In onze tuintempels is Boeddha niet langer het vereerde, sacrale middelpunt, zoals in schitterende tempelcomplexen wereldwijd. Nee, hier is Boeddha verworden tot een alledaags sierobject dat in menig achtertuin staat te pronken tussen bontgekleurde tuinkabouters, wiebelende flamingo’s of keramische kikkers. Vreemd toch, dat die verlichte man uit Bodh Gaya zomaar naast onze barbecue is beland? Of misschien is het helemaal niet zo vreemd, omdat de mens altijd op zoek is naar zingeving en naar manieren om te ontsnappen aan de achtbaan van het dagelijkse leven. En laat Boeddha daar nu net de geknipte figuur voor zijn.

Velen zoeken hun zingeving en comfort vandaag niet langer in een kerk, maar meer in oosterse denkpatronen of tradities. Feng shui is ín en er gaat blijkbaar een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit van de hele Zen-sfeer. In die context en omwille van de relaxerende vibes worden beelden die verlichting en compassie symboliseren bij ons in huis gehaald. Voor de meeste van die kopers is Boeddha geen leermeester, maar de schepper van een gemoedstoestand: iets dat de stress van een hectische dag verzacht, net zoals sandelhoutkaarsen of de juiste Spotify-playlist dat kunnen. Daarmee ridiculiseren of bagatelliseren mensen de grote spirituele leider niet, of toch niet met opzet. Ze zijn zich meestal niet bewust van de betekenis die in de glimlach of de houding van lichaam en handen schuilgaat, maar ze kiezen voor een Boeddhabeeld, omdat het hen een goed gevoel geeft, en vooral omdat het rust uitstraalt. Het heilige symbool wordt zo een aimabel decoratiestuk en een gemoedelijke huisgenoot. Die verschuiving van Boeddha: de leermeester naar Boeddha: de metgezel, houdt zelfs wetenschappers bezig.

Wat betekent het succes van Boeddhabeelden buiten een boeddhistische context? Doet de wereldwijde, economisch lucratieve, verspreiding van Boeddha afbreuk aan zijn ware betekenis? Voor sommige praktiserende boeddhisten is een Boeddhabeeld naast de zomerse koelbox vol drank een brug te ver. Anderen daarentegen bekijken het positiever: als een kitscherige Boeddha aan de rand van de tuinvijver iemand helpt om even diep in en uit te ademen, dan deelt het beeld toch iets van zijn ware ik. Zin in een Boeddhabeeld? Ga er dus gewoon voor!

Alleen nog een paar aanbevelingen. Blijf weg van het losse Boeddhahoofd. Zo’n fraai gesculpteerd hoofdje staat wellicht beeldig op je salontafel of in de boekenkast, maar een los hoofd is geen symbool van wijsheid of sereniteit. Het is een onthoofde Boeddha en dat is respectloos. Wie voor stijl en respect gaat, kiest dus voor de hele Boeddha.

En dan is er nog iets: sommige boeddhistische stemmen beweren dat je een Boeddhabeeld nooit voor jezelf mag kopen. Blijkbaar brengt het pas echt geluk als je het krijgt. Maar wat als niemand jouw cadeauhints oppikt? Geen paniek, want velen zijn er toch van overtuigd dat je best een beeld voor jezelf mag kopen, als het maar met de juiste intentie gekocht wordt en als je het respectvol behandelt.

Dus als je nog eens een Boeddha in de tuin ziet, kijk dan nog eens goed. Hij kan daar staan als symbool van devotie, als decorstuk, of gewoon als de meest ontspannen tuinkabouter ter wereld.

Hoe het ook zij, Boeddha blijft Boeddha, waar hij ook staat: hij blijft glimlachen, hij blijft sereen en hij blijft stilletjes lesgeven, of we het nu doorhebben of niet.

Dit artikel is afkomstig uit Spirit, het eerste interlevensbeschouwelijk tijdschrift van Vlaanderen. Lees hier meer.

Lees ook

Cuong_Lu_02 (5)

“Als je het concept kunt loslaten, ervaar je een ander type waarheid”

Cuong Lu van Mind Only over wegen van bevrijding en compassie

Freya De Cauwer

Freya De Cauwer is religiewetenschapper en antropoloog.
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.