Oma Lien is Surinaamse. Verder kan ze zich niet identificeren. Een van haar grootvaders was Portugees, afkomstig van Madeira. De andere grootvader was inheems, een Indiaan. Een grootmoeder was een mix van en creools en Portugees. De andere was een mengeling van Duits en Indiaans. Oma Lien zelf huwde een driekwart Chinees. “Kortom”, lacht ze, “wat ben ik? Vertel het me maar!”
85 is Oma Lien. Ze zit op de veranda van haar withouten huis in hartje Paramaribo. De vloerplanken zijn donkerbruin gelakt. Planten alom. Aan de muren grote familiefoto’s met daarop een veelheid aan culturen. Negen kinderen kreeg ze. Daarnaast bracht Oma Lien nog vijf pleegkinderen groot. Ze somt op: een Indiaan, een bosneger, een Hindostaan en twee creolen. Al deed die afkomst er niet toe. Het waren kinderen die hulp nodig hadden.

Verschillende herkomst

In juli 2018 zei de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok het volgende.
“Noem mij een voorbeeld, van één multi-etnische of multiculturele samenleving, waar de oorspronkelijke bevolking nog woont en waar een vreedzaam samenlevingsverband is. Ik ken hem niet.”
“Wat dacht u van Suriname?”, vroeg iemand uit de zaal.
“Suriname is een failed state”, antwoordde Blok. “En dat heeft ernstig te maken met de etnische opdeling.”

Zijn multiculturele samenlevingen gedoemd tot mislukken, drama’s en rampen? Verhalen uit Bosnië, Rwanda of Syrië suggereren van wel. Het probleem is dat we nooit iets horen over samenlevingen waar het goed gaat. Waarin mensen van uiteenlopende gezindten vriendelijk en tolerant met elkaar samenleven. Waarin ze samen naar school gaan, wonen en trouwen. Journalisten lopen er niet warm voor. En spannende films kun je er niet over te draaien. Cijfers zijn er wel. Steven Pinker, een Amerikaans psycholoog, haalt in zijn laatste boek Verlichting nu wereldwijd onderzoek aan waaruit blijkt dat buren van verschillende herkomst doorgaans prima met elkaar door een deur kunnen. In Afrika, dat vaak wordt beschreven als vergeven van stammenstrijd, geldt dat zelfs voor 99 procent van alle buren. In Suriname is het al niet anders. Niet strijd of haat tussen de vele culturen is de norm. Dat is acceptatie en tolerantie, gecombineerd met een hoge mate van langs elkaar heen leven.

Vraag je de bijna 600.000 bewoners van Surinamer tot welke culturele of etnische groep ze horen, dan noemt zich ongeveer 27 procent Hindostaan, voortgekomen uit voormalige contractarbeiders uit Zuidoost-Azië. Bijna 22 procent deelt zich in bij de marrons, afstammelingen van gevluchte slaven. Ongeveer 16 procent ziet zichzelf als creolen, nazaten van voormalige slaven, nogal eens gemengd met Chinezen en Europeanen. Plusminus 14 procent omschrijft zich als Javaan en een even groot percentage weet zich, net als Oma Lien, niet meer in te delen. Als laatste zijn er bescheiden percentages Indianen en Chinezen, plus nog kleinere groepen Europeanen, Libanezen, Joden en Brazilianen. En nooit waren er gewelddadige conflicten, rassenrellen of godsdienstoorlogen. Hoe doen ze dat, vreedzaam samenleven?

Goed met elkaar

“Wil je iets bereiken, dan moet je met elkaar optrekken”

Voorwaarde één. Iedereen is deel van een minderheid. “Wil je iets bereiken, dan moet je met elkaar optrekken.” Dat zegt Lilly Duijm (72). Zij is joods en ondervoorzitter van de Israëlitische Gemeente Suriname. Duijm houdt kantoor in een wit houten gebouwtje naast de grote Neve Shalomsynagoge aan de Keizerstraat. Ooit, halverwege de negentiende eeuw, telde de joodse gemeenschap in Suriname meer dan 1.300 leden, vandaag zijn het er 94.

