Verwonder)

Lees ook

b 4

“Door verlies kom je dichter bij je ziel”

Ineke Wienese onderzocht omgang met verlies en rouw in Suriname en Nederland

b-41-1170×680

Ineke Wienese

Ineke Wienese is psycholoog, auteur en actief voor Stichting Troost voor Tranen. Ze publiceerde meerdere boeken. Door haar werk kwam ze in …
Profiel-pagina
Al 11 reacties — praat mee.