Naast de synagoge, geopend in 1837, staat de imposante moskee van de Lahore Ahmadiyya Beweging, geopend in 1984. Duijm: “De gemeenschap hiernaast wordt gerund door een mevrouw, ze doet ongeveer wat ik bij ons doe. Zij is zo’n schatje. Ik ben wat ouder, ze noemt me tante. Soms belt ze. ‘Luister tante Lilly, er is iemand overleden. De begrafenis wordt groot, we kunnen toch wel bij jullie parkeren?’ Natuurlijk kunnen ze dat. We zijn goed met elkaar, voor ons is dat niets bijzonders.” Duijm wijst naar de overkant van de straat. “Daar woont een joodse dame, getrouwd met een moslimse meneer. Ze zijn lid van de joodse gemeenschap, maar ook van de moskee. De kinderen namen allemaal joodse les, maar leerden ook Arabisch.” Zelf heeft Lilly Duijm drie kinderen. “Ze hebben allemaal een niet-joodse partner. Mijn schoonzoon is katholiek, ik zou hem voor geen enkele jood in willen ruilen. Hij zegt: ‘Ik doe mee met jullie. Maar onder een voorwaarde: jullie gaan kerst met mij vieren’. Vanzelfsprekend doen we dat. We zijn allemaal godsdienstig en toch komt godsdienst niet op eerste plaats.”

Voorwaarde twéé. Er is geen angst voor verlies van identiteit. “Ik ben hindoe, maar mijn ouders stuurden me met een gerust hart naar een katholieke school. In deze wijk gaan de meeste hindoes naar christelijke scholen.” Dat zegt Radjes Asraf (46), afwisselend voorzitter en ondervoorzitter van de Shri Radha Krishna-tempel. in Paramaribo-Noord. Tweehonderd gelovigen zijn bij de tempel aangesloten. Buiten het kleurrijke gebouw verzamelen jonge hindoes zich voor Vasant Panchami, de voorbereiding op het lentefeest. “Op mijn katholieke school werd geen onderscheid gemaakt”, zegt Asraf. “Iedereen moest bidden, met kerst zong ik het Stille Nacht. Je vormt en verstevigt je identiteit buiten school, in je eigen organisatie, in de tempel. Daarom onderwijzen we de jonge generatie Hindi en yoga. Dat we op school, op ons werk en op straat met anderen optrekken, ervaar ik als een verrijking. Ik ben overtuigd hindoe, maar wanneer een creool overlijdt, ga ik gewoon naar zijn kerk. Onlangs waren we met vakantie in Zwitserland. De deur van een mooie kerk stond open. We zijn naar binnen gegaan om samen met de anderen te bidden.”

Radjes-Ashraf-en-hindoe-ceremonie-5
Beeld door: Bodelier en Vossen | RV

Verbroederen

Voorwaarde drie. Iedereen is Surinamer. “Ik ben moslim, maar ook Hindostaan, politicus en districtsbewoner, ik ben docent en historicus. Ik ben het allemaal.” Dat zegt Maurits Hassankhan (70), van 2005 tot 2010 minister van Binnenlandse Zaken. Hassankhan ontvangt in zijn woning, midden in het groen, net buiten Paramaribo. “Ieder van ons heeft een eigen, samengestelde identiteit. Toch is er maar één ding wat we allemaal zijn. Surinamer. Lang voor de onafhankelijkheid in 1975, groeide het besef hoe enorm verscheiden we zijn. Om te voorkomen dat we ons tegen elkaar zouden keren, bedachten de politici van dat moment de slogan ‘eenheid in verscheidenheid’. Die eenheid was de Surinaamse cultuur. Die hebben we immers gemeenschappelijk. Vandaag spreken we liever van ‘verscheidenheid in eenheid’ omdat Suriname definitief voorop is komen te staan. Dat staat ook prachtig in ons volkslied. ‘God zij met ons Suriname, hij verheff’ ons heerlijk land. Hoe wij hier ook samen kwamen, aan zijn grond zijn wij verpand’.”

Voorwaarde vier. Politici die verbroederen en verzoenen. “Begin jaren zeventig waren er spanningen tussen de creolen en de Hindostanen. Politici wisten problemen te voorkomen door zélf innig samen te werken. Geen partij trekt hier de etnische kaart. Alle politieke partijen proberen nu multi-etnisch en multireligieus te zijn.” Dat zegt John Kent (76), marron en bisschop van de Evangelische Broeder Gemeente, de grootste protestantse kerk van het land. “Op de televisie heeft elke minderheid eigen zendtijd en de regel is: je respecteert elkaar. Onder het koloniale bestuur was dat nog anders. Toen was Suriname een christelijk land, alleen de kerkelijke feestdagen werden gevierd. Vandaag zijn een aantal van die feestdagen ingewisseld voor de feestdagen van anderen.” Kent somt er een aantal op. “We hebben allemaal vrij op Chinees Nieuwjaar, op de hindoefeesten Divali en Holi, tijdens het Suikerfeest én het Offerfeest van de moslims, en natuurlijk met Kerstmis, Goede Vrijdag en Pasen van de christenen. Ook de Dag van de Marrons, Keti Koti van de creolen en de Dag der Inheemsen, zijn nationale feestdagen. Door iedereen zijn eigen feestdag toe te kennen, voelen mensen zich ook erkend en gewaardeerd.”

Synagoge-Moskee-2
Beeld door: Bodelier en Vossen | RV

Onderhoud

Voorwaarde vijf. Een multiculturele samenleving vergt onderhoud en inspanning. Ook Suriname is een land vol gewone mensen met gewone zonden. “Er zijn wat spanningen met marron”, zegt Oma Lien. “Ze komen uit de binnenlanden naar Paramaribo en dat gaat niet altijd goed. Veel van hen hebben niet genoeg geld en sommigen beginnen te stelen.”
“Op hun beurt zijn veel marrons achterdochtig richting creolen”, zegt Maurits Hassankhan. “Ze voelen zich door hen achtergesteld.”
“De Chinezen hebben zich niet zo geïntegreerd als de anderen”, zegt John Kent. “Lange tijd waren ze alleen te vinden binnen de handel. Nu beginnen ze deel te nemen aan de politieke ontwikkeling. Maar
de duizenden nieuwe Chinezen die nu binnenkomen, doen nog maar amper mee.”
“Hier in Paramaribo rijdt een minibus rond met een groot hakenkruis en een portret van Hitler. Een andere bus heeft een foto van Osama bin Laden”, zegt Duijm. “Ik vind dat niet prettig. Maar nationaalsocialisme? Welnee, het zijn imbecielen, ze weten niet eens waar ze het over hebben.”

“Hindoes bidden tijdens het islamitische Offerfeest voor een zachte dood van koeien”

“We moesten wel even slikken toen het islamitische offerfeest een nationale feestdag werd”, zeg Radjes Asraf. “Dan worden veel koeien geslacht die voor ons heilig zijn. Maar we zijn een multiculturele samenleving. Dus het is geven en nemen. Wat wij kunnen doen, is bidden dat de koeien een zachte dood krijgen.”
“Het verhaal over het zeer tolerante Suriname is een verhaal dat we graag geloven en doorvertellen”, zegt Hassankhan. “Maar een mythe is het niet. Dat zie je pas goed, wanneer je Suriname vergelijkt met andere landen. Ga voor één week naar buurlanden als Guyana of Trinidad en ervaar hoe het is wanneer er constante spanningen zijn tussen bevolkingsgroepen. Wij hebben nog nooit uitbarstingen van etnisch geweld gehad. De realiteit van tolerantie en respect is onmiskenbaar.”

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Volzin nummer 4 – april 2019. Voor meer informatie over Volzin: klik hier.

Wilt u verder lezen?

Dat kan. U kunt deze melding gewoon wegklikken, want wij doen niet aan betaalmuren. Maar goede artikelen schrijven kost geld. Steun daarom onze missie als u ons werk belangrijk vindt en word al vanaf € 5 per maand Vriend/in van Nieuw Wij.

Ik lees eerst het artikel verder.
Ralf-Bodelier

Ralf Bodelier

filosoof, docent, journalist, schrijver, debatleider, gastspreker

Profiel-pagina
mirjam

Mirjam Vossen

Onderzoeker, gastspreker, adviseur en journalist

Mirjam Vossen is onderzoeker, gastspreker, adviseur en journalist. Ze schreef een proefschrift over de beeldvorming van armoede in …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